Maandelijks archief: augustus 2018

de ideale fabriek, 1779

op 12 juli j.l. bezochten we Saline Royale in Arc-et-Senans
van Claude Nicolas Ledoux

In 1985 maakte ik voor het eerst kennis met de utopische architectuur van Claude Nicolas Ledoux in het boek Het idee van de stad onder redactie van onze gewaardeerde kunstacademiedocent Han Janselijn (1940-2005). Ledoux was een man van de Verlichting. Een transparantiefreak. Rationalisering stond voor hem boven alles. Je zou hem net als Charles Fourier (1772-1837) als proto-socialist kunnen zien. Helemaal aan het begin van de industriële revolutie wees hij al op het belang van een mensvriendelijke werkomgeving. Daarom hadden de arbeiders in zijn ideale fabriek, de koninklijke zoutziederij Saline Royale, ieder een eigen moestuin. Sinds 1982 staat het complex in Arc-et-Senans op de UNESCO-lijst van werelderfgoed en is het een van de grootste toeristische attracties in de Franche-Comté.

Saline Royale
impressies van Saline Royale op 12 juli 2018.
Boven: berniers (arbeiderswoningen)
Midden: bernes (kookplaatsen)
Linksonder: directeurswoning

De zoutziederij werd in opdracht van Lodewijk XVI tussen 1775 en 1779 gebouwd. De koning die in 1793 onthoofd zou worden, was allerminst een despoot. Simon Schama neemt in Citizens, zijn studie over de Franse Revolutie, een aantal vooroordelen weg over het ancien régime. Toen Lodewijk XVI zijn grootvader Lodewijk XV in 1775 opvolgde, voerde hij gelijk economische hervormingen door. Door de verbeterde stoommachine van James Watt begon omstreeks 1770 de moderne industrialisatie. De zoutziederij Saline Royale maakte onderdeel uit van een reeks economische hervormingen waarmee Lodewijk XVI zijn land een concurrentiepositie wilde geven ten opzicht van Engeland waar de industriële revolutie al letterlijk op stoom gekomen was.

Saline Royale
Het huis van de wacht, de ingang van Saline Royale …een fabriek die eruit ziet als een Dorische tempel…

Sinds mensheugenis werd er al zout gewonnen in het twintig kilometer oostelijker gelegen Salins-les-Bains. Voor de zoutwinning werd pekelwater in grote bassins verwarmd, zodat het water kon verdampen en het zout overbleef. Maar omdat er gebrek aan hout kwam, werd besloten het procedé van zoutwinning te verplaatsen naar Arc-et-Senans, aan de rand van een groot bos. Het pekelwater werd vanuit Salins-les-Bains aangevoerd door een twintig kilometer lange houten pijpleiding.

Saline Royale
Saline Royale woning van de directeur

Na 1779 begon de zoutziederij in werking te treden maar de Franse Revolutie zou tien jaar later alweer een einde maken aan de productie van zout. Een van de eerste maatregelen van het revolutionaire Frankrijk was in 1790 het afschaffen van de gabelle, de zo gehate belasting op zout. Daardoor verviel het zoutmonopolie. In de negentiende eeuw bleef de fabriek wel draaien maar in 1895 kwam er definitief een einde aan de zoutwinning van de Saline Royale.

Saline Royale
Saline Royale huis van de ‘Ferme Génerale’, de belastingadministratie

Zouttaks
De Gabelle was een zeer impopulaire belasting op zout in Frankrijk vóór 1790. De term gabelle is afgeleid van het Italiaanse Gabella. In Frankrijk werd Gabelle oorspronkelijk toegepast op de belastingen op alle grondstoffen, maar werd geleidelijk beperkt tot de belasting op zout. Na verloop van tijd werd het een van de meest gehate en meest grove ongelijke belastingen in het land. Het werd afgeschaft in 1790, toen hersteld door Napoleon in 1806; afgeschaft kort door de Franse Tweede Republiek, en dan eindelijk definitief afgeschaft in 1945.
Bron: zidolider.com

Saline Royale
Saline Royale de kookplaats (berne) en arbeiderswoningen (berniers) ten oosten van de woning van de directeur
Saline Royale
Saline Royale Dorische zuilen met afwisselend ronde en rechthoekige tamboeren en grote ornamenten die het pekelwater uitbeelden als geld dat stroomt uit een hoorn van overvloed. Vanwege de gabelle werd zout in de achttiende eeuw ‘het witte goud’ genoemd.
Saline Royale
Saline Royale de stallen liggen achter de woning van de directeur
Saline Royale
Saline Royale de woning van de directeur gezien door een venster van de kuiperij waarin tegenwoordig het Ledouxmuseum gevestigd is

salineroyale.com

huilen met Rousseau

gelezen: Jean-Jacques Rousseau – een rusteloos genie (2012)
door Leo Damrosch

RousseauOp 28 juni 2012 was het precies 300 jaar geleden dat Jean-Jacques Rousseau in Genève geboren werd. Maarten Doorman schreef een boekje over zijn persoonlijke relatie met de vader van de moderne autobiografie (en nog wel meer) en Uitgeverij Ten Have/Veen bracht in 2012 een bijna vuistdikke vertaling van Rousseau – Restless Genius (2005) van Leo Damrosch op de markt. Een paar jaar later kwam het in de ramsj en ik kocht het om het bijna twee jaar ongelezen in de boekenkast te laten staan.

