Categorie archief: Italië

28 april 1945

zeventig jaar geleden werd Benito Mussolini geëxecuteerd.

Benito MussoliniIn het voorjaar van 1945 hadden de geallieerden de Povlakte bereikt en namen de partizanen van Tito in het oosten enkele gebieden over terwijl Italiaanse partizanen op alle andere plaatsen de macht grepen. Mussolini vluchtte in allerijl naar Milaan toen hij hoorde dat de Duitsers in Italië hadden gecapituleerd. Net als Hitler die zich op dat moment in zijn Berlijnse bunker had opgesloten, was de Duce zijn laatste restje realiteitszin kwijt. Hij maakte een plan om met 3000 ‘trouwe fascisten’ een guerrillaoorlog te voeren in de Alpen. Slechts dertien getrouwen kwamen opdagen.

Daarna vluchtte hij naar Milaan waar hij probeerde te onderhandelen met het Italiaanse verzet. Dat mislukte en vervolgens nam hij de benen richting Zwitserland, vermomd als Duits militair. Hij sloot zich aan bij een SS-colonne die op weg was naar Oostenrijk. Op 27 april 1945 werd deze colonne in Musso, aan het Comomeer, aangehouden. Mussolini en zijn maîtresse Clara Petacci werden door de Italiaanse partizanen herkend en gearresteerd.

Op bevel van het Comitato di liberazione nazionale dell’Alta Italia werden ze de volgende dag beiden geëxecuteerd. Mussolini’s volgelingen en reisgenoten Bombacci, Pavolini, Starace en Buffarini werden ook doodgeschoten. De lichamen werden naar Milaan overgebracht waar ze tentoongesteld werden. Op de Piazzale Loreto werden de lijken van Mussolini en Petacci, samen met die van drie lotgenoten, aan de voeten opgehangen aan een balk van een benzinestation, waar ze werden bespot en toegetakeld door de menigte.

Italian partisans kill Mussolini [ news.bbc.co.uk ]

belleza di Bellini

aan het lezen in Nicolosia (2004) van Joost Divendal
Giovanni Bellini en zijn Venetiaanse model

NicolosiaNicolosia is een aanstekelijk verslag van een obsessie. Joost Divendal beschrijft zijn jarenlange zoektocht naar het model dat Giovanni Bellini (1430-1516), de vader van de Venetiaanse School, gebruikt heeft voor zijn madonna op het altaarstuk in de San Giobbe in Venetië. Bij Bellini is de breuk tussen de traditionele typos van de Moeder Gods op de Byzantijnse icoon en de Italiaanse madonna van vlees en bloed definitief geworden. De heilige maagd Maria zit bij Bellini nog altijd op een troon, meestal geflankeerd door heiligen en eventueel opdrachtgevers, maar is zoveel aardser dan de Byzantijnse Theotokos.

De aardsheid komt bij Bellini overigens niet uit de lucht vallen, maar krijgt wel iets definitiefs. Verschillende factoren spelen daar een rol bij: Bellini is een Venetiaan, hij schildert als Italiaan voor het eerst met olieverf (Antonella da Messina had deze vanuit Vlaanderen geïmporteerd en in 1475 naar Venetië gebracht) én hij werkt naar levend model. Vooral dat laatste is van doorslaggevend belang. De moeder Gods wordt in de Italiaanse schilderkunst van de late 15e eeuw een vrouw van vlees en bloed. Karl Marx zou opmerken dat de Moeder Gods bij Rembrandt een Hollandse boerenmeid is. Maar 150 jaar vóór Rembrandt was zij al een Italiaans meisje.

Divendal is geobsedeerd door de blik van de heilige maagd Maria op het altaarstuk in de San Giobbe, waarin hij het goddelijke en het menselijke ziet samengaan. Rond de intimiteit van deze blik trekt hij concentrische cirkels die uitdijen over de lagunestad. Soms ziet hij bij serveersters op de terrasjes of meisjes op de boten het sublieme en het banale onverwacht samenkomen. Nicolosia is te lezen als een ode aan het vrouwelijke en een loflied op de schoonheid.

