Wanneer je vanuit Umbriëvia Siena naar Florence reist, maak je ook een reis van het Duecento (1200-1300) naar het Quattrocento (1400-1500). De rauwheid van de middeleeuwen transformeert in de verfijning van de Renaissance. In Florence is deze overgang duidelijk zichtbaar in het palazzo. De benedenverdieping van het stadspaleis uit de vijftiende en zestiende eeuw ziet er door het bruutwerk uit als een middeleeuwse burcht, maar in de bovenbouw en de enorme kroonlijst herleeft de antieke bouwkunst.
detail van het Palazzo Strozzi en de hoek van het Palazzo Medici Riccardi
In het palazzo uit de vijftiende en zestiende eeuw zien we al in welke richting de architectuur zich in Europa zal gaan ontwikkelen. De basis van het gebouw is middeleeuws, maar de bekroning is geïnspireerd door de klassieke bouwkunst. Tijdens de Renaissance combineren bouwmeesters de logge middeleeuwse bouw met lichtere en elegante motieven.
Rustica of bruutwerk is het gebruiken van ruw blokwerk in de sokkel van de gevels van gebouwen, in de omlijsting van poorten of in cordons. Met name bij de Italiaanse palazzi uit de renaissance werden Opera Rustica vaak toegepast. Het brengt veel reliëf (diepe en brede groeven) in de gevel en het geeft de gevel bovendien een robuuster karakter. Het doel van de toepassing van rustica is het vergroten van contrast met egale delen of het bewerkstelligen van een landelijke uitstraling. Toch komt er nog veel vakmanschap aan te pas om de blokken te kunnen hanteren in het eigenlijke metselwerk. Achter deze muren konden handelaars een winkelruimte huren, de verdieping erboven werd gereserveerd voor de financieel beter gestelden.
Het verschil tussen Middeleeuwen en Renaissance is goed te zien in de voorgevels van de San Lorenzo en Sta Maria Novella. De voorgevel van de San Lorenzo is net als die van de gelijknamige kathedraal van Perugia sober en robuust, terwijl de Sta Maria Novella in 1470 van Leon Battista Alberti een polychrome marmeren façade heeft gekregen.
in de Santa Maria Novella zagen we twee werken van de “vaders” van de westerse schilderkunst: Giotto en Masaccio. Links een crucifix (ca. 1289) van Giotto en rechts de heilige Drieeenheid (ca. 1426) van Masaccio
In de negentiende eeuw was het Ottomaanse Rijk de oude zieke man van Europa, maar op het moment lijken de rollen omgedraaid. Terwijl buurland Griekenland financieel door de knieën is gegaan en kreunend door Europa overeind moet worden gehouden, bloeit de Turkse economie. Turkije is trots. En zoals het in de geschiedenis meestal gaat: wanneer een land trots is, wordt de glorierijkste episode uit het verleden erbij gehaald om de eigen superioriteit te vieren. Turkije doet dat op dit moment met Fetih 1453, een film over het beleg van Constantinopel door de Ottomaanse legers van sultan Mehmet II.
Mehmet II had tegenover de stadspoort van Constantinopel zijn reuzekanon opgesteld en sloeg daarmee de beslissende bressen in de muur
In de nationalistische negentiende eeuw waren er volop opdrachten voor historieschilders om de nationale trots aan te spreken met heroïsche taferelen uit de vaderlandse geschiedenis. Hoe imposanter de doeken waren, hoe groter de heldendaden, dat was het idee. Een van de grootste schilderijen van ons land is de Slag bij Waterloo van Jan Willem Pieneman uit 1824. Het meet 5,76 x 8,36 meter en is vooral aan eerbetoon aan de gewonde prins van Oranje (de latere koning Willem II). We hadden Napoleon maar mooi op ons eigen grondgebied verslagen, was tot in de jaren dertig van de negentiende eeuw de gedachte. In werkelijkheid was er van de trotse Republiek uit de Gouden Eeuw weinig meer over. Dat Nederland nog bestond, lag aan de genade van de grootmachten die een bufferstaatje wensten tussen Engeland, Frankrijk en de Duitse Bond.
In de twintigste eeuw kwam het filmepos voor de historieschilderkunst in de plaats. Een mooi voorbeeld van een nationalistisch heldenepos is de film Geroi Shipki. Deze sovjetfilm uit 1954 moest het Bulgaarse volk eraan herinneren dat ze dankzij de Russen bevrijd waren van de Ottomaanse overheersing. Het is een pompeus drama vol heldenretoriek dat de Bulgaren kort na de Tweede Wereldoorlog leerde dat ze juist eeuwige dankbaarheid verschuldigd waren aan de Sovjet Unie. Bulgarije was niet door de Russen bezet, maar door de Russen bevrijd.
