Boekenwijsheid

gelezen in Les Misérables (1862) van Victor Hugo

Les MisérablesIn de twintigste eeuw begint het woord God uit de literatuur te verdwijnen. Een zin als “God had gewild, dat Cossette een liefde leren kennen, die haar redde.” zul je in de literatuur na 1945 niet meer zo snel tegenkomen. Of het moet in een streekroman zijn. Maar streekromans worden niet tot de literatuur gerekend en dus ook niet zo serieus genomen.

Bij de literaire reuzen uit de negentiende eeuw, zoals Dostojewsky, Tolstoi en Hugo, hoort God er nog helemaal bij. Ik hou van romans met levensbeschouwelijke overdenkingen en uitspraken die mijn leven verdiepen en die niet met een wijde boog om God heenlopen. Natuurlijk kunnen schrijvers die met aforismen strooien zoals standup comedians met harde grappen, pedant overkomen. Maar bij Hugo heb ik dat niet, ook al is hij een van de kampioenen van het aforisme in de Franse literatuur van de negentiende eeuw. Google maar eens op ‘Victor Hugo quotes’

La pensée est le labeur de l’intelligence, la rêverie
en est la volupté.

uit: Les Misérables

Voor mij zijn Hugo‘s aforismen vaak snoepjes die je onderweg van hem krijgt en waar je lang mee kunt doen. Gisteren las ik in het vierde deel van Les Misérables deze: “De gedachte is het werk van het brein, de droom is het genot ervan. Wie het denken nalaat ter wille van het dromen, neemt een vergif in plaats van voedsel.”(La pensée est le labeur de l’intelligence, la rêverie en est la volupté. Remplacer la pensée par la rêverie, c’est confondre un poison avec une nourriture)

Daar kan ik dan heerlijk over mijmeren. “De fijne uurtjes van de geest” noemde Schopenhauer dat en hij verkoos het in zijn jonge jaren boven de leut in de kroeg. Natuurlijk moet je er wel voor waken dat het mijmeren en reflecteren weer geen dromen wordt. De ‘aformismejunk‘ die in wijsheden vlucht maar de praktijk schuwt, mist uiteindelijk het belangrijkste: de levende ervaring. Het inzicht dat het aforisme of de wijsheid voortbrengt, is als een flits, een heldere ervaring ondanks onszelf. Hugo zal deze ogenblikken vaak beleefd hebben.

Aimer une autre personne,
c’est voir le visage de Dieu.

uit: Les Misérables

Het beeld van het Wilde Westen [ 4 ]

gisteren gezien: The Revenant (2015)

Voor mij is de western een erfgenaam van The Hudson River School en van de Amerikaanse romantiek, het transcendentalisme. Het gaat daarbij om de grootsheid van de natuur met haar eindeloze vergezichten en de nietigheid van de mens. Ik ben vaak meer geboeid door het decor, de Amerikaanse wildernis, dan door het verhaal. De mens staat op de achtergrond en de natuur op de voorgrond. De western als voortzetting van de landschapsschilderkunst.

Albert Bierstadt
Go West!Albert Bierstadt, een van de schilders van de Hudson River School geeft een romantisch beeld van het Westen Dit is ook het beeld dat ons in How the West was won (1962) wordt opgedrongen. Het beeld dat The Revenant (2015) van de Amerikaanse wildernis geeft, staat hier haaks op.

De western heeft vele gezichten. Je hebt de zwijgende westerns van Edwin S.Porter (The Great Train Robbery, 1903), de klassieke westerns van John Ford (Wagon Master, 1950) en William Wyler (The Big Country, 1958) en de spaghettiwesterns van Sergio Leone (Dollar Trilogie (1964-1966).

Op het witte doek heeft de western zich vaak vermengd met andere genres: er zijn komische westerns (Blazing Saddles, 1974 ), horrorwesterns (Devil Rider, 1988), scifiwesterns (Westworld, 1973), patriottische westerns (How the West was won, 1962) en psychedelische westerns (The Hired Hand, 1971). En je zou het niet verwachten, maar ook de feministische western (True Grit, 2010) bestaat. De western heeft zijn eigen iconen: John Wayne, de iconische cowboy. Monument Valley, het iconische landschap. Deadwood, het iconische westernstadje. De 4-4-0 ‘American’ , de iconische stoomlocomotief.

Misschien is de western wel het Amerikaanse genre bij uitstek. In How the West was won geeft een heroïsche voice over ons geschiedenisles en vertelt hoe de verovering van het wilde Westen, Amerika groot maakte. De film besluit met een patriottisch lied: “The promised land, the land of plenty rich with gold. Here came dreamers with Bible, fist and gun. Bound for land, across the plains their wagons rolled. Hell bent for leather – that’s how the West was won.”

