Categorie archief: architectuur

hoog hoger hoogst [ 10 ]

de bouw van The Chicago Spire (609.6 m) is begonnen…

Chicago SpiralWolkenkrabbers horen in de Verenigde Staten, om preciezer te zijn, in Chicago en New York. Daar is het aan het einde van de negentiende eeuw begonnen. Het werden dé proeftuinen waar de skyscraper tot ontwikkeling is gekomen, vanuit Sullivan’s adagium form follows function maar vooral dankzij de stalen constructie. In de beginjaren moest de wolkenkrabber als in een evolutionair proces alle voorgaande stadia passeren. Zo zagen we het duidelijkst in New York in de eclectische periode (1890-1920) neo-barokke, neo-gotische en neo-classicistische hoogbouw verrijzen. Het neo-gothische Woolworth Building is daar het treffendste voorbeeld van. In 1920 brak de klassieke periode aan die tenslotte bekroond werd met het Chrysler Building (1930) en het Empire State Building (1931). Beide zijn in artdeco stijl en dat is in feite ook de klassieke stijl van de wolkenkrabber geworden. Manhattan kende in de jaren twintig een bouwexplosie die schitterende artdeco zakenpaleizen heeft opgeleverd.

In de jaren dertig versoberde het klimaat wereldwijd onder de grote depressie na 1929 en dat is duidelijk te zien in het Rockefeller Center, het grootste bouwproject uit de jaren dertig. Hier zien we al duidelijk de kenmerken van wat we na de oorlog de Internationale Stijl zullen gaan noemen: een zakelijk functionalisme dat tenslotte ontaardt in ‘another glass box‘, strakke dozen met bijvoorbeeld gordijngevels van spiegelend glas. De Twin Towers zijn daar een duidelijke vertegenwoordiger van geweest: genadeloos strakke langwerpige dozen zonder poespas. Het eindpunt van de wolkenkrabber? De geschiedenis laat ons telkens weer zien dat ze een golvende beweging maakt: na elke periode van soberheid komt weer een periode van uitbundigheid.

Chicago Spire
de Chicago Spire in Chicago (2012)
Abraj Al Bait Towers in Mecca (2009) en Dancing Towers een voorstel voor drie wolkenkrabbers in Dubai

Dat zien we nu in de wolkenkrabbermanie in China en het Arabisch schiereiland, ‘s werelds grootste proeftuinen voor extreme hoogbouw. Maar hoe meer wolkenkrabbers ik zie die op dit moment in China en Dubai in aanbouw zijn, hoe meer ik terugverlang naar de wolkenkrabbers uit de jaren twintig. In Aziëzijn het vaak baldadige ontwerpen en gecombineerd met extreme hoogbouw leveren die meestal lachwekkende gebouwen op. Natuurlijk moet er naar nieuwe vormen gezocht worden en moeten er nieuwe uitdagingen worden aangegaan. Een goed voorbeeld is de Chicago Spire (609.6 m) ontworpen door Santiago Calatrava, sober en toch avontuurlijk. Heel wat smaakvoller dan het wolkenkrabbersnest (595 m.) dat in Mecca gebouwd wordt (zie foto boven). En laten we hopen dat het ontwerp voor de Dancing Towers (350.8 m) in Dubai in de prullenbak beland. Dit is geen architectuur meer maar een architectonische perversiteit.

Chicago Spire
bouwput Chicago Spire in 2008
Chicago Spire
vanaf 2012 zal de Chicago Spire de skyline van Chicago gaan bepalen

thechicagospire.com | alle stukjes uit deze reeks | Abraj Al Bait Mall

hemelbestormers

Hemelbestormers – utopieën onder stolpen en in glazen bollen
deze zomer nog te zien in het CBK Arnhem, t/m 21 september

een voorbeschouwing
In aansluiting op de beeldententoonstelling Sonsbeek 10 waarin het streven naar menselijke grootsheid centraal staat, organiseert het Centrum voor Beeldende Kunst (CBK) Gelderland deze zomer de expositie Hemelbestormers waarin bijna zeventig Gelderse kunstenaars hun visie geven op het menselijke verlangen naar het hogere. Dat mag aan het begin van de eenentwintigste eeuw weer, mits de gewenste dubbelheid of ironie aanwezig is.

