hoofdstuk vijf: uitverkoren volkeren: politiek messianisme
Aardse Machten beschrijft een deel van het geestelijke landschap van Europa in “de lange negentiende eeuw” (1789-1914). Historici die mammoetprojecten op zich nemen, begeven zich in de kolkende stroom van het worden en moeten daarin hun eigen koers bepalen. Michael Burleigh navigeert op twee stromen in de uitwaaierende ideeëngeschiedenis sinds de Franse Revolutie. De symbiose tussen politiek en seculiere religie heeft zijn eigen dynamiek, waarbij de koele en de warme stroom zich telkens met elkaar vermengen.
Het vijfde hoofdstuk gaat over nationalisme en nationale bewegingen. Dat is bij uitstek een symbiose tussen politiek en religie, want hier wordt een mystieke band gesmeed tussen individu, gemeenschap, volk en territorium, die zowel door en door religieus als door en door politiek is. Een voorloper van het fascistische Blut und Boden. Het negentiende eeuwse nationalisme is geboren uit de idealen van de Franse Revolutie, die de monarchie en het christelijke geloof tot vijand hadden verklaard. Maar terwijl de kop van de koning van het schavot rolde, lukte het de republiek maar niet om het christelijk geloof te vernietigen. Er was van alles geprobeerd, van iconoclasme, afschaffing van de zondag tot het vestigen van een nieuw tijdperk op basis van een revolutionaire kalender. De heilige mis was vervangen vervangen door een deïstische eredienst aan het Opperwezen. Maar het christelijk geloof bleek onuitroeibaar.

Tijdens de eerste fase van de Franse Revolutie moesten dergelijke koele deïstische fantasieën het christelijk geloof overbodig maken…
Toen Napoleon met kerst 1799 alle macht naar zich had toegetrokken, begreep hij dat hij het over een andere boeg moest gooien. De katholieke kerk en de paus gebruikte hij als pionnen in zijn strategische spel om over Europa te heersen. Religie werd onder Napoleon koele berekening en politiek een vurige, publieke aangelegenheid. Individu, gemeenschap, volk en natie kregen een sacrale betekenis binnen een surrogaat-religie, het nationalisme. Vanuit Frankrijk werd het naar andere delen van Europa geëxporteerd, zodat het ook daar wortel kon schieten en de monarchie kon verwerpen. Het koningschap was een christelijk concept waarbij de koning bij gratie Gods over het volk heerste. En dat het volk bestond uit horige onderdanen, niet uit vrije burgers. De Franse Revolutie zette dit concept op de kop. Niet God en de koning waren de baas, maar de mens die de moed had om zélf na te denken en te heersen over zijn wereld. De bevrijding van het volk onder één natie werd tot heilig doel verklaard.
Bron: Michael Burleigh in hoofdstuk 5, blz. 173. Naties in opkomst
“Het Bijbelboek Genesis is rauw, bizar en zo straat als een stoeptegel”, volgens Daniël de Wolf, de schrijver van de zogenaamde 
Na elke vernietigende klap komen de Duitsers er met elkaar in vijftien jaar weer bovenop. Het gebeurde na de Eerste Wereldoorlog in de dertiger jaren met het Wirtschaftswunder van Hitler en opnieuw na de Tweede Wereldoorlog met het Wirtschaftswunder van Adenauer in de vijftiger jaren. En nu is er dan Wirtschaftswunder 3.0. Twintig jaar na een miljardenverslindende Duitse eenwording en vier jaar na de kredietcrisis blijkt Duitsland weer de sterkste economie van Europa. Hebben we eigenlijk wel te maken met een wonder of is het gewoon een wetmatigheid? Zolang het protestantse arbeidsethos en de Gründlichkeit in de Duitse Volksgeist verankerd liggen, blijven de Duitsers een verbazingwekkend herstellend vermogen houden.
In zijn beroemde boek 












