Categorie archief: Italië

Venetiaans theater

twee grote Venetiaanse schilders: Paolo Veronese (1528-1588)
en Giovanni Battista Tiepolo (1696-1770)

Niet alleen grote wetenschappers zijn dwergen die op de schouders van reuzen staan, grote kunstenaars zijn dat evengoed. Waar zou Rembrandt zijn geweest zonder Caravaggio? Italiaanse schilders waren niet alleen invloedrijk boven de Alpen, ze beïnvloedden ook elkaar. Dat gebeurde in de eerste plaats in de voornaamste kunstcentra: Florence, Rome en Venetië. Deze steden trokken uit de wijde omtrek jong talent aan.

Veronese
Paolo Veronese
detail uit: de familie van Darius voor Alexander de Grote (1565/67)

In Venetië, waar de gangbare frescotechniek kwetsbaar was vanwege het vochtige klimaat, ging men voornamelijk met olieverf schilderen. De olieverftechniek hadden de Italianen geïmporteerd uit Vlaanderen. Oorspronkelijk werd deze toegepast op paneel. Maar omdat de Italianen door de fresco’s grote formaten gewend waren, en het houten paneel het formaat beperkte, gingen de Venetiaanse schilders op linnen schilderen. Het linnen werd over een houten spanraam getrokken, gespannen, geprepareerd en vervolgens beschilderd. Na de voltooiing kon het schilderij weer van het spanraam worden genomen en opgerold worden. Op deze manier konden grote formaten gemakkelijk vervoerd worden en dat had voor de opdrachtgever én voor de schilder grote praktische voordelen.

Aan het begin van de zestiende eeuw waren de zogenaamde Venetiaanse coloristen een nieuwe richting ingeslagen. De olieverftechniek ontwikkelde zich in Venetië anders dan in Vlaanderen, waar zeer gedetailleerd geschilderd werd op relatief kleine formaten. In Venetië was het theatrale en de atmosfeer van de voorstelling belangrijk. Giorgione had de pastorale geïntroduceerd met een verstilde, poëtische sfeer. Titiaan (1487-1576) ging op deze weg verder en ontdekte dat je door telkens koele en warme glacislagen af te wisselen ontelbaar verschillende tertiaire kleuren kon krijgen, die de ruimtelijke illusie enorm vergroten. Daarnaast gebruikte Titiaan sterke lokale kleuren om bepaalde elementen uit te lichten. Naar Italiaans gebruik hanteerde hij kleurenschema’s voor kledingstukken.

Veronese
Paolo Veronese
Venetië op de troon voor Rechtvaardigheid en Vrede (1575/1578) dergelijke perspectivische effecten worden door Tiepolo in zijn plafondschilderingen verder geperfectioneerd

Titiaan‘s nieuwe manier van schilderen vond veel navolging in Venetië. Na 1520 veranderde de heldere Renaissancestijl. De kleuren werden gebroken maar oogden daardoor natuurlijker. De nadruk kwam te liggen op de atmosfeer en de tekening werd minder scherp. Rond het midden van de zestiende eeuw waren er naast Titiaan nog twee belangrijke schilders in Venetië werkzaam: Tintoretto (1518-1594), en Paolo Veronese (1528-1588). Zoals de naam al zegt, kwam, Veronese uit Verona. Zijn eerste opdrachten kreeg hij in Mantua. Daarna vertrok hij naar Venetië waar hij carrière kon maken.

Bij Tiepolo was de invloed van Veronese zo duidelijk dat zijn tijdgenoten over Veronese redivio (een nieuwe Veronese) spraken.

Veronese had grote invloed op de schilders na hem. Zijn invloed op de schilderkunst is generaties na hem nog duidelijk te bespeuren. Bij Giovanni Battista Tiepolo, die wel eens de laatste grote Venetiaanse schilder genoemd wordt en ruim honderd jaar na hem geboren werd, was de invloed van Veronese zo duidelijk dat zijn tijdgenoten over Veronese redivio (een nieuwe Veronese) spraken.

Veronese
Dit schilderij (een allegorie van de vrede) lijkt op het eerste gezicht een Tiepolo. De blauwe lucht met roze wolkenflard is immers zijn handelsmerk geworden en het penseelwerk is tekenachtig in frisse kleuren. In werkelijkheid is dit een vroeg schilderij van Veronese uit 1551/52.