Fetih 1453 gaat dus over het het beleg en de val van Constantinopel. De bijna 1700 jaar oude stad is sinds de Oudheid al een van de meest strategische punten ter wereld, gelegen op de plaats waar twee continenten samenkomen, een belangrijke brug tussen Oost en West. Toen Constantinopel in 1453 eindelijk door de Ottomanen veroverd werd, was het ruim duizend jaar de hoofdstad geweest van het Oost-Romeinse en later het Byzantijnse Rijk. Constantinopel vormde het hart van een beschaving die tijdens de donkere Middeleeuwen superieur was aan de Europese beschaving.
Met de verovering in 1453 ging een wereld onder en ontstond een nieuwe grootmacht. Het Ottomaanse Rijk zou de Balkan annexeren en islamiseren en zich tot 1689 maximaal uitbreiden tot aan de poorten van Wenen. Daarna begon het verval en na 1850 ging het ineens snel. In 1877 viel Constantinopel bijna in Russische handen. De Westerse grootmachten die per se de Russische vloot uit de Middellandse Zee wilden houden, staken er tijdens het Congres van Berlijn in 1878 een stokje voor. Daarom heet Constantinopel tot op de dag van vandaag Istanbul. Met ruim dertien miljoen inwoners is het de grootste stad van Europa.
Fetih 1453 trailer
Fetih 1453 schijnt een onvervalste nationalistische film te zijn, maar toch wil ik graag gaan kijken. Op het forum moviemeter.nl schreef iemand :
“Die goede film over de Ottomanen zal dus vermoedelijk niet uit Hollywood komen. Daarom snap ik eigenlijk niet zo goed waarom de Turkse cineasten achter deze film met overdreven nationalistische rotzooi komen en niet geprobeerd hebben om een mooi verhaal te maken over dat tijdperk. Met dit misplaatste nationalisme hebben ze zichzelf in de vingers gesneden en zullen niet-Turkse kijkers voornamelijk met een zekere irritatie ernaar kijken.”
gisterenavond op ZDF: die Deutschen (deel 2) Canossa of de machtstrijd tussen de keizer en de paus in 1077
Wij zijn met de 8-delige tv-serie verleden van Nederland niet de enigen die deze herfst in ons nationale verleden zijn gedoken. Onze oosterburen worden op dinsdagavond door de ZDF in de tiendelige tv-serie die Deutschen door duizend jaar Duitse geschiedenis geleid. De tv-serie wordt door een uitgebreide website ondersteund. Sinds de eenwording van Duitsland in 1990 is er in de media weer volop aandacht voor het eigen verleden. Decennialang ging er geen avond voorbij of er was ergens op een Duitse zender een documentaire of praatprogramma over de Tweede Wereldoorlog te zien, maar het bleef min of meer taboe om zich met de Duitse geschiedenis van voor het nationaal-socialisme bezig te houden. In het Europa van de eenentwintigste eeuw lijkt er een koortsachtige speurtocht naar de eigen identiteit op gang gekomen. Nationale geschiedenis is weer hot. We zijn tenslotte allemaal Europeanen geworden…
de ZDF brengt dit najaar het Duitse verleden tot leven in de gedramatiseerde documentaire die Deutschen
Im Kern geht es um die Frage, ob der Papst über dem Kaiser steht oder der Kaiser über dem Papst. Als Heinrich IV ihm den Gehorsam verweigert, belegt ihn der Pontifex mit dem Bann. Das kommt faktisch einer Absetzung gleich. Heinrich zahlt mit gleicher Münze heim und spricht dem “falschen Mönch”, wie er den Papst nennt, die Amtsgewalt ab. Doch die deutschen Fürsten schlagen sich auf die Seite des Papstes. Sie geben Heinrich ein Jahr Zeit, sich vom Bann zu lösen – sonst werden sie einen neuen König wählen.
Jetzt muss Heinrich einlenken. Durch Schnee und Eis zieht er über die Alpen und fällt vor dem Papst Gregorius VII in Canossa auf die Knie. Beim Gang zum Papst ist Berechnung im Spiel, und Heinrichs Plan geht auf: Er rettet seine Macht als deutscher König. Vom Bann befreit, kehrt Heinrich zurück in sein deutsches Königreich. Als er 1080 auch seinen Kontrahenten unter den Fürsten, den “Gegenkönig” Rudolf von Rheinfelden, auf dem Schlachtfeld bezwingt und tötet, ist seine Macht gesichert.
