Categorie archief: Duitsland

moralistische infantilisering

gelezen: interview met Rüdiger Safranski in Die Weltwoche
en interview met Peter Sloterdijk voor Deutschland Funk

SafranskiVlak voor kerst had het Zwitserse weekblad Die Weltwoche een gesprek met de Duitse filosoof en biograaf Rüdiger Safranski. In dat gesprek ging het vooral over de rol van Duitsland in de vluchtelingencrisis. Bij Safranski ben je met vragen over de Duitse identiteit op het juiste adres. Safranski schreef bejubelde biografieën over Goethe, Schiller, Schopenhauer, Nietzsche en Heidegger en kent de Duitse ziel als weinig anderen. De Zwitserse journalist van Die Weltwoche valt met de deur in huis: “Herr Safranski, wat is er met Duitsland aan de hand?” Safranski: “Om het kort te zeggen: de Duitse politiek wordt beheerst door moralistische infanti­lisering.”

De Duitse politiek wordt beheerst
door moralistische infanti­lisering.

Rüdiger Safranski

Safranski (1945) had zich als volbloed 68′er ooit aangesloten bij een maoïstische commune. Dat was tussen 1970 en 1974. Nu beschouwt het als een jeugdzonde, in de geest van die jaren. Daarna heeft hij zijn politieke engagement opgegeven. Als filosoof met een zeer brede historische blik lijkt hij veel beter in staat de politieke situatie in Duitsland te beoordelen, dan een intellectueel met politieke vooringenomenheid.

Volgens Safranski had West-Duitsland na 1945 zijn soevereiniteit verloren. Het land was een soort schild van de Amerikanen tegenover de Sovjet-Unie en zijn satellietstaten. De Duitsers droegen daardoor weinig politieke verantwoordelijkheid. Papa USA nam alle grote beslissingen en Duitsland als soevereine staat infantiliseerde.

Maar met de val van de muur en de Duitse hereniging veranderde de situatie. Duitsland werd voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een volwaardige soevereine staat binnen Europa. En in de eenentwintigste eeuw is het duidelijk geworden dat Duitsland als grootste economie van Europa de machtigste staat binnen de EU geworden is en daarmee een leiderschapspositie heeft gekregen. Hier gaat het volgens Safranski mis.

Wir schwanken zwischen ökonomischem Selbstbewusstsein und einem weltfremden Humanitarismus. Unsere Aussenpolitik wird zu einer moralischen Mission.

Rüdiger Safranski

Merkel heeft moreel leiderschap willen tonen door de grenzen voor vluchtelingenstromen open te zetten. Dat is goedbedoeld maar politiek tamelijk ondoordacht. Deze naïviteit is volgens Safranski het rechtstreekse gevolg van de situatie waarin West-Duitsland zich tussen 1945 en 1990 bevond: onder de hoede van de Amerikanen. Doordat de Duitsers geen echte grote politieke verantwoordelijkheid meer hoefden te dragen, kon West-Duitsland wegdromen in haar idealisme van een verenigd Europa, zonder zich echt bewust te zijn van de nationale identiteit en grenzen.

Menschenwürde fällt nicht vom Himmel, sondern setzt ­einen funktionierenden Staat voraus, der sie in seinen Grenzen garan­tieren kann. Und dann muss man sich die Frage stellen: Wie kann man dieses Staats­gebilde erhalten? Das gelingt nur mit sehr strikten Regeln, sonst verliert der Staat seine integrierende, die Menschenrechte garantierende Kraft. Ich ­habe grosse Befürchtungen, dass unser Staat diese Kraft verliert, wenn wir in bestimmten Teilen der Gesellschaft eine islamische Mehrheit mit einer völlig anderen Wertvorstellung haben. Kurz: Man muss die gesellschaftliche Kohärenz stabil halten, damit der Staat die Menschenrechte garantieren kann. Wenn man sich das nicht klarmacht, so ist das ­verantwortungslos: Man will helfen und schwächt dabei die Institutionen, die überhaupt helfen können.
 
Bron: psychosputnik.wordpress.com

Na de Duitse hereniging begon Duitsland zichzelf weer bewust te worden als natie. Maar omdat nationalisme in Duitsland nog altijd erg besmet is, worstelen de Duitsers met hun nieuwe identiteit als sterkste natie binnen Europa. Enerzijds is er onder de Duitsers een sterk economisch zelfbewustzijn dat gepaard gaat met (heimelijke) nationale trots. Anderzijds wordt de schaamte over het Duitse verleden gecompenseerd door een sterke zendingsdrang in het uitdragen van de humaniteit.

Deutschland traue sich nur noch, seine nationalen Interessen zu vertreten, wenn sie als moralische Mission verkauft werden könnten.

Rico Bandle, Die Wektwoche

Merkel’s Willkommenskultur komt voort uit de door WO II gespleten Duitse identiteit. Een trots “wir schaffen es!” gekoppeld aan een deemoedige blik. Safranski noemt deze houding “politieke kitsch”. Ze is moralistisch (Merkel heeft het aura van Moeder Barmhartigheid gekregen), maar ze is niet realistisch en onverantwoord.

