1. Here was the last battle, where in the middle of the fights there were three Head of States on horseback within a few kilometres radius: Franz Joseph, Napoleon III and Victor Emmanuel II.




Bron: solferinoesanmartino.it




Dit voorjaar schreef ik al iets over De Kartuize van Parma van Stendhal (1783-1842). In het Woord vooraf schrijft Stendhal dat hij tijdens de Franse bezetting van Italië door Napoleon was ingekwartierd in het huis van een kanunnik in Padua met wie hij bevriend raakte. Toen hij bijna dertig jaar later terugkeerde in Padua besloot hij dat huis nog eens op te zoeken. De kanunnik was allang overleden, maar Stendhal maakte er kennis met zijn neef en zijn vrouw. Ze nodigden de Fransman uit en Stendhal haalde herinneringen op aan zijn oom. Het werd een lange avond want de neef en zijn vrouw vertelden de geschiedenis van de hertogin Sanseverina en haar neef Fabrizio del Dongo. Stendhal schrijft dan:
De Kartuize van Parma werd rond 1830 geschreven, niet door Stendhal zelf, maar door zijn secretaris die door zijn meester gedicteerd werd. Pas in 1839 werd de roman gepubliceerd. Stendhal voorzag dat zijn roman aanvankelijk geen succes zou zijn en dat pas na zijn dood de waarde van zijn oeuvre zou worden ingezien. Hij heeft gelijk gekregen.
Samen met Julien Sorel uit Le rouge et le noir is Fabrizio del Dongo een van de bekendste romanfiguren uit de negentiende eeuw. Ze lijken op elkaar en natuurlijk ook een beetje op Stendhal zelf. Beter gezegd: Stendhal had zoals Julien of Fabrizio willen zijn. Beiden worden verscheurd tussen het rood (het leger) en het zwart (de kerk). In 1815 besluit de dan 17-jarige Fabrizio om Napoleon tijdens de Honderd Dagen te steunen en vertrekt naar Noord-Frankrijk. Daar neemt hij deel aan de achterhoedegevechten rond Waterloo. In de beschrijvingen van de schermutselingen kon Stendhal putten uit zijn eigen ervaringen. In 1812 reisde hij in de legers van Napoleon mee naar Moskou.

Fabrizio‘s besluit om voor Napoleon te gaan vechten, heeft grote gevolgen voor hem. Als jonge edelman wordt hij geacht de revolutionairen te haten en niet om met hen te sympathiseren. Hij moet zijn ouderlijk huis in Grianta aan het Comomeer ontvluchten. Zijn tante Gina, de hertogin Sanseverina, die bijzonder op haar neef gesteld is, speelt een belangrijke rol. Samen met haar minnaar, graaf Mosca, zorgt ze ervoor dat Fabrizio een nieuw leven kan beginnen in Parma.
Aanvankelijk verloopt alles goed. Maar dan begaat Fabrizio uit noodweer een moord en wordt door Ernest Ranuce IV, de tiran van Parma, en de politieke tegenstanders van hertogin Sanseverina en graaf Mosca ter dood veroordeeld. Eerst wordt hij opgesloten in de Farnesische toren. Maar tijdens zijn gevangenschap beleeft hij de gelukzaligste ogenblikken van zijn leven. Fabrizio is namelijk verliefd geworden op Clelia, de dochter van generaal Conti, die de citadel van Parma bewaakt.
Tijdens onze vakantie in Noord-Italië las ik enkele hoofdstukken die zich afspelen in Parma en probeerde ter plekke plaatsen op te zoeken die Stendhal beschrijft. De Farnesische toren heeft nooit bestaan en de citadel blijkt tegenwoordig een park waarbij alleen nog een enkele verdedigingsmuur bewaard gebleven is. Wel vond ik vlak achter het baptisterium een gebouw waar ik met enige fantasie de Farnesische toren in kon zien.

