Categorie archief: 16e eeuw

meesterlijk tekenaar & graveur

gekocht: museumcatalogus over Hendrick Goltzius
Tekeningen, prenten en schilderijen

museumcatalogus Hendrick GoltziusAl eerder schreef ik iets over een methode om dure kunstboeken te verzamelen tegen een derde van de prijs: geduld. Na ongeveer vijf jaar verramsjt Uitgeverij Waanders, dé uitgever van museumcatalogi in Nederland, een deel van haar slechtlopende boeken. Daar zitten vaak juwelen tussen, want wat het grote publiek niet koopt, is zeker niet altijd oninteressant. In september kocht ik bijvoorbeeld de catalogus bij de tentoonstelling over Venetiaanse prenten (2003). Woensdag kreeg ik de catalogus over Hendrick Goltzius in huis die in datzelfde jaar verscheen bij een tentoonstelling van zijn oeuvre in het Rijksmuseum en het Metropolitan Museum. Het is een schitterend boek dat normaal € 58,90 kost en nu verramsjt wordt voor € 19,90.

Hendrick Goltzius verdient veel meer aandacht in ons land. Net als Frans Hals was hij een van de vele immigranten die zich tegen het einde van de zestiende eeuw in Haarlem hadden gevestigd. Hals kwam uit Antwerpen en bracht zijn zuidelijke zwier mee naar de Spaarnestad, Goltzius kwam uit Mülbracht en bracht uit Duitsland een virtuoze precisie mee die aan Albrecht Dürer herinnert. Als Hals, Rembrandt en Vermeer ‘de grote drie’ uit de zeventiende eeuw zijn, dan behoort Hendrick Goltzius wat mij betreft met Jeroen Bosch en Pieter Breughel tot ‘de grote drie’ van de zestiende eeuw. In 1600 toen hij al 42 was, begon hij pas te schilderen, maar evenaarde in zijn schilderijen tot aan zijn dood in 1617 niet het niveau van zijn tekeningen en gravures uit de zestiende eeuw. Daarom zal hij vooral als graficus bekend blijven. Het is een gemiste kans dat er dit jaar geen postzegel is verschenen ter gelegenheid van zijn 450e geboortedag. Hopelijk komt deze er over negen jaar alsnog bij zijn 400e sterfdag.

Hendrick Goltzius was in zijn tijd een internationale beroemdheid. Het meest bekend is hij als maker van maniëristische prenten met gedurfde composities en naakte figuren in elegante houdingen, uitgevoerd in een nieuwe graveertechniek. Behalve als een van de belangrijkste prentmakers geldt Goltzius ook als een van Nederlands beste en meest veelzijdige tekenaars. Pas op latere leeftijd begon hij met schilderen en ook deze werken getuigen van zijn grote talent. Dit is de eerste monografie die zowel werken op papier als schilderijen van Goltzius belicht.
 
Bron: ramsjkrant.nl

Hendrick Goltzius (1558 – 1617) werd geboren in het Duitse Mülbracht (tegenwoordig Bracht) bij Venlo. In 1577 volgde hij de humanistische duizendpoot Dirck Volkertsz. Coornhert, bij wie hij in de leer was, naar Haarlem. In zijn eerste jaren als kunstenaar was hij vooral graveur, eerst naar werken van anderen en daarna in zijn eigen maniëristische stijl, beïnvloed door Bartholomeus Spranger. Samen met Cornelis van Haarlem en Carel van Mander vormde hij een soort Haarlems driemanschap van het maniërisme. Na een reis naar Italiëging hij in een soberder trant graveren. Als graveur muntte hij uit in technische vaardigheid. Omstreeks 1600 begon hij te schilderen. Hij was vooral goed in portretten hoewel hij ook grotere figuurstukken heeft geschilderd.

Bron: nl.wikipedia.org

meester van de lijn | Goltzius [ wga.hu ]

Venetiaanse prenten [ 1 ]

gekocht de tentoonstellingscatalogus: De eeuw van Titiaan
door Gert Jan van der Sman e.a.

De eeuw van TitiaanDe prentkunst maakte in de 16e eeuw een enorme ontwikkeling door en het belang daarvan voor de schilderkunst is moeilijk te onderschatten. Zo hoefde Rembrandt nooit een reis naar Italiëte ondernemen omdat er in zijn tijd een levendige handel in prenten bestond. Hij kon daarom Caravaggio leren ‘kennen’ zonder ooit een schilderij van hem te hebben gezien. Het boek behandelt de periode 1470-1580 waarin aanvankelijk Andrea Mantegna en Albrecht Dürer een grote rol spelen, terwijl in de zestiende eeuw Venetië uitgroeit tot het kloppend hart van de prent- en schilderkunst. De grote Venetiaanse schilder Titiaan (1487 – 1576) bereikte zo’ n hoge leeftijd, dat we kunnen spreken over De eeuw van Titiaan.

De tentoonstellingscatalogus is afgeprijsd van € 34,95 naar € 12,50 (gebonden editie).

Venetiëbehoort in de vijftiende en zestiende eeuw tot de belangrijkste centra van prentproductie in Europa. Na een aarzelend begin komt de graveerkunst al snel tot grote bloei, vooral onder impuls van Andrea Mantegna en Albrecht Dürer. Vanaf 1505-10 richten twee van de meest beroemde Venetiaanse kunstenaars hun aandacht op de grafiek: Giorgione en Titiaan, die op hun beurt invloed uitoefenen op andere kunstenaars. Rond het midden van de zestiende eeuw dient zich een nieuwe generatie peintres-graveurs aan, onder wie Andrea Schiavone en Battista Franco. Tenslotte leveren ook de Venetiaanse prentuitgevers een originele bijdrage aan de ontwikkeling van de Europese prentkunst. Zij brengen in heel Europa prenten in omloop die een combinatie tonen van elementen uit de elitecultuur én uit de volkscultuur. De eeuw van Titiaan geeft een rijk en levendig beeld van de grafische kunsten in Venetiëgedurende de periode 1470-1580, waarbij werken in verschillende technieken (gravures, etsen, houtsneden, pentekeningen) naast elkaar worden getoond.
 
