Categorie archief: religie

wereldverbeteraars [ 2 ]

gelezen in: Aardse Machten van Michael Burleigh (2005)
over utopisten uit de 19e eeuw: Comte (1798-1757)
 

Utopisten in de negentiende eeuw waren idealisten die meenden dat de volmaakte maatschappij bestond. Hun ideeën hoefden “alleen maar” in praktijk gebracht te worden! Twijfel aan zichzelf leken ze niet te kennen. Bescheidenheid evenmin. De nieuwe mens, de nieuwe religie en de nieuwe wereld begon voor utopisten in hun eigen hoofd. Verblind door een naïef geloof in de vooruitgang en de goedheid van de mens, zagen ze aan de horizon hun schitterende visioen. En alles wat hun utopie in de weg stond, werd gezien als kwaad. Dat kwaad projecteerden ze buiten zichzelf in de oude maatschappij, die tot een nieuwe wereld omgevormd moest worden. Utopisten werden zo de wegbereiders van de totalitaire ideologieën uit de twintigste eeuw.

Auguste Comte“Als jullie nu allemaal even naar mij luisteren en doen wat ik zeg, dan zal alle ellende uit de wereld verdwijnen!” Dit is waarschijnlijk de kortste samenvatting van het evangelie van de utopist. Voorzien van een blinde vlek voor het kwaad in zichzelf kan de utopist compleet overtuigd zijn van de oorspronkelijke goedheid van de mens. De wereldverbeteraar is een idealist, geen realist. Vaak heeft hij daarom iets met wiskunde, het terrein van het ideële bij uitstek. En met organisatie en planning. Zo ook Auguste Comte (1798-1857). Tussen zijn 19e en 26e (1817-1824) was hij de secretaris van Claude Henri de Saint-Simon (1760-1825) en werd hij gevormd door het utopische socialisme van zijn leermeester. Elke tekst die Comte schreef, moest hij ondertekenen met de naam van zijn meester. In 1824 sloeg hij zijn vleugels uit en brak hij met Saint-Simon. Vanaf dat moment noemde hij zijn leermeester “een ontaarde charlatan”.

Evenals Saint-Simon zou zijn leerling eindigen met het stichten van een pseudo-religie. Tussen 1851 en 1854 publiceerde hij een vierdelig sociologisch werk waarmee hij de basis legde voor zijn Religie van de Mensheid. Volgens Comte vormde deze een derde weg tussen christelijke theologie en abstract rationalisme. De betekenis van Auguste Comte ligt vooral in zijn rol als grondlegger van het positivisme en als munter van het begrip “sociologie”. Het motto van zijn positivisme L’amour pour principe et l’ordre pour base; le progrès pour but” (“Liefde als principe en orde als basis; vooruitgang als doel”) leeft voort in de vlag van Brazilië met het opschrift Ordem e Progresso.

de vlag van Brazilië
het utopisme van Comte is nog altijd springlevend in de vlag van Brazilië:
Ordem e Progresso
Uiteindelijk is Comtes ideaal van maatschappelijke orde zijn werk zo sterk gaan beheersen dat het religieuze trekken kreeg. Hij ontwierp een Religie der Mensheid en kroonde zichzelf tot hogepriester. De Religie der Mensheid kaderde zijn streven in naar maatschappelijke orde, dat op treffende wijze uitgedrukt wordt in zijn devies “Orde en vooruitgang”. Volgens Comte ligt de grondslag van iedere maatschappelijke orde immers in een gemeenschappelijk stelsel van opvattingen en ideeën. Hij beschouwt dat stelsel als de “lijm” waarmee afzonderlijke delen van de maatschappij (gezin, kerk, staat) door consensus aan elkaar vastplakken.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Aardse Machten [ debezigebij.nl ]

wereldverbeteraars [ 1 ]

gelezen in: Aardse Machten van Michael Burleigh (2005)
over utopisten uit de 19e eeuw: Saint-Simon (1760-1825)
 

Utopisten in de negentiende eeuw waren idealisten die meenden dat de volmaakte maatschappij bestond. Hun ideeën hoefden “alleen maar” in praktijk gebracht te worden! Twijfel aan zichzelf leken ze niet te kennen. Bescheidenheid evenmin. De nieuwe mens, de nieuwe religie en de nieuwe wereld begon voor utopisten in hun eigen hoofd. Verblind door een naïef geloof in de vooruitgang en de goedheid van de mens, zagen ze aan de horizon hun schitterende visioen. En alles wat hun utopie in de weg stond, werd gezien als kwaad. Dat kwaad projecteerden ze buiten zichzelf in de oude maatschappij, die tot een nieuwe wereld omgevormd moest worden. Utopisten werden zo de wegbereiders van de totalitaire ideologieën uit de twintigste eeuw.

