Categorie archief: religie

Ad Sanctos

gisterenmiddag bezochten we Xanten

Xanten am Niederrhein is het meest bekend vanwege haar vermelding in het Nibelungenlied. Om toeristen te trekken is er niet alleen een Siegfriedmuseum, maar ook een Archeologisch Park. In de Romeinse tijd was hier namelijk een Romeinse nederzetting die deel uitmaakte van de limes langs de Rijn. Maar wij bezochten twee kerken. Allereerst de Dom van Xanten die dit jaar 750 jaar bestaat en gewijd is aan de heilige Victor.

Antoniusaltaar
middenluik van het Antoniusaltar geschilderd door Jan Baegert uit Wesel
ca. 1510 in de Dom van Xanten

De heilige Victor van Xanten is een zogenaamde soldaat-martelaar die leefde in de derde eeuw. Volgens de legende was hij de praefectus cohortis van het Thebaans Legioen dat naar Galliëwas gestuurd om een opstand neer te slaan. Maar omdat hij een Christen was, weigerde hij en zijn legioen in Agaunum (Zwitserland) offers te brengen aan de goden en aan de keizer. Daar stond de doodstraf op en Victor moest met zijn mannen vluchten. Ze gingen noordwaarts langs de Rijn, maar even voorbij Keulen, ter hoogte van Xanten werden ze gevangengenomen. Viktor werd samen met 360 soldaten gemarteld en in het Amfitheater van Birten (bij Xanten) ter dood gebracht. Zo werd hij de patroonheilige van Xanten. De naam van de stad is overigens een verbastering van Ad Sanctos ( ‘Naar de Heiligen’) dat aangeeft dat de stad in de Middeleeuwen al een bedevaartsoord moet zijn geweest. De legende van de heilige Victor en het Thebaanse Legioen werd overgeleverd door bisschop Eucherius van Lyon rond het jaar 450.

XantenNa de 750-jarige Dom bezochten we de Evangelische Kirche van Xanten, met haar karakteristieke witte toren duidelijk in het centrum aanwezig. Het kerkje werd vlak na de Vrede van Münster (1648) gesticht. Het is van binnen mooi kaal. De enige versieringen liggen uitgestald in een vitrinekast naast de ingang. Een zilveren beker uit 1850 die tijdens het avondmaal gebruikt werd en een Bijbel die in 1899 door keizerin Augusta Victoria aan de kerk geschonken werd ter gelegenheid van haar 250-jarige bestaan.

xanten.de

“dat ben ik”

gezien bij VPRO Boeken: Wim Brands en Vonne van der Meer
Het smalle pad van de liefde (2013)

Het smalle pad van de liefde Hegel meende dat de ochtendkrant voor de moderne mens de plaats van het ochtendgebed heeft ingenomen. In het verlengde daarvan zou je kunnen zeggen dat de roman voor de eucharistie in de plaats is gekomen. Zeker als je kijkt naar het boekenprogramma VPRO Boeken dat op 1 september weer van start ging en iedere zondagmorgen tussen 11.20 en 11.50 wordt uitgezonden. Gisteren kwam Vonne van der Meer vertellen over haar nieuwste boek Het smalle pad van de liefde dat afgelopen week verscheen. Naast het verhaal over een buitenechtelijke liefde is het ook een bekeringsverhaal. Een moedig boek, zei Wim Brands, maar voegde er gelijk aan toe: “waarom moet ik dit eigenlijk moedig vinden? Het heeft te maken met de schroom voor het onderwerp.”

Vonne van der Meer vindt het christelijk geloof geen taboe. Want een taboe kun je doorbreken. Maar wanneer iets als achterlijk (of achterhaald) wordt beschouwd, dan is het not done. In combinatie met de spot van Maarten ‘t Hart of de ironie van Gerard Reve wordt het christelijk geloof in de hedendaagse literatuur nog wel getolereerd, maar een ondubbelzinnig bekeringsverhaal is voor de de meeste literatuurrecensenten iets om te negeren of om af te branden. Wim Brands toonde zich oprecht geïnteresseerd voor het boek en voor de bekering van Vonne van der Meer, twintig jaar geleden, al blunderde hij in het begin omdat hij dacht dat de schrijfster onlangs tot het licht was gekomen. In Het smalle pad van de liefde staan een paar gedichten, waaronder “op zekere leeftijd” van de Pools-Amerikaanse schrijver en dichter Czesław Miłosz (1911-2004). Brands las het voor:

