Copley

het 200e sterfjaar van John Singleton Copley (1738-1815)

John Singleton CopleyJohn Singleton Copley is samen met zijn land- en leeftijdgenoot Benjamin West (1738-1820) de grootste Amerikaanse schilder van de achttiende eeuw. In de jaren vlak voor de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten, portretteerde Copley de aanzienlijke burgers van Boston. Iedereen in New England kende hem. Hij schilderde bekende portretten van twee voorname Amerikaanse patriotten: de politiek filosoof Samuel Adams (1722-1803) en de zilversmid, graveur en politiek activist Paul Revere (1834-1818).

John Adams (1735-1826), de achterneef van Samuel Adams, eveneens Founding Father en de tweede president van de Verenigde Staten, kende de schilder uit Boston ook. David McCullough schrijft in zijn biografie over John Adams dat deze tijdens zijn verblijf in Philadelphia uitstekend contact had met de schilder Charles Wilson Peale (1741-1827), maar dat hij de schilderijen van John Singleton Copley uit Boston toch beter vond.

Dat was niet alleen omdat Adams zelf ook uit New England kwam, want Copley had ook meer talent dan Peale. Echter, wat patriottisme aangaat, overtrof de laatste de eerste. Peale werd in het revolutiejaar 1776 kapitein in het leger van Pennsylvania en nam deel van verschillende veldslagen, terwijl Copley in 1774, toen een burgeroorlog dreigde, naar Engeland vertrok om nooit meer naar zijn vaderland terug te keren.

Copley - Adams
John Singleton Copley portretteerde twee stadsgenoten die later tot de Founding Fathers zouden worden gerekend: Samuel Adams (ca. 1772) in Boston en John Adams (ca. 1784) als minister van buitenlandse zaken in Londen.

Copley stierf tweehonderd jaar geleden in Londen. Het is begrijpelijk dat Amerikaanse patriotten hem altijd lafheid hebben verweten. Toch wordt hij in Amerika algemeen aanvaard als een van de grootste Amerikaanse schilders uit de geschiedenis.

Copley had another extraordinary skill: he achieved his position as portraitist to the merchant elite of Boston and New York because he thought and behaved like a gentleman. In an era of accelerating class divisions and political upheaval, Copley flourished. He closely identified with his patrons and, until their world collapsed on the eve of the American Revolution, captured and confirmed their values and hopes. And then, like a phoenix up from the ashes, rose to equal if not greater prominence in London by the deployment of the same remarkable artistic and social skills. Following a brief respite in Rome during the summer of 1774, where Copley studied the old masters and drew as he had rarely done before, he landed in London and remained for the rest of his life.
 
Bron: metmuseum.org
Copley - Boy with Squirrell
Boy with Squirrell 1765
Copley stuurde dit schilderij naar Londen ter beoordeling. Zowel Joshua Reynolds als Benjamin West, de twee grote mannen van de Royal Academy, moedigden hem aan naar Engeland te komen. Toch zou het nog negen jaar duren voordat Copley de grote oversteek waagde.

John Singleton Copley [ en.wikipedia.org ]

het oude en het nieuwe Europa

vrijdag en zaterdag voor de vijfde maal een stadswandeling door Brussel gemaakt

Afgelopen weekend bezochten Michaela en ik voor de vijfde maal Brussel. Ditmaal niet voor de Art Nouveau maar voor een stadswandeling langs architectuur van de 20e eeuw.

onze Art Nouveau wandelingen “doorheen Brussel”
Sint Gilles en Vorst (3 april 2009)
Louizawijk en vijvers van Elsene (25 juli 2009)
Schaarbeek (16 mei 2013)
Squareswijk en Jubelpark (31 maart 2014)

We begonnen vrijdagmiddag in Sint Gilles met het gemeentehuis (1900-1904), dat geheel in neorenaissance stijl gebouwd is, en eindigden zaterdag bij het postmoderne gebouwencomplex van de Leopoldruimte (1987-1995). Een groter contrast in de bouwkunst is nauwelijks denkbaar. De twintigste eeuw is dan ook een eeuw van grote contrasten, die weerspiegeld worden in de bouwkunst.

Sint Gilles en Leopoldruimte
het neorenaissancistische Hotel de Ville de Saint Gilles en het Paul-Henri Spaakgebouw in Brussel zijn gebouwd respectievelijk aan het begin en einde van de twintigste eeuw.

Het verschil tussen het gemeentehuis en het gebouwencomplex van de Leopoldruimte is niet alleen het verschil tussen historisme en postmodernisme, maar ook het verschil tussen het oude en nieuwe Europa. Het Avondland was in de twintigste eeuw bijna ten onder gegaan, maar herrees na 1945 door het Marshallplan en de EGKS. Zo ontstond er een nieuw Europa dat zich ervan verzekerd had dat economische samenwerking het tegengif moest zijn voor nationalisme.

