Jean Renoir (1894-1979) was de zoon van de beroemde impressionist Pierre-Auguste Renoir (1841-1919). Van zijn vader had hij de typisch Franse, lichte toon geërfd. Toen hij aan La règle du jeu begon, had hij al een meesterwerk op zijn naam gezet. La Grande Illusion (1937) was een anti-oorlogsfilm, maar ook een echte Renoir , nooit zwaar en steeds schertsend. Cinematografisch was deze film door zijn deep-focus een mijlpaal en beïnvloedde Orson Welles.
La règle du jeu is een tragi-komedie en zedenschets over de Franse adel. Er wordt enorm veel in gebabbeld en alles is van een ongekende zwier en zwaai. Net als in de portretten van Frans Hals die in Frankrijk misschien meer gewaardeerd worden als in Nederland, spat bij Renoir het leven van het doek. Hij was beslist de zoon van zijn vader.

In 1819 schreef Paul Émile Debraux een chanson onder de titel Fan fan la tulipe. Uit dit lied ontstond de gelijknamige operettefiguur en personage uit de mantel-en-degenfilm. In 2003 verscheen er nog een remake met o.a. Penelope Cruz van het origineel uit 1952 dat als de meest geslaagde versie wordt beschouwd. 

Regelmatig schrijven hedendaagse componisten filmmuziek bij zwijgende films uit de pionierstijd. Zo zag ik begin dit jaar bij de Frans-Duitse zender ARTE 












