Categorie archief: Duitsland

de Bernini van het hout [ 1 ]

op 11 juli j.l. bezochten we het Bayerisches National Museum in München
Tilman Riemenschneider in neuem Licht

Bayerisches National MuseumDeze zomer waren we voor de vierde maal in München en ditmaal besloten we er het Bayerisches National Museum te bezoeken. Dit werd aan het einde van de negentiende eeuw gebouwd in een eclectische stijl die de ziel van Beieren zou moeten weerspiegelen. In de façade meende ik ornamenten van het nabijgelegen Hofbräuhaus te herkennen. Het museum blijkt lang niet zo druk bezocht als de drie Pinakotheken, het Lembachhaus of het Deutsches Museum. Misschien omdat de collectie de gemiddelde bezoeker minder aanspreekt dan de collecties in de andere grote musea. Het museum concentreert zich voornamelijk op religieuze sculpturen en kunstnijverheid vanaf de vroege middeleeuwen tot in de negentiende eeuw.

Het Bayerisches National Museum bezit misschien wel de belangrijkste verzameling beelden van de houtsnijder Tilman Riemenschneider (ca. 1460-1531). Vorig jaar werd de zaal waarin deze collectie zich bevindt, gerenoveerd en opnieuw ingericht. Ter gelegenheid daarvan verscheen een boek van Matthias Weiniger en is er een kleine tentoonstelling onder de naam Tilman Riemenschneider in neuem Licht.

Tilman Riemenschneider
Magdalenenretabel ca. 1490-1492

Een van de vroege meesterwerken van Tilman Riemenschneider is het Magdalenenretabel. In eerste instantie doet het je denken aan de geboorte van Venus die in 1483 door Botticelli geschilderd werd. We zien dezelfde rijzige vrouwengestalte waarbij haar naaktheid bedekt wordt met veel haar. Ook wordt ze geflankeerd door twee groepen engelen. Maar daar houden de overeenkomsten op. Terwijl Botticelli voor een mythologisch onderwerp heeft gekozen, kiest Tilman Riemenschneider voor een Bijbels onderwerp: Maria Magdelena, de heilige hoer. Hij vermengt elementen uit het leven van Maria van Egypte met dat van Maria Magdelena. De heilige wordt in de woestijn geplaatst en bekleed met kemelhaar.

Tilman Riemenschneider
Magdalenenretabel (detail)

De beeldengroep maakte grote indruk op me. Ik begrijp de hoogste waardering voor het werk van Tilman Riemenschneider helemaal. Dit is een winnende combinatie van ambacht en emotie, een sculptuur van hetzelfde niveau als Bernini, maar dan in hout.

Tilman Riemenschneider
Magdalenenretabel (detail)

Tot het einde van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) bevond het retabel zich in de St. Maria Magdalena in Münnerstadt. Daarna kwam het in onderdelen in München terecht en tenslotte kreeg het een permanente plaats in het Bayerisches National Museum. Sinds 1981 bevindt zich in de kerk in Münnerstadt een reconstructie van het retabel.

Tilman Riemenschneider
Magdalenenretabel (detail)
Tilman Riemenschneider
Magdalenenretabel (detail)
Tilman Riemenschneider
Magdalenenretabel (detail)

Alle foto’s zijn genomen op 11 juli 2017.

Magdalenenretabel [ de.wikipedia.org ] | Bayerisches Nationalmuseum

burgerlijk wonen in Aken

dinsdag het Couven Museum in Aken bezocht
Couven Museum
Biedermeierkabinet
In 1662 liet apotheker Adam Coebergh het huis op de Hühnermarkt bouwen en vestigde hier de Adler-Apotheke. Andreas Monheim, die het gebouw in 1783 had aangekocht, liet het 3 jaar later door de architect Jakob Couven (1735-1812) renoveren. Na de Tweede Wereldoorlog, in 1951, kocht de stad Aken het huis van de familie Quadflieg. Tegen 1958 werd hier het Couven-Museum geopend.
 
