Categorie archief: boeken

liefde tussen twee archiefmuizen

gisterenavond gezien: Possession (2002) op Net 5

Possession is de zoveelste film van twee mensen die iets uit het verleden op het spoor komen, dit gaan onderzoeken, vervolgens nog meer op het spoor komen, het verder gaan uitrafelen en daardoor steeds meer ergens in verwikkeld raken. Maar ditmaal geen kerkgeheimen en gangsterbenden, maar wel een zoektocht van twee literatuuronderzoekers naar een verborgen liefde die langzaam maar zeker ook naar henzelf gaat verwijzen.

PossessionIn april zag ik de verfilming van Sarah Water’s bestseller Fingersmith, een typisch Engels kostuumdrama met subliem acteerwerk. A.S.Byatt’s boek Possession heeft een parallel met Fingersmith: het speelt zich ook (gedeeltelijk) af in de Victoriaanse tijd en gaat (gedeeltelijk) over een schrijfster met een lesbische verhouding . Ook in Engeland zijn vrouwenstudies onder schrijfsters razend populair en worden feministen avant la lettre uit het verleden in kaart gebracht. Vaak blijken deze er dan een lesbische verhouding op na gehouden te hebben dat voor veel onderzoeksters geldt als het ultieme bewijs voor hun vrouw-zijn.

Possession speelt zich hoofdzakelijk in deze tijd af. Een Amerikaanse onderzoeker ontdekt een brief van de Victoriaanse dichter Randolph Henry Ash gericht aan de dichteres Christabel LaMotte. Hij raakt in contact met de biograaf van deze Christabel LaMotte, de jonge professor Maud Bailey. Samen ontrafelen ze het verleden en komen tot de ontdekking dat beiden in 1859 een geheime verhouding hebben gehad. Intussen bloeit er tussen de twee onderzoekers ook iets op.

possession
Gwyneth Paltrow als Maud Bailey

De film is soms een beetje teveel in Hollywoodstijl neergezet en ik vind Aaron Eckhart slecht gecast als de literatuuronderzoeker Roland Michell. Ik zou hem eerder verwachten in de jungle met ontbloot bovenlijf, vechtend tegen krokodillen, maar niet tussen de archiefkasten. Gwyneth Paltrow speelt een mooie rol als ijskoningin die langzaam ontdooit. Het verhaal speelt zich af in heden en verleden en regisseur Neil LaBute heeft dat vaak mooi door elkaar gevlochten.

A.S. Byatt’s Possession, winner of the 1990 Booker Prize, was made to be a movie. Some might argue that it had too much literary baggage – academic office humor and discourse on everything from feminist scholarship to ancient French mythology, not to mention whole chapters of original epic poems. But the heart of “Possession” couldn’t be simpler. The story’s about parallel love stories – two (fictional) Victorian poets and a pair of modern-day academics who study them. The venerable Randolph Henry Ash once carried on a secret affair with Christabel LaMotte, who is celebrated by Women’s Studies types as a proto-feminist and lesbian. They wrote elaborate allusions to each other in their poetry, and the world never suspected. The movie, however, doesn’t need to approach these subtleties. Just say something to the effect of “The married poet laureate and a lesbian?!” and audiences get the gist. It’s a literary mystery, an English thesis with the heart of a bodice-ripper.
 
Bron: flakmag.com

possession-movie.com

het verhaal ging … [17]

Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Phaeton
Samen gingen ze naar de prachtige zonnewagen, gemaakt van goud en zilver, waarin het zonlicht weerkaatste. Aurora had de purperen poorten van de rozenzaal in het oosten al geopend terwijl Phaëthon nog naar de wagen stond te kijken. De zonnegod gaf de Uren de opdracht om de paarden in te spannen toen hij Lucifer, de laatste ster, naar de aarde zag afdalen en merkte hoe rood de wereld kleurde. De vuurspuwende dieren deden zich te goed aan hun ruif vol ambrozijn en lieten zich gewillig het rinkelende tuig aangespen. De vader wreef Phaëthons gezicht in met goddelijke zalf tegen de hitte en zette tenslotte de stralenkrans op zijn hoofd.
De vier paarden van de Zon bliezen vlammen
en hinnikten luid.

