Categorie archief: filosofie

huilen met Rousseau

gelezen: Jean-Jacques Rousseau – een rusteloos genie (2012)
door Leo Damrosch

RousseauOp 28 juni 2012 was het precies 300 jaar geleden dat Jean-Jacques Rousseau in Genève geboren werd. Maarten Doorman schreef een boekje over zijn persoonlijke relatie met de vader van de moderne autobiografie (en nog wel meer) en Uitgeverij Ten Have/Veen bracht in 2012 een bijna vuistdikke vertaling van Rousseau – Restless Genius (2005) van Leo Damrosch op de markt. Een paar jaar later kwam het in de ramsj en ik kocht het om het bijna twee jaar ongelezen in de boekenkast te laten staan.

Deze zomer kwam een mooie gelegenheid om het te lezen: tijdens onze vakantie in de Jura bezochten we Môtiers, het Zwitserse bergdorpje waar Rousseau en zijn levensgezellin Thérèse tussen 1762 en 1765 in ballingschap zouden wonen. Helaas was het kleine museum gesloten, maar het was toch fijn om even op de beroemde waranda te hebben gestaan, al is in de afgelopen 250 jaar bijna alles vernieuwd.

Môtiers
Môtiers …op de trap naar de waranda van het huis waar Rousseau na de publicatie van Emile en Le contract social in 1762 verbleef.
(Foto genomen op 11 juli 2018)

In Frankrijk zijn er nog tientallen andere “Rousseau bedevaartsplaatsen”. De meeste dateren van kort na zijn dood in 1778 toen er een Rousseaucultus ontstond. In de achttiende eeuw hoorde je in de voetsporen van Rousseau je zakdoek te pakken en enkele tranen te plengen. Ik hield het droog in Môtiers.

boekbespreking door Sebastien Valkenberg in Trouw [ trouw.nl ]

humanistisch vijftal met de rug naar God

gezien op HUMAN : de laatste aflevering van het Filosofisch Kwintet

HUMANVanmiddag was de laatste aflevering van Het Filosofisch Kwintet waarin gespreksleider Clairy Polak weer vier tafelgenoten ontving. Naast haar vaste “tafelheer”, historicus Philipp Blom, schoven er drie bekende wetenschappers aan tafel: socioloog Kim Putters, wetenschapper Robbert Dijkgraaf en filosoof en arts Marli Huijer.

Het ijkpunt voor dit humanistische vijftal was telkens de Verlichting, de tweede helft van de achttiende eeuw waarin het humanisme volwassen werd en het denken zichzelf definitief bevrijdde uit haar religieuze bedding. De Verlichting is een zelfverlossing. Maar deze ging niet vanzelf: er was een vadermoord voor nodig. De koning, die tot aan de Franse Revolutie regeerde bij de gratie Gods, moest eerst terechtgesteld worden voordat de vrije burger kon opstaan. Deze vrije burger wordt tegenwoordig het individu genoemd, ook wel consument en die consument is koning geworden. Daardoor zijn er grote milieuproblemen ontstaan waardoor we ons steeds meer bewust worden dat we de tak waarop we zitten aan het doorzagen zijn. Hoe kunnen we dit stoppen? Wat moeten we doen?

Zijn jullie optimistisch over de vraag of we het halen, voordat de doemscenario’s die we de afgelopen tijd besproken ons hebben ingehaald?

De problemen (overbevolking, groeiende ongelijkheid, klimaat en uitholling van het publieke debat) waar het filosofisch kwintet in de drie vorige afleveringen het licht op deed schijnen, hebben te maken met individualisering en het verlies van gemeenschap. Oude sociale structuren lossen op in een proces dat je zowel globalisering als individualisering kunt noemen. De oorzaak van het probleem, de mens, roept zichzelf ter verantwoording en plaatst zich voor de zogenaamde grote uitdagingen van de eenentwintigste eeuw. Het individu met zijn verlangens en angsten mag dan de oorzaak van de mondiale problemen zijn, het individu wordt ook geacht er weer de oplossing van te zijn! Zou die laatste verwachting er niet zijn, dan zou de humanist een pessimist of fatalist blijken. En de humanist is juist een optimist die gelooft dat de mens, ondanks wat “productiefouten” van de natuur, in wezen goed is.