1. Otto und das Reich
2. Heinrich und der Papst
3. Barbarossa und der Löwe
4. Luther und die Nation
5. Wallenstein und der Krieg
6. Preußens Friedrich und die Kaiserin
7. Napoleon und die Deutschen
8. Robert Blum und die Revolution
9. Bismarck und das Deutsche Reich
10. Wilhelm und die Welt
Volgens Hannah Arendt trok er door het denken van haar leermeester Martin Heidegger een storm. “Hij komt uit het oeroude en wat hij achterlaat, is iets volmaakts, dat zoals al het volmaakte terugvalt aan het oeroude.” Wij gingen bij de beroemde blokhut in Todtnauberg kijken of Arendt gelijk had.
In het Rijk van de Geest is alles tegenwoordige tijd en daar alleen ben je onsterfelijk. Zolang je maar niet vergeten wordt, leef je voort. Maar als je bent weggezonken in het collectieve geheugen, kun je met een lemma op wikipedia.org weer boven water komen.
Deze serie begon op 9 april 2010, precies 145 jaar na het einde van de Civil War, misschien wel het grootste trauma uit de Amerikaanse geschiedenis. Het laatste artikel verscheen op 3 juli 2013. Dat was precies 150 jaar na de Slag bij Gettysburg, het keerpunt in de oorlog.
Weinig historische figuren zijn zo vaak geschilderd als Napoleon Bonaparte. Niet alleen tijdens zijn bewind maar ook daarna bleven schilders historische gebeurtenissen vastleggen met Napoleon in het centrum van de aandacht. Geschiedvervalsing. Omdat het moest.
Met de Goethezeit wordt in Duitsland de periode 1770-1830 aangeduid. Niet alleen de filosofie, literatuur, beeldhouwkunst, architectuur en muziek kwamen in het Duitse taalgebied tot bloei maar ook de romantische landschapsschilderkunst.
Tot in de 19e eeuw was de reis naar Italië voor veel kunstenaars een verplicht nummer. Tijdens de Grand Tour werden Venetië, Florence en Rome bezocht waar de meesters bestudeerd werden. Maar het Italiaanse landschap bleek voor veel kunstenaars aantrekkelijker.
Nu de overheid zich als mecenas heeft teruggetrokken worden veel kunstenaars weer afhankelijk van rijke opdrachtgevers en verzamelaars. Net als vroeger dus, toen veel kunstenaars vaak tegen wil en dank de lakeien van de heersende klasse waren.
De Philokalia is een verzameling geestelijke geschriften die tussen de vierde en veertiende eeuw (in het Grieks) geschreven zijn en in de achttiende eeuw door de heilige Nikodimos van de berg Athos gebundeld zijn. Zijn tijdgenoot Paisius Velichkovsky maakte een vertaling in het Kerkslavisch.
In de Middeleeuwen was er eigenlijk maar één boek. Na de revolutie van de boekdrukkunst kreeg de Bijbel concurrentie van eigentijdse maar vooral ook van klassieke geschriften. De compilatie van mythen die Ovidius aan het begin van onze jaartelling in klassiek Latijn had samengesteld, werd een inspiratiebron voor ontelbare schilders.
Dante stelt zich het Inferno voor als een trechter die breed begint onder het aardoppervlak en dan toeloopt naar het ijskoude middelpunt van de aarde. Daar zetelt Lucifer. Er zijn negen kringen. Dante en Vergilius ontmoetten er steeds grotere zonden en grotere zondaars.
Chicago en New York werden eind 19e eeuw proeftuinen waar de skyscraper dankzij een stalen constructie steeds hoger kon worden. Er lagen ook twee Amerikaanse gedachten aan ten grondslag:
"Form follows function" en "The sky is the limit."
In de zomer van 2009 was in het Atomium in Brussel de tentoonstelling A la recherche du “Style Atome” te zien. Het is een swingende stijl uit de jaren vijftig die nog steeds beoefend wordt. Noem het geen retro. De atoomstijl is iets speciaals.
In 1963 begon de Franse striptekenaar Jean Giraud (1938-2012) samen met scenarist Jean-Michel Charlier (1924-1989) aan zijn levenswerk: Blueberry. Ze lieten zich daarbij inspireren door de spaghettiwestern. Het 50-jarige jubileum van zijn antiheld maakte Giraud net niet meer mee. Hij overleed in 2012.
Belgian woodcuts & Russian Luboks. Underground comics & Midcentury Modern. Genesis, Pink Floyd & Film Noir ...
These are a few of my favorite things ...