Bron: nnbh.com

Ugo da CarpiClair-obscur houtsnede
Een clair-obscur houtsnede werd gemaakt met behulp van meerdere blokken – één voor de tekening en één, twee of drie voor de kleurnuances – die na en over elkaar op een vel papier worden afgedrukt. De kleur van het papier (doorgaans wit, maar lang niet altijd) speelt eveneens een rol. Zo ontstaan verschillende gradaties van licht en donker. Ugo da Carpi liet het in 1515 voorkomen alsof hij de techniek had uitgevonden, maar het procédé werd in de beeldende kunst voor het eerst in Duitsland toegepast in 1508 door de in Augsburg werkzame schilder en graveur Hans Burgkmair.

Bron: nga.nu

De eeuw van Titiaan [ramsjkrant.nl]

verwrongen bloteriken [2]

Op 27 juni schreef ik hier iets over het maniërisme. Vaak zijn maniëristische schilderijen displays die tot de nok toe gevuld zijn met bodybuilders in allerlei krampachtige houdingen. In de tweede helft van de zestiende eeuw was men daar dol op.

Laatste Oordeel
Michelangelo, Het Laatste Oordeel
in de Sixtijnse kapel (1535-1541) Hoewel Michelangelo tot de hoog-Renaissance behoort, laat hij zich hier zien als zijn eigen navolger, als een maniërist dus.

Met verwonderinghe van al de Weerelt
Doe begaf hy hem voorts te dienen Paus Paulus de derde, voldoende met grooter vlijt het Oordeel, in welck hy eyghentlijck met een groote manier heeft ghelet op de naeckten, te weten, op de schoonheyt, volcomen proportie, en ghestaltenissen der Menschen lichamen, op alderley actituden, hier in allen anderen overtreffende, latende aen d’een sijde de vroylijcke coloreringhe, en ander duysent aerdicheden, die ander Schilders tot vermakelijcken welstandt ghebruycken, en oock eenige gracelijcke inventie in’t ordineren zijnder Historie. (…)
Acht Iaren pijnichde hem Michel Agnolo dit werck te voldoen, het welck van verre en van by hem wel wil laten sien, sonder eenighen welstant te verliesen, en is geweest gheretorqueert, en met artseringen in de diepselen seer net voldaen, niet alleen onder, daer men by can, maer boven in’t opperste, daer ick eens met een langhe leere by gheclommen ben, daer eenen ganck is met yseren leningen. Dit werck worde voldaen, en ontdeckt, Ao. 1541. (ick meen) op eenen Kerstdagh, met verwonderinghe niet alleen van Room, maer van al de Weerelt.

Karel van Mander in zijn Schilderboeck over het Laatste Oordeel van Michelangelo

Grote voorbeeld voor de maniëristen was Michelangelo. Wanneer we de vita lezen van de maniërist Giorgio Vasari valt onmiddellijk op hoeveel bladzijden hij nodig heeft om Michelangelo als een god de hemel in te prijzen. Het genie van Michelangelo had de wereld laten zien dat het menselijk een ruimtelijke vorm is. Net zoals in een 3D-programma ging men de figuren in allerlei posen om de 3 assen draaien. Men maakte er een sport van om het lichaam in een zgn. ‘verkort’ af te beelden.

Het maniërisme werd in de Lage Landen vooral in Haarlem uitgeoefend door Karel van Mander, Hendrick Goltzius en Cornelis Cornelisz. De eerste is tegenwoordig bekender om zijn Schilderboeck, dan om zijn schilderijen. Net als Vasari heeft hij de leven beschreven van schilders. De Haarlemse maniëristen stonden onder invloed van Bartholomeus Spranger uit Antwerpen die met veel succes de maniëristische stijl aan het Praagse hof had geïntroduceerd.

Wtewael
Joachim Wtewael, de zondvloed (1592)
Bloot en beweeglijk: exemplarisch voor het maniërisme.
Joachim Wtewael blonk uit in voorstellingen van mini-formaat waarin nochtans talloze figuren optreden. Deze schilderde hij op een ondergrond van koper dat volkomen glad gepolijst een grote detaillering toeliet. De stevigheid van het materiaal garandeerde bovendien dat de verflaag intact zou blijven. Wie nog twijfels heeft ten aanzien van Wtewaels kwaliteiten zal die beslist moeten laten varen bij het zien van een werk als het „Godenbanket„ dat zich tegenwoordig in een Londense privéverzameling bevindt. Het tafereel van krap vijftien bij twintig centimeter heeft niet echt een pointe, maar barst bijkans van virtuositeit.
 
Recentelijk heeft een belangrijk museum in Amerika maar liefst vijftien miljoen gulden neergeteld voor zo„n minuscuul meesterstuk. Carel van Mander, die Wtewael persoonlijk gekend heeft en in de vroege zeventiende eeuw het eerste Nederlandse kunstgeschiedenisboek publiceerde, schreef dat dergelijke werkjes destijds al onbetaalbaar waren.
 
Bron: avro.nl/beeldenstorm

In Utrecht werkten vooral Joachim Wtewael en Abraham Bloemaert in de (laat-)maniëristische stijl. Deze laatste werkte in het begin van zijn carrière overigens in Gorinchem.

wat is maniërisme?