Aardse MachtenNergens vermengde religie en politiek zich zo sterk als in het utopisme van de vroege negentiende eeuw. Michael Burleigh behandelt in het zesde hoofdstuk van Aardse Machten drie utopisten: Claude Henri de Saint-Simon, Auguste Comte en Charles Fourier. Om in de hemel op aarde te geloven en in de goedheid van de mens, moet je naïef zijn, een beetje gek, of je moet vóór 1914 geleefd hebben en de catastrofe van de wereldoorlogen niet gekend hebben. De utopisten uit de eerste helft van de negentiende eeuw voldeden aan deze criteria.

Als mij tot nu toe één ding duidelijk is geworden na het lezen in Aardse Machten, dan is het wel dat de “lange negentiende eeuw”, de tijd tussen de Franse Revolutie en de Eerste Wereldoorlog, de voedingsbodem is geweest voor de totalitaire regimes van de twintigste eeuw. Ondanks allerlei stormachtige ontwikkelingen in de maatschappij, wetenschap en techniek, was er een constante in de negentiende eeuw: een blijmoedig geloof in de vooruitgang. Doordat wetenschap en techniek economische voorspoed met zich meebrachten, was er een grenzeloos optimisme over de menselijke mogelijkheden. Terwijl het christelijk geloof als een rem op de vooruitgang werd gezien, werd de wetenschap bejubeld als de motor van alles.

Terwijl het christelijk geloof als een rem op de vooruitgang werd gezien, werd de wetenschap bejubeld als de motor van alles.

In het laatste decennium van de achttiende eeuw probeerden Jacobijnen het christelijke geloof te vervangen door een artificiële religie, waarin de dienst aan het Opperwezen de plaats moest innemen van de heilige Mis. Napoleon zag al snel dat dit een doodlopende weg was, omdat de meeste Fransen trouw bleven aan de christelijke traditie. Toen een revolutionaire voorstander van de nieuwe religie eens een keer aan Talleyrand om advies vroeg bij het werven van bekeerlingen, antwoordde deze fijntjes: “Ik raad u aan u te laten kruisigen en op de derde dag weer te verrijzen.” Hiermee vatte hij perfect samen wat er mis was met de surrogaat-religie: Christus ontbrak.

Claude Henri de Saint-SimonUtopisten waren vaak messiaanse figuren die Christus probeerden te imiteren. Een ervan was Claude Henri de Saint-Simon. Hij stond niet direct afwijzend tegenover het christelijk geloof, maar probeerde het stiekem toch te vervangen door zijn eigen leer, het saintsimonisme . In zijn laatste levensjaren werd hij daar steeds duidelijker in. Hij wilde de stichter zijn van een “nieuw christendom”. Het moest een wereldomvattende religie zijn dat in totalitarisme vooruit liep op het communisme en fascisme. Saint-Simon wilde een nieuwe wereldorde en zag zichzelf als de messias: “De rol van de praters nadert zijn einde, en het zal niet lang meer duren voor die van de doeners zijn intrede doet.” Je zou hem een proto-communist of een proto-fascist kunnen noemen. Dat de sovjets in hem een voorloper zagen, bewijst de obelisk die ze in Moskou ter ere van Saint-Simon hadden opgericht.

Het utopisme van Saint-Simon kenmerkt zich door een onwankelbaar geloof in de wetenschap en zijn leerling Auguste Comte zal dit van hem overnemen. Saint-Simon erkende het belang van vrijhandel en een efficiënte infrastructuur voor een ideale samenleving. Kanalen en wegen zouden de wereld voor de handel ontsluiten. De opkomst van de spoorwegen zou hij niet meer meemaken, maar op dit punt had Saint-Simon een vooruitziende blik. Tussen 1830 en 1850 zou de wereld door een netwerk van spoorlijnen en telegraafverbindingen ingrijpender veranderen dan in de drie eeuwen daarvoor. Als kind van de Franse Revolutie geloofde hij in de verheffing van het volk door kunst en cultuur. In zijn ideale maatschappij zouden de Academie van de Rede en de Academie van het Gevoel het volk opvoeden tot ideale burgers.

Félicien David
de componist Félicien David
door Raymond Bonheur (1832)

Na zijn dood in 1825 vormde zijn trouwe discipel Barthélemy Prosper Enfantin de leer van zijn meester om tot een religieuze sekte. In Ménilmontant werd een commune gesticht, waar de volgelingen van Saint-Simon als pseudo-monniken leefden. Ze droegen een speciaal uniform dat alleen van achteren kon worden vastgemaakt. Dat speelde een rol in een ritueel om de wederzijdse afhankelijkheid te benadrukken. De schilder Raymond Bonheur maakte een portret van de componist Félicien David in zijn saintsimonistische “monniksgewaad”.