Bron: couven-museum.de
Couven Museum
Michaela in het tegelkabinet

Couven Museum [ couven-museum.de ]

mer à boire

Jede Epoche ist unmittelbar zu Gott
Über die Epochen der neueren Geschichte (1854) van Leopold von Ranke

Op 25 september 1854 begon de Duitse historicus Leopold von Ranke voor de Beierse koning Maximiliaan II aan een serie voordrachten in Berchtesgaden onder de titel Über die Epochen der neueren Geschichte. Hieruit komt het beroemde citaat : “Jede Epoche ist unmittelbar zu Gott.” Het is vooral gericht aan iedereen die meent dat het heden superieur is aan het verleden.

Über die Epochen der neueren Geschichte
titelblad van Über die Epochen der neueren Geschichte (1854) van Leopold von Ranke

Wij weten weliswaar veel meer als vroeger maar toch stonden onze voorouders met hun beperkte kennis in dezelfde verbinding met de bron van kennis als wij in het digitale tijdperk. Met het internet is de paradox van kennis dagelijks te ervaren: hoe meer we weten, hoe meer we bewust worden van wat we niet weten. Surf bijvoorbeeld over de oceaan van kennis die wikipedia heet en het duizelt je als je onder het surfen even stilstaat bij de uitgestrektheid en diepte van deze oceaan. Menselijke kennis als mer à boire. Wij surfen slechts over de toppen van enkele golven.

Deden de intellectuelen uit de Verlichting die de Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers (1751-1776) lazen eigenlijk niet hetzelfde als wij? Het reservoir van kennis dat de encyclopedisten bijeen hadden gebracht, was toen ook al niet leeg te drinken. Een druppel uit een vijver en een druppel uit de oceaan van wikipedia blijft hetzelfde water. Elke tijd staat in directe verbinding met de bron van kennis. Het grote verschil met de tijd van Ranke en onze tijd, is dat Ranke de bron van kennis nog God noemde. De kennis die uit deze Bron komt, is het Levende Water uit het Evangelie.

Leopold Von Ranke is een van de vaders van de objectieve geschiedschrijving. De jonge Nietzsche zette zich in Vom Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben af tegen het historisme van Ranke. Met Goethe stelde hij: “Overigens heb ik een afkeer van alles wat slechts mijn kennis vergroot zonder meteen ook mijn handelen te stimuleren of te inspireren.” Nietzsche wilde geen kennis bijeenbrengen om de kennis, niet archiveren. Hij wilde kennis om te kunnen leven.

Über die Epochen der neueren Geschichte [ gutenberg.spiegel.de ]

nieuwe rook [ 1 ]

vrijdag gekocht: monografie t.g.v. 50e verjaardag Neo Rauch (2010)
onder redactie van Bernhart Schwenk en Hans-Werner Schmidt. Hatje Cantz Verlag

Neo Rauch BegleiterNeo Rauch (1960), het boegbeeld van de Neue Leipiziger Schule is een van de weinige hedendaagse schilders die mij onmiddellijk aantrekt. Maar ik vertrouw hem niet helemaal. Zijn voorstellingen zijn voor mij een soort sirenengezang. De raadselachtige wereld die hij zichtbaar maakt, nodigt mij uit maar stoot mij tegelijkertijd af. In de hoop beter zicht te krijgen op mijn verhouding tot zijn werk, kocht ik de catalogus bij de tentoonstellingen in Leipzig en München in 2010 ter gelegenheid van de 50e verjaardag van de kunstenaar.

