Categorie archief: filosofie

anti-dogma

Filosofie Scheurkalender 11 maart
“Dogma’s zijn grotere vijanden van de waarheid dan leugens.”
uit: Menschliches, Allzumenschliches (1878)
Friedrich Nietzsche
De werkelijkheid is volgens Nietzsche een onophoudelijk worden en gebeuren; zij is voortdurend in beweging. Dit komt omdat er verschillende krachten op elkaar inwerken en al deze krachten hebben een “wil tot macht”. Met andere woorden: elke kracht wil de boventoon voeren.
In een werkelijkheid met dergelijke krachten is waarheid niets anders dan een machtsgreep: het definieëren van waarheid is bedoeld om de werkelijkheid beheersbaar te maken. Iedereen interpreteert de wereld in het licht van zijn eigen waarden en bedoelingen.
Nietzsche bekritiseert niet dat we met ons denken de wereld naar onze hand zetten. Wat hij bestrijdt is de idee dat onze interpretaties exact corresponderen met de werkelijkheid. Er zijn geen feiten en er bestaat geen objectieve waarheid. Er zijn alleen interpretaties.
De leugenaar is zich bewust van het feit dat hij de werkelijkheid verdraait. Dat is volgens Nietzsche dus geen probleem. De dogmaticus gelooft echter in de absoluutheid van zijn overtuigingen; zijn verdraaiing van de werkelijkheid is dus onbewust. De dogmaticus is volgens Nietzsche een grotere vijand van de waarheid dan de leugenaar, omdat hij ontkent dat waarheid van perspectieven en belangen afhangt.
Claire Polders

Waarheid bij Nietzsche : bestaat niet.
Nietzsche stelt de waarheid beneden de werkelijkheid en benadert deze mechanisch: waarheid is voor hem een instrument om macht uit te oefenen op de werkelijkheid.

Dogma bij Nietzsche: zie boven.
Een objectieve, onafhankelijke waarheid bestaat voor hem niet; hij meent dat waarheid altijd subjectief is omdat deze altijd gekleurd door onze perspectieven en belangen.

Leugen bij Nietzsche: zie boven.
Nietzsche lijkt te ontmaskeren, maar construeert juist een anti-dogma dat de ultieme leugen als waarheid presenteert: ‘God is dood’ en
‘de waarheid bestaat niet’.

leap of faith

Filosofie Scheurkalender van vandaag, 5 maart
over Vrees en Beven van Soren Kierkegaard
Neem toch Uw zoon, Uw enige, die gij liefhebt, Izaak, en ga naar het land Moria, en offer hem daar tot een brandoffer.

Genesis 22:2

tremendum
Rembrandt Het offer van Izaak
In Vrees en beven maakt Soren Kierkegaard onderscheid tussen drie stadia in de menselijke existentie: het esthetische, het ethische en het religieuze stadium. In het eerste stadium is de mens op de afzonderlijke zijnden gericht, in het tweede stadium probeert de mens objectieve regels en principes te vinden en in het derde stadium ziet de mens zich ondergeschikt en schuldig aan de Eeuwige, oftwel God. Het is niet noodzakelijk en zelfs zeldzaam dat een mens het derde stadium bereikt. Een geleidelijke overgang is niet mogelijk, men moet een sprong maken, de beroemde leap of faith.
 
Het religieuze stadium staat op gespannen voet met het ethische stadium, zo laat Kierkegaard zien aan de hand van het verhaal van Abrahams offer. Wanneer Abraham van God de opdracht krijgt zijn enige zoon Izaak te offeren, kan hij hier met niemand over spreken. Men zou hem voor moordenaar uitmaken. In het ethische stadium staat het spreken juist centraal: men moet afspraken maken en verantwoording afleggen. Tegelijkertijd werpt men met het spreken de verantwoordelijkheid juist van zich af door in het publieke domein te treden. De zwijgende Abraham is dus zowel onethisch als ethisch. Dat is volgens Johann de Silentio (het pseudoniem waaronder Kierkegaard Vrees en beven publiceerde) de paradox tussen ethiek en religie.

Een maand na de moord op Theo van Gogh, plaatst de rechtsfilosoof en atheïst Paul Cliteur in Filosofie Magazine van december 2004 Vrees en beven bovenaan in zijn top 5 van gevaarlijke boeken. Zoals we van een redelijk mens mogen verwachten, zegt hij het volgende hierover:

Moest de gelovige Abraham dat nu doen of niet? Het courante antwoord in deze tijd is natuurlijk dat hij dat niet moest doen. Kierkegaard meent echter dat de religieuze plicht van de mens voorafgaat aan zijn ethische plicht. Hier ligt de legitimatie van religieus gemotiveerd terrorisme en fundamentalisme.

Verder lezen: Wim G. Rietkerk, Ik wou dat ik kon geloven over psychische factoren die een belemmering kunnen vormen voor het vertrouwen op God. Kok Voorhoeve, 1994

das ewig weibliche zieht uns hinan

Filosofie Scheurkalender, 25 februari
In Sporen. De stijlen van Nietzsche, uitvoerig geannoteerd door Ger Groot, constateert Derrida dat de Nietzscheaanse vrouw over haar ‘afgrondelijkheid’ een sluier draagt. Haar waarheid – de afgrond die ze verhult – is tegelijk haar schaamte. De mannelijke filosoof is geïntrigeerd door deze verhulling die om een onthulling vraagt; hij vermoedt een ‘diepte’ die hij begeert en vreest. “De vrouw weet echter dat onder haar sluier geen ‘waarheid’ verborgen ligt, geen ‘diepte’, maar een afgrond waarin elke illusie van waarheid verzinkt”, aldus Groot. “Dit geeft haar een mateloze macht over de filososfische waarheidszoeker, die onhandig dingt naar haar gunsten en daarmee een willoos slachtoffer wordt van haar grillen.”

Gelukkig zijn niet alle vrouwen Nietzscheaans.