Aardse Machten [ debezigebij.nl ]

Aardse Machten [ 3 ]

gelezen in: Aardse Machten van Michael Burleigh (2005)
over Giuseppe Mazzini (1805-1872) en Giovane Italia

Aardse MachtenIn het vijfde hoofdstuk van Aardse Machten kijkt Michael Burleigh naar de liberale bewegingen die tijdens de Restauratie overal in Europa ontstonden. Meestal werden ze door het repressieve systeem van Metternich dat sinds het Congres van Wenen (1814-1815) de nieuwe orde in Europa bepaalde, snel de kop ingedrukt. Nadat Napoleon verslagen was, vestigden zich in Europa overal monarchistische dictaturen. Liberalen en republikeinen die tussen 1789 en 1815 aan de vrijheid hadden geroken, moesten hun droom van een vrije natiestaat in het verborgene met elkaar delen. Er ontstonden zo geheime genootschappen. Het oudste republikeinse genootschap noemde zich carbonari en was al in 1802 in Italiëontstaan uit de vrijmetselarij. Deze groepering streefde naar eenwording van het Italiaanse schiereiland en luidde de Risorgimento in.

Na een mislukte liberaal-nationalistische opstand in Napels in 1820-21 worden de carbonari overal vervolgd en velen van hen vluchten naar het buitenland. Pas tien jaar later volgt een tweede opstand, ditmaal in Romagna, Parma en Modena, vazalstaten van Oostenrijk. Ook nu herstelt het Oostenrijkse leger de orde weer. Een van de opstandelingen is Giuseppe Mazzini, die in 1831 de beweging Giovane Italia zal oprichten. Het mengsel tussen politiek en religie, waar Aardse Machten over gaat, is nergens zo bedwelmend als bij Giuseppe Mazzini en zijn Giovane Italia. Zijn geschriften zijn doorspekt met religieuze retoriek als apostolaat, overtuiging, credo, enthousiasme, geloof, martelaarschap, missie, loutering, wedergeboorte, heilig, offer, redding, etc..

martelaars
De Restauratie (1815-1848) was in feite een wrede monarchistische dictatuur. Italianen die Mazzini’s geschriften lazen, werden vaak zonder pardon doodgeschoten.
Mazzini probeert zijn volgelingen te leiden met een kracht die zij al in zich hebben. Het moet gezegd dat zijn aanhangers die stierven voor de zaak, dat deden met zoveel moed en zoveel toewijding dat ze doen denken aan de eerste martelaren van het christendom.

uit: Noi Credevamo

Tegenwoordig doet de taal van Mazzini ons denken aan die van moslimfundamentalisten. Ook de Italiaanse republikeinen van Giovane Italia voerden een heilige strijd. Zoals het met een heilige strijd altijd gaat, wordt elk slachtoffer automatisch martelaar. Anna Banti begint haar roman noi credevamo (“wij geloofden”) met drie vrienden in het Koninkrijk der beide Siciliën die in 1831 trouw zweren aan Giovane Italia. We zien hoe hun levens bepaald worden door de heilige strijd. De eerste gaat deze strijd te ver. Voor de tweede gaat het nog lang niet ver genoeg. De derde wordt gelouterd door jarenlange opsluiting in Montefusco. Toch blijft het vuur van de revolutie in hem branden en in 1860 sluit hij zich aan bij de roodhemden van Garibaldi.

Het optreden van de Carbonari kwam voor het eerst aan het licht in het Koninkrijk Napels rond 1815. Hierbij richtten zij zich tegen de Franse overheersing onder het bewind van Napoleon Bonaparte. Na de val van Bonaparte richtten zij zich meer op het nationalistische gevoel en bestreden zij ook de Oostenrijkse invloed binnen de Italiaanse gebieden. In 1820 dwongen zij koning Ferdinand I van de Beide Siciliën een constitutionele monarchie af te kondigen. Dit succes bracht Carbonari in het koninkrijk Sardiniëertoe dezelfde eis aan koning Victor Emanuel I voor te leggen, die hierop besloot af te treden ten gunste van zijn broer Karel Felix. Beide politieke omwentelingen waren slechts van korte duur doordat met hulp van de legers van de Heilige Alliantie –Rusland, Oostenrijk en Pruisen- de opstanden onderdrukt werden en de situatie van vóór 1820 weer hersteld werd. Hierop besloten verschillende Carbonari het land te ontvluchten en zich vooral in Frankrijk te vestigen.
 
Giuseppe MazziniBij het uitbreken van de Julirevolutie in 1830 te Frankrijk, die zich richtte tegen koning Karel X, waren ook de Carbonari actief. Het succes dat geboekt werd, was aanleiding om te geloven dat soortgelijke opstanden ook mogelijk moesten zijn in Italië. Begin 1831 slaagden de Carbonari er dan ook in verschillende steden binnen de Kerkelijke Staat los te maken van het pauselijk bestuur en er een tijdelijke republiek te vestigen. Op aandrang van paus Gregorius XVI waren het opnieuw de Oostenrijkse legers die ingrepen en de opstand neersloegen. Hierop volgden grootschalige vervolging van de Carbonari waardoor veel leden besloten uit te treden en toe te treden tot een nieuwe beweging, Giovane Italia (Jong Italië), geleid door de Vrijmetselaar Giuseppe Mazzini.
 
Bron: nl.wikipedia.org

150anni-lanostrastoria.it