Fabrizio wordt de hulpbisschop van aartsbisschop Landriani van Parma. Deze kijkt tegen Fabrizio omdat deze van adelijke afkomst is en een van zijn voorvaderen bisschop was. Als hij Fabrizio voor het eerst ontvangt in het bisschoppelijk paleis, weet hij dat allemaal nog niet en laat hem te lang wachten. Daar krijgt hij vreselijke spijt van. Stendhal beschrijft met psychologische precisie de omgangsvormen rond 1825 en alle gevoeligheden in het sociale netwerk.

Het hertogdom Parma en Piacenza heeft overigens nooit een aartsbisschop Landrini of een vorst Ernest Ranuce IV gekend. Dat is een verzinsel van Stendhal. Van 1814 tot 1847 werd Parma geregeerd door Marie Luise van Oostenrijk, de tweede vrouw van Napoleon.

Wat ons vorig jaar niet gelukt was, moest dit jaar slagen. Daarom gingen we al gelijk bij aankomst in Noord-Italië naar San Martino, een paar kilometer onder het Gardameer en de autostrada van Milaan naar Venetië. Hier staat als een vuurtoren landinwaarts het nationaal monument om de Slag bij Solferino te herdenken. Ieder jaar is hier op 24 juni een re-enactment waarbij de slag tussen de Sardijnse en Oostenrijkse troepen wordt nagespeeld. Wij waren dan te laat voor dit spektakel, maar op tijd voor de toren die veel geduld heeft.

In een brede rotonde onderin de toren staat in het midden een groot standbeeld van Victor Emanuel II (1820-1872), de koning van Sardinië én de eerste koning van het koninkrijk Italië dat in 1861 ontstond. Voor de Italianen is hij de Padre della Patria. Het nationaal monument is ook aan hem opgedragen.

In de nissen van de rotonde bevinden zich borstbeelden van andere Italianen die een grote rol hebben gespeeld in de Risorgimento, de eenwording van Italië. Giuseppe Garibaldi (1807-1882) is natuurlijk de bekendste. Op honderden Italiaanse pleinen staat zijn standbeeld. Een jaar na de Slag bij Solferino zorgde hij voor de hereniging tussen Noord en Zuid door het Koninkrijk Napels binnen te vallen. De mars van de duizend roodhemden is waarschijnlijk nog steeds de meest heroïsche episode uit de Italiaanse geschiedenis.
Minstens zo belangrijk als Garibaldi vind ik persoonlijk Giuseppe Mazzini (1805-1872). In 1831 richtte hij La Giovine Italia op, een liberale beweging die overal in Europa navolging vond. Het streven was naar de nationale eenheidsstaat, bij voorkeur in de vorm van een republiek. Ook Garibaldi wilde alle Italianen graag verenigen in een republiek. Maar rond 1860 was heel Europa nog altijd monarchistisch en een republiek was nog altijd een brug te ver. Pas in 1949 zou Italië een republiek worden.
Aan de rand van de koepel van de rotonde zijn allegorische vrouwenfiguren geschilderd. Michaela vond ze “Mucha-achtig”. Ze zijn geschilderd rond 1893 en ademen de geest van Mucha en de art nouveau.
Een van de nissen in de rotonde geeft toegang tot een treeloze trap die in een spiraal aan de binnenkant van de toren omhoog voert. Op de wanden zijn grote wandschilderingen aangebracht die scenes uit de veldslag laten zien. De Slag bij Solferino en San Martino was bijzonder bloedig. Er stond veel op het spel. Voor Oostenrijk markeerde deze slag het begin van het einde. Er was een einde gekomen aan driehonderd jaar Habsburgse hegemonie in Noord-Italië.

In de voetsporen van Heidegger
Voetnoten bij de 19e eeuw
Amerikaanse Burgeroorlog
Napoleon en zijn schilders
Landschapsschilders uit de Goethezeit
Schilders in Italië
De schilder en zijn broodheer
De waakzaamheid van het hart
Ovidius’ Metamorphosen
Dantes Divina Commedia
Wolkenkrabbers
Op zoek naar de atoomstijl
Een avontuur van luitenant Blueberry
My favourite things