Op zekere leeftijd
 
Wij wilden zonden bekennen en er was niemand aan wie.
De wolken wilden ze niet aanhoren, noch de wind
Die een voor een alle zeeën bezoekt.
Het lukte ons niet de dieren te interesseren.
De honden, ontgoocheld, wachtten op een bevel.
De kat, immoreel als altijd, viel in slaap.
Een persoon, ons schijnbaar genegen,
Was niet geneigd te luisteren naar wat vroeger gebeurd was.
Gesprekken met anderen, bij wodka of koffie,
Hoefden we niet te rekken na het eerste signaal van verveling.
Het zou vernederend geweest zijn een man met diploma
Per uur te betalen voor een luisterend oor.
Kerken. Misschien de kerken. Maar wat daar bekennen?
Dat wij onszelf ooit mooi en edel vonden,
Maar dat later, op deze plaats, een afzichtelijke pad
De dikke spleetogen opent
En men weet: „Dat ben ik„
 
Czesław Miłosz

Wanneer zelfkennis en religieus bewustzijn elkaar in een gezegende situatie mogen ontmoeten, groeit er bewustzijn van God. Want waar moeten we naartoe met onze zelfhaat? Wáár kunnen we onze zonden bekennen? Wie kunnen we onze zonden bekennen? Wie is er wit als sneeuw?

Bij Vonne van der Meer ontstond begin jaren negentig ook een soort religieuze nieuwsgierigheid. Ze bekeerde zich – na haar veertigste – tot het katholieke geloof. Sindsdien is religie bij de schrijfster een terugkerend thema. Vaak heel subtiel, zoals in Het smalle pad van de liefde. Terwijl er in de hedendaagse literatuur nog weinig over religie wordt geschreven, heeft het Van der Meer een gebied gebracht waarover ze kan schrijven – zonder dat het een evangelisch traktaat wordt.
 
Bron: boeken.vpro.nl

Evelien de Nooijer las Het smalle pad van de liefde onmiddellijk na het verschijnen en besprak het afgelopen donderdag op haar boekenblog Over boeken enzo.

vonnevandermeer.nl

zijn gelovigen dommer?

gelezen: waarom zijn wetenschappers minder vaak gelovig?
door Stefan Paas en Rik Peels in Geloof en Wetenschap van Forum C

The Independent berichtte op 12 augustus 2013 over een wetenschappelijk onderzoek (Zuckerman, 2013) waaruit moet blijken dat gelovigen minder intelligent zijn dan niet-gelovigen. Religious people are less intelligent than atheists, according to analysis of scores of scientific studies stretching back over decades stond er boven het artikel.

The Independent
The Independent 12 augustus 2013

De volgende dag maakte de atheïst Frank Furedi gehakt van het onderzoek. Atheists are more intelligent than religious people? That’s „sciencism„ at its worst . Als gelovige lijkt mij de uitkomst van het onderzoek echter niet zover naast de waarheid. Het draait erom wat we precies onder intelligentie verstaan. Wanneer we alleen naar analytische intelligentie kijken die we dan vastleggen in het IQ, dan laten we veel buiten beschouwing. Psychologen onderscheiden namelijk ook creatieve, praktische, emotionele en sociale intelligentie.

Gisteren las ik het artikel waarom zijn wetenschappers minder vaak gelovig? van Stefan Paas en Rik Peels in Geloof en Wetenschap van Forum C waarin zij kanttekeningen plaatsen bij het onderzoek van Zuckerman (2013).

Miron Zuckerman en anderen voerden onlangs een meta-onderzoek uit naar 63 studies (daterend van 1928 tot 2012) die de relatie tussen intelligentie en religiositeit onder- zochten (Zuckerman e.a. 2013). Intelligentie werd door de onderzoekers gedefinieerd als “het vermogen om te redeneren, te plannen, problemen op te lossen, abstract te denken, complexe ideeën te begrijpen, snel te leren en te leren van ervaring“. In 53 van de onderzochte studies bleek een (licht maar significant) negatief verband tussen intelligentie en religiositeit. Dat wil zeggen, hoe intelligenter mensen waren, hoe minder religieus. Omdat wetenschappers intelligente mensen zijn, ligt het voor de hand om hier de verklaring te zoeken voor het feit dat zoveel van hen ongelovig zijn.