Generatiegenoot Neo Rauch zat net als ik in de jaren tachtig op de kunstacademie. Eerst deed hij de Leipziger Hochschule für Grafik und Buchkunst (1981-1986) waar hij schilderkunst studeerde bij Arno Rink (1940). Van 1986 tot 1990 deed hij een Meisterschülerstudium bij Bernhard Heisig (1925-2011). Rink en Heisig waren overigens collega’s van Werner Tübke (1929-2004) van wie nu in Zwolle een grote overzichtstentoonstelling te zien is. Neo Rauch kreeg in de DDR klassiek kunstonderwijs waarin visie en ambacht in balans zijn. Aan de andere kant van het ijzeren gordijn was het kunstonderwijs sinds de jaren zestig ingrijpend veranderd waarbij het concept het ambacht steeds meer verdrongen had.

Neo Rauch
Bergfest 2010
olieverf op doek, 300 x 250 cm

Toen de muur viel was Neo Rauch 29 jaar en inmiddels helemaal gevormd door het socialistische kunstonderwijs. De partij bepaalde uiteindelijk wat en hoe ideale kunst eruit moest zien. Werner Tübke was begin jaren zestig op de Leipziger Hochschule für Grafik und Buchkunst in conflict gekomen omdat hij sterk afweek van het socialistisch realisme. Voor straf werd hij toen op “studiereis” naar de Sovjet-unie gestuurd. Toen Neo Rauch in de jaren tachtig aan de kunstacademie studeerde, zorgde de glasnost voor ontspanning, maar in de DDR werd strak vastgehouden aan het socialisme, ook in het kunstonderwijs.

Neo Rauch
Warten auf die Barbaren 2007
olieverf op doek, 150 x 400 cm

West- en Oost-Europa waren in de jaren tachtig dus nog heel andere werelden. Terwijl ik op de kunstacademie gevoed werd door de geest van het relativisme, pluralisme en postmodernisme, kreeg Neo Rauch het Grote Verhaal van het Socialisme voorgeschoteld met alle heroïsche iconografie die daar bij hoort. Er was natuurlijk wel een verschil tussen de kunstenaar die in opdracht zijn zoveelste beeld van Marx vervaardigde en de kunstenaar die binnen de marges van het socialisme persoonlijk werk maakte. Maar beiden moeten kunst maken die het Grote Verhaal van het Socialisme overeind hield. In de jaren negentig kon het keurslijf van de socialistische kunst eindelijk worden afgeworpen en dat moet voor de meeste kunstenaars een enorme bevrijding zijn geweest.

Terwijl ikzelf in de jaren tachtig op de kunstacademie gevoed werd door de geest van het relativisme, pluralisme en postmodernisme, kreeg Neo Rauch in Leipzig het Grote Verhaal van het Socialisme voorgeschoteld.

Het Westen werd in de jaren negentig geconfronteerd met migranten uit het voormalige Oostblok en op de kunstacademies stroomden er uit deze landen vaak studenten binnen die razend knap bleken te kunnen tekenen en schilderen. Begin jaren tachtig was in de moderne westerse schilderkunst de figuratie weer teruggekeerd en abstractie was niet langer de heilige graal. De input van het socialistisch realisme uit Oost-Europa zou in de jaren negentig invloed hebben op de ontwikkeling van de hedendaagse westerse schilderkunst.

Neo Rauch
Revo 2010
olieverf op doek, 300 x 500 cm
Neo Rauch hat innerhalb der Riege der jüngeren deutschen Gegenwartsmaler eine Alleinstellung erreicht: Sein Œuvre findet international größte Anerkennung, die wichtigsten Museen und Sammler weltweit bemühen sich um seine Gemälde. Anlässlich von Neo Rauchs 50. Geburtstag stellt eine umfassende Retrospektive zeitgleich in Leipzig und München Werke von 1982 bis zur aktuellsten Produktion aus dem Frühjahr 2010 vor.
 
