Categorie archief: geschiedenis

Jongens waren we

zondag gezien op BBC 2: they shall not grow old (2018)

they shall not grow oldZondagavond zond de BBC2 de veelgeprezen film they shall not grow old van Peter Jackson uit. Het is een indrukwekkend document geworden. Neem alleen het begin: we zien een historische opname van opgewekte, vrolijke Engelse soldaten die voorbij de camera marcheren. Er lijkt geen einde aan te komen. Honderden zijn het er, jongens van 19, 20 jaar oud. Alsof ze op weg zijn naar een feestje. Ze hebben er duidelijk zin in. Een groter contrast met wat hen aan de overkant van het Kanaal te wachten staat, is nauwelijks denkbaar.

De beelden zijn flakkerend als de schaduwen in Plato’s grot. Naarmate het beeld dichterbij komt vervaagt het ook. Alsof de onvermijdelijke werking van het geheugen wordt gedemonstreerd: hoe we ook ons best doen om herinneringen uit een ver verleden dichterbij te halen en scherp te stellen, telkens vervaagt het beeld weer en ontglipt ons het verleden. Deze jongens zijn allemaal voorbijgangers, laten hun lach even aan de camera zien en verdwijnen weer uit beeld. Maar het blijven allemaal jongens die nooit oud zullen worden.

they shall not grow old trailer

They shall not grow old [imdb.com]
They Shall Not Grow Old ‘brought the war to life for us’ [bbc.com]

dwepen met Mercury

zaterdag met Michaela gezien in Cinemec: Bohemian Rhapsody (2018)

Bohemian RhapsodyMichaela nodigde mij gisteren uit voor Bohemian Rhapsody, de biopic over Queen. Nu heb ik nooit zoveel met Queen gehad, al kan ik natuurlijk niet heen om de Bohemian Rhapsody (daarom heet deze biopic natuurlijk ook zo.) Jeugdsentiment is het ongetwijfeld, ook voor de honderden anderen, onvermijdelijk veel veertigplussers, in de enorme zaal van Cinemec Ede. Een 45-jarige (de leeftijd van Freddy Mercury toen hij in 1991 stierf) was twaalf toen Queen tijdens Live Aid in 1985 optrad in het Wembley Stadium. Zelf was ik twaalf toen Bohemian Rhapsody in de hitparade van 20 december 1975 binnenkwam. Zes jaar geleden schreef ik hier iets over. Mijn ouders hadden met Sinterklaas hun allereerste kleurentelevisie gekocht. Het was een openbaring: alles ineens in kleur! En toen kwam de befaamde videoclip van Queen met de psychedelische tunnel. Mama mia!

De film die we gisterenavond zagen, is goed gemaakt. Het tijdsbeeld is fraai gereconstrueerd en de look-a-likes van de vier bandleden zijn verbluffend, vooral de acteurs die Brian May en John Deacon spelen, lijken als twee druppels water op hun originelen. De 37-jarige Egyptisch-Amerikaanse acteur Rami Malek lijkt zeker niet sprekend maar is als Freddy Mercury toch geloofwaardig. Het is ook erg leuk om te zien hoe de bekende nummers (Killer queen, Bohemian rhapsody, We will rock you, anotherone bites the dust) ontstaan zijn. De jaren zeventig zijn daarbij, waarschijnlijk ook voor de band zelf, de leukste tijd.

De dominantie van Freddy Mercury heeft mij altijd al gestoord en in deze film is dat al niet anders. Waar het bij veel Britse bands in die tijd fout ging, bijvoorbeeld bij de egotripperij van Peter Gabriel in Genesis of de dominantie van Roger Waters in Pink Floyd, daar liep het ook bij Queen mis. Het grote geld lokte Freddy Mercury weg bij zijn ‘family’ en hij liet zich rond 1984 door een vet contract (vier miljoen dollar) verleiden tot een solo-carriere. Het was in de jaren van Michael Jackson, Madonna en de megaconcerten, kortom van de hyper-vercommercialisering van de popmuziek.

Bohemian Rhapsody laat eerlijk zien dat onze Freddy soms niet zo’n fijne jongen was, maar stevent op het einde wel af op een soort heiligverklaring. Er zit weinig gelaagdheid in het verhaal dat uiteindelijk net als Mercury zelf het stadion (in dit geval de bioscoopzaal) plat legt. De climax van de film is het optreden van Queen tijdens het Live Aid concert op 13 juli 1985. Dit loopt uit op een soort Triumph des Willens (Mercury wist toen al dat hij aids had), maar dan verplaatst van 1935 naar 1985. De massa wordt opgezweept. Freddy Mercury was een performer die het volk een “stukje van de hemel” wilde laten zien, en geen dictator die een ideologie verkondigde. Zijn optredens waren naar de inhoud onschuldig, maar naar de vorm was hij een demagoog pur sang.

