Categorie archief: film

Spaans spektakelstuk [ 2 ]

eindelijk gezien: El Cid (1961)

El CidSpektakelfilms uit de jaren vijftig en zestig duren meestal drie uur of meer, zijn voorzien van kamerbrede muziek (van Dimitri Tiomkin of Miklós Rózsa), duizenden figuranten en indrukwekkende decors. Deze combinatie staat tegenwoordig voor ouderwets. Op de Nederlandse televisie worden epische films van vijftig en zestig jaar oud niet meer uitgezonden. In Vlaanderen en Engeland gelukkig nog wel.

Zo nam ik in augustus op BBC 2 een spektakelstuk van Anthony Mann op. El Cid (1961) is een bombastische Hollywoodfilm. Voor velen ouwe troep. Maar niet voor Martin Scorcese. Hij noemde deze film “one of the greatest epic films ever made” en was in 1993 een van de initiatiefnemers voor de restauratie van El Cid. Als je van spektakelfilms in supercinemascope, panoramische opnamen en schallend koper houdt, dan is deze film om je vingers bij af te likken. Het acteerwerk is tamelijk houterig maar de close ups van Sophia Loren mogen er natuurlijk zijn. Ze verdiende tweehonderdduizend dollar met haar rol als Jimena, destijds een fortuin.

El Cid
Charlton Heston en Sophia Loren
spelen de hoofdrol in El Cid (1961)

Nadat Miklós Rózsa voor Ben Hur (1959) een oscar voor de beste filmmuziek had gewonnen, mocht hij ook de score voor El Cid componeren. Dat zou hem ditmaal geen oscar, maar wel twee nominaties voor een oscar opleveren.

El CidRodrigo Dí­az de Vivar (1040- 1099) was een Spaanse ridder, beter bekend onder zijn bijnaam El Cid Campeador (Heer Kampioen) of kortweg El Cid. Een Kampioen was in de middeleeuwen iemand die in een persoonlijk (man tegen man) gevecht van de beste ridders won. ‘Cid‘ is de Spaanse verbastering van sayyid (Arabisch voor ‘heer’). Beide titels getuigen van respect van zowel Moorse als christelijke kant. El Cid is dan ook een bekende Spaanse nationale held en de belichaming van ridderlijkheid en deugd.

Bron: nl.wikipedia.org

Spaans spektakelstuk [ 1 ] | El Cid [ imdb.com ] | filmrecensies

bloeddorstige wereldmacht

naar aanleiding van Quo Vadis (1951)
het Romeinse Rijk in de historieschilderkunst van de negentiende eeuw

Quo VadisQuo Vadis (1951) van Mervyn LeRoy en Anthony Man, een van de eerste grote spektakelfilms in technicolor, is een verfilming van de gelijknamige roman van de Poolse schrijver en Nobelprijswinnaar (1905) Henryk Sienkiewicz. Aangezien film de erfgenaam is van de historieschilderkunst, ging ik eens op zoek naar schilderijen die de production designers, set decorators en art director voor deze film geïnspireerd zouden kunnen hebben.

Allereerst bestaat er een beroemd schilderij dat Quo Vadis, Domine? heet. Het werd in 1602 geschilderd door de Italiaanse barokschilder Annibale Carracci. Volgens de overlevering probeerde de apostel Petrus tijdens de christenvervolgingen onder keizer Nero de stad Rome te ontvluchten. Net buiten de poort van de stad kwam hij Jezus tegen. Toen Petrus Hem vroeg “Quo vadis, Domine?” antwoordde Jezus: “Eo Romam iterum crucifigi” (“Ik ga naar Rome, om opnieuw gekruisigd te worden”). Voor Petrus was dit een teken dat hij moest omkeren om de vervolgde christenen geestelijk te ondersteunen. Het is een duidelijke en eenvoudige voorstelling.

Annibale Carracci
Annibale Carracci 1602
Quo Vadis, Domine?

De spektakelfilm is vooral door de historieschilderkunst uit de tweede helft van de negentiende eeuw beïnvloed. Victoriaanse schilders waren vaak gespecialiseerd in taferelen uit de Romeinse tijd. Dat komt omdat de rijke Engelsen zich graag als de nieuwe Romeinen zagen. Ze keken vooral naar de zonnige kant van het Romeinse Rijk. Zo zien we bij Laurens Alma Tadema bijvoorbeeld idyllische taferelen met Romeinen die volop van hun rijkdom genieten. Rozegeur en maneschijn. De duistere kant blijft onbelicht.