Der Spiegel
politieke kitsch: Angela Merkel als Mutter Teresa
Der Spiegel september 2015
Merkel’s Willkommenskultur komt voort uit de door WO II gespleten Duitse identiteit. Een trots “wir schaffen es!” gekoppeld aan een deemoedige blik.
Die «Willkommenskultur» war zunächst eindrucksvoll, weil es spontan zu gross­zügigen Gesten und Aktivitäten kam. Dann aber wurde daraus, von den Medien angeheizt, politischer Kitsch – moralistisch, aber nicht verantwortungsbewusst realistisch. Grenzenlosigkeit gibt es über den Wolken, in den Niederungen unseres irdischen Lebens aber haben Grenzen eine ganz elementare ­Bedeutung – das könnte eine Lektion der ­gegenwärtigen Ereignisse sein.
 
Bron: psychosputnik.wordpress.com

Collega Peter Sloterdijk heeft zich in een gesprek met Rainer Burchardt overigens ook duidelijk over de vluchtelingencrisis uitgelaten:

“Die Europäer müssen sich über ihre eigene Attraktivität für Flüchtlinge neu Gedanken machen.” Es gebe verschiedene Modelle: Man könne es zum Beispiel machen wie die Kanadier, Australier und Schweizer. Das führe aber dazu, “dass eine allzu attraktive Nation ein Abwehrsystem aufrichtet, zu dessen Konstruktion eine wohltemperierte Grausamkeit vonnöten ist.” Das sei das Hauptproblem, denn: “Die Europäer definieren sich selber als gutartig und nicht grausam.”
 
Bron: deutschlandfunk.de

interview Rüdiger Safranski | interview Peter Sloterdijk

De lieveling van de dictator

naar aanleiding van Henk van Os over Ilya Repin
in de catalogus Repin – het geheim van Rusland (Groninger Museum)

In onze achterkamer hangt een reproductie van Die Toteninsel van Arnold Böcklin. Er zijn vijf versies van. Een van die versies werd in 1936 gekocht door Hitler. Hij hing het eerst op in de Berghof in Berchtesgaden en nam het in 1940 mee naar Berlijn waar hij het een plek gaf op zijn werkkamer in de Neue Reichskanzlei. Daar ging het tijdens de Slag om Berlijn in april 1945 verloren. Die Toteninsel is besmet geraakt. Het Wagneriaanse sprak de Führer aan. Moeten wij Die Toteninsel met Wagner en al die andere nazi-troep erbij dus maar niet in de vuilverbrander van de geschiedenis gooien?

Die Toteninsel
Die Toteninsel van Arnold Böcklin
Alte Nationalgalerie Berlin

Dictators lijden door megalomanie vaak aan een slechte smaak. Hitler en Stalin hielden bijvoorbeeld allebei van pompeuze gebouwen, en Stalin wilde daar het liefst nog een toefje slagroom bovenop. Net als in het Derde Rijk, keerde de officiële staatskunst van de Sovjet-Unie zich in de jaren twintig al af van de avant garde, die in de vrije westerse wereld juist als uiterst chique en smaakvol ervaren werd. Stalin hield de Russische kunstenaar voor dat hij een voorbeeld moest nemen aan de Drie Groten: Rembrandt, Rubens en Repin. Voor het kunstonderwijs in de Sovjet Unie werden deze schilders het equivalent van Rust, Reinheid en Regelmaat, de 3 R’en uit de didactiek. De Russische Revolutie bracht uiteindelijk dus geen revolutionaire kunst maar reactionaire kunst voort.

Natuurlijk is het onzin om een kunstenaar of een bepaalde kunst af te wijzen, omdat het ooit de lieveling van een dictator was. Wat mij betreft had Stalin het goed gezien dat Rembrandt, Rubens en Repin drie groten zijn en het is vergeeflijk dat hij Repin als de grootste van het drietal zag. Ook Hitler wist het Wagneriaanse Toteninsel van Böcklin op waarde te schatten. Ik kijk er zelf graag naar en zelfs naar Rubens, omdat er onder zijn baroksaus zoveel moois ligt.

Moeten wij Die Toteninsel met Wagner en al die andere nazi-troep erbij dus maar niet in de vuilverbrander van de geschiedenis gooien?

Toch werd de agenda van alle westerse kunst na 1945 vooral bepaald door de afkeer van het modernisme onder Hitler en Stalin. Realistische kunst was besmet geraakt en abstracte kunst kreeg de schijn mee onbezoedeld te zijn. Als Hitler en Stalin van abstractie hadden gehouden, was de kunst na 1945 waarschijnlijk een heel andere weg ingeslagen.

herinneringen aan Wilhelm II

97 jaar geleden kwam de laatste Duitse keizer als banneling naar Amerongen
De dagboeken van zijn adjudant Sigurd von Ilsemann zijn opnieuw vertaald
Wilhelm IIDe Duitse keizer Wilhelm II vluchtte aan het eind van de Eerste Wereldoorlog naar Nederland. Daar brengt hij de rest van zijn leven in ballingschap door, eerst op Kasteel Amerongen en vervolgens in Huis Doorn. Sigurd von Ilsemann, Wilhelms vleugeladjudant, bleef al die jaren zijn naaste steun en toeverlaat. Met Pruisisch plichtsbesef maakt Ilsemann notities van Wilhelms denken en doen. Het resultaat is een aangrijpend portret van een gevallen halfgod, hunkerend naar een terugkeer op de troon. De dagboekfragmenten zijn op initiatief van Huis Doorn recent opnieuw vertaald en uitbracht bij uitgeverij Aspekt.
 
Bron:historiek.net