voltooid verleden [ 2 ]

mijn oude middelbare school wordt na 51 jaar dienst gesloopt

Wanneer is het verleden definitief afgesloten en kun je spreken over voltooid verleden tijd? Bij de meeste van ons zal deze vraag pas naar boven komen tijdens een rouwproces, therapie of na pensionering. Ons leven is (of hoort) druk, druk, druk (te zijn) en tijd voor omkijken of reflectie is er nauwelijks. Maar soms worden we door het verleden even teruggeroepen. Bijvoorbeeld door een ontmoeting met een oude bekende of een plotselinge herinnering. Dit kan therapeutisch werken: even niet voortjakkeren op de (vaak digitale) weg naar morgen en contact maken met een oudere versie van onszelf.(‘Onder Windows draait nog altijd DOS hoor’, zei een vriend van mij laatst.)

Het koesteren van aangename herinneringen kan zelfs in een gelukzalige toestand brengen. “Die Erinnerung ist das einzige Paradies, aus dem wir nicht vertrieben werden können”, schreef Jean Paul (1763-1825). Mooie herinneringen bieden troost, vooral bij een verlies. En melancholici, zoals Jean Paul, hadden veel troost nodig want ze voelden zich verdreven uit het paradijs. Dat lag voor hen definitief achter ons maar in de herinnering kon je er toch naar terugkeren.

sloop van het CLV
De afbraak van het Christelijk Lyceum in Veenendaal (1968-2019)

Deze romantische melancholie en weemoed overviel mij al op tamelijk jonge leeftijd. Ik kende een redelijk onbekommerde jeugd en werd niet geplaagd door het verlies van dierbaren. Maar het verlies van mijn kinderjaren was het grote drama van mijn pubertijd die ik vooral beleefde op het Christelijk Lyceum in Veenendaal tussen 1975 en 1983. Toen al lag het paradijs achter mij en koesterde ik al herinneringen waaruit niemand mij verdrijven kon. Als je zo aan het paradijs van een gelukkige jeugd gehecht bent, ben je veroordeeld tot een chronische fantoompijn. Het nuchtere brevier van ‘Panta Rhei’, ‘Nothing Is Everlasting’ en ‘Adieu!’ lijkt dan geschreven door een wreed wezen. Degenen die zijn boodschap slikken als ‘gesneden koek’ op oppervlakkige lezers.

sloop van het CLV
De afbraak van het Christelijk Lyceum in Veenendaal (1968-2019)

Toen mijn oude basisschool, de CNS II in Veenendaal negen jaar geleden gesloopt werd keek ik ook al toe hoe onverschillige grijpers ‘mijn oude school’ kapot plukten. Slopers doen hun werk. Dat begrijp ik. Dat het beton onwillig is, begrijp ik ook. Wat ik niet begrijpen kan, is dat datgene dat definitief afgesloten is in de herinnering altijd weer terugkeert en terug moet keren. Maar wie zou de mens zijn zonder geheugen? En wat zou het geheugen zijn zonder herdenken? En herdenken zonder respect?

» Het CLV – een toekomstgerichte school met respect voor het verleden [ clvbouwt.nl ]

sloop van het CLV
Christelijk Lyceum Veenendaal
het complex (rood gemarkeerd) dat tussen de theorievleugel (voorgrond) en praktijkvleugel (achtergrond) lag, is afgelopen week na 51 jaar afgebroken.
kantine van het CLV
In december 2018 keerde ik na 35 jaar terug in ‘de kuip’ het sociale hart van het Christelijk Lyceum Veenendaal dat tussen de theorie- en praktijkvleugel lag ingeklemd. Het interieur was ingrijpend veranderd, maar het was nog wel de ‘ouwe plek’.
kantine van het CLV
Nogmaals het interieur van ‘de kuip’ (2018) die afgelopen week gesloopt werd.

voltooid verleden [ 1 ]

Marco Ricci

De Venetiaanse schilder Marco Ricci (1676-1730)

De Italiaanse schilder Marco Ricci wordt meestal samen genoemd met zijn oom, de schilder Sebastiano Ricci (1659-1734). Beiden kwamen uit Venetië en stonden dus in een indrukwekkende schilderkunstige traditie. De Venetiaanse schilderkunst zou na de zestiende eeuw in de achttiende eeuw opnieuw een bloeiperiode meemaken met de frescoschilder Giovanni Battista Tiepolo (1696-1770), de veduteschilders Canaletto (1697-1768) en Fransesco Guardi(1712-1793) en de graficus Giovanni Battista Piranesi (1720-1778).