Laurens Alma Tadema
Laurens Alma Tadema 1888
The Roses of Heliogabalus (detail)

Voor het drama moest je in Frankrijk zijn. Daar werden reusachtige doeken geschilderd, vol dramatiek. Jean-Léon Gérôme schilderde een bloedstollend tafereel: een groep christenen die in de arena samen bidt, voordat de leeuwen hen komen verscheuren. Dit was de andere kant van het Romeinse Rijk: een bloeddorstige wereldmacht. Nee, hierin herkenden de Victorianen zich niet!

Jean-Léon Gérôme
Jean-Léon Gérôme 1863-1883
gebed van de christelijke martelaren (detail)

Ook in Oost-Europa werden de Romeinen afgebeeld als een bloeddorstig volk. Twee bekende historieschilderijen zijn van de Russische schilder Konstantin Flavitsky en de Poolse schilder Henryk Siemiradzki.

Konstantin Flavitsky
Konstantin Flavitsky 1862
martelaren in het Colosseum (detail)
Henryk Siemiradzki
Henryk Siemiradzki 1873
Nero’s fakkels (detail)

Quo Vadis: Een Verhaal uit de Tijd van Nero, gewoonlijk bekend als Quo Vadis, is de titel van een roman van de Poolse schrijver Henryk Sienkiewicz uit 1895. Het wordt beschouwd als zijn meesterwerk en is vertaald in meer dan vijftig talen. De (onmogelijke) liefde tussen een Romeinse man en een christelijke vrouw, Marcus en Ligia, vormt het decor voor het verhaal van de vroegste ontwikkeling van het christendom onder de Romeinse keizer Nero in de eerste eeuw van onze jaartelling. Nero zelf speelt een belangrijke rol, maar ook zijn vrouw Poppaea, de commandant van de Praetoriaanse Wacht Tigellinus en de auteur Petronius zijn als historische figuren in het verhaal verweven. Sienkiewicz deed uitputtend vooronderzoek om de geschiedkundige feiten correct te krijgen.
Bron: nl.wikipedia.org

Quo Vadis
op de omslag van de Engelse editie van Sienkiewicz’ beroemde roman Quo Vadis (1895) staat het schilderij Nero’s fakkels (1873) van zijn landgenoot Siemiradzki

Quo Vadis [ imdb.com ] | Quo Vadis [ en.wikipedia.org ]

oerverhaal

gisterenmiddag gezien op Een: La Beauté du diable (1950)

La Beauté du diableLa Beauté du diable is een variatie op de Faustlegende. Het verhaal speelt zich af rond 1830, de tijd waarin Goethe met Der Tragödie zweiter Teil na bijna zestig jaar zijn levenswerk voltooit. Maar het is ook de tijd waarin de moderne wetenschap het gezicht van de wereld definitief gaat veranderen. Kort na Goethe’s dood in 1832 verschijnen de eerste spoorwegen (België1835, Nederland 1839), de elektromotor (1832), de elektrische telegraaf (1835) en de fotografie (1839). Uit deze fundamentele uitvindingen zouden de auto, de radio, de televisie en tenslotte de digitale revolutie voortkomen.

La Beauté du diableFaust is een oerverhaal en dat betekent dat het universeel en van alle tijden is. In de Middeleeuwen was Faust een alchemist en rond 1830 was hij een moderne wetenschapper die de geheimen van de natuur probeerde te ontfutselen. In onze tijd beoefent hij wellicht de gentechnologie. Maar één eigenschap blijft hij behouden: het verlangen naar volmaakte kennis zodat hij de plaats van God kan innemen. Dat wordt zijn ondergang. In zijn dorst naar kennis wordt hij door de duivel bezocht. Deze belooft hem alle rijkdommen van de wereld in ruil voor zijn ziel.

Scientia Potentia Est
- Kennis is macht -

Francis Bacon, 1597

Je kunt dit verhaal ook op de moderne geschiedenis projecteren. In de periode waarin de westerse wereld afscheid begint te nemen van de christelijke God en de wetenschap gaat volgen, stelt de Engelse filosoof, wetenschapper en politicus Francis Bacon vast dat kennis macht is. Als het christelijk geloof ons klein maakt en onderdanig aan de kerk, dan zal de wetenschap ons groot kunnen maken. Ze kan ons helpen de wereld te veroveren en alle aardse rijkdommen naar ons toe te trekken. In het Evangelie volgens Mattheus staat: “Wat baat het een mens, als hij de hele wereld gewint, en schade lijdt aan zijn ziel?”. Je zou kunnen zeggen dat deze boodschap niet meer overkomt bij Faust en de mens die zich restloos aan de wetenschap heeft overgegeven. Tenslotte zal hij toch geconfronteerd worden met an Incovenient Truth.

La Beauté du diable [ imdb.com ]