De Zon slaakte diepe zuchten en gaf Phaëthon nog wat raad: “Phaëthon, je mag niet te kwistig zijn met de zweep, je moet je krachten sparen voor de teugels en geen steile routes nemen.” Dan beschreef de Zon Phaëthons route en legde uit welke hemellichamen hij zou passeren. Hij mocht niet te hoog en niet te laag rijden. Aarde en hemel moesten gelijke warmte krijgen, anders zou een van beiden in brand kunnen schieten. Hij moest dus de middenweg nemen. Zijn vader bad tot Fortuna dat zij Phaëthon zou helpen.

phaeton
Virgil Solis, Metamorphosen 1581
Toen brak het ogenblik aan dat Phaëthon de wagen besteeg en hij niet meer op zijn beslissing kon terugkomen. Phaëthon was blij de teugels in handen te hebben en bedankte zijn vader, die dat liever niet had zien gebeuren… De vier paarden van de Zon bliezen vlammen en hinnikten luid. Toen Tethys het hek geopend had, schoten ze snel weg. Door het lichte gewicht van Phaëthon schokte de wagen door de lucht en leek wel onbemand. De onervaren Phaëthon schrok van het geweld van de paarden en wist niet wat doen. Hoe kon hij greep krijgen op het span? Hoe kon hij in het oog houden waar de wagen heen moest? En als hij dat al zou weten, hoe zou hij dan de wagen daarheen kunnen loodsen? (…)
phaeton
Sebastiano Ricci, 1703
(…) Daarom liet Jupiter een donderslag weerklinken en schoot met een wel gemikte bliksemschicht Phaëthon, de wagenmenner, van de zonnewagen. De paarden schrokken, steigerden en rukten zich los van de nu slaphangende teugels; de zonnewagen was herleid tot een hoop verspreid liggende wrakstukken…
 
Getroffen stortte Phaëthon neer van zijn verbrijzelde wagen terwijl zijn rosse haardos in brand stond. Hij viel in een grote boog door de lucht omlaag, zoals een ster uit een onbewolkte hemel omlaag valt. De Eridanus, een hoofdstroom van het westen, ving hem op in zijn water en waste het roet van zijn gezicht. De waternimfen van het Avondland begroeven zijn nog smeulend lichaam. Het grafschrift luidde: ‘Dit is het graf van Phaëthon, de menner van de zonnewagen; hij overleed aan overmoed’.
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

het verhaal ging … [16]

Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Orpheus en de bacchanten
Terwijl de dichter Orpheus in Thrakiëdieren, bomen en zelfs rotsen meelokte met zijn gezang, kregen de vrouwen van de Ciconen, in Bacchantenstemming en gehuld in dierenvellen, hem in het oog van op een heuvel. Een van de vrouwen riep: “Kijk daar! Daar heb je onze vrouwenhater.” Ze gooide haar thyrsus naar het hoofd van Orpheus, raakte hem maar kwetste hem niet omdat de tak dik bebladerd was. Een ander gooide een steen naar hem maar die werd in zijn vaart geremd door zijn gezang en viel voor zijn voeten neer. Orpheus smeekte om genade bij die mislukte aanval.
Orpheus
Virgil Solis, 1581
Orpheus en de dieren
Ondanks zijn smeken nam het geweld toe en kende geen grenzen meer. Door het luid gekrijs, het handgeklap, de klank van toeters en timpanen en de Bacchuskreten was de stem van de dichter niet meer te horen en toen trof iedere steen zijn doel. Dan stortten de vrouwen zich op de vogels, slangen en andere wilde dieren (die luisterden naar Orpheus’ gezang) en verscheurden hen. Toen gingen ze, met bloed aan hun handen, naar Orpheus toe en omringden hem als vogels die bij het ochtendlicht een nachtuil zien rondvliegen of zoals een hert reeds in de vroege uren de prooi wordt van enkele honden en beseft dat het gaat sterven.
Een van de vrouwen riep: “Kijk daar! Daar heb je onze vrouwenhater.”

Met hun thyrsus sloegen ze Orpheus neer. Sommigen gooiden met afgerukte takken, kluiten of stenen. Er was genoeg materiaal in de buurt omdat daar vlakbij boeren hun akkers bewerkten met ploeg en ossenspan. Maar die boeren waren in paniek gevlucht voor de Maenaden en hadden hun harken, houwelen en schoffels achtergelaten op het veld. De wilde bende nam het materiaal mee, jaagde de ossen uiteen en keerde dan terug naar Orpheus. Hoe hij ook smeekte, ze doodden hem toch.

Orpheus
Orpheus wordt door bacchanten
in stukken gereten
Orpheus’ in stukken gereten lichaam werd door de Hebrus meegevoerd. En wonderlijk om zeggen: klagend klonk de lier, klagend fluisterde de mond, klagend antwoordden de oevers van de stroom. Toen de stroom het land verlaten had, dreef het lichaam verder weg op zee tot op de kust van Lesbos, waar Methymna ligt. Terwijl het hoofd van Orpheus op het strand lag, wou een slang het aanvallen. Maar toen de slang toehapte, snelde Apollo Orpheus te hulp. Hij liet de slangenbek verstenen zodat de kaken voorgoed opengesperd bleven. Orpheus’ ziel daalde af naar de onderwereld, waar hij Eurydice aantrof in de Elyzese velden en haar omhelsde. Sindsdien zijn ze altijd samen: zij aan zij, of één voorop en één die volgt; dan is het dikwijls Orpheus die omkijkt naar Eurydice, maar hij hoeft nu niet bang meer te zijn..
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Orpheus in de kunst | Kroon’s mythologisch woordenboek