HFK HUMAN
de website van het filosofisch kwintet

Het is begrijpelijk dat het humanisme een optimistisch mensbeeld geeft. Het humanisme heeft gebroken met een denken dat in het christendom geworteld was. Voor het humanisme ontstond, was het westerse mens- en wereldbeeld door en door christelijk. Vanuit het christelijk geloof wordt de mens niet gezien als een individu, als een “ondeelbare”, maar als een persoon, als iemand die zichzelf kan delen met de ander. In de eerste plaats kan hij persoon zijn omdat zijn Schepper een Persoon is. Ook al deelt de mens veel met het dier, hij onderscheidt zich van het dier doordat hij iemand is.

Deze dimensie van het menselijk bestaan lijkt voor Het filosofische kwintet niet te bestaan. De mens is een individu, een hoogontwikkelde primaat; de onsterfelijke ziel is een flexibel brein en God tenslotte is een concept of fantoom in de taal dat ons denken behekst. Daarover lijkt de tafel van HUMAN het unaniem eens te zijn. Philipp Blom, die een boek schreef over de filosofische salons halverwege de achttiende eeuw, moet zich zeker thuis voelen in dit gezelschap. Hij noemde dit boek ironisch “het verdorven genootschap“, een benaming die rond 1750 serieus bedoeld was, maar die hij nu, bijna strijdbaar, als geuzennaam lijkt te hanteren. In de geest van de door hem zo bewonderde Diderot, spreekt hij graag provocerend en met een brede grijns over de mens als “nieuwsgierig aapje”.

Wat in de tweede helft van de achttiende eeuw maatschappelijk veroordeeld werd als een geheime bijeenkomst van “ongodisten”, is in de eenentwintigste eeuw mainstream geworden: debatteren met de rug naar God toe. Voor de humanisten die op filosofisch niveau van gedachten wisselen over wereldproblematiek is dit net zo vanzelfsprekend als ademhalen. De humanist ziet de mens als maat van alle dingen en erkent geen bovenmenselijk gezag, dus zeker geen Verlosser, laat staan een Wetgever boven de mens. De mens staat er in de kosmos alleen voor. Ondanks al zijn slechtheid waarmee hij zijn medemens, zijn leefmilieu en uiteindelijk zichzelf benadeelt, is hij toch in staat het goede te doen. Dat is het ongegronde optimisme van het humanisme.

HUMAN
tweet van de directeur van het CPB als signaal naar de politiek

De christelijke opvatting dat de mens tot alle kwaad geneigd is en zelfs als hij het goede wil daar toch niet in slaagt, is uiteraard pessimistisch, maar kan wel tot een specifieke inkeer komen, waarbij de mens zijn zoonschap herontdekt en daarmee zijn hemelse Vader (die de Verlichting juist had opgeruimd!) Als voor de humanist het christelijk geloof een wensdenken is, dan is voor de christen het humanisme op zijn minst een krampachtig geloof in de maakbaarheid, waarbij een mensheid die steeds dieper in het moeras wegzakt zich aan zijn eigen haren weer omhoog trekt.

Het debat eindigde aan de buitenkant met eenzelfde vertrouwen als een gesprek tussen evangelicalen, alleen was de hoop niet gevestigd op Jezus, maar op “het flexibele brein” dat mens heet. Door “vreedzaam te vechten” (Huijer) of “een nieuwe voorhoede te vormen die ons kan leiden” (Putter) kan “het flexibele brein” de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw wel aan…

