Deze Franse miniserie gaat over de relatie tussen Lodewijk XV en het burgermeisje Jeanne Antoinette Poisson. Aan het hof in Versailles zou zij bekend worden als Madame de Pompadour. De film geeft een mooi beeld van het Franse hof tussen 1745 en 1764. Historische gebeurtenissen als de Oostenrijkse Successie Oorlog (1740-1748), de Vrede van Aken (1748), de grote aardbeving in Lissabon (1755) en de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) spelen op de achtergrond een bescheiden rol. Deze televisieproductie is in de allereerste plaats romantisch drama gemaakt voor een breed publiek en liefhebbers van kostuumdrama in het bijzonder. We zien Madame de Pompadour in de bijna twintig jaar dat ze de maîtresse van Lodewijk XV is, telkens meegaan met de heersende mode. In de eerste ontmoeting met de Franse koning in 1745 draagt ze een snoeperig jurkje en bloemen in het haar. De koning is betoverd door haar verschijning.

Jeanne Antoinette Poisson is 100% eye candy. Natuurlijk is er aan de film ook een snufje François Boucher en Jean-Marc Nattier toegevoegd. Dat waren schilders die begrepen dat de koning iets nodig had om in te kunnen bijten. Hun elegante plaatjes waren net als maîtresses: gemaakt om te behagen.

Sinds de negentiende eeuw zien we de schilderkunst van de achttiende eeuw in het algemeen als een verval van de schilderkunst van de zeventiende eeuw. In de tweede helft van de zeventiende eeuw gaat de onnatuurlijke gepolijste Franse stijl het realisme al verdringen. De schilderkunst tussen 1675 en 1775 is vooral een hofkunst, met name in Frankrijk onder het absolutisme. Tussen de smaak van de aristocratie en de smaak van de burgerij zit een wereld van verschil. Hier ligt ook een belangrijk deel van het antwoord waarom de Franse kunst van de achttiende eeuw meestal verder van ons afstaat dan de Hollandse kunst van de zeventiende eeuw. Het is de smaak van de burgerij tegenover de smaak van de aristocratie. Sinds de Franse Revolutie voelen we ons veel meer verwant met de burgers uit de Hollandse Republiek dan met de adel uit het ancien régime.
Een van deze getalenteerde lakeien was de rococoschilder François Boucher. Hij is bekend van zijn poezelige en zoete plaatjes van badende nimfen, naakte godinnen en spelende cupido’s. Voorstellingen die tegenwoordig zijn voorbehouden aan het poesiealbum of Daphne’s Diary. Het is met een grote souplesse geschilderd. Maar zijn talent blijft op de achtergrond wanneer we ons teveel storen aan zijn gekunsteldheid of zijn collaboratie met de rijken. Zo schreef de Griekse schilder en kunstcriticus Vassily Photiades (1900-1975) in 1963 over Boucher:


Het is verleidelijk om het kwabornament van het rocaille Freudiaans te interpreteren. Zelf zie ik het rocaille als “het schuim van de droom.” Iedereen die wel eens een kerkje met rococo-interieur in Oostenrijk of het zuiden van Duitsland heeft bezocht, herinnert zich de plafondschilderingen met “medaillons” waarin voorstellingen van heiligen geschilderd zijn. Deze Bild-inslen zijn omzoomd door wit rocaille. Omdat rocaille meestal asymmetrisch is en net als een fractaal breed uitgesponnen is, doet het denken aan opspattend schuim. Een van de mooiste stucwerken uit het rococo vind ik de 
