Deze zomer kwam een mooie gelegenheid om het te lezen: tijdens onze vakantie in de Jura bezochten we Môtiers, het Zwitserse bergdorpje waar Rousseau en zijn levensgezellin Thérèse tussen 1762 en 1765 in ballingschap zouden wonen. Helaas was het kleine museum gesloten, maar het was toch fijn om even op de beroemde waranda te hebben gestaan, al is in de afgelopen 250 jaar bijna alles vernieuwd.

Môtiers
Môtiers …op de trap naar de waranda van het huis waar Rousseau na de publicatie van Emile en Le contract social in 1762 verbleef.
(Foto genomen op 11 juli 2018)

In Frankrijk zijn er nog tientallen andere “Rousseau bedevaartsplaatsen”. De meeste dateren van kort na zijn dood in 1778 toen er een Rousseaucultus ontstond. In de achttiende eeuw hoorde je in de voetsporen van Rousseau je zakdoek te pakken en enkele tranen te plengen. Ik hield het droog in Môtiers.

boekbespreking door Sebastien Valkenberg in Trouw [ trouw.nl ]

de Salon van 1880 [ 2 ]

gelezen in Écrits sur l’art van Joris-Karl Huysmans
L’Art moderne (1883), Certains (1889) en Trois Primitifs (1905)

Met 7.289 inzendingen was de Parijse salon van 1880 de grootste tot dan toe. De schilder Joseph E. Dantan, bekend van zijn inventariserende interieurstukken (meestal van kunstenaarsateliers of kunstverzamelingen) schilderde een gedetailleerde voorstelling van de Salon van 1880. Hij deed dat jaar ook zelf mee met Un coin d’atelier.

Salon de 1880
De salon van 1880 door Joseph E. Dantan

Maar Huysmans negeert in zijn commentaar het werk van Joseph E. Dantan

Dantan
Joseph E. Dantan 1880
Un coin d’atelier

… en ook Julien Dupré blijft onvermeld…

Dupré
Julien Dupré 1880
Faucheurs de luzerne

… en John Singer Sargent

Singer Sargent
John Singer Sargent 1880
Fumée d’ambre gris

… maar dan! Henri Fantin Latour:

Fantin-Latour
Henri Fantin Latour 1880
portret van Louise Riesener

Voor Huysmans is het portret van Louise Riesener door Fantin Latour het beste van de salon: “J’arrive maintenant au portrait qui est, selon moi, de beaucoup, le meilleur du salon, à celui de M. Fantin-Latour. Ce portrait représente une femme vêtue de noir et assise sur une chaise. La tête vous regarde, parle ; c’est superbement enlevé, sans tapage et sans fracas ; c’est de la peinture solide, presque austère, en quelque sorte puritaine et grave comme celle de quelques toiles de l’école moderne anglaise.”

Manet
Edouard Manet 1880
Chez le père Lathuille
Le moderne dont j’ai parlé, le voilà!

Huysmans over Manet

Verrukt is hij ook over de inzending van Manet: “…dans le Père Lathuile, le jeune homme et la jeune femme sont superbes, et cette toile, si claire et si vive, surprend, car elle éclate au milieu de toutes les peintures officielles qui rancissent dès que les yeux se sont portés sur elle. Le moderne dont j’ai parlé, le voilà!”

Moreau
Gustave Moreau 1880
Galatée
Entre tous, un artiste existait dont le talent le ravissait en de longs transports, Gustave Moreau.

A Rebours, 1884, Chapitre 5

Een van de favoriete moderne schilders van Huysmans‘ alter ego Des Esseintes in A Rebours (1884) is Gustave Moreau: “Entre tous, un artiste existait dont le talent le ravissait en de longs transports, Gustave Moreau.” Het is interessant om zijn commentaar uit 1880 te op Galatée te lezen, vier jaar voordat hij zijn beroemde roman schreef. Daarin loopt hij al vooruit op de beschrijving van de Salomé (1875) van Gustave Moreau in A Rebours:

“L’autre toile nous montre Galatée, nue, dans une grotte, guettée par l’énorme face de Polyphème. C’est ici surtout que vont éclater les magismes du pinceau de ce visionnaire. La grotte est un vaste écrin où, sous la lumière tombée d’un ciel de lapis, une flore minérale étrange croise ses pousses fantastiques et entremêle les délicates guipures de ses invraisemblables feuilles. Des branches de corail, des ramures d’argent, des étoiles de mer, ajourées comme des filigranes et de couleur bise, jaillissent en même temps que de vertes tiges supportant de chimériques et réelles fleurs, dans cet antre illuminé de pierres précieuses comme un tabernacle et contenant l’inimitable et radieux bijou, le corps blanc, teinté de rose aux seins et aux lèvres, de la Galatée endormie dans ses longs cheveux pâles !”

Salon de 1880 [ huysmans.org ]