Paas en Peels blijken mijn vraag ook te stellen: over welke intelligentie heeft het meta-onderzoek van Zuckerberg het eigenlijk? Het gaat inderdaad om analytische intelligentie en creatieve, praktische, emotionele en sociale intelligentie blijven buiten beschouwing. Als je je beperkt tot het IQ, dan geloof ik zeker dat er een verband is tussen analytische intelligentie en atheïsme en agnosticisme. In het Westen zijn we het intellect steeds meer gaan zien als het analytische denken. Maar de menselijke geest is natuurlijk veel meer dan dat. De oorspronkelijke betekenis van het Griekse woord “nous” maakt dit duidelijk.

In Griekse theologische teksten komt het woord “nous” veel voor. In het Engels wordt het woord meestal inadequaat vertaald met “intellect”. Dat is een verschraling van de betekenis. “Mind” zou dichter in de buurt komen maar is ook niet helemaal bevredigend. De beste Nederlandse vertaling vind ik “oog van het hart” omdat dit in één keer duidelijk maakt dat de nous met het hart verbonden is en zich niet beperkt tot ons brein. In het hart is plaats voor intuïtie en voor geloof. “Het hart heeft zijn redenen die de rede niet kent”, houdt Pascal ons nog altijd voor. Als je de nous buiten beschouwing laat en je vernauwt de geest tot analytisch denken, dan heb je wetenschappelijk onderzoek nodig om te bewijzen dat niet-gelovigen een hoger IQ hebben dan gelovigen. Paas en Peels:

Het lijkt er dus op dat mensen die sterk leunen op een bepaalde cognitieve stijl, minder vatbaar zijn voor (algemeen gedefinieerd) religieus geloof. Bovendien kunnen een langdurige training van ons analytische cognitieve systeem en een voortdurende argwaan tegen ons intuïtieve systeem eroderend werken op een eventuele religieuze aanleg of zelfs leiden tot het verlaten van religieus geloof. Dat zou heel goed (gedeeltelijk) kunnen verklaren waarom wetenschappers veel vaker ongelovig zijn dan andere mensen. Wetenschappelijke activiteit staat op gespannen voet met religieus geloof, niet omdat de wetenschap zou leiden tot resultaten die het bestaan van God weerleggen, maar omdat wetenschappelijke activiteit zorgt voor een voortdurende, eenzijdige prikkeling van ons cognitieve systeem. Wetenschappers zijn als topsporters: ze trainen onophoudelijk bepaalde eigenschappen van zichzelf. Daardoor zijn ze in staat tot bovengemiddelde prestaties, maar ze zijn ook kwetsbaarder voor blessures.

Tenslotte wordt in dit artikel ook de invloed van socialisering op onze manier van denken niet over het hoofd gezien:

De waarden die op scholen worden overgedragen zijn in hoge mate die van de bovenlaag van de samenleving (Hyman, Wright 1979). Aangezien juist de bovenlaag in het westen (zowel in Europa als in de Verenigde Staten) van oudsher vrijzinnig is georiënteerd, ligt het voor de hand dat het hoger onderwijs jongeren bij uitstek socialiseert in seculiere waarden. Juist hoger opgeleiden oriënteren zich graag omhoog; zij richten zich op die waarden die hun maatschappelijk succes beloven. Dat hoger opgeleiden vaker niet religieus zijn, hoeft dus niet zozeer een gevolg te zijn van intellect en kritisch denken, maar juist van sociale aanpassing aan de waarden van de maatschappelijke bovenlaag.
Aangezien juist de bovenlaag in het Westen van oudsher vrijzinnig is georiënteerd, ligt het voor de hand dat het hoger onderwijs jongeren bij uitstek socialiseert
in seculiere waarden.

Stefan Paas en Rik Peels

geloofenwetenschap.nl