Maandelijks archief: augustus 2013

helden van het vaderland

De historische galerij van Jacob de Vos Jacobszoon (1850-1863)

In de negentiende eeuw gingen het bevorderen van historisch bewustzijn en het bevorderen van nationaal bewustzijn hand in hand. Met heldhaftige verhalen over het vaderlandse verleden werd de nationale trots onder de burgers aangewakkerd. Verwarring over de eigen identiteit was er niet in een eeuw waarin massamigratie nog niet bestond. Woonde je in Nederland, dan kwam je uit Het land van Rembrandt en was je een afstammeling van de Cananefaten, Batavieren of Friezen. Dat deze oude Germaanse volkeren ook jongens van Jan de Wit waren, moesten nationale mythen als die van de Batavier Gaius Julius Civilis bewijzen. Deze mythe werd al in de zeventiende eeuw gepropageerd. Zo ontving Rembrandt van het Amsterdamse stadsbestuur de opdracht om een imponerende voorstelling van de eed van Julius Civilis te schilderen.

eed van Julius Civilis
Claudius (Julius) Civilis spoort de Batavieren tot opstand aan (70 na Chr.) door Barend Wijnveld Jr.
Historieschilderkunst
was in de negentiende eeuw staatspropaganda

In de eerste helft van de negentiende eeuw hadden historieschilders niet te klagen over opdrachten. De opdrachtnemer werd geacht niet alleen een historische gebeurtenis uit het roemrijke verleden te illustreren. Nog belangrijker was de koppeling aan de actualiteit. Historieschilderkunst was in de negentiende eeuw staatspropaganda. In Nederland en België grepen historieschilders terug naar de helden uit hun Gouden Eeuw: Rembrandt, Rubens, Hals, Jordaens. Zo keerde na een aantal decennia neoclassicisme de barok weer terug, met dramatische lichteffecten, grote licht-donkercontrasten en reusachtige formaten. De historieschilderkunst tussen 1830 en 1870 verbindt de romantiek met het realisme. De inhoud is romantisch doordat het verleden geromantiseerd wordt. Maar de vorm is realistisch. Het naturalisme uit de zeventiende eeuw is als een koude prak opgewarmd.

Jacob de Vos door PienemanEen bijzonder, maar tamelijk onbekend document van Nederlandse historieschilderkunst uit de negentiende eeuw is de historische galerij van Jacob de Vos Jacobszoon, een reeks van 253 olieverfschetsen die tussen 1850 en 1863 geschilderd werd in opdracht van Jacob de Vos Jacobszoon (1803-1878). Net als de huidige canon van Nederland toont het een aantal vensters op onze nationale geschiedenis. De selectie van 253 historische gebeurtenissen tussen het jaar 40 en 1861 is gemaakt door de opdrachtgever die ook elke voorstelling van zijn commentaar voorzien heeft.

Canon
1 Koning Radboud weigert de doop (719)
2 Bonifatius bij Dokkum vermoord (754)
(1 en 2 door Jacobus van Dijck)
3 Graaf Willem II van Holland komt om in het ijs bij Hoogwoud (1256)
door Jacobus van Koningsveld
4 Floris V door edelen vermoord (1296)
door Johannes Hinderikus Egenberger

In de negentiende eeuw keek men veel dieper in het verleden dan in de eenentwintigste eeuw. Zijn er in de huidige canon maar zes vensters op de periode van vóór 1600, in de historische galerij uit 1850-1863 zijn er 115 historische gebeurtenissen van vóór 1600 opgenomen. De middeleeuwen zijn duidelijk geen vrolijke tijd. List en bedrog, moord en doodslag, Hoekse en Kabeljauwse Twisten bepalen het beeld.

Helden van het vaderland [ dbnl.org ]

de wereld als labyrint

gekocht in Bückeburg: Die Welt als Labyrinth (1957) van G.R.Hocke

Soms koop je een boek dat op jou persoonlijk heeft liggen wachten. Het overkwam mij afgelopen donderdag in Bückeburg. Naast de poort van Schloss Bückeburg is een antiquariaat waar we om het andere jaar even gaan kijken. Mijn oog viel op een pocket met een intrigerende omslag. Het bleek een verhandeling over het maniërisme. De auteur, Gustav René Hocke, gaat uit van het maniërisme in de ruimste zin en beperkt zich niet tot het historische maniërisme (1525-1580) dat hij overigens oprekt tot 1650.

Het maniërisme heeft een voorliefde voor de vervorming, voor spiegels en labyrinten. Toen ik het motto van Karl Jaspers las, wist ik dat dit een boek voor mij was. Thuisgekomen realiseerde ik mij dat er iets merkwaardigs aan de hand is. Ik vond het buiten in een bak naast de kasteelpoort, dat een fraai voorbeeld is van maniëristische architectuur. De piramidevormige stekels op de boog, staan ook op de omslag van de pocketuitgave. Het is dus waar: ik leef in een labyrint, tussen ontelbare spiegels.

