Categorie archief: geschiedenis

Blom & Mak in Groningen

Verhalen waar we in geloven: markt, religie, wetenschap
Philipp Blom en Geert Mak vanavond op de 30e Van der Leeuw lezing

Der taumelnde KontinentVanavond geeft de historicus Philipp Blom samen met Geert Mak in Groningen de 30e Van der Leeuw lezing met als thema Verhalen waar we in geloven: markt, religie, wetenschap. Vorig jaar kocht ik van Phillip Blom een Duitse vertaling van The Vertigo Years (Der taumlende Kontinent) over de eerste 15 jaar van de twintigste eeuw. En in De Volkskrant van 22 september las ik een interview met hem. Zo enthousiast als ik ben over The Vertigo Years, zo teleurstellend vind ik het interview met Blom door Peter Giesen in de Volkskrant onder de titel Wij zijn aapjes die zin zoeken. Als subkop staat er “afrekenen met de christelijke erfenis.” en vooral in die afrekening toont Blom zich niet alleen genadeloos maar ook volstrekt willekeurig en onwetenschappelijk. In het gesprek met Peter Giesen benadrukt hij enkele keren hoe de westerse cultuur door het christendom bedorven is.

Als je kijkt welke Verlichte filosofen in de 19de eeuw populair zijn geworden, zie je dat wij een gematigde Verlichting hebben geërfd, die het grondprincipe van het christendom onberoerd laat. Voltaire was een hiërarchisch denker. Verlichting was voor de elite. Hij was heel expliciet over de zin van God: het plebs op zijn plaats houden. En Kant zegt: naast de zintuiglijke werkelijkheid is er een spirituele werkelijkheid die niet voor de rede toegankelijk is. Zo schiep Kant een sociale vrede tussen wetenschap en religie. De rede, het verstand, dat volgens de gematigde Verlichting het hoogste van de mens is, is in feite de christelijke ziel. Dat negeert volslagen dat wij een lichaam hebben.
 
Bron: volkskrant.nl

Ook in het post-christelijke Europa ondervinden we volgens Philipp Blom nog de rampzalige gevolgen van het christendom. Zonder kruistochten, inquisitie, pogroms en brandstapels te noemen, kijkt Blom naar de hedendaagse westerse cultuur en wijst de rotte plekken aan die allemaal de schuld zijn van het christendom: de gematigde Verlichting, het consumentisme en zelfs de klimaatcrisis: “De mens is meester over de aarde, dat is een Bijbelse gedachte die nog altijd veel schade aanricht. Ik kan mij heel goed voorstellen dat wij over honderd jaar worden gezien als de generatie die meer verstoord heeft dan welke andere generatie dan ook.”

Wij zijn aapjes die zin zoeken, die overal een bedoeling achter zien.’ Verhalen ordenen onze wereld, aldus Blom. Maar ze zijn ook gevaarlijk. Ze kunnen stollen tot religies of ideologieën met potentieel rampzalige gevolgen. Ook dat is een christelijke erfenis: het zoeken naar verlossing door het vinden van ‘de’ waarheid.
 
Bron: volkskrant.nl

Iemand die zijn fixatie zo schaamteloos tentoonspreidt, kom ik niet vaak tegen.

philipp-blom.eu

150 jaar moderne schilderkunst [1]

Le Déjeuner sur l’herbe van Eduard Manet (1863)
en La naissance de Venus van Alexandre Cabanel (1863)

Volgend jaar is het precies 150 jaar geleden dat in Parijs de eerste Salon des Refusés werd gehouden. Deze salon is vooral bekend geworden door het schandaal dat het schilderij Le Déjeuner sur l’herbe van Eduard Manet veroorzaakte. Bijna iedereen heeft dit schilderij wel eens gezien. Het is een schoolvoorbeeld van een tegendraads kunstwerk. Tegendraads? De docent kunstgeschiedenis moest het dertig jaar geleden aan ons uitleggen waarom deze voorstelling voor onze voorouders zo schokkend was. Wij zien onder andere een naakte vrouw in het gras zitten. Wat was daar zo schokkend aan?