The RevenantEen groter contrast met The Revenant is nauwelijks denkbaar. Deze western van Gonzalez Iñáritu uit 2015 is een ontluisterende film. Van de trots uit 1962, toen The American Dream misschien wel op zijn hoogtepunt was, is niets meer over. In The Revenant is de Amerikaanse kolonisator in het Westen een beest geworden onder inheemse beesten (grizzlyberen en indianen) die vecht om te overleven in een wildernis die volmaakt onverschillig staat tegenover de mens. Geen fraai mensbeeld en ook al geen romantische opvatting over de natuur.

De 37-jarige avonturier Hugh Glass sluit zich in 1823 aan bij de Rocky Mountain Fur Company, een onderneming pelsjagers die de bovenloop van de Missouri afspeurt op zoek naar pelsdieren. Wanneer Glass zich op een dag van de groep afscheidt en op verkenning gaat, wordt hij aangevallen door een grizzlybeer. Zijn collega’s vinden zijn bewusteloze lichaam. Ondanks zijn hevige verwondingen is Glass nog steeds in leven. Omdat ze zich op gevaarlijk terrein begeven en de winter op komst is, betaalt de kapitein van de expeditie John Fitzgerald en de jonge Jim Bridger om bij Glass te blijven en hem te begraven zodra hij overleden is.
Bron: nl.wikipedia.org

The Revenant rekent niet alleen genadeloos af met een optimistisch mensbeeld (dat deden de spaghettiwesterns natuurlijk ook al), maar ook met de illusie dat de natuur onze bescherming nodig heeft (of door de mens geknuffeld zou moeten worden). De witte, vijandige wildernis in The Revenant is een wrede arena waarin wrede wezens proberen te overleven. Ieder voor zich. Een zwarte film, al is het landschap steeds wit. De wildernis als metafoor van het universum in zijn kale existentie.

The Revenant is een zwarte film, al is het landschap steeds wit. De wildernis als metafoor van het universum in zijn kale existentie.

En toch, wat kan het het zwijgen van de natuur mooi zijn! Deze esthetische ervaring van de vijandige natuur zou Nietzsche tot de gedachte brengen “dat alleen als esthetisch fenomeen het bestaan en de wereld voor eeuwig gerechtvaardigd zijn”. Het camerawerk van Emmanuel Lubezki werd niet voor niets beloond met een oscar. De regisseur en de hoofdrolspeler kregen er ook een.

The Revenant [ nl.wikipedia.org ] | voorgaande stukjes in deze reeks

Geschiedenis volgens Hugo

gelezen in Les Misérables (1862) van Victor Hugo:
Quelques pages d’histoire

Les MisérablesDe filosofische en politieke beschouwingen over de geschiedenis van Frankrijk zijn voor mij een van de aangename kanten van de romans van Victor Hugo. In zijn latere romans Les Misérables en Quatre-Vingt-Treize worden deze als intermezzo aan het verhaal toegevoegd. Zo begint het vierde deel van Les Misérables met Quelques pages d’histoire. Wanneer je niet echt thuis bent in de episodes van de Franse geschiedenis waar Hugo op reflecteert of als deze achtergrond je weinig kan schelen, dan zijn deze historische beschouwingen juist de gedeelten die je liever of dan maar gewoon overslaat.

In ieder geval mis je dan een belangrijk deel van wat Hugo ons wil vertellen. In de jaren veertig van de negentiende eeuw was hij op het allerhoogste niveau actief in de politiek. In de periode 1843-1851 zou hij vrijwel niets publiceren, al kwam dat niet alleen door zijn politieke carrière maar vooral ook door diverse familiedrama’s. Zijn eerste roman na Claude Gueux (1834) liet bijna dertig jaar op zich wachten. Toen Les Misérables in 1862 eindelijk verscheen, Hugo was inmiddels zestig, was dat een enorm commercieel succes. Zijn roman heeft sterk het karakter van een politiek pamflet en de historische, filosofische en politieke beschouwingen dragen daartoe bij.

Tweet 1832
In het vierde deel van Les Misérables speelt de opstand van 1832 in Parijs een belangrijke rol. Victor Hugo kon hier nauwkeurig over schrijven omdat hij als 30-jarige ooggetuige was.

La restauration avait été une de ces phases intermédiaires difficiles à définir, où il y a de la fatigue, du bourdonnement, des murmures, du sommeil, du tumulte, et qui ne sont autre chose que l’arrivée d’une grande nation à une étape. Ces époques sont singulières et trompent les politiques qui veulent les exploiter. Au début, la nation ne demande que le repos ; on n’a qu’une soif, la paix ; on n’a qu’une ambition, être petit. Ce qui est la traduction de rester tranquille. Les grands événements, les grands hasards, les grandes aventures, les grands hommes, Dieu merci, on en a assez vu, on en a par-dessus la tête. On donnerait César pour Prusias et Napoléon pour le roi d’Yvetot. « Quel bon petit roi c’était là ! » On a marché depuis le point du jour, on est au soir d’une longue et rude journée ; on a fait le premier relais avec Mirabeau, le second avec Robespierre, le troisième avec Bonaparte, on est éreinté. Chacun demande un lit.
Uit: Les Misérables – Quelques pages d’histoire

Les Misérables [ fr.wikisource.org ]