Die begleitende Monografie ist von ebenso einzigartigem Rang. Langjährige Weggefährten beschreiben darin höchst individuell, wie sie Neo Rauchs Bilder erleben, darunter auch Künstlerkollegen wie Luc Tuymans, Jonathan Meese oder Michaël Borremans. Kunstkritiker wie Rudij Bergmann, Kunsthistoriker wie Werner Hofmann und Museumsleiter wie Markus Brüderlin und viele andere interpretieren in kurzen Essays ausgesuchte Arbeiten ihrer Wahl. Ein Text von Bernhart Schwenk und ein exklusiv für den Band erstellter Essay von Uwe Tellkamp führen den Tafelteil ein.
 
Bron: hatjecantz.de

volgende keer: postmodern spiegelpaleis of rookgordijn?
over betekenis in het werk van Neo Rauch.

DDR maniërisme [ 2 ]

vrijdag gezien: Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West
Museum de Fundatie in Zwolle, nog tot 14 mei 2017

Werner TübkeGisteren bezocht ik de tentoonstelling Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West die vorig weekend opende in Museum de Fundatie. Ik arriveerde rond het middaguur en het was al behoorlijk druk. Naast deze tentoonstelling loopt de tentoonstelling Leap of Faith van de hippe kunstenaar Joseph Klibansky. De curatoren lijken bewust te hebben aangestuurd op een frontale botsing tussen twee wereldbeelden: het christelijke wereldbeeld van de zestiende eeuw en het postmoderne wereldbeeld van de eenentwintigste eeuw.

Het is ook een botsing tussen totaal verschillende kunstopvattingen. Bij Werner Tübke gaat het om een balans tussen visie en ambacht, bij Joseph Klibansky gaat het om het concept. Zijn beelden zijn industrieel vervaardigd waarbij de geliktheid en de blingbling een bewuste keuze is. Het handschrift is uitgebannen. Welkom in de steriele brave new world die onze oude menselijke wereld vervangen heeft.

Maar ik liet het postmoderne spiegelpaleis van Klibansky links liggen en concentreerde mij op de ambachtelijke en historiserende wereld van Werner Tübke. Dat hij teruggrijpt op het verleden en voor de hedendaagse kunst niet vernieuwend is, is voor mij geen reden om hem af te wijzen. Als het straks weer voorjaar wordt, dan denk ik ook niet “hé, dat kennen we toch al?”. Liever iets dat oud en diep is dan iets dat nieuw is maar oppervlakkig.

Liever iets dat “oud” en diep is
dan iets dat “nieuw” is
maar oppervlakkig.
Werner Tübke
op de tentoonstelling Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West vrijdag 3 februari 2017
Werner Tübke
In de jaren vijftig schildert Tübke nog in vrij donkere en dekkende kleuren. In het tweeluik “Europa” (detail) dat hij circa 1957 schilderde, bespeur ik invloed van Diego Riviera.
Werner Tübke
Begin jaren zestig gaat Tübke lichter en transparanter schilderen en ontwikkelt hij een eigen stijl die vaak zwaar aanleunt tegen het maniërisme van de zestiende eeuw.
Werner Tübke
Tübke schilderde graag aan het strand omdat hij zich daarbij kon uitleven in het maniëristische naakt.

Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West [ museumdefundatie.nl ]
DDR maniërisme [ 1 ]

DDR-maniërisme [ 1 ]

Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West
Museum De Fundatie Zwolle, 28 januari t/m 14 mei 2017

In 2010 schreef ik over de grootste staatsopdracht uit de geschiedenis van de DDR, het panorama in Bad Frankenhausen van de Leipziger schilder Werner Tübke. Het reusachtige panorama, een van de grootste ter wereld, werd dertig jaar geleden voltooid nadat Tübke en zijn assistenten er negen jaar onafgebroken aan gewerkt hadden. Nog steeds staat de Sixtijnse Kapel van het Noorden in Bad Frankenhausen bij mij op mijn lijstje van plaatsen in Duitsland die ik wil bezoeken. Maar gelukkig hoef ik nu niet helemaal naar Thüringen te reizen om het panorama te zien. Op de tentoonstelling Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West die zaterdag in Museum De Fundatie in Zwolle opent, is een 1:10 schaalmodel van het panorama te zien. Dat is nog altijd 13,5 meter lang! Daarnaast zijn er bijna honderd schilderen van Tübke te zien.

