Categorie archief: Frankrijk

het beeld van 1815 -1840 [ 1 ]

schilderkunst tussen 1815 en 1840 : het landschap
Achille Etna Michallon en Jean-Baptiste Camille Corot

Ik weet niet precies waar mijn fascinatie voor de schilderkunst van 200 jaar geleden precies vandaan komt. Heeft het te maken met de Romantiek? Met de emancipatie van het landschap in de landschapsschilderkunst? Of met de drang naar objectiviteit vlak voor het ontstaan van de fotografie? Het ontluikende historisme en oriëntalisme? De intimiteit van huiselijke taferelen van de Biedermeier? Of juist van het schurende tussen classicisme en realisme?

In ieder geval ligt het niet aan het systeem van Metternich dat van Europa een politiestaat maakte. Terwijl na 1830 Frankrijk en Engeland liberaler werden, nam de repressie in Oostenrijk, Rusland en Pruisen juist toe.

Toch is het ook interessant om te zien hoe de schilderkunst door de verstikkende Restauratie beïnvloed is. Expliciet en impliciet. Zo was Biedermeier politiek-correct zolang het zich maar terugtrok in het domein van het huiselijke. Alles wat de monarchie en het katholieke geloof verheerlijkte, kon zonder meer rekenen op de goedkeuring van de machthebbers.

De Franse landschapsschilder Achille Etna Michallon (1796–1822) behoort met Thomas Girtin (1775-1802), Karl Philipp Fohr (1795–1818), Wijnand Nuijen (1813-1839) en Gerard Bilders (1838-1865) tot de jong gestorven landschapsschilders uit de negentiende eeuw. Ze werden respectievelijk 26, 27, 23, 26 en 27 jaar oud.

Achille Etna Michallon werkte net als Karl Philipp Fohr in de omgeving van Rome waar hij in 1822 les gaf aan zijn landgenoot Jean-Baptiste Camille Corot. Corot zou zijn leermeester en leeftijdsgenoot 53 jaar overleven. Met Corot en de School van Barbizon zal het realisme in de Franse landschapsschilderkunst volwassen worden. In het werk van Achille Etna Michallon kondigt zich dat al aan. Dat is goed te zien in de studies die hij buiten maakte

Achille Etna Michallon
Achille Etna Michallon 1816
Achille Etna Michallon
Achille Etna Michallon 1818
waterval bij Mont Doré
Achille Etna Michallon
Achille Etna Michallon 1818
Klooster van de heilige Scholastica, Subiaco
Achille Etna Michallon
Achille Etna Michallon 1822
Landschap geïnspireerd door een blik op Frascati
Jean-Baptiste Camille Corot
Jean-Baptiste Camille Corot 1826
waterval bij Terni (olieverfschets)
Jean-Baptiste Camille Corot
Jean-Baptiste Camille Corot 1830
Cervara, la campagna romana

Corot schilderde afwisselend landschappen pur sang én landschappen met een Bijbels of mythologisch thema. Bovenstaand en onderstaand landschap zijn daar duidelijke voorbeelden van. Met het realisme van de School van Barbizon en Gustave Courbet maakte het landschap zich definitief los van haar literaire en religieuze legitimatie. Gustave Courbet, een van de grondleggers van het realisme, zei ooit “Ik heb nog nooit engelen gezien. Toon mij een engel en ik zal er een schilde­ren.” Tegen 1850 waren mythologische wezens (draken, centauren, engelen, enz.) uit het landschap verdreven om pas weer aan het einde van de eeuw terug te keren in het symbolisme.

Jean-Baptiste Camille Corot
Jean-Baptiste Camille Corot 1835
Hagar en Ismaël in de wildernis met engel

me voilà!

gelezen: Napoleon en de negentiende-eeuwse Blitzkrieg door Bart Stol

Napoleon staat tussen Jezus en Mohammed in de top drie van personen die op Google de meeste hits scoren. Er gaat geen dag voorbij dat ik informatie binnenkrijg over Napoleon via e-mail of Twitter. Gisteren las ik een stuk van Bart Stol over de oorlogsvoering van Napoleon in het Historisch Nieuwsblad.

Jaffa 1799
Napoleon bezoek een leprozenhuis in Jaffa
op 7 maart 1799

Het was gisteren precies 218 jaar geleden dat Napoleon tijdens zijn expeditie naar Egypte en Palestina in Jaffa een leprozenhuis bezocht. Antoine Gros maakte een beroemd schilderij van deze historische gebeurtenis op 7 maart 1799 waarbij Napoleon als een soort religieuze figuur staat afgebeeld. Hij raakt de melaatse man aan en lijkt over een genezende kracht te beschikken. Napoleon als de nieuwe mensenzoon.

Laffrey 1815
Napoleon tegenover troepen van het 5e infanterieregiment in Laffrey op 7 maart 1815

Precies 16 jaar later zou Napoleon beginnen aan zijn Honderd Dagen. Op 7 maart 1815 was hij ontsnapt uit Elba en begon in Zuid-Frankrijk zijn mars naar Parijs. Bij Laffrey (Isère) in de buurt van Grenoble stond hij tegenover troepen van het 5e infanterieregiment. Napoleon zou zijn grijze jas hebben opengerukt en gezegd hebben: s’il en est qui veut me tuer, me voilà! (“als er iemand is die mij wil doden, hier ben ik”). Ook hiervan is een schilderij gemaakt.

