Geschilderde portretten van prinsessen hadden rond 1500 een belangrijke functie op de Europese huwelijksmarkt. In die tijd was uithuwelijken naast oorlog dé manier om het eigen territorium uit te breiden. De geografische eenheden die zich rond 1500 in Europa vormden, zouden in de eeuwen daarna uitgroeien tot de moderne naties die wij nu kennen. Het portret had daarom grote politieke betekenis. Schilders werden niet alleen betaald voor een treffende gelijkenis maar vaak ook om de natuur, waar nodig, een handje te helpen. Photoshoppen avant la lettre. Vroeger was het niet anders dan in tijden van Facebook: biologisch kapitaal en het netwerk bepaalden de machtspositie.
In deel 3 The Beautiful Deception van The Borgias (nog niet op de Nederlandse televisie maar wéll op DVD) is paus Alexander VI bezig om een geschikte vrouw te vinden voor zijn zoon Giovanni, liefst van Spaanse koninklijke bloede. Samen met zijn minnares bekijkt Giovanni in zijn slaapkamer de portretten van de huwelijkskandidaten die zijn vader voor hem op het oog heeft. Twee portretten herkende ik onmiddellijk. Natuurlijk eerst het beroemde portret van Juana la Loca (Johanna de Waanzinnige van Castillië). Daarnaast het portret van een onbekende vrouw door Rafael uit 1507 dat bekend is onder de naam La Muta (de zwijgende vrouw). Eind juni zag ik dit portret in de Galleria Nazionale delle Marche in Urbino.
in tijden van Facebook: biologisch kapitaal en het netwerk
bepaalden de machtspositie.
Op de Borgias Wiki worden de portretten besproken. Giovanni Borgia, de hertog van Gandia, stierf in 1497. De portretten zouden dus vóór dat jaar geschilderd moeten zijn. Maar hoe historisch verantwoord The Borgias op het eerste gezicht oogt, op veel plaatsen wordt een loopje met de geschiedenis genomen. Alle getoonde portretten zijn na 1500 geschilderd en kunnen dus nooit aan Giovanni Borgia gepresenteerd zijn.

Bron: theborgias.wetpaint.com
De tortuur is de trouwe dienares van de Italiaanse rechtspleging en men staat ontzet over de variaties in martelingen en martelwerktuigen, die de mensen hebben uitgedacht. Ze worden enkel geëvenaard door de variaties die men kende bij de terechtstellingen zelf. Wat voor breinen zijn dat geweest, die zó toegaven aan sadisme, wat voor ogen hebben de doodstrijd van medemensen zo gretig aangezien?
Ezzelino (letterlijk: “kleine Attila“) da Romano (1194-1259) was zo wreed dat veel van zijn tijdgenoten hem meer vreesden dan de duivel. In Die Kultur der Renaissance in Italien en Duecento van respectievelijk Jacob Burckhardt en Hélène Nolthenius wordt hij in het eerste hoofdstuk al genoemd. Burckhardt schrijft dat niemand van de Italiaanse tirannen in de veertiende en vijftiende eeuw Ezzelino in de omvang van zijn wreedheid heeft geëvenaard, ook Cesare Borgia niet. Was het dan zo erg? In Ducento schrijft Hélène Nolthenius: “Waar Ezzelino vaste voet aan de grond kreeg, werden burgers bij horden onthoofd, verbrand en verminkt. Nooit was de rampzalige markt van Treviso zo ontredderd als toen Ezzelino haar in 1252 brandschatte en geen mens aan zijn razernij ontkwam.” De Duitse schrijver Joseph von Eichendorff schreef in 1828 het toneelstuk Ezzelin von Romano.












