In zijn autobiografie Dichtung und Wahrheit schrijft Goethe in de eerste twee delen (Boek I-X) over zijn jonge jaren in Frankfurt, Leipzig en Straatsburg, de jaren zestig van de achttiende eeuw. Daarin passeren een aantal beroemde tijdgenoten de revue. In Goethe. Kunstwerk van het leven weeft Rüdiger Safranski door zijn biografie verschillende minibiografieën van tijdgenoten die invloed hadden op Goethe, zoals Adam Friedrich Oeser
In het tweede hoofdstuk van Goethe. Kunstwerk van het leven schrijft Rüdiger Safranski hoe de zestienjarige Goethe in de herfst van 1765 in Leipzig aankomt om er te gaan studeren. In 1768 gaat hij naast zijn studie teken- en schilderonderwijs volgen bij Adam Friedrich Oeser, een schilder uit Dresden die in 1759 was aangesteld als eerste directeur van de Leipziger Zeichenakademie.

Oeser maakt Goethe enthousiast voor een ongekunstelde manier van schilderen en stuurt hem naar Dresden om de Gemäldegalerie Alte Meister te gaan bekijken. Het zijn de Hollandse schilders van de zeventiende eeuw die de grootste indruk op de jonge Goethe maakten: “Meine Verwunderung überstieg jeden Begriff!”
Na de Zevenjarige Oorlog (1757-1763) gaat de zoetige, gekunstelde rococo langzaam plaatsmaken voor een meer realistische manier van schilderen. Dat is goed te zien in het onderstaande groepsportret uit 1766 dat Oeser van zijn kinderen schilderde. Goethe was overigens ook bevriend met zijn dochter Friederike Elisabeth (1748–1829).

Bron:de.wikipedia.org


Alessandro Baricco signaleert in
“Reichtum und Schnelligkeit ist, was die Welt bewundert und wonach jeder strebt, Eisenbahnen, Schnellposten, Dampfschiffe und alle mögliche Fazilitäten der Kommunikation sind es, worauf die gebildete Welt ausgeht, sich zu überbieten, zu überbilden und dadurch in der Mittelmäßigkeit zu verharren.”