Ruim negentig jaar geleden rekenden de Dadakunstenaars tijdens en na de Eerste Wereldoorlog genadeloos af met symbolistische en laat-romantische verlangens naar het hogere en introduceerden zij een cynische anti-kunst. De bitterheid werd met humor enigszins genietbaar gemaakt. In Rusland ging het op dat moment anders. In 1920 werd een maquette van het Monument voor de Derde Internationale in een plechtige communistische processie door de straten van Moskou gedragen. Wat toen al begon te ontaarden in een onmenselijk systeem, werd zonder ironie maar met religieus fanatisme begroet. Tatlin‘s ontwerp is nu een moderne icoon geworden.

Hemelbestormers
affiche van Hemelbestormers met daarop
het Monument voor de Derde Internationale
van Wladimir Tatlin

Na de catastrofes die de massa-ideologieën van de twintigste eeuw hebben aangericht, zijn we sterk geindividualiseerd. We zijn geneigd om het verlangen naar het hogere of naar een betere wereld met argwaan te bekijken. Ik heb Hemelbestormers nog niet gezien maar verwacht dat het thema met wantrouwen en ironie wordt bekeken. Het ontwerp van de constructivistische kunstenaar Wladimir Tatlin wordt als beeldmerk gebruikt voor de tentoonstelling Hemelbestormers. Het monument is bedoeld als een triomf van het communisme. Daarom is het best te vergelijken met het oubollige ontwerp voor de Jahrhunderthalle in Germania (Berlijn) van Albert Speer dat ook niet verder is gekomen dan een schaalmodel. Maar Tatlin’s ontwerp is vernieuwender. De pijnlijke ironie wil dat het daarom, in tegenstelling tot Speer’s Jahrhunderthalle, nog steeds bij ons in genade valt en zelfs op bewondering kan rekenen in plaats van dat het met argwaan of afgrijzen bekeken wordt.

CBK Gelderland

stadion of arena

morgenavond wordt in Wenen gestreden om de Europese voetbaltitel
en ik las een filosofische beschouwing over voetbal door Peter Sloterdijk
arena en stadion
het Colosseum, is een fatalismemachine in grote stijl. Hier worden voor een groot publiek lotswendingen gegenereerd: nederlagen met dodelijke afloop en overwinningen in een waas van wreedheid.
Griekenland was een land dat door twee volken bewoond werd: door de standbeelden en de levenden. De standbeelden zagen er allemaal uit als winnaars, en de winnaars zagen er allemaal min of meer uit als goden. Iets groter dan zijn levende voorbeeld, had het standbeeld altijd iets verheerlijkends. Het straalde een soort morfologisch idealisme uit, dat kennelijk nauw samenhing met de lichaamscultuur van de Griekse man. Men zou zelfs kunnen stellen dat de Grieken met hun sport een groot bio-esthetisch experiment op hun eigen gestalte hebben uitgevoerd.
 
Iets heel anders speelde zich op Romeinse bodem af. In de keizertijd krijgt de architectuur daar een nieuwe impuls, die met de stadioncultuur van de Grieken niets van doen heeft. Het stadion is, zoals bekend, een langgerekte U, met een open zijde, waar zich de tempel bevindt. De gedachte hierbij is dat het wedstrijdterrein openstaat voor de goden en dat de atleten hun oefeningen coram Deis uitvoeren. Heel anders gaat het op Romeinse bodem toe. De Romeinse arena is een bouwtype dat de gesloten ruimte beklemtoont, daar heerst het pathos van de immanentie, een fatale verdichting zonder uitweg. Het schoolvoorbeeld van de arena, het Colosseum, is een fatalismemachine in grote stijl. Hier worden voor een groot publiek lotswendingen gegenereerd: nederlagen met dodelijke afloop en overwinningen in een waas van wreedheid. Dit is ook de reden waarom de moderne cultuur zich op gevaarlijke paden begeeft, wanneer ze in de sport eerder bij de Romeinen dan bij de Grieken aansluiting zoekt.
 
lees verder op trouw.nl