Categorie archief: film

de laatste der Mohikanen

gezien op WDR: The Last of the Mohicans (1992)

The Last of the MohicansIn 1826 verscheen de klassieker The Last of the Mohicans van de Amerikaanse schrijver James Fenimore Cooper (1789-1851). Hij was de zoon van een rechter, William Cooper die in 1785 de stichter was van Cooperstown in de staat New York. Het ligt zo’n honderd kilometer oostelijker dan Albany in een gebied waar de Engelsen en de Fransen elkaar tijdens de Vierde Franse en Indiaanse Oorlog (1754-1763) flink in de haren zaten. In 1763 moest Frankrijk met de ondertekening van het Vrede van Parijs afstand doen van al zijn bezittingen in Noord-Amerika ten oosten van de Mississippi.

Zo namen de Engelse kolonisten de Franse gebieden over en begonnen deze te koloniseren. Cooperstown (1785) was een van de vele nieuwe nederzettingen in de Verenigde Staten die in 1783 officieel onafhankelijk waren geworden. De beroemdste zoon van Cooperstown is waarschijnlijk de schilder Samuel B.Morse (1791-1872), die echter bekender is geworden als uitvinder van de telegraaf en als naamgever van het Morse alfabet. De schrijver James Fenimore Cooper was twee jaar ouder en moet Morse goed gekend hebben. In zijn jeugd zal Cooper zeker veel gehoord hebben over de Franse en Indiaanse Oorlog.

Fort William Henry
Fort William Henry aan Lake George

Een van de aangrijpendste gebeurtenissen was de overgave van Fort William Henry aan Lake George ten noorden van Albany. Het was in 1755 door de Engelsen gebouwd om de frontier te beschermen tegen de Franse indringers. In de zomer van 1757 werd het belegerd door de Franse commandant Louis-Joseph de Montcalm. De Britse officier George Monroe die de leiding had over Fort Henry was niet opgewassen tegen de Franse overmacht. Hij vroeg versterking bij het nabijgelegen Fort Edward en zond een koerier. Op de terugweg werd het antwoord vanuit Fort Edward door de Fransen onderschept. Fort Henry was nu op zichzelf aangewezen en kon geen stand meer houden. De Fransen boden Monroe vrije aftocht aan. De Engelsen konden weinig meer dan dit aanbod accepteren. Op de terugtocht naar Fort Edward werden ze door wraakzuchtige indianen aangevallen.

The Last of the Mohicans
Thomas Cole 1826
A Scene from The Last of the Mohicans

Over deze episode uit de Franse en Indiaanse Oorlog moet Cooper in zijn geboortestreek vaak verhalen gehoord hebben. Bijna zeventig jaar na de gebeurtenissen, kwam hij met zijn geromantiseerde verhaal, waarin de twee dochters van Monroe, Cora en Alice , een belangrijke rol spelen. Waarschijnlijk hebben Cora en Alice nooit bestaan. In de Verenigde Staten zijn het bekende romanfiguren.

The Last of the Mohicans werd onmiddellijk een succes. Thomas Cole (1801-1848), de vader van de Hudson River School schilderde kort na het verschijnen van het boek in 1826 vier schilderijen die episodes uit Cooper‘s roman illustreren.

The Last of the Mohicans
Thomas Cole 1827
Cora Kneeling at the Feet of Tanemund
In 1826, the same year that Last of the Mohicans was first published, Cole painted his first landscape based on the popular narrative, Landscape with Figures: A Scene from “The Last of the Mohicans.”1 In the story, the scout Hawkeye infiltrates the camp of the Delaware‘s in the attempt to save Cora and Alice Munroe. But Cora is condemned to go with the treacherous Magua back to the Huron camp. In his 1826 painting, Cole paints the final climatic scene. En route with Magua, Cora, finally exclaims to her captor, “Kill me, if though wilt, detestable Huron, I will go no farther!” At this point, the Mohican Uncas appears, “leaping frantically, from a fearful height upon the ledge. Magua recoiled a step, and one of his assistants, profiting by the chance, sheathed his own knife in the bosom of the maiden.” Uncas becomes maddened by the murder of Cora, and is then killed by Magua. Hawkeye arrives just as Magua is clinging to a precipice, having attempted his escape by leaping over a chasm and falling short. Standing over the bodies of Uncas and Cora, Hawkeye shoots Magua.
 
Bron: external.oneonta.edu

En de film uit 1992? Dat is een typisch product uit de jaren negentig met veel glamour. Cake-and-eat-it. Het originele verhaal wordt evenveel geweld aangedaan als de slachtpartijen in de film laten zien. Dit is geen romanverfilming meer, maar een MTV-clip gebaseerd op het boek. Amerikanen vonden in 1992 de film in ieder geval leuk om naar te kijken. Het werd een van de grote kassuccessen dat jaar.

This is the MTV version of gothic romance, a glam-opera of rugged, pretty people from long ago. (…) Besides, novelist Cooper’s vividly drawn savages and frontiersmen were hardly the stuff of hard-nosed realism. This movie is the Cooper pulp of its day.

Desson Howe, Washington Post

The Last of the Mohicans [ en.wikipedia.org ]
bespreking van Desson Howe in de Washington Post, september 1992

Fantômas 1913-2013

gezien op Arte: Fantômas – á l’ombre de la guillotine (1913)
met filmscore van Tim Hecker (2013)

Fantômas De Frans-Duitse zender Arte is het filmmuseum onder de omroepen. Nederlandse zenders programmeren tegenwoordig geen films meer die ouder zijn dan vijfentwintig jaar. Canvas en BBC2 zenden wekelijks nog een klassieker uit gemaakt in de periode 1930-1980. Alleen Arte programmeert af en toe nog een zwijgende film, niet alleen uit de jaren twintig, maar ook van vóór 1920 en zelfs van vóór de Eerste Wereldoorlog.