Tiepolo citeerde Veronese soms letterlijk. Hij maakte over de volle breedte gebruik van Veronese‘s arsenaal aan beeldmiddelen: personages in kenmerkende houdingen (vaak in perspectief met de ledematen verkort weergegeven), kostuums, honden, achtergronden en telkens overgoten met Venetiaanse glamour. Tiepolo‘s vrouwenfiguren waren van hetzelfde type als bij Veronese en Titiaan: het waren bijna zonder uitzondering courtisanes, chique hoeren, die tegen forse betaling voor de schilder geposeerd hadden.

Veronese
Paolo Veronese
detail uit: de ontvoering van Europa (1581/84)

Veronese en Tiepolo waren beiden sterk in muur- en plafondschilderingen. Ze gebruikten architectonische elementen in hun voorstellingen om hun voorstellingen over te laten lopen in het gebouw waar deze deel van uitmaakten. De illusionaire ruimte wordt zo opgenomen binnen de werkelijke ruimte. Ze lijken inderdaad in elkaar over te lopen.

Veronese en Tiepolo
de balustrade met toeschouwers is een theatraal middel van Veronese (boven) dat Tiepolo (onder) dankbaar overneemt.

Een element dat Veronese graag gebruikte en wat Tiepolo overnam, is de balustrade met toeschouwers. Het is een sterk middel om het theater te versterken. Het tafereel wordt vanuit de voorstelling gadegeslagen door figuren op de achtergrond. Ze lijken als het ware samen met de werkelijke toeschouwers in de reële ruimte de voorstelling te omsluiten.

Veronese
Paolo Veronese
detail uit: de familie van Darius voor Alexander de Grote (1565/67)
Tiepolo
Giovanni Battista Tiepolo
detail uit: het banket van Cleopatra (1743/1744)
boeken

recente publicaties over Veronese en Tiepolo
Veronese van Xavier F. Salomon, uitgeven door de National Gallery Company, 2014
Conferentie Paolo Veronese nella Venezia del Cinquecento in Museo di Castelvecchio, Verona 2014
Giambattista Tiepolo: Fifteen Oil Sketches van Jon L. Seydl, uitgegeven door Getty Publications, 2005

landschap en herinnering [ 3 ]

de ruïne als nuttig obstakel of als idylle

Gerd wees mij op een schilderij van de Franse ruïneschilder Hubert Robert (1733-1808). Het is een voorstelling van de brug van Salario die hij rond 1775 geschilderd moet hebben. Als voorbeeld gebruikte hij een bijna twintig jaar oudere ets van Giovanni Battista Piranesi (1720-1778). Beide kunstenaars werden in Rome beïnvloed door Giovanni Paolo Panini (1691-1765), een beroemdheid op het gebied van Romeinse stadsgezichten.

Ponte Salario
Giovanni Battista Piranesi
Il Ponte Salario (ca. 1760)

Wat mij in de etsen van Piranesi treft, is de vanzelfsprekendheid waarmee de overblijfselen van Romeinse architectuur met het dagelijks leven samengaan. Ruïnes waren halverwege de achttiende eeuw nog geen eilandjes van monumentenzorg, maar obstakels in het landschap. Vaak deden ze dienst als veestal of soms letterlijk als steunpilaar en werd er een boerderij of herberg tegenaan geflanst.

Ponte Salario
Hubert Robert
Il Ponte Salario (ca. 1775)

Ook de brug van Salario is op de ets van Piranesi geen dode hoop stenen, maar vol leven. Robert maakte er een eigen interpretatie van. Wie tegenwoordig deze brug zoekt, drie kilometer ten noorden van Porta Collina bij Rome wordt teleurgesteld. De brug werd in 1867 afgebroken. De huidige stenen boogbrug dateert uit 1874 en mist verbeeldingskracht.

In de negentiende eeuw veranderde de houding tegenover het verleden. Er kwam monumentenzorg op gang. In de romantiek werden ruïnes gekoesterd als broeinesten van historische verbeelding. Thomas Cole (1801-1848), een Amerikaanse schilder uit het begin van de negentiende eeuw die ook in de omgeving van Rome werkte, schilderde twee jaar voor zijn dood een idyllisch landschap met daarin de ruïne van de boog van Nero. De ruïne is net als het zonovergoten pastorale landschap aaibaar geschilderd, als een dierbare herinnering die onze zorg en koestering verdient.

