Categorie archief: film

de strijd om het bestaan

dinsdagnacht op Arte: The Silent Enemy (1930)

The Silent EnemyArte is samen met Canvas en de BBC een van de weinige zenders die nog klassieke films van vóór 1970 uitzendt. Op zondagmiddag zendt Canvas vaak een klassieker in zwart-wit uit en Arte laat af en toe op een dinsdagnacht een stummfilm zien. Afgelopen dinsdagnacht nam ik The Silent Enemy op. Deze film is veel minder bekend dan de vergelijkbare film Nanook of the North uit 1922. The Silent Enemy verscheen in 1930, een ongelukkig moment want het grote publiek keerde de stille film massaal de rug toe. De geluidsfilm was inmiddels doorgebroken en films zonder geluidsspoor waren stomme films geworden. De Talkie bleek in 1930 de grote vijand van The Silent Enemy.

Net als Tabu: a story from the South seas (1931) van F. Murnau is The Silent Enemy een kruising tussen een speelfilm en een etnografische film. Het is een echte indianenfilm waar niet één blanke acteur in meespeelt. Het verhaal speelt zich namelijk af in het pre-Columbiaanse Canada. We hebben nog wel eens de neiging om de Noord-Amerikaanse indianen en hun cultuur te idealiseren. Met de komst van de Europeanen zouden ze uit het aardse paradijs gejaagd zijn. Maar deze film laat zien dat het pre-Columbiaanse Amerika alles behalve een paradijs was. De strijd om het bestaan was bikkelhard. De nomadische volkeren die leefden van de jacht hadden één gemeenschappelijke vijand. Honger.

The Silent Enemy laat zien dat het pre-Columbiaanse Amerika alles behalve een paradijs was. De strijd om het bestaan was bikkelhard.

The Silent EnemyVerdeeldheid binnen de stam moest door het opperhoofd worden bezworen. De medicijnman (of sjamaan) had veel macht binnen de stam omdat de jachtgronden, die de koers van de stam bepaalden, meestal in een visioen aan hem werden geopenbaard. In het verhaal van The Silent Enemy gaat het over een machtsstrijd tussen de medicijnman Dagwan en het opperhoofd Baluk. Je kunt hier het westerse conflict tussen Kerk en Staat in zien. Als één verliest, moet hij geofferd worden. Er wordt een brandstapel opgericht voor de zondebok. The Silent Enemy geeft een indrukwekkend inkijkje in het rauwe leven van de Ojibways, een natuurvolk dat beslist niet uit nobele wilden bestond. Met hun brandstapels kenden ze dezelfde wreedheid als de Jezuïeten die als etnografen avant la lettre hun leven optekenden.

“Dieser Film hier ist die Geschichte meiner Leute. Ich spreche für sie, weil ich eure Sprache spreche. Im Anfang gab uns der Große Geist dieses Land. Unser war das Jagdwild. Wir waren glücklich, wenn es reichlich Wild gab. In Jahren der Hungersnot litten wir. Bald werden wir verschwunden sein. Eure Zivilisation wird uns vernichtet haben. Aber durch euren Zauber werden wir ewig leben. Dank diesen weißen Männern! Sie haben uns geholfen, den Film zu machen. Sie sind in unseren Wald gekommen. Sie haben unsere Not mit uns geteilt. Sie haben unseren Alten an den Lagerfeuern zugehört. Wir haben ihnen die Geschichten erzählt wie unsere Großväter sie uns überliefert haben. Deswegen ist dieser Film Wirklichkeit.” (proloog van Chief Yellow Robe)

The Silent Enemy
The Silent Enemy opens with the only spoken word dialogue in the picture, an introduction by Souix Chief Yellow Robe, who plays the part of Chetoga, the tribe leader. Here, he asks the audience not to look on them as actors, but instead as a people revisiting their heritage and lifestyle. We meet his tribe of Ojibways, camped on the banks of a river where they have spent the last six years. From the stories of their ancestors, the seventh year has been one of famine, and the lack of game in the area has their best hunter Baluk (Chief Buffalo Child Long Lance) advising that they should move north, to where the caribou run, if they want to survive the winter. Their medicine man, Dagwan (Chief Akawanush), has other ideas, most of them self-serving, as he tries to berate Baluk in the eyes of his people, in the hopes of gaining the chief’s daughter Neewa (Spotted Elk) as his bride. Despite his luck at hunting a deer, Dagwan’s bid for the tribe to remain where they are is overturned by the tribal council, and they pack up and head to the north, though it will not be an easy journey. Food is scarce, and the pervading hunger continues to plague the tribe. As we move deeper into winter, the starvation and effects of travel begin to take their toll, and casualties begin to mount. The deception of Dagwan continues to keep things tense among the tribe, and the chief offers himself as a sacrifice to the Great Spirit by fasting alone in the forest until his people are once again fortuitous in their hunting. Along the way we witness many tribal customs which enrich the piece, and when one takes into account the efforts involved to capture these images, the results are truly amazing.
 
