Een paar minuten bladeren in een tijdschrift of boek over grafische of industriële vormgeving rond 1960 is voor mij genoeg om verliefd te worden op een tijdsbeeld. Inmiddels heb ik dan ook een heel rijtje boeken verzameld waarmee ik deze verliefdheid koester. In 1960 stond het modernisme op een hoogtepunt. De wereldtentoonstelling in Brussel van 1958 was het momentum dat Europa de Tweede Wereldoorlog te boven was gekomen. Door de wederopbouw was er een nieuwe wereld tevoorschijn gekomen. Het toverwoord was modern. En modern betekende ook optimistisch en internationaal. We waren collectief in een brave new world ondergedompeld, gezuiverd van nare herinneringen en omringd door anonieme vormen uit de geometrie en het rijk der ééncelligen. Historisme was als sneeuw voor de zon verdwenen. De toekomst was alles, het verleden niets.

De zonnige kant van de midcentury modern stijl had soms ook een somber existentialistische kant. Dat zien we het duidelijkst in de films die Michelangelo Antonioni aan het begin van de jaren zestig maakte. In L’eclisse (1962) zien we in de slotscène beelden die zo in het Italiaanse tijdschrift Domus hadden kunnen staan. Hier zien we de mens in de moderne wereld maar dan zonder de humor van Jacques Tati in Play Time (1967). De dingen leiden hun eigen verborgen leven net als de mensen en de eenzaamheid overheerst alles.

dat zo uit Domus zou kunnen komen.
Bron: taschen.com

Twee jaar geleden begon ik in De Fantoomterreur van Adam Zamoyski. Ik deed toen
Nadat Karel X in 1824 zijn broer Lodewijk XVIII was opgevolgd, liet hij zich op 29 mei 1825 te Reims zalven tijdens een indrukwekkende plechtigheid volgens de middeleeuwse tradities, en regeerde daarna als een autoritair vorst, met de steun van hoge adel en hoge geestelijkheid, alsof er nooit een revolutie had bestaan. Met een paar antiliberale wetten probeerde hij het Ancien Régime te herstellen, maar kwam daarbij in botsing met de Kamer. Zijn benoeming van de ultra-royalistische prins de Polignac tot eerste minister (in augustus 1829) was een regelrechte uitdaging aan de liberale Kamermeerderheid. In plaats van toe te geven, verstarde Polignac nog in zijn houding: zonder goedkeuring van de Kamer vaardigde hij zijn Ordonnanties van 26 juli uit. Deze schending van de grondwet betekende zonder meer een staatsgreep, waarop dan ook onvermijdelijk de Julirevolutie volgde, die de koning binnen drie dagen tot troonsafstand dwong (31 juli 1830). Karel X vluchtte naar het buitenland.