Manet
Eduard Manet 1863
Le Déjeuner sur l’herbe
Wij zien onder andere een naakte vrouw in het gras zitten.
Wat was daar zo schokkend aan?

Daarvoor moeten we 150 jaar terug in de tijd. Rond het midden van de negentiende eeuw was de Parijse Salon de meest prestigieuze schilderijententoonstelling ter wereld. Ze bestond al sinds 1648. In 1848 werd het een jaarlijkse tentoonstelling. In de jaren vijftig tijdens het Tweede Franse Keizerrijk werden er steeds meer schilderijen ingezonden. Slechts een klein deel werd door de jury toegelaten. Toen er tenslotte zoveel schilderijen geweigerd werden, besloot Napoleon III in 1863 een aparte tentoonstelling in de stellen waar het geweigerde werk te zien was. Dit werd de Salon des Refusés en je zou deze gebeurtenis als de aftrap van de moderne schilderkunst kunnen zien.

De schilders die op de officiële Salon geweigerd werden, voldeden vaak niet aan de heersende kunstopvattingen van die tijd. Hun geweigerde werk dat op de Salon des Refusés getoond werd, liet dus een nieuwe opvatting over kunst zien. Je zou die kunnen samenvatten in het begrip realisme. Dat is een verwarrend begrip. Want de kunst die op de officiële Salon getoond werd, zag er op het eerste gezicht juist heel realistisch uit. De salonschilders beheersten hun métier. Maar de jonge generatie schilders die zich rond schilders als Gustave Courbet en Eduard Manet hadden verzameld, vonden de academische schilderkunst van de salonschilders allesbehalve realistisch. Waarom eigenlijk? Het zag er allemaal toch net echt uit? Maar waar het de realisten om ging, was het gewone leven, het eigentijdse leven dat je overal in Parijs op straat kon zien. Dát leven, het échte leven, dat moest in de kunst getoond worden. De salonschilders hadden hun rug naar dit echte leven toegekeerd. Ze schilderden een geïdealiseerd leven waarmee ze hun welgestelde clientèle konden behagen.

Manet en Napoleon III
Eduard Manet en keizer Napoleon III

Le Déjeuner sur l’herbe op de Salon des Refusés markeert in 1863 de eerste grote aanvaring tussen de heersende kunstopvattingen en het realisme. Het gaat in de eerste plaats om de moraliteit. Het naakt in de schilderkunst was binnen bepaalde regels gelegitimeerd. Zo moest het naakt verheffend zijn en edel van vorm. Er moest ook afstand zijn tussen de voorstelling en het alledaagse. Het vrouwelijke naakt bleek vaak Venus of Aphrodite te heten. Een gewone Marie of Louise mocht ze nooit zijn. Juist daarom veroorzaakte Manet een schandaal met zijn gezelschap in het gras. De vrouw die naakt bij de aangeklede heren in het gras zat, was een Parisienne. Een heel gewone Parisienne nog wel. Dat een groot schilder als Titiaan in de zestiende eeuw in Venetiëde mooiste meisjes van de straat en uit het Canal Grande plukte en vervolgens uitkleedde, dat mocht wéll, zolang hij ze maar presenteerde als Venus of allegorie. Hup, gauw het sausje van de Kunst erover! Maar Manet serveerde zijn naakt rauw.

Cabanel
Alexandre Cabanel 1863
La naissance de Venus
Toen keizer Napoleon III haar zo in de branding zag liggen werd hij zo opgewonden werd hij zo diep geroerd, dat hij het schilderij onmiddellijk kocht.