De architectuur die net als andere kunstvormen een uitdrukking van de geschiedenis is, weerspiegelt de omslag van nationalisme naar internationale samenwerking. Misschien is de bouwkunst meer als andere kunstvormen ook de uitdrukking van een politiek programma. De overheid zal in grote bouwprojecten altijd proberen iets van haar visie uit te dragen, of het nu om prestigeobjecten gaat of overheidsgebouwen die de band met de burger moeten versterken.

Vaak waren grote bouwprojecten niet alleen een architecturaal manifest maar ook de uitdrukking van een politiek programma.

Zo heeft het stadsdeel Schaarbeek, net als Sint Gilles, een eigen gemeentehuis met een omringende markt, die helemaal is opgetrokken in historische stijlen. Aan het einde van de negentiende eeuw tot aan de Eerste Wereldoorlog, wilde de overheid de relatie met het nationale verleden versterken. Burgerzin werd gekoppeld aan historisch besef. De Belg, en de Brusselaar in het bijzonder, mocht terugkijken op een roemrijk verleden, dat door het historisme werd doorgetrokken naar het heden.

Het historisme in de bouwkunst was dus gekoppeld aan collectief zelfbewustzijn. Vaak waren grote bouwprojecten, zoals het Paleis van Justitie in Brussel, niet alleen een architecturaal manifest maar ook de uitdrukking van een politiek programma. Na de oorlog veranderde er aan de buitenkant veel, maar aan de binnenkant weinig. Dat werd mij duidelijk bewust toen we het reusachtige complex van de Leopoldruimte betraden waar het Europees Parlement een tweede vestiging heeft.

Leopoldruimte
het Paul-Henri Spaakgebouw (1988-1992)
in de zgn. Leopoldruimte.

De Leopoldruimte is gebouwd tussen 1987 en 1995, maar in 2008 vond nog een uitbreiding plaats. Het is in postmoderne stijl gebouwd. Michaela merkte op dat de stijl herinnert aan art deco. Natuurlijk blijven het allemaal labels. Postmoderne architectuur is goed vergelijkbaar met het eclecticisme uit de tweede helft van de negentiende eeuw waarin architecten teruggrepen naar stijlen uit het verleden. Maar het postmodernisme heeft een nóg groter bereik omdat het historisme combineert met modernisme.

Aan de binnenkant is er eigenlijk weinig veranderd. Natuurlijk zijn ook de gebouwen van de Europese Unie de uitdrukking van een politieke visie, net als de paleisachtige gebouwen uit de tijd van het nationalisme dat waren. De vormentaal is veranderd. In de historische bouwkunst werd net als op de timpaan van een romaanse of gotische kerk nog een verhaal verteld. De nationale helden uit het verleden kregen hun plekje aan de gevel. Maar de EU gebruikt abstracte symbolen omdat nationalisme niet te verenigen is met de geest van het nieuwe Europa. We zien op de Eurobiljetten dan ook geen historische personen meer, maar architectuur: bruggen en ramen, als symbolen van verbinding en openheid.

Leopoldruimte
centrale deel van de Leopoldruimte

Als je goed kijkt, tref je dergelijke symbolen ook aan in het complex van de Leopoldruimte. Er is veel glas, dat staat voor de transparantie van Europa. Ook zijn er veel traversen die gebouwen met elkaar verbinden. Nationale helden hebben plaatsgemaakt voor abstractie.

Maar dan, heel onverwacht, grijpt ons toch nog de heroïek en bombast van de negentiende eeuw naar de strot, in de vorm van een beeld bij de ingang van het Paul-Henri Spaakgebouw. Een vrouwenfiguur die Europa moet verbeelden, rijst op uit een draaikolk en houdt een € omhoog als een overwinningsteken. De boodschap van het beeld lijkt duidelijk: het kruis van het oude Europa is vervangen door “de verlossende en overwinning schenkende Euro” van het nieuwe Europa.

Brussel beelden
het oude en nieuwe Europa
links het beeld van Bonifatius in Fulda
rechts het beeld van Europa
naast het Paul-Henri Spaakgebouw in Brussel
De boodschap van het beeld lijkt duidelijk: het kruis van het oude Europa is vervangen door “de verlossende en overwinning schenkende Euro” van het nieuwe Europa.

“schieven architek”

het Paleis van Justitie (1883) in Brussel van Joseph Poelaert

In 1958 werd in Brussel de eerste naoorlogse wereldtentoonstelling gehouden. Na de wereldbrand van twee wereldoorlogen en met de intrede van het atomaire tijdperk, leek de internationale gemeenschap ervan overtuigd dat moderniteit en internationalisme de weg zouden wijzen naar een menswaardige(re) wereld. De historische bouwkunst, besmet door het nationalisme en kolonialisme van 1815-1914, had zich definitief gediskwalificeerd. Vooruitgang, humanisme en modernisme werden aan elkaar geklonken in een utopie.