Bron: youtube.com

The Silent Enemy (arte.tv/de/)

de moeder van alle avonturenfilms

zondag gezien op Een: The Treasure of the Sierra Madre (1948)

Sierra MadreDe avonturenfilms van Indiana Jones zijn een hommage aan de klassieke avonturenfilm uit Hollywood. Steven Spielberg en George Lucas lieten zich beïnvloeden door films als King Solomon’s Mines (1950) en The Naked Jungle (1954). Zondag keek ik naar The Treasure of the Sierra Madre (1948). Deze film heeft een hoog Indiana Jones-gehalte, maar eigenlijk kun je beter zeggen dat er in Indiana Jones een hoog Treasure of the Sierra Madre-gehalte zit. De bombastische muziek van Max Steiner maakt de avontuurlijke sfeer compleet.

De hoofdrol wordt gespeeld door Humphrey Bogart. Regisseur John Huston maakte in 1941 al een andere klassieker met hem. In The Maltese Falcon speelde Bogie de privédetective Sam Spade, een rol die hem op het lijf geschreven was. Een jaar later prolongeerde hij als Rick Blain in Casablanca (1942) zijn karakter als de cynische looner met weinig woorden. En in The Big Sleep (1947) was hij opnieuw een hardboiled detective, ditmaal Philip Marlowe.

Sierra Madre
The Treasure of the Sierra Madre

Maar in 1948 werd hij door de regisseur van The Maltese Falcon in een totaal andere rol neergezet. In The Treasure of the Sierra Madre speelt hij Fred C. Dobbs, een stoffige goudzoeker die in de ban raakt van hebzucht, achterdocht en paranoia. Het is een avonturenfilm met een psychologisch accent en relatief weinig actie. Maar de karakters van de drie goudzoekers Dobbs, Curtin en Howard worden uitgediept en dat is zeldzaam in avonturenfilms.

Sierra Madre
The Treasure of the Sierra Madre

The Treasure of the Sierra Madre [ imdb.com ]

div(in)a

zaterdagmorgen gezien bij Close Up: Claudia Cardinale
De Diva van de Italiaanse Film

La ragazza con la valigiaNa documentaires over de Franse diva’s Brigitte Bardot, Catherine Deneuve en Isabelle Huppert zond Avro’s Close Up een documentaire uit over de Italiaanse filmdiva Claudia Cardinale. CC was eind jaren vijftig het Italiaanse antwoord op BB en samen met Sophia Loren en Gina Lollobrigida en in mindere mate Virna Lisi een van de belangrijkste Italiaanse exportproducten in de jaren zestig. Bij het grote publiek is ze vooral bekend door haar rol in Once Upon a Time in the West. Maar in 1968, toen deze film gedraaid werd, was CC allang een wereldster.

In de documentaire komen behalve Claudia Cardinale zelf een aantal regisseurs die met haar gewerkt hebben aan het woord en een paar filmjournalisten. Twee grote Italiaanse regisseurs ontbreken omdat ze niet meer leven: Federico Fellini (1920–1993) en Luchino Visconti (1906–1976). La Cardinale werkte met beiden en dat was voor haar een wereld van verschil. In Otto e mezzo (1963) van Fellini kon ze gewoon zichzelf zijn.

In Il Gattopardo uit dat zelfde jaar van Visconti was alles juist strak geregisseerd. De rol als Angelica Sedara maakte haar wereldberoemd. De zeventigjarige actrice vertelt in de documentaire dat ze nog steeds overal ter wereld herinnerd wordt als Angelica. De Italiaanse meester die 32 jaar ouder was dan de in 1938 geboren Cardinale is voor haar nog altijd een vaderfiguur. “Er gaat geen film voorbij zonder dat ik aan Luchino denk”, bekent ze.

Claudia Cardinale in La ragazza con la valigia
Claudia Cardinale werd in 1957 ontdekt als het mooiste Italiaanse meisje van Tunesië. Voor de draaiende camera bleek ze een natuurtalent. In 1961 speelde ze Aida in La ragazza con la valigia
Claudia Cardinale is, after spaghetti, Italy’s happiest invention.

David Niven in 1965

Helaas heb ik nog niet veel films met Claudia Cardinale gezien. Dit jaar zag ik voor het eerst Il Gattopardo waarin ze samen met Alain Delon en Burt Lancaster speelt. Ik zou graag nog een aantal Italiaanse films uit de eerste helft van de jaren zestig willen zien, maar die worden tegenwoordig zelden uitgezonden. La ragazza con la valigia (1961) van Valerio Zurlini staat op dit moment even op YouTube. In de documentaire waren ook fragmenten te zien uit de La ragazza di Bube (1963) van Luigi Comencini, Gli indifferenti (1964) van Francesco Maselli en Vaghe stelle dell’Orsa (1965) van Luchino Visconti.

La ragazza con la valigia (1961)

Claudia Cardinale werd een ster in een geweldige tijd. De Italiaanse film was in de eerste helft van de jaren zestig een baken in de wereld en ze mocht werken met de grootste regisseurs. Francesco Maselli benaderde haar treffend. Haar kracht is volgens hem een mengeling van diepe pathos en geheim geluk. Aan de ene kant staat ze helemaal open naar het leven en aan de andere kant is ze vol van verdriet. Het is een heel andere omschrijving dan de oneliner van David Niven tijdens haar Amerikaanse debuut met Rock Hudson in Blindfold (1965): „Claudia Cardinale is, after spaghetti, Italy’s happiest invention.„

Claudia Cardinale [ imdb.com ]