Tübke 1966/1967
Levensherinneringen van Dr. Jur. Schulze VII, 1966/1967 (olieverf op doek, 122,5 x 182,5 cm, Museum der bildenden Künste Leipzig)
Tübke was zeker niet de eerste moderne schilder die zich vrijwillig terugtrok tussen de oude meesters.

Werner Tübke werkte voor de naoorlogse westerse schilderkunst achter de gesloten gordijnen van het Oostblok. Aan de kunstacademie van Leipzig ontwikkelde hij zich in de jaren vijftig en zestig in een stijl die haaks stond op alles wat toen als modern gezien werd. De laat renaissancistische en maniëristisch stijl uit de zestiende eeuw was sowieso een anachronisme. Veel (verwrongen) bloot, gloeiende kleuren en een afwijzing van het clair-obscur, de belangrijkste pijler van de barokschilderkunst. Tübke was zeker niet de eerste moderne schilder die zich vrijwillig terugtrok tussen de oude meesters. Surrealisten als Christian Schad, deden dat tijdens het interbellum al. Anderen zoals Giorgio de Chirico werden na een korte flirt met de moderniteit volledig reactionair. Eenlingen als Balthus bleven hun leven lang hun eigenzinnige spoor trekken langs de moderne schilderkunst.

Voor de rest werden de meeste figuratieve en realistische schilders na de oorlog door de moderne westerse schilderkunst in de ban gedaan. Concept en expressie werden de heilige graal en op ambacht werd neergekeken. Achter het ijzeren gordijn zag de situatie er compleet anders uit. De abstracte schilderkunst die na 1945 in West-Europa in zo’n hoog aanzien kwam te staan, werd gezien als een Amerikaans product, een kapitalistisch verschijnsel. Het socialisme stelde daar het socialistisch realisme tegenover. Stalin had ooit de stijl van Repin tot standaard verheven. Dit noodzaakte de socialistische schilder om zich vooral technisch te ontwikkelen. De jonge Tübke was daar één van.

Toen Tübke (1929-2004) eind jaren veertig aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig aan zijn opleiding begon, werd hij gekneed in het socialistisch realisme. Toch zou hij zich al snel onderscheiden van zijn medestudenten. Tübke greep terug op de stijl van de oude Duitse schilderkunst uit de eerste helft van de zestiende eeuw en dat paste niet in het plaatje van het socialistisch realisme. Uit onvrede met de rigide artistieke koers die men in Leipzig volgde, stapte hij over naar het Caspar David Friedrich Institut in Greifswald. Daar leerde hij ook de kunstgeschiedenis beter kennen.

Ik ben erg benieuwd naar de tentoonstelling in Zwolle. Als het een goede overzichtstentoonstelling is, dan zouden we de ontwikkeling van Werner Tübke vanaf de jaren vijftig moeten kunnen volgen. Kunnen we zien door welke schilders hij zich heeft laten beïnvloeden? In het panorama van Bad Frankenhausen grijpt Tübke letterlijk terug naar eerste helft van de zestiende eeuw. Het panorama beeldt namelijk de Slag bij Frankenhausen uit die plaatsvond op 15 mei 1525. Het was de beslissende slag in de Duitse Boerenoorlog. Het DDR regime zag deze oorlog als een voorafbeelding van de socialistische klassenstrijd. Tübke was deze opdracht op het lijf geschreven. Hij kon zich letterlijk uitleven in de stijl van zijn grote voorbeelden: Albrecht Dürer (1471-1528) en Matthias Grünewald (ca.1470-1528) die de Duitse Boerenoorlog (1524-1525) bewust hebben meegemaakt.

museumdefundatie.nl | Welgericht [ W&V ]