Het oude Europa richtte na 1950 zijn blik niet alleen op de toekomst maar ook op Amerika. De Amerikaanse massacultuur en de Amerikaanse kunst werden maatgevend. Europese architecten die voor de oorlog al naar de Verenigde Staten waren uitgeweken, hadden daar aan de wieg gestaan van de internationale stijl, een functionele en zakelijke bouwstijl.

Architecten als Ludwig Mies Van der Rohe, Le Corbusier, Philip Johnson en Oscar Niemeyer representeerden het utopisch modernisme, dat de mensheid door een open en moderne leefomgeving naar een betere wereld zou leiden. In de jaren vijftig voelde het als een enorme bevrijding wanneer gebouwen teruggebracht werden tot hun essentie: eenvoudig en strak. Abstractie werd nog als sereen en vernieuwend ervaren en niet als monotoon.

Het utopisch modernisme zou de mensheid door een open en moderne leefomgeving naar een betere wereld leiden.

Met de Expo ’58 in Brussel bereikte het utopisch modernisme een hoogtepunt. In het volgende decennium zouden planologen en stedenbouwkundigen zich met grootscheepse stadsvernieuwing gaan bezighouden. Het gevolg was de verwoesting van historische stadskernen. Brede “stadssnelwegen” geflankeerd door betonnen en glazen “dozen” kwamen in de plaats voor de organische “stadsweefsels” uit het verleden. Al in 1961 had Jane Jacobs in haar veel geprezen boek The Death and Life of Great American Cities gesignaleerd welke negatieve effecten stadsvernieuwing op onze leefomgeving kan hebben.

Als stadsvernieuwing ergens gewelddadig geweest is, dan is het wel in Brussel. Het meest beruchte voorbeeld is de Noord-Zuidverbinding die tussen 1920 en 1950 een spoor van vernieling had getrokken door het historische centrum van Brussel. In de jaren zestig van de negentiende eeuw vond er een vergelijkbare stadsvernieling plaats. Voor de bouw van het megalomane Paleis van Justitie werd een complete wijk (Bovendael) afgebroken. Misschien is het woord “architect” toen al een Brussels scheldwoord geworden. In ieder geval kreeg Joseph Poelaert, de architect van dit monsterlijk grote gebouw, de bijnaam “schieven architek”.

palais de justice
gravure van het Paleis van Justitie
Als prent a la Piranesi ziet zo’n architectonisch delirium er best leuk uit. Je moet er echter niet aan denken dat zoiets wordt uitgevoerd. Maar in Brussel werd de fantasie van Joseph Poelaert werkelijkheid.
Op 31 oktober 1866 werd de eerste steen gelegd en in 1867 moesten de bewoners van de wijk Bovendael plaats ruimen voor het monumentale gerechtsgebouw. Om aan hun boosheid lucht te geven, wezen ze de architect Joseph Poelaert aan als verantwoordelijke voor hun ongeluk. Zo ontstond de spotnaam “schieven architek”, een van de ergste scheldwoorden in het dialect van de Marollen. Het paleis werd op 15 oktober 1883 uiteindelijk in gebruik genomen. Architect Poelaert, in 1879 overleden, zag dus de voleinding van zijn levenswerk nooit. Uiteindelijk kostte het hele project 45 miljoen BEF, inclusief het meubilair. Architect Victor Horta was hard in zijn kritiek: “Cyclopische architectuur ontsproten aan de verbeelding van een dwerg, zonder kennis van de menselijke schaal.”
 
Bron: nl.wikipedia.org
palais de justice
Michaela probeert zich te verhouden met het Paleis van Justitie van Joseph Poelaert
Cyclopische architectuur ontsproten aan de verbeelding van een dwerg, zonder kennis van de menselijke schaal.

Victor Horta over het Justitiepaleis

Het Paleis van Justitie in Brussel is groter dan de Sint Pieter in Rome. Net als de Rijksdag in Berlijn is deze monstrueuze kolos gebouwd op het hoogtepunt van het nationalisme en imperialisme. Door zijn symmetrie, frontaliteit en kolossale afmetingen is het schaamteloos machtsvertoon. Hitler vond het dan ook een erg mooi gebouw en mogelijk heeft het ook Ceaucescu aangesproken.

palais de justice
Michaela is nog niet klaar met het Paleis van Justitie Misschien eens de andere kant proberen?

Na de Eerste Wereldoorlog, waarin Europa zichzelf bijna om zeep had gebracht, werd dergelijke architectuur gelukkig taboe. Het modernisme kwam ervoor in de plaats en dat werd als een bevrijding ervaren. De geest van de macht, die zich in de bouwkunst van het imperialisme en nationalisme zo had thuis gevoeld, zou zich nu gaan nestelen in de betonnen en glazen dozen van de internationale stijl.

Paleis van Justitie – Architecturaal huzarenstukje of puur wangedrocht? [ historiek.net ]