Vóór 1914 was film vooral een Frans fenomeen. Film en movie hadden het mooie Franse woord cinema nog niet verdrongen. Cinema is tenslotte net als fotografie een Franse uitvinding. Dat Amerika (lees: Hollywood) Europa zou gaan overvleugelen, heeft alles te maken met de Eerste Wereldoorlog. Behalve de wapenindustrie kwam in Europa alles op zijn gat te liggen, ook de filmindustrie. Toen Europa weer opkrabbelde, hadden de Verenigde Staten zo’n voorsprong opgebouwd, dat de Europese filmindustrie in de schaduw van Hollywood zou blijven. Talloze Europese regisseurs en filmsterren vertrokken tussen 1920 en 1940 naar Hollywood.

Fantômas
stills uit Fantômas (1913)

In de nacht van zaterdag op zondag zond Arte de Franse film Fantômas – á l’ombre de la guillotine uit. Deze film was honderd jaar geleden een enorm succes. Er zouden nog vier films met Fantômas volgen, elk met een lengte van 54 tot 90 minuten. Het was een filmfeuilleton naar de gelijknamige romans van Louis Feuillade. Zelfs de grootste bioscoop ter wereld, het Gaumont Theater in Parijs met 3400 zitplaatsen, kon de enorme belangstelling niet aan.

Volgens sommige critici had de populariteit van Fantômas alles te maken met de zogenaamde Bonnot bende, een anarchistische groepering die in 1911 en 1912 in Frankrijk en België roofovervallen pleegde. De politie stond machteloos tegenover deze bende omdat deze gebruik maakte van automatische geweren. Net als de bende van Nijvel zeventig jaar later, verspreidde Jules Bonnot en zijn bende terreur in de Frans-Belgische grensstreek.

Gaumont
het Gaumont Theater in Parijs was vlak vóór de Eerste Wereldoorlog de grootste bioscoop ter wereld.

Omdat Fantômas zijn honderdste verjaardag viert, maakten vijf componisten in opdracht van ZDF/ARTE een filmscore bij de vijf de episodes uit 1913 en 1914. Tim Hecker schreef de muziek bij Fantômas – á l’ombre de la guillotine. Amiina, Yann Tiersen, Loney Dear en James Blackshaw componeerden de score voor de andere vier delen.

Die neue Filmmusik entstand 2013 im Auftrag der Filmredaktion von ZDF/ARTE, die schon länger die Idee hatte, mit einer langen Filmnacht im Châtelet 100 Jahre Fantômas zu feiern. Die Musiker konnten sich jeweils einen Film zur musikalischen Bearbeitung aussuchen, ihre Filmmusiken wurden von Yann Tiersen soweit aufeinander abgestimmt, dass sich – wie in der Filmserie – einige musikalische Muster in allen Episoden wiederfinden. Die wichtigsten Motive für die drei Protagonisten Fantômas-Juve-Fandor und für wiederkehrende Schlüsselszenen stammen ohnehin von ihm und wurden zu Beginn der Arbeit an alle Bands als Ausgangsmaterial geschickt.

Bron: fantomas.arte.tv

Fantômas [ imdb.com ] | Fantômas op Arte [ arte.tv ]

ode aan de zwijgende film

donderdag gezien op televisie: The Artist (2011)

The ArtistIn november 2011 zagen we in een zaaltje van het plaatselijke filmhuis The Artist. Oude tijden herleefden. Aan het begin van The Artist kijk je in een gigantische bioscoopzaal met duizenden mensen die tot hoog in de opeengestapelde balkons zitten en betoverd zijn door het nieuwe medium. Vanuit de orkestbak knalt en spettert het koper tegen het witte doek. In de eerste vijf minuten van The Artist weet je het al: net als Cinema Paradiso is dit een ode aan de film, de zwijgende film.

Op 2 januari was de Oscarwinnaar uit 2012 voor het eerst op televisie te zien en ik keek voor de tweede maal. Uiteraard een heel andere ervaring dan in de bioscoop, maar toch, als je er eenmaal ergens ingezogen wordt, maakt het weinig meer uit waar je bent.

Hoofdrolspeler Jean Dujardin won de Academy Award voor de beste acteur. Het is uniek dat een acteur een oscar wint voor een manier van acteren die al tachtig jaar achterhaald is. Minstens zo uniek is het dat een geluidsloze zwart-witfilm in de eenentwintigste eeuw de oscar voor de beste film wint. Natuurlijk omdat het verdiend is. Maar het komt ook omdat we in het retrotijdperk leven. Na het modernisme is alles mogelijk en mag er eindeloos op het verleden gereflecteerd en met het verleden gespeeld worden.

The Artist blijft consequent de tijdgeest van 1930 volgen, maar dankzij digitale filmtechnieken gebeuren er ook dingen die in 1930 technisch onmogelijk waren. In films als Der die Tollkirsche ausgräbt (2006) en La Antena (2007) zag je dit ook al. Retro-cinematografisch waren die films dik in orde. Maar in The Artist klopt echt alles. Net als bij een platonisch lichaam kun je vanuit elke hoek zien dat het om een perfecte constructie gaat, met als kostbare kern een tragikomisch liefdesverhaal á la Chaplin. Dialogen, acteer- en camerawerk, art direction en geluid worden allemaal op de juiste plaats gehouden. Een hele prestatie van regisseur Michel Hazanavicius die hiervoor een oscar won.

The Artist [ imdb.com ]