Boog van Nero
Thomas Cole
Boog van Nero (ca.1846)

Volgens een interpretatie van het Newark Museum wilde Thomas Cole zijn landgenoten met deze pastorale juist een les leren:

Thomas Cole may have made this painting because scenes of shepherds in Roman ruins were popular with American and British tourists who wanted picturesque souvenirs. The Arch of Nero may contain warnings about America. Cole wanted this country to remain an agrarian society and may have used the ruins of the Roman Empire as a symbol for what happens to a country when it is expansionist, consumed by materialism and falls out of harmony with nature. Cole went to Italy twice, in 1832 and again in 1842, and each time he painted the Arch of Nero, part of the Claudian aqueduct, located just south of Tivoli.
 
Bron: newarkmuseum.org

Ponte Salario [ en.wikipedia.org ]

“dartele penceeltoetzen”

de Italiaanse landschappen van Nicolaes Berchem

Berchem - in het licht van ItaliëZeven jaar geleden was er in het Frans Hals Museum in Haarlem een grote tentoonstelling over de Haarlemse landschapsschilder Nicolaes Pietersz. Berchem (1620-1683). Gisteren las ik in de catalogus van deze tentoonstelling die ook in Zürich, Schwerin en Gent te zien was.

Nicolaas Berchem was de zoon van Pieter Claeszn (1596-1661). Hoewel zijn vader veel succes had met pronkstillevens, bekwaamde Nicolaes zich in het landschap. Hij staat bekend als een zogenaamde “Italianiserende” landschapsschilder. Samen met Jan Both, Karel Dujardin, Adam Pijnacker en Jan-Baptist Weenix behoorde hij tot de tweede generatie Italianisanten. Waarschijnlijk is hij zelf nooit in Italië geweest. Maar in zijn landschappen wist hij het zuidelijke licht wel precies te treffen.

Waarschijnlijk is Nicolaes Berchem zelf nooit in Italië geweest. Maar in zijn landschappen wist hij het zuidelijke licht wel precies te treffen.

Kunsthistoricus Luuk Pijl schrijft in zijn bijdrage “invloeden en ontwikkeling” hoe Nicolaes Berchem door een hele reeks van leraren en collega’s beïnvloed werd, maar deze invloeden allemaal in een eigen stijl wist te integreren. We zien bij hem geen eclecticisme maar een consistente stijl die gekenmerkt wordt door een zeer vloeiende penseelvoering. Arnold Houbraken schreef in De groote schouburgh der Neder­lantsche konstschilders en schilderessen (1718–1721) over Berchems “dartele penceeltoetzen”. Niet alleen de vlotte werkwijze, maar ook de composities maken de landschappen van Berchem zeer levendig. Hij groepeerde dieren en mensen op een natuurlijke manier. Het vee werd vaak driekwart weergegeven en niet frontaal of van opzij, zodat een levendig beeld ontstaat.

Nicolaes Berchem
Dit Italiaanse landschap is representatief voor Berchems landschappen. Zijn palet wordt vaak gedomineerd door goudbruine en groene tinten voor het landschap, terwijl de figuren met pittige kleuraccenten zijn geschilderd. Vaak is er op het zgn. “middenplan” een enorme weidsheid. Dat had hij afgekeken van Jan Asselijn. Deze landschapsschilder was in Italië geweest en wist uit ervaring hoe het zuidelijke licht zich over het landschap verspreidt en hoe de bergen in de verte door het atmosferisch perspectief lijken te worden opgeslokt.

In de achttiende eeuw was er met name in Frankrijk een grote vraag naar de schilderijen van Berchem. Tijdens het rococo was er veel waardering voor zijn idyllische Italiaanse landschappen die losjes geschilderd waren. Zijn werk raakte zo gewild bij de Franse verzamelaars dat in de jaren vlak vóór de Franse Revolutie er in Frankrijk gemiddeld wel tien keer zoveel voor een schilderij van Berchem werd betaald dan in Nederland. Daarom hangt veel van zijn werk tegenwoordig in Frankrijk of heeft daar ooit gehangen. Maar aan het eind van de achttiende eeuw raakte het classicisme in de mode en werd er gladder geschilderd. De belangstelling voor Berchems schilderijen werd toen snel minder omdat men zijn dartele penceeltoetzen niet meer zo waarderen kon. Het ontbrak naar classicistische maatstaven aan vérité.

Nicolaes Berchem [ nl.wikipedia.org ]