Bohemian Rhapsody [ imdb.com ]

Adams, Jefferson en de Revolutie

gelezen in: John Adams (2001) door David McCullough
deel 3: John Adams als eerste vice-president van de VS

John Adams biografieIn 2001 won de Amerikaanse historicus David McCullough voor de tweede maal de Pulitzer Prize met zijn biografie over de tweede president van de Verenigde Staten: John Adams. Het is mooi vertelde geschiedenis vanuit een warm, menselijk hart. McCullough heeft er zelfs een beetje een dubbelbiografie van gemaakt, want de band tussen John Adams en zijn vrouw Abigail Smith Adams loopt als een rode draad door het boek. In 1797 werd ze de tweede First Lady van de VS en haar zoon John Quincy Adams zou na haar dood tussen 1825 en 1829 de zesde president van de Verenigde Staten zijn.

Het derde deel van de biografie begint in 1788. John Adams is dan 53 jaar. Na jarenlange diplomatieke bedrijvigheid in Europa keert hij in het voorjaar van 1788 terug naar zijn geliefde Braintree, een plaatsje dat ooit in de buurt van Boston lag, maar tegenwoordig is opgeslokt door de metropool van New England. Adams is door zijn lange verblijf in Parijs, Amsterdam en Londen een beetje vervreemd van Amerika. Of anders gezegd, Amerika is bij zijn terugkeer na 1788 erg veranderd. De voormalige dertien koloniën hebben zich losgemaakt van het moederland na een lange vrijheidsstrijd (1776-1783), de Vrede van Parijs en de betrekkingen met Engeland zijn enigszins genormaliseerd al zijn de wonden nog niet allemaal geheeld en heerst er in Engeland wantrouwen. Zullen de piepjonge Verenigde Staten alle verplichtingen nakomen die in het Verdrag van Parijs zijn vastgelegd? Van scheiden komt lijden. En de USxit was natuurlijk heel andere koek dan de Brexit.

John Adams postzegelWat ik boeiend vind is de parallelle ontwikkeling van de Verlichtingsideeën aan weerszijden van de oceaan. In Philadelphia werden ze eerder in de praktijk gebracht dan in Parijs, maar de context was totaal anders. In Amerika kon het zonder guillotine omdat het een vrijheidsstrijd was, gericht tegen het moederland. De Amerikanen hadden al genoeg zelfbewustzijn ontwikkeld om zich Amerikanen te voelen en geen Engelsen, al waren vrijwel al hun voorouders dat. Het Amerikaanse patriottisme maakte het mogelijk om de Engelsen als bezetters te zien, als vreemde mogendheid waartegen de Amerikaanse kolonisten in opstand kwamen. Dat was alleen mogelijk met steun van Frankrijk, het land dat met Engeland nog een appeltje te schillen had nadat het al zijn koloniën in Noord-Amerika verloren had zien gaan. Ook de Republiek (Noordelijke Nederlanden) schoten te hulp met leningen die voor de Amerikanen essentieel waren om de oorlog te kunnen winnen.

De Franse Revolutie kwam net als de Amerikaanse Revolutie voort uit de Verlichting maar had een heel ander karakter. De Amerikanen konden bijna op een onbeschreven blad hun democratie vestigen, maar de Fransen moesten eerst hun tradities tot op de grond afbreken. De fundamenten van vrijheid, gelijkheid en broederschap konden pas gelegd worden, als eerst het koningschap en de complete maatschappelijke structuur gesloopt werden. De meeste Amerikanen juichten de Franse Revolutie toe, maar realiseerden zich waarschijnlijk niet genoeg wat een omverwerping van de maatschappij in de praktijk betekende. Adams vanaf het begin grote twijfels over de revolutie in Frankrijk en stond op dezelfde lijn als de Ierse filosoof en politicus Edmund Burke, de grondlegger van het conservatisme.

Door zijn meer conservatieve opvattingen kwam Adams steeds meer tegenover Thomas Jefferson te staan, zijn ‘collega founding father’, die zijn politieke rivaal zou worden. Jefferson was een groot voorstander van de Franse Revolutie. Het nieuws van de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789 bereikte Amerika pas in september. Jefferson was tijdens het uitbreken van de revolutie in Parijs maar maakte er niet zoveel van mee. Toen hij in het najaar van 1789 in Amerika terugkeerde, keurde hij de Franse Revolutie goed. Hij was ervan overtuigd dat het geweld snel zou stoppen en dat er voor Frankrijk een prachtige nieuwe dag was aangebroken. John Adams was daar veel minder hoopvol over, positiever gezegd: hij was veel minder naïef dan Jefferson en voorzag de duisternis waarin Frankrijk tijdens de Terreur in terecht zou komen. Met zijn houding stond hij overigens in goed gezelschap. Burke en Goethe dachten er precies zo over.