op de Duitse filmpionier Paul Wegener
De Duitse toneelspeler en regisseur Paul Wegener speelde al voor de Eerste Wereldoorlog in films en kreeg bekendheid met zijn rol als Balduin in Der Student von Praag (1913). Vanaf 1916 ging hij zelf films regisseren. Der Yoghi, Rübezahls Hochzeit, Der Golem und die Tänzerin, Hans Trutz im Schlaraffenland, Der Rattenfänger von Hameln en Der fremde Fürst verschenen allemaal nog in het Duitse keizerrijk en zouden invloed hebben op de expressionistische film van de Weimar Republiek. Wegener koos voor de sprookjes- en fantasyfilm, een genre dat is voortgekomen uit de Duitse Romantiek. De expressionistische film die in wezen neoromantisch was, sloot daar precies bij aan. Paul Wegener keek al vóór Murnau en Lang goed naar de schilderkunst. Het personage voor de film Rübezahls Hochzeit (1916) ontleende hij van de laat-romantische Oostenrijkse schilder Moritz von Schwind die de sprookjesfiguur Rübezahl als een noordelijke faun had uitgebeeld.


Lotte Eisner in “Murnau” (1967)

Zowel Wegener als Murnau gebruikten dit tafereel voor een van hun films
De Duitse filmpionier
Na bijna negentig jaar maakt de film nog steeds indruk. Toch kijk ik naar deze film vanuit een andere houding dan ik gewend ben. De cinematografie is beperkt, de traagheid vergt veel van het geduld, het acteerwerk is theatraal. Het is duidelijk een film uit een heel andere tijd. Maar dat maakt het juist zo spannend. De zwijgende film vraagt om een bepaalde manier van acteren en de primitieve cinematografie dwingt tot een bepaalde manier van vertellen. 


Während Fritz Lang sich mit diesem Film endgültig seinen Status als bildgewaltiger Regisseur verschaffte, war er für die Ufa bestens geeignet, mit ihrem hochmodernen Technikpark international zu reüssieren. Die Nibelungen gilt als bis dahin teuerste deutsche Filmproduktion. Die Vorbereitungszeit für Drehbuch, Bauten und Kostüme umfasste ein halbes Jahr, in dem ein künstlicher Wald mit neun Meter hohen Bäumen im Studio erbaut und ein 21 meter langer Drache mit lebensechten Bewegungsabläufen erschaffen wurde. Ein Vierteljahr lang kamen in der Wohnung Langs und von Harbous die Kameraleute Carl Hoffmann und Günther Rittau, der Komponist Gottfried Huppertz, der Maskenbildner Otto Genath, die Architekten Otto Hunte und Erich Kettelhut sowie der Techniker Karl Vollbrecht und der Kostümbildner Paul Gerd Guderian zu ausgedehnten Regiesitzungen zusammen. Dabei wurde jedes Detail, von den aufwendigen Bauten bis hin zum Gang eines Darstellers, diskutiert.
Rüdiger Safranski begint en eindigt zijn biografie over de Duitse filosoof Martin Heidegger met de hemel boven Meßkirch. Deze zomer bezocht ik met Michaela het kleine provinciestadje in Schwaben waar Heidegger in het Dasein geworpen werd. Zijn geboortehuis ziet er zoals de meeste geboortehuizen van beroemdheden niet spectaculair uit. Zijn vader was koster in de Martinskerk die vlak tegenover het sobere huisje staat waar zijn eerste zoon ter wereld kwam, die vanzelfsprekend de naam Martin kreeg. Heidegger zou vlak voor zijn dertigste afscheid nemen van het geloof van zijn vader maar de laatste twintig jaar van zijn leven zou hij jaarlijks op 11 november, de dag van zijn naamheilige, de mis in Meßkirch bijwonen. Hij zat dan op de oude vertrouwde plaats in de koorbank waar hij rond 1900 als klokkenluidertje altijd had gezeten. 