Bückeburg
maniërisme in Bückeburg
het maniëristische Schlossportal in Bückeburg en de omslag van Die Welt als Labyrinth (1957) die ik in het antiquariaat naast de poort kocht.
Unser Leben geht voran in der wechselseitigen Erhellung von Vergangenheit und Gegenwart

Karl Jaspers

Keine Realität ist wichtiger für unsere Selbstvergewisserung als die Geschichte. Sie zeigt uns den weitesten Horizont der Menschheit, bringt uns die unser Leben begründenden Gehalte der Überlieferung, zeigt uns die Massstäbe für das Gegenwärtige, befreit uns aus der bewusstlosen Gebundenheit an das eigene Zeitalter, lehrt uns den Menschen in seinen höchsten Möglichkeiten und in seinen unvergänglichen Schöpfungen sehen. – Unsere Musse können wir nicht besser verwenden, als mit den Herrlichkeiten der Vergangenheit vertraut zu werden und vertraut zu bleiben und das Unheil zu sehen, in dem alles zugrunde ging. Was wir gegenwärtig erfahren, verstehen wir besser im Spiegel der Geschichte. Was die Geschichte überliefert, wird uns lebendig aus unserem eigenen Zeitalter. Unser Leben geht voran in der wechselseitigen Erhellung von Vergangenheit und Gegenwart.
 
citaat van Karl Japers als motto van Die Welt als Labyrinth. Manier und Manie in der europäischen Kunst. Beiträge zur Ikonographie und Formgeschichte der europäischen Kunst von 1520 bis 1650 und der Gegenwart. Rowohlt (rde 50/51), Hamburg 1957

Facade Stadtirche 1615Bückeburg (Schaumburg-Lippe)
 
Ernst von Holstein-Schaumburg, der von 1601 bis 1622 regierte und 1619 gefürstet wurde, machte Bückeburg 1607 zu seiner Residenz. Er verlieh ihr Stadtrechte, ließ neue Straßen anlegen, Befestigungswerke und Bauten errichten; darunter die Stadtkirche mit der frühbarocken Fassade von 1615. Am Marktplatz ließ er das äußere Schlossportal mit einem flankierenden Verwaltungsgebäude, die heute noch bestehende Fürstliche Hofkammer, und das Ballhaus erbauen. Den unter seinem Vater angelegten Garten verwandelte Ernst in einen typischen, recht repräsentativen Renaissancegarten. 1622 wurde als letztes der große Marstall gebaut. Die Kapelle erhielt eine frühbarocke Holzdekoration und wurde komplett im manieristischen Stil ausgemalt. Die filigrane Holzdekoration der Schlosskapelle wurde von den beiden Hildesheimer Bildhauern Ebbert dem Jüngeren und Jonas Wulff angefertigt. (Bron: de.wikipedia.org )

Maniërisme [ nl.wikipedia.org ] | schloss-bueckeburg.de

de laatste bruine meester

donderdag gekocht in Bückeburg: Franz Lenbach (3e druk, 1905)

Lenbach 1905In 1894 startte uitgeverij Velhagen & Klasing (Bielefeld und Leipzig) een serie kunstboeken onder de naam Künstler Monographien waarin bijna vijftig jaar lang (tot 1941) nieuwe delen verschenen. De kunstboeken zijn geïllustreerd met schilderijenreproducties in rastercliché. Uit deze serie heb ik al verschillende delen verzameld, o.a. Adolph Menzel (1815-1905) en Moritz von Schwind (1804-1871). Donderdag voegde ik er weer een deel aan toe. Malerfürst Franz Lenbach (1836-1904) was destijds wereldberoemd in München maar is nu vooral bekend van het Lenbachhaus, een museum met klassieke moderne schilderkunst in München.

Rond 1900 was zijn ster zover gerezen dat Franz Lenbach in Duitsland in één adem genoemd werd met Titiaan en Rembrandt. De tekst van Adolf Rosenberg (wie heet er na 1945 nog zo?) uit 1898, is hijgerig van toon. Maar het is een aardig document uit een andere tijd, waarin het kubisme nog niet bestond, laat staan de abstracte schilderkunst. Lenbach stierf in 1904. De afbraak van de schilderkunst was toen onder aanvoering van les Fauves (de Wilden) al begonnen. Het abstracte expressionisme van der Blaue Reiter hoefde Lenbach niet meer mee te maken. Nu trekt zijn voormalige woonhuis en atelier jaarlijks meer dan 400.000 bezoekers. Het is een historische plaats waar de grens tussen klassiek en modern snoeischerp getrokken is: tussen de donkerbruine realistische portretten van Franz Lenbach en het kakelbonte primitivisme van Wassily Kandinsky, Franz Marc, August Macke, Gabriele Münter en Paul Klee.

Lenbach
Franz Lenbach zelfportret, 1903
Rond 1900 was zijn ster zover gerezen dat Franz Lenbach in Duitsland in één adem genoemd werd met Titiaan en Rembrandt
Die Alten haben das Augenmass nie verloren. Sie haben die Natur behersscht und sind nie ihre Sklaven gewesen. Sie nahmen aus der Natur nur, was zich für die Zwecke der Malerei verwenden liess, was duren die Malerei darstellbar war. Wie wollen wit ach Licht malen? Unsere Palette ist ja beschränkt, das “Kremserweiss” ist da unser Licht. Die Alten haben nur die Mittel der geistreichsten Erfahrung angewendet, Umbriëdie Effekt von Licht hervorzubringen. Sie erfanden eine Skala, in die sie die Effekte der Natur und deren Steigerungen übersetzten. Als junger Mensch glaubt man, man könne alles darstellen; erst später lernnt man durch die Kunst, durch das Vorbild der Meister, sich zou beschränken, und da findet man denn, dass auf der von ihnen aufgestellten Skala auch eine Menge von Effekte erreichbar sind.
 
citaat van Franz Lenbach