Het Filosofisch Kwintet [ human.nl ]

over the top

gelezen: Trump and truthful hyperbole

The art of the dealOp de blog Talking Philosophy las ik Trump & Truthful Hyperbole. In zijn boek The Art of the Deal (1987) legt Donald Trump uit wat hij met dit begrip bedoelt. Hoewel “de eerlijke overdrijving” net als bijvoorbeeld “het radicale midden” vanuit de logica een onmogelijkheid is, kan het een retorische stijlfiguur zijn waarmee je iets kunt promoten. Reclametaal zit eigenlijk vol hyperbolen en een marketinggenie als Trump weet dat deze door de consument als truthful ervaren worden. Ook al weten we dat een overdrijving per definitie een leugen is, we kunnen er ook van genieten en enthousiast over zijn.

cup noodles times squareZo herinner ik mij het gigantische beker noodles boven op een van de reclametotems rond Times Square in New York. De hyperbool was perfect uitgevoerd: uit de huizenhoge beker met noodles steeg een eveneens huizenhoge damp op, mogelijk van de stadsverwarming. Een geslaagde truthful hyperbole omdat het beeld klopte en de illusie compleet was. Een dampende beker noodles, maar dan wel duizend maten te groot.

Trump weet zoals elke reclamejongen dat de moderne mens geconditioneerd is als een consument en dus reageert als een consument. Marketing behandelt de consument als een verwende koning en zorgt voor vermaak. Heeft hij reusachtige dorst? Dan krijgt hij ook een reusachtige fles Coca Cola. Ook al weet iedereen dat die reusachtige fles een uitvergroting is en dus niet bestaat, we reageren er wél op. Zoals ik ook reageerde op het gigantische beker noodles op Times Square. Wow! En nog warm ook!

Amerikanen hebben met het duo consumentisme en big, bigger, biggest een langere geschiedenis als Europeanen. Al in de negentiende eeuw stonden de Verenigde Staten erom bekend dat alles er groter was dan in de oude de wereld. Ook de superhelden die sinds de jaren dertig verschenen zijn hyperbolen. Ze zijn beslist niet geloofwaardig, maar belichamen toch de truthful hyperbole omdat ze opkomen voor de waarheid en voor gerechtigheid. Amerikanen hebben dus een lange traditie met de overdrijving en ze weten dat het werkt. En daarbij komen we bij een typisch Amerikaans fenomeen: het pragmatisme. Het gaat er niet om of het waar is (want wat is waarheid?), maar of het werkt!

Marketing behandelt de consument als een verwende koning en zorgt voor vermaak. Heeft hij reusachtige dorst? Dan krijgt hij ook een reusachtige fles Coca Cola.
One way to help determine the ethical boundaries of hyperbole is to consider the second concern, namely whether the hyperbole (untruth) is harmless or not. Trump is right to claim there can be innocent forms of exaggeration. This can be taken as exaggeration that is morally acceptable and can be used as a basis to distinguish such hyperbole from lying.
 
Bron: blog.talkingphilosophy.com

Natuurlijk is de eerlijke overdrijving geen Amerikaanse uitvinding en ook geen uitvinding van marketeers. Het bestaat al zolang er propaganda is. Iets mooier maken dan het is of iets overdrijven zijn machtige stijlmiddelen in de propaganda. In de traditionele schilderkunst vinden we vele voorbeelden van de truthful hyperbole. Een van de duidelijkste is het beroemde portret van Napoleon door David. Dit is zo over the top (letterlijk!) en David moet het geweten hebben, ook al is het niet waar, het werkt wél!

David
Jacques-Louis David 1801
Napoleon trekt over de Alpen

Bijna een halve eeuw later schilderde zijn landgenoot Paul Delaroche een portret van Napoleon dat de waarheid veel dichter benadert. Napoleon stak namelijk de Sint Bernardpas over op een ezeltje. David moet dat ook geweten hebben. Maar hij wist ook dat Napoleon zichzelf niet zo wilde zien. Dus blies hij zijn opdrachtgever op tot mythische proporties: we zien een steigerende hengst, die door de wereldgeest in bedwang gehouden wordt.

Delaroche
Paul Delaroche 1850
Napoleon trekt over de Alpen