Categorie archief: Duitsland

romantiek & expressionisme

De invloed van de Oostenrijkse schilder Moritz von Schwind
op de Duitse filmpionier Paul Wegener

WegenerDe Duitse toneelspeler en regisseur Paul Wegener speelde al voor de Eerste Wereldoorlog in films en kreeg bekendheid met zijn rol als Balduin in Der Student von Praag (1913). Vanaf 1916 ging hij zelf films regisseren. Der Yoghi, Rübezahls Hochzeit, Der Golem und die Tänzerin, Hans Trutz im Schlaraffenland, Der Rattenfänger von Hameln en Der fremde Fürst verschenen allemaal nog in het Duitse keizerrijk en zouden invloed hebben op de expressionistische film van de Weimar Republiek. Wegener koos voor de sprookjes- en fantasyfilm, een genre dat is voortgekomen uit de Duitse Romantiek. De expressionistische film die in wezen neoromantisch was, sloot daar precies bij aan. Paul Wegener keek al vóór Murnau en Lang goed naar de schilderkunst. Het personage voor de film Rübezahls Hochzeit (1916) ontleende hij van de laat-romantische Oostenrijkse schilder Moritz von Schwind die de sprookjesfiguur Rübezahl als een noordelijke faun had uitgebeeld.

Rübezahls  door Schwind
Rübezahl door Moritz von Schwind in 1830 en 1859. De tweede versie leent zich door zijn expressieve profiel goed voor een van de voorlopers van de expressionistische film.
Wegener en Schwind
stills uit Rübezahls Hochzeit (1916) van Paul Wegener en het schilderij dat Moritz von Schwind in 1859 van Rübezahl maakte
It is reasonable to argue that the German cinema is a development of German Romanticism, and that modern technique merely lends visible form to Romantic fantasies

Lotte Eisner in “Murnau” (1967)

Morgenstunde
Moritz von Schwind Morgenstunde
Zowel Wegener als Murnau gebruikten dit tafereel voor een van hun films

Paul Wegener – Frühe Moderne in Film [ sensesofcinema.com ]

geabstraheerde Middeleeuwen

gisterenavond gezien op Arte: Siegfried en Kriemhilds Rache (1924)

SiegfriedDe Duitse filmpionier Fritz Lang begon in 1922 aan zijn elfde film. Ditmaal was het een zeer ambitieus project dat veel doet denken aan de Tolkienverfilming van Peter Jackson 75 jaar later. De verfilming van het Nibelungenepos uit 1922-1924 was niet alleen een superproductie maar ook een fantasyfilm. Vanwege de lengte werden de film in twee delen gesneden: Siegfried en Kriemhilds Rache. Gisterenavond zond de Frans-Duitse zender Arte beide delen achter elkaar uit en ‘s nachts volgde nog een documentaire over de restauratie van dit filmmonument.

Kriemhilds RacheNa bijna negentig jaar maakt de film nog steeds indruk. Toch kijk ik naar deze film vanuit een andere houding dan ik gewend ben. De cinematografie is beperkt, de traagheid vergt veel van het geduld, het acteerwerk is theatraal. Het is duidelijk een film uit een heel andere tijd. Maar dat maakt het juist zo spannend. De zwijgende film vraagt om een bepaalde manier van acteren en de primitieve cinematografie dwingt tot een bepaalde manier van vertellen.

Siegfried en Kriemhilds Rache staan nog dichtbij het theater en de schilderkunst. De acteurs hebben maskerachtige gezichten en bevriezen deze vaak in een ondubbelzinnige uitdrukking. Het groteske en niet subtiele geeft het expressionistische acteren zijn magische kracht: een fonkelende blik, gemene toegeknepen ogen, een ten hemel geslagen smachtende blik… En altijd onnatuurlijk lang vastgehouden om de emotie te accentueren.

Siegfried 1924
Kriemhilde wijst Hagen Tronje aan als de moordenaar van Siegfried. De meeste scenes zijn zorgvuldig geënsceneerde taferelen die rechtstreeks voortkomen uit de historieschilderkunst.
Het groteske en niet subtiele geeft het expressionistische acteren zijn magische kracht: een fonkelende blik, gemene toegeknepen ogen, een ten hemel geslagen smachtende blik… En altijd onnatuurlijk lang vastgehouden om de emotie te accentueren.

Een ander punt waar je bij een film uit de vroege jaren twintig tegenaan loopt, is de cinematografie. Er zijn nog geen pans, tilts, dollyshots, en andere camerabewegingen. De camera staat altijd op één vast punt. In- en uitzoomen is er ook niet bij. Je hebt dus eigenlijk de ervaring dat je in het theater zit en telkens een nieuwe scene op het toneel te zien krijgt. Ook kun je het vergelijken met een schilderijententoonstelling: telkens krijg je een volgend zorgvuldig geënsceneerd tafereel te zien, dat net als een schilderij een visuele vertelling is. Totaal, half-totaal en close up, dat is alles. Tegenwoordig zou dit slaapverwekkende cinematografie zijn, want we zijn nu gewend dat camera’s bewegen en dat ze ons zelfs fysiek in de film betrekken. De statische camera die een scene veel te lang vast houdt, daar hebben we allang het geduld niet meer voor. En toch is het juist deze manier van filmen die laat zien dat de filmkunst uit het theater en de schilderkunst voortkomt. Kijk bijvoorbeeld naar de filmdecors. Het zijn niet meer de geschilderde decors die in de schouwburg gebruikt werden. En toch ook wel weer, maar dan nu in 3D uitgevoerd op de filmset. De filmdecors zijn net als de geschilderde toneeldecors geïdealiseerd en vertellen het landschap zoals een klassiek schilderij het landschap vertelt: een weggetje dat naar de horizon leidt, halverwege een bruggetje en op de voorgrond de onvermijdelijke boom.

