biografische film over de Franse cineast Jacques Demy van Agnes Varda
Drie weken geleden overleed de Franse filmregisseur Agnes Varda (1928-2019), sinds 1990 weduwe van de Franse regisseur Jacques Demy (1931-1990). Vlak voor zijn dood maakte ze de biografische film Jacquot de Nantes waarin ze haar man als jongetje portretteert in zijn vaderstad Nantes tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog.
Al op jeugdige leeftijd wist Demy dat hij filmmaker wilde worden. In de etalage van een rommelwinkeltje in de fotogenieke Passage Pommeraye in Nantes (die figureert in zijn film Lola) vond hij zijn allereerste filmcamera. Deze moest nog met een slinger bediend worden. Hiermee maakte hij zijn eerste filmpje waarbij kinderen uit de omgeving figureerden. Zijn ambities om cineast te worden botsten met de wil van zijn vader die een klein garagebedrijf had en zijn zoon naar de polytechnische school wilde sturen zodat hij zijn vader kon opvolgen in de garage. Op een zoldertje boven de werkplaats van zijn vader bouwde Jacquot zijn eerste ‘studio’ waar hij stop motion filmpjes maakte met papieren figuurtjes.

Deux petites vagues sont restées
uit: Démons et merveilles
van Jacques Prévert
Bij Demy vallen zijn liefde voor film en zijn liefde voor zijn geboorteplaats met elkaar samen. Zoals Bertolucci intens verbonden is met zijn vaderstad Parma en Edgar Reitz met de Hunsruck, zo speelt in de auteursfilms van Demy de havenstad Nantes en de zee altijd wel een rol. En als hij filmt in andere havensteden, zoals Cherbourg (1964) of Rochefort (1967), dan is dat voor hem toch een beetje Nantes. Steeds zien we weer de matrozen die hij zo goed kende uit zijn jeugd.
Varda filmt net als Edgar Reitz in Heimat afwisselend in zwart-wit en kleur. Ze tast graag in extreme close ups oppervlakten af. Zo eindigt de film ook, met een wandeling van de camera langs het schuim en zeewier in de branding. Totdat we Jacques Demy zelf op het strand zien zitten, vlak voor zijn dood gefilmd toen hij al doodziek was. Het gedicht Jacques Prévert Démons et merveilles (demonen en wonderen) wordt daarbij zachtjes gezongen. Een gedicht dat Demy op zijn lijf geschreven was.
Jacques Demy zag altijd het betoverende in het aardse, maar de betovering stond nooit op zichzelf en was steeds verbonden met de pijn van het afscheid nemen. Agnes Varda zei over zijn films: “Zijn films doen van het leven houden. Ze geven vreugde en de kracht om te wachten”. Maar ze hebben een dubbele persoonlijkheid: enerzijds zijn het ernstige gevoelsfilms met diepe wortels, anderzijds zulke lichte bloemen dat het zonnige sneeuwvlokjes lijken”
Au loin déjà la mer s’est retirée
Et toi comme une algue
Doucement caressée par le vent
Dans les sables du lit
Tu remues en rêvant
Démons et merveilles, vents et marées
Au loin déjà la mer s’est retirée
Mais dans tes yeux entrouverts
Deux petites vagues sont restées
Démons et merveilles, vents et marées
Deux petites vagues pour me noyer
Demonen en wonderen, wind en getijden / In de verte heeft de zee zich al teruggetrokken / En je houdt van een stukje zeewier / voorzichtig gestreeld door de wind / in het zand van het bed / Je beweegt je terwijl je droomt / Demonen en wonderen, wind en getijden / In de verte heeft de zee zich al teruggetrokken / Maar in je halfopen ogen / bleven er nog twee golfjes over / Demonen en wonderen, wind en getijden / Twee golfjes om me te verdrinken
Jacquot de Nantes [ imdb.com ] | the essential Jacques Demy [ criterion.com ]
Van Simon Vestdijk wordt wel eens gezegd dat hij niet geleefd maar geschreven heeft. Zijn literaire productie was zo buitengewoon groot dat er voor het echte leven maar weinig tijd overbleef. Bij de Portugese schrijver Camilo Castelo Branco (1825-1890) kun je dat moeilijk zeggen. Ook hij produceerde enorm veel (honderden romans, toneelstukken en essays) maar had daarnaast een veelbewogen leven. Os misterios de Lisboa, een van zijn bekendste romans, die oorspronkelijk in 1853 als feuilleton verscheen in een dagblad in Porto, liet al zien dat Branco ‘kleinmenselijk’ drama van binnenuit kende.
In 2010 werd Mistérios de Lisboa (1854) verfilmd door Raul Ruiz. Het is een weergaloze film geworden met adembenemende fotografie, met een heel eigen visie en superieur aan het gemiddelde kostuumdrama dat je op televisie ziet dat weliswaar degelijk gemaakt is, maar toch productiewerk is. Ruiz vertelt zijn verhaal rustig en is zeer spaarzaam met takes en camerabewegingen. Zo ontstaat een contemplatieve sfeer die bijzonder goed past in de laat-romantische traditie waarin Branco schreef en de vroege negentiende eeuw waarin de verhalen van Os misterios de Lisboa zich afspelen. 
In de eerste twee weken van januari herhaalde de ARD op de late avond de zestien episodes uit de eerste serie van
De personage van gravin Svetlana Sorokina duikt pas op de laatste bladzijden van het boek op, terwijl ze in de tv-serie in elke episode te zien is. Dat Charlotte Ritter en Svetlana Sorokina in het verhaal zo naar voren geplaatst zijn, was ongetwijfeld een van de eisen van de filmproducent. Als je een tv-serie van veertig miljoen produceert, wil je uiteraard ook de vrouwelijke kijker kunnen bereiken. Een derde vrouw die tenslotte in de tv-serie een grote rol krijgt dan in het boek, is Elisabeth Behnke, de hospita van Gereon Rath.