In datzelfde jaar hing in de officiële Salon het schilderij La naissance de Venus van de salonschilder Alexandre Cabanel. Hier zien we hoe je volgens de maatstaven van de Académie met het naakt moest omspringen. Als de belichaming van het ware, het schone en het goede. Noem haar Venus, polijst en parfumeer haar huid, trek een blik roze engeltjes open en voilá! Toen keizer Napoleon III haar zo in de branding zag liggen werd hij zo opgewonden werd hij zo diep geroerd, dat hij het schilderij onmiddellijk kocht. De carrière van Cabanel kon niet meer stuk. Als we het sausje er vanaf spoelen en dan nog eens naar het lichaam van deze vrouw in de branding kijken, dan is haar pose heel wat uitdagender dan die van de blote dame in het gras. Toch veroorzaakte de laatste een schandaal, terwijl Venus door de keizer werd aangekocht.

Alexandre Cabanel [ en.wikipedia.org ] | Eduard Manet [ en.wikipedia.org ]

langs velden en wegen

gekeken naar de documentaire Langs velden en wegen (1997)
de verbeelding van het landschap in de 18de en 19de eeuw
Rijksmuseum Amsterdam, 28.11.1997 t/m 03.03.1998

Langs velden en wegenGisteren keek ik op een videoband van vijftien jaar oud naar de documentaire Langs velden en wegen over de verbeelding van het landschap in de 18de en 19de eeuw. Deze werd in 1997 uitgezonden in het programma Close Up. Helaas heb ik de tentoonstelling in het Rijksmuseum toen gemist. Ook de catalogus, inmiddels een collector’s item, heb ik niet. Daarom koester ik deze documentaire, waarin naast de schrijver Koos van Zomeren de conservators Wiepke Loos en Robert-Jan te Rijdt aan het woord zijn.

De Nederlandse landschapsschilderkunst van de negentiende eeuw is mij redelijk vertrouwd. Maar van de Nederlandse achttiende eeuwse landschapsschilders wist ik eigenlijk nog niets. De achttiende eeuw is een periode waarin de schilderkunst in Nederland in een dip zat. Toch waren er schilders die een hoog niveau bereikten, al zijn ze nu nauwelijks nog bekend. Van schilders als Isaac de Moucheron (1667-1744), Gerard van Nijmegen (1735-1808), Jurriaen Andriessen (1742-1819), Egbert van Drielst (1745-1818) en Jacob van Strij (1756-1815) had ik bijvoorbeeld nog nooit gehoord.

Zij waren allen decoratieschilder die in opdracht werkten voor welgestelde particulieren. In de achttiende eeuw waren “behangsels” in de mode. Meestal waren dit langgerekte landschappelijke taferelen die van beneden tot boven een wand in beslag namen. De voorstellingen waren geïdealiseerd, het kleurgebruik “geparfumeerd”. Zo hoorde het in het galante tijdperk. De natuur werd uitgebeeld als een weelderige tuin waarvoor het woord “verpozen” leek te zijn uitgevonden.

Van Drielst
Egbert van Drielst 1809
Achterbuurtje met tuinen

Toch was het klimaat in Nederland te nuchter voor de geïdealiseerde Franse stijl. Het realisme uit de zeventiende eeuw bleef zelfs tijdens het classicisme in ons land bestaan. Dat is prachtig te zien in het bovenstaande schilderij van Egbert van Drielst uit 1809 en het onderstaande schilderij dat Pieter Gerardus van Os bijna tien jaar later schilderde. Ze doen denken aan snap shots. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.

Van Os
Pieter Gerardus van Os 1818
De vaart bij ‘s-Graveland
Langs velden en wegen
Catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in het Rijksmuseum Amsterdam (1997) met fraaie en karakteristiek voorbeelden van geschilderde, getekende en geaquarelleerde landschappen door Hollandse kunstenaars uit de 18de en 19de eeuw. De catalogus biedt een kleurrijk beeld van uiteenlopende fenomenen als de behangselschilderkunst uit de 18de eeuw, de Romantiek van Koekkoek en Schelfhout in het midden van de 19de eeuw, en het impressionisme van de schilders van de Haagse School, met representanten als Roelofs, Mauve en Weissenbruch. Ten slotte zijn er de vernieuwende opvattingen van kunstenaars als Toorop, Van Gogh, Sluijters en Mondriaan omstreeks 1900.
 
Bron: antiqbook.nl