Kriemhilde
kostuumontwerper Paul Gerd Guderian heeft goed naar het werk van Gustav Klimt gekeken

De set decorateurs en de kostuumontwerpers hebben niet letterlijk historische stijlen geciteerd. Je denkt in de donkere Middeleeuwen te zijn, met spookachtige ridderfiguren, jonkvrouwen, dwergen en zelfs een draak. Maar als je beter kijkt, zie je dat je in de jaren twintig bent. Kriemhilde ziet eruit als een schikgodin die zo lijkt weggelopen uit een schilderij van Franz von Stück of Gustav Klimt. De mantel die ze draagt, met geabstraheerde vormen, driehoekjes, cirkels en blokjes, werd in de Middeleeuwen niet gedragen. Het is Wiener Secession, een variant van de Jugendstil waaruit in de jaren twintig de Art Deco is voortgekomen.

Kriemhilds Rache
stills uit Kriemhilds Rache 1924
Ik kijk in twee soorten verleden en ergens zie ik iets heel moderns tevoorschijn komen, een geabstraheerde Middeleeuwen.

Ook in de architectonische decors zijn de Middeleeuwen modern geïnterpreteerd. Het is een geabstraheerde wereld van grote vormen, die je ook tegenkomt bij architecten als Adolf Loos en Erich Mendelsohn. Deze overvloeiende tijdsbeelden vind ik intrigerend. Ik kijk in twee soorten verleden en ergens zie ik iets heel moderns tevoorschijn komen, een geabstraheerde Middeleeuwen met expressionistische acteurs. Componist Gottfried Huppertz heeft in de filmscore geen Wagnermotieven verwerkt, maar zijn muziek is bombastisch genoeg om de associatie met Wagner te maken. Dat komt er dus ook nog bij. Alles bij elkaar zijn de Nibelungenfilms een hutspot van tijdsbeelden: geromantiseerde Middeleeuwse, negentiende eeuws dramatiek en twintigste eeuwse abstractie. Deze verbinding tussen verschillende tijdvakken, tilt ons ergens boven de tijd uit. Anders gezegd: ergens is het nog altijd 1924.

Fritz LangWährend Fritz Lang sich mit diesem Film endgültig seinen Status als bildgewaltiger Regisseur verschaffte, war er für die Ufa bestens geeignet, mit ihrem hochmodernen Technikpark international zu reüssieren. Die Nibelungen gilt als bis dahin teuerste deutsche Filmproduktion. Die Vorbereitungszeit für Drehbuch, Bauten und Kostüme umfasste ein halbes Jahr, in dem ein künstlicher Wald mit neun Meter hohen Bäumen im Studio erbaut und ein 21 meter langer Drache mit lebensechten Bewegungsabläufen erschaffen wurde. Ein Vierteljahr lang kamen in der Wohnung Langs und von Harbous die Kameraleute Carl Hoffmann und Günther Rittau, der Komponist Gottfried Huppertz, der Maskenbildner Otto Genath, die Architekten Otto Hunte und Erich Kettelhut sowie der Techniker Karl Vollbrecht und der Kostümbildner Paul Gerd Guderian zu ausgedehnten Regiesitzungen zusammen. Dabei wurde jedes Detail, von den aufwendigen Bauten bis hin zum Gang eines Darstellers, diskutiert.
 
Bron: arte.tv

Siegfried [ imdb.com ] | Kriemhilds Rache [ imdb.com ] | Fritz Lang foto’s

de hemel boven Meßkirch

vandaag is het de 122e geboortedag van Martin Heidegger
na drie maanden las ik Heidegger en zijn Tijd eindelijk uit…

geboortehuis van Martin Heidegger in MesskirchRüdiger Safranski begint en eindigt zijn biografie over de Duitse filosoof Martin Heidegger met de hemel boven Meßkirch. Deze zomer bezocht ik met Michaela het kleine provinciestadje in Schwaben waar Heidegger in het Dasein geworpen werd. Zijn geboortehuis ziet er zoals de meeste geboortehuizen van beroemdheden niet spectaculair uit. Zijn vader was koster in de Martinskerk die vlak tegenover het sobere huisje staat waar zijn eerste zoon ter wereld kwam, die vanzelfsprekend de naam Martin kreeg. Heidegger zou vlak voor zijn dertigste afscheid nemen van het geloof van zijn vader maar de laatste twintig jaar van zijn leven zou hij jaarlijks op 11 november, de dag van zijn naamheilige, de mis in Meßkirch bijwonen. Hij zat dan op de oude vertrouwde plaats in de koorbank waar hij rond 1900 als klokkenluidertje altijd had gezeten.

Heidegger nam de uitdaging van de moderne tijd aan. Hij ontwikkelde een filosofie van een bestaan dat zich aantreft onder een lege hemel, beheerst door een alles verslindende tijd, geworpen en toegerust met de gave het eigen leven te ontwerpen.

Rüdiger Safranski

Martinskirche
De Martinskirche in Meßkirch met het geboorthuis van Martin Heidegger

Meßkirch [ de.wikipedia.org ]