Marco Ricci
De Franse graveur François Vivares (1709-1780) maakte een ets naar een schilderij van Marco Ricci die je zo voor een Piranesi zou kunnen aanzien.

De Ricci‘s zijn wat minder bekend maar hadden toch veel invloed, met name Marco Ricci die met zijn capricci vooruit zou lopen op Piranesi. Zijn schilderijen tonen qua coloriet verwantschap met Tiepolo. Na 1720 zou de barok in twee opzichten lichter worden: lichtzinniger maar ook lichter van kleur. Bij Marco Ricci is deze overgang duidelijk te zien. Dat komt mede doordat hij vaak met gouache (op geprepareerde geitenhuid als drager) werkte, een verf die vergelijkbaar is met tempera. Het is niet voor niets dat hij in zijn kleurgebruik dezelfde helderheid wist te bereiken als Tiepolo, want met gouache kun je geen vloeiende overgangen maken zoals in olieverf, maar de frisheid van gouache is uniek.

Marco Ricci
capriccio van Marco Ricci (gouache)
Marco Ricci
capriccio van Marco Ricci (gouache)
Marco Ricci is known to have begun painting ruins quite early in his career and it has been argued that his conception of ruins depends upon direct experience of Rome and its monuments. No trip to Rome is documented, although Marco may have gone there during his youth or less likely around 1720. Like his uncle’s in history painting, Marco’s accomplishments were important in the subsequent development of eighteenth-century Venetian landscape and capriccio painting. Painters such as Canaletto (1697-1768) and the Guardi drew upon his subtle and varied light effects and his masterful combination of real and imaginary elements.
 
Bron: nga.gov
Marco Ricci
De poëzie van zijn grote en mysterieuze stadgenoot Giorgioni is zichtbaar in dit landschap van Marco Ricci met twee monniken (detail van een gouache)
Marco Ricci
In ander detail uit hetzelfde landschap is zijn virtuoze beheersing van gouache goed zichtbaar.

Marco Ricci [ en.wikipedia.org ]

de ontwaakte camera

gisteren gezien op Arte: A bout de souffle (1960)

A bout de souffleGisterenavond nog eens gekeken naar de moeder van alle nouvelle vague films. Dit genre ontstond aan het einde van de jaren vijftig en werd vertegenwoordigd door Agnes Varda, Robert Bresson, Claude Chabrol, Alain Resnais, Jacques Rivette, Éric Rohmer, François Truffaut en Jean-Luc Godard.

De filmtaal van de nouvelle vague berust voor een deel op de deconstructie van de traditionele filmtaal. Zo worden er moedwillig as-fouten gemaakt. Dit betekent dat er tegen de 180-graden regel gezondigd wordt, waarbij in dialogen de personen in een hoek van 180 graden (dus recht) tegenover elkaar staan.

Stijlmiddelen van de Nouvelle Vague
Er wordt met een handcamera gefilmd, De personen spreken tegen de camera, Bewuste vergrijpen tegen de continuïteit, Gebruikmaken van springers (zogenoemde ‘jump-cuts’) en as-fouten, Doorgedreven ellipsgebruik, Klankband, Men hoort verschillende geluiden, Het geluid is niet synchroon, Het geluid gaat op en neer, Soort muziek: jazz (bedoeld om de kijker geconcentreerd te houden), auteur staat centraal (auteurstheorie) Bron: nl.wikipedia.org

Een ander stijlmiddel uit de nouvelle vague is de zogenaamde jumpcut, een haperende montage waarbij ook de filmhoek verandert. Deze stijlmiddelen geven aan de film een rommelige natuurlijkheid. Bij Godard laat de camera het kunstmatige van de aangeleerde filmtaal achter zich en gaat op zoek naar het echte leven.

Het denkende shot [ W&V ]