Ik weet door het kijken uit ervaring dat kunst die verleidt tot blijven kijken, vrouwelijk is. Zij nodigt mij uit om op haar in en in haar op te gaan.
Bellini
de heilige maagd Maria op het altaarstuk van de San Giobbe door Giovanni Bellini (detail) “Ave virginei flos intemerae pudoris” (uit het Magnificat)
Natuurlijk ben ik meer gericht op de schoonheid van vrouwen dan van mannen. Dit is zo niet genetisch bepaald dan toch een kwestie van smaak. Hun fysieke soepelheid bepaalt mijn waarneming eerder dan de hoekigheid die mannen eigen is. Ik weet door het kijken uit ervaring dat kunst die verleidt tot blijven kijken, vrouwelijk is. Zij nodigt mij uit om op haar in en in haar op te gaan. Mannelijke kunst stoot af door haar zelfverzekerdheid, die de toeschouwer geen ruimte laat. Wanneer la belleza mijn uitnodigt en ik voor haar opensta, laat ik mij ontwapenen. En ik kijk.
 
uit: Nicolosia, uitgeverij Meulenhoff Amsterdam, 2004, blz. 96
Bellini
detail van de heiligen op het altaarstuk van de San Giobbe: Franciscus, Johannes de Doper, Job, Dominicus, Sebastiaan en Lodewijk van Toulouse
het altaarstuk van San Giobbe door Giovanni Bellini (ca.1487)
 
Dit altaarstuk is een voorbeeld van een sacra conversazione: een voorstelling waarbij in een in perspectief geschilderde ruimte een gesprek lijkt plaats te vinden tussen een Madonna met kind en een aantal heiligen uit verschillende tijdsperiodes. In dit geval zijn dat van links naar rechts: Franciscus, Johannes de Doper, Job, Dominicus, Sebastiaan en Lodewijk van Toulouse. Zowel Job als Sebastiaan zijn pestheiligen. Aan de voet van de troon van de Madonna zijn drie musicerende engelen te zien, die Bellini met grote precisie heeft geschilderd. Franciscus, die gekleed gaat in zijn traditionele bruine habijt en wiens stigmata duidelijk te zien zijn, nodigt de toeschouwer uit deel te nemen. Aan de rechterzijde valt met name Sebastiaan op die vrijwel naakt en in contrapposto is weergegeven.
 
Bellini creëerde evenwicht door aan de andere kant van Maria ook de oude Job ontkleed te schilderen. Dergelijke gedetailleerde afbeeldingen van het menselijk lichaam zijn typerend voor de hoogrenaissance. Op de mantel van Lodewijk van Toulouse is Job in miniatuur nogmaals afgebeeld, een eerbewijs aan de naamgever van de kerk. De figuren zijn geplaatst in een kapel met een cassetteplafond. Deze ruimte wordt afgesloten door een apsis met een gouden mozaïek, dat fonkelt in het licht en herinneringen oproept aan de Basiliek van San Marco. Op het mozaïek zijn zes engelen en de inscriptie Ave virginei flos intemerae pudoris te zien.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Assisi [ 3 ]

gelezen: Bodar door het land van Franciscus
gezien: de gelijknamige documentaire op DVD

Sinds het pontificaat van paus Franciscus is het aantal bedevaartgangers in Assisi met zeker tien procent toegenomen. Vorige zomer bezochten ook wij het bedevaartsoord. Het was op een snikhete woensdag in juni. Overal zagen we afbeeldingen van de heilige Franciscus en van de heilige vader. De basiliek met de beroemde fresco’s van Giotto maakte grote indruk op ons. Er heerste een ademloze stilte terwijl er honderden pelgrims in de kerk waren. Een paar maanden later zag ik op televisie live de mis die paus Franciscus op het plein opdroeg ter gelegenheid van de naamdag van de heilige op 4 oktober. Het was nu fris geworden op het plein.

Bodar door het land van FranciscusAfgelopen vrijdag kwam Michaela thuis met het boekje Bodar door het land van Franciscus in combinatie met de DVD van het drieluik dat de RKK in maart dit jaar uitzond. Bodar draagt zijn boekje o.a. op aan Hélène Nolthenius (1920-2000), die enkele boeken schreef over Franciscus en zijn tijd. Hij maakte dankbaar gebruik van haar boek een man uit het dal van Spoleto (1988). Ook in Duecento schrijft Nolthenius in het deel “de heiligen” over het leven van de heilige Franciscus die al twee jaar na zijn dood in 1228 heilig verklaard werd. Bodar is duidelijk een liefhebber van haar lyrische en contemplatieve stijl en gebruikt soms woorden die verouderd lijken. Maar bij Bodar weten we: “Eeuwigh gaat voor oogenblick”.

Bodar is duidelijk een liefhebber van Nolthenius’ lyrische en contemplatieve stijl en gebruikt soms woorden die verouderd lijken.

Bodar door het land van Franciscus [ npo.nl ] | Assisi [ 1 ] | Assisi [ 2 ]