Napoleon en de negentiende-eeuwse Blitzkrieg [ Historisch Nieuwsblad ]

vergeten radicalen [ 4 ]

gelezen: het hoofdstuk J.J.Rousseau in Het verdorven genootschap
De vergeten radicalen van de Verlichting
van Philipp Blom

Het verdorven genootschapAl in de inleiding van Het verdorven genootschap bekent Philipp Blom dat hij een afkeer heeft van Jean-Jacques Rousseau (1712-1778). Dat is begrijpelijk, want Blom is een bewonderaar van Denis Diderot (1713-1784) en het gedachtegoed van deze twee Franse denkers ligt wijd uit elkaar. Oorspronkelijk waren Diderot en Rousseau dik met elkaar bevriend. Blom schrijft daar soms ontroerend over. Ze deelden dezelfde achtergrond en trokken rond hun twintigste naar Parijs. Maar na hun dertigste begonnen ze uit elkaar te groeien. Diderot stelde zich steeds verzoenlijk op maar Rousseau zonk steeds verder weg in een diep wantrouwen. Rond hun vijftigste was de breuk definitief geworden.

Veel tijd voor vriendschappen had Diderot trouwens niet meer want vanaf 1751 zat hij tot over zijn oren in het werk. De Encyclopédie was een enorm ambitieus project en Diderot zou er 25 jaar druk mee zijn. Rousseau was na het verschijnen van Julie (1761), Émile, ou De l’éducation (1762) en Du contrat social (1762) een ster geworden, niet alleen in Frankrijk maar ook daarbuiten. Wellicht is zijn briefroman Julie ou la nouvelle Héloïse het meest gelezen boek van de achttiende eeuw, nog vóór Robinson Crusoe (1719) of Die Leiden des jungen Werthers (1774). De invloed van Rousseau met deze drie boeken was veel groter dan de invloed van Diderot met zijn Encyclopédie.

RousseauToch zou Diderot‘s tijd ook nog komen. Rond 1850 had in Europa het materialisme het idealisme eindelijk “drooggelegd” en was er weer volop belangstelling voor de radicale Verlichting waar Diderot zo’n groot voorstander van was. Hij vond dat de mens alleen op zijn verstand moet afgaan en dat de wetenschap de enige betrouwbare gids is die zijn licht in de duisternis van onwetendheid en bijgeloof werpt. Voor Diderot volgde Rousseau met zijn contra-Verlichting, die uiteindelijk zou uitgroeien tot de Romantiek, een religieuze weg.

Diderot en zijn vrienden van de radicale Verlichting hadden een enorme hekel aan het christendom. Ze zagen Rousseau als een pseudo-christen. Ook al had Rousseau zelf niets meer met het christelijk geloof, zijn tegenstanders irriteerde het dat hij nog steeds in God en in de onsterfelijke ziel geloofde, in hun ogen niets meer dan restanten van het christendom. Voor de radicale Verlichting is de mens enkel materie, een wonderbaarlijke “machine van vlees”, en heeft deze helemaal geen ziel. Als je Wij zijn ons brein gelezen hebt, zal je dat bekend voorkomen.

Voor de radicale Verlichting is de mens enkel materie, een wonderbaarlijke “machine van vlees”, en heeft deze helemaal geen ziel. Iedereen die Wij zijn ons brein gelezen heeft, komt dat bekend voor.

Philipp Blom schrijft mooi, maar zijn vooringenomenheid is hinderlijk en soms lachwekkend. Omdat hij zo dweept met zijn helden Diderot en baron d’Holbach en zo openlijk zijn afkeer van Rousseau etaleert, laat hij de lezer geen ruimte om er het zijne van te denken. Het verdorven genootschap kun je lezen als een pleidooi voor de voltooiing van de Verlichting, die volgens Blom nog altijd gedwarsboomd wordt door de invloedrijke erfenis van Rousseau. Volgens de auteur zou er definitief afgerekend moeten worden met God en de ziel en hij ziet deze als de laatste hardnekkige restanten van het christendom.

Keer op keer beukt hij met zijn sloophamer in op het christelijke geloof, en omdat hij daar een karikatuur van maakt, lijken zijn sloopwerkzaamheden redelijk. De Kerk zou niets anders zijn dan een machtsinstituut dat met sprookjes en angstbeelden het volk onderdrukt. Het is een cliché dat rechtstreeks van de radicale Verlichters komt en dat zich al ruim twee eeuwen in ons bewustzijn genesteld heeft.

Above us only skyNet als bij “Imagine there’s no heaven, It’s easy if you try, No hell below us, Above us only sky” van John Lennon vraag ik mij af in welke tijd Blom meent te leven. De laatste vijftig jaar is het christendom in West-Europa gemarginaliseerd en in een hemel en een hel wordt praktisch niet meer geloofd. We hebben helemaal geen imaginatie nodig om ons voor te stellen dat er geen hemel en hel zijn. Het ontbreekt juist aan verbeeldingskracht en geloof om ons wél voor te stellen dat er ook een “geestelijke topografie” is waarin een hemel en een hel wel degelijk plaatsen zijn. Het materialisme van de radicale Verlichting waar Blom zo hartstochtelijk voor pleit, heeft de weg naar onze hoofden allang gevonden.

Vergeten radicalen 3 | Vergeten radicalen 2 | Vergeten radicalen 1