Maandelijks archief: oktober 2007

roestige schoonheid

Foto’s van Edward Burtynsky in het Gemeentemuseum Helmond
Manufactured landscapes in diverse filmhuizen, o.a. in Focus [Arnhem]

“Het is mooi als het goed is, het is goed als het mooi is.” Dit Griekse gezegde is een uitgangspunt voor iedere kunstenaar die zijn hart wil volgen. Het ware, het goede en het schoone hangen wezenlijk met elkaar samen. Maar vaak is dat op een verborgen wijze. Niet iedere mooie buitenkant herbergt altijd goede inhoud en omgekeerd geldt hetzelfde. We moeten het ware, het goede en het schoone telkens weer zelf ontsluiten in de jungle van beelden waarin we leven.

Edward Burtynsky
Edward Burtynsky, Shipbreaking
Chittagong, Bangladesh, 2000

De Canadese fotograaf Edward Burtynsky confronteert ons met industriële landschappen en laat ons de achterkant van onze welvaart zien: uitgemergelde bergen, vervuilde stranden, stervende bossen. Hij toont ons de esthetische kant van onze vervuilde en stervende aarde en brengt mij daarmee in verwarring. Stond ik niet helemaal achter Al Gore en verzette ik mij niet tegen dit ‘grote sterven’? Hoe kan ik deze foto’s dan mooi vinden? Want Burtynsky toont met zijn roestige, monochrome foto’s oppervlakkig gezien heel aantrekkelijke beelden. Ook al is het de ‘schoonheid’ van de aftakeling en onttakeling zoals in deze serie scheepsrompen.

Edward Burtynsky
Edward Burtynsky, Shipbreaking
Chittagong, Bangladesh, 2000

Tot 9 januari 2008 is in het Gemeentemuseum Helmond een tentoonstelling van zijn foto’s te zien. Tegelijkertijd draait in verschillende filmhuizen in ons land de documentaire Manufactured Landscapes

Manufactured Landscapes is een documentaire over het werk van de bekende Canadese fotograaf Edward Burtynsky. Burtynsky fotografeert manufactured landscapes over de hele wereld. Hij maakt foto’s van onder andere fabrieken, mijnen, dammen en milieuparken. De esthethiek van deze foto’s roept bij mij de vraag op of bijvoorbeeld foto’s van de meest vervuilde rivieren ter wereld wel mooi kunnen zijn. In deze documentaire wordt Burtynsky gevolgd tijdens zijn reis door China en Bangladesh waarbij hij de gevolgen van de massale industriële revolutie van het land fotografisch vastlegt.
 
Bron: Manufactured Landscapes (documentaire)

Edward Burtynsky [ masters-of-fine-art-photography.com ]

aangenaam bedwelmd

ik luister al dagen naar een CD met bedwelmende koptische liefdesliedjes
die ik meebracht uit Egypte en Yobert vertaalde voor mij de titels

Ishtar poortGisteren schreef ik hier iets over mijn geboortegrond Veenendaal, op de wereldkaart sinds 1546. Maar je kunt ook in Ninevé (niet te verwarren met Univé) geboren zijn, in de buurt van de Iraakse stad Mosoel, een slordige 3500 jaar ouder dan het voormalige turfdorp op de grens van Utrecht en Gelderland. Gisterenavond was ik bij Yobert en hij kan dat als Assyriër zeggen: Ik kom uit Ninevé, een van de oudste steden ter wereld. Rond 2500 voor Christus ontstond aan de bovenloop van de Tigris het Assyrische Rijk en Ninevé zou daarvan het centrum worden. Degenen die de Bijbel kennen, weten dat Ninevé de stad is uit het Bijbelboek Jona die door God gespaard werd.

de vruchtbare halve maan
de Vruchtbare Halve Maan is de wieg van onze beschaving. Het begon allemaal in Mesopotamiëen aan de Nijl

HunnebedNu ik voor het eerst de Vruchtbare Halve Maan bezocht heb, dringt het nog dieper tot mij door dat we onze beschaving aan het Oosten danken. Wij waren achterlijke hunnebedbouwers en klokbekerdraaiers toen in de tweede helft van het vierde millennium voor Christus in Soemerië het wiel en het schrift werden uitgevonden. En we bleven in berenvellen gekleed tot na Christus toen de Romeinen, die er zelf toch ook al niet zo vroeg bij waren, ons eindelijk wat cultuur kwamen brengen. In het Midden-Oosten kende men toen al ruim drieduizend jaar beschaving!

CD
Arabisch is voor mij abacadabra en ik wist niet wat ik kocht. Het blijkt een CD met bedwelmende koptische liefdesliedjes…

Nu het debat over de Nederlandse identiteit weer is opgelaaid, is dat een nuttig inzicht. Veel nieuwe Nederlanders die hier asiel hebben gekregen, komen uit deze diepgewortelde culturen en ik geloof dat we veel van hen kunnen leren. Sinds ik Yobert ken, weet ik pas dat Aramees, de taal van Jezus, helemaal geen dode taal is. Het wordt gesproken in een gebied dat zich uitstrekt van Libanon tot West-Iran en door miljoenen Aramese christenen wereldwijd. Na de val van dictator Sadam Hussein, wordt het Aramees weer op school onderwezen en wordt er ook weer volop in het Aramese schrift gedrukt. Maar in het Midden-Oosten spreekt en leest ook bijna iedereen Arabisch, dat als een soort esperanto alle volkeren uit het Midden-Oosten bij elkaar brengt. En zo woont er tegenwoordig bij iedereen wel iemand om de hoek die dit abacadabra voor ons oncijferen kan en onze horizon kan verruimen.

oost syriac of oost-aramees
het Onze Vader in het East-Syriac (Aramees), gesproken in de Chaldese, Assyrische en Nestoriaanse Kerk

Lees mijn vorige post over Oud-Syrische Kunst in het RMO Leiden

waar je gevallen bent, blijf je

Week van de geschiedenis tot 21 oktober
met o.a. het project Wonen in Veenendaal

MussenfabriekJa, ik kom er ook vandaan. Geboren en getogen zoals dat heet. Tot mijn eenentwintigste, want toen verhuisde ik als student naar de Gelderse hoofdstad waar ik inmiddels al de grootste helft van mijn leven woon. Maar ik bleef Veenendaal trouw, in ieder geval nog tot 1988. Want aan het Verlaat waar ooit de ‘Mussenfabriek’ stond had ik toen met een groep studenten en kunstenaars van 1985 tot 1988 een atelier. Afgelopen donderdag liep ik er nog eens langs. Alleen de gevel staat nog overeind en daarachter wordt nu een cultureel centrum opgetrokken. Typisch Veenendaal, zo arm aan zichtbare cultuur en verleden dat een fabrieksgevel uit 1920 gekoesterd wordt als cultureel erfgoed. Sommige échte Veenendalers zagen ons als kunstenmakers (Veens voor subversievelingen) maar we kregen van de Gemeente Veenendaal toch wéll een subsidie om onze atelierruimte te optimaliseren. Dat is ook Veenendaal: zuinig met maar ook zuinig op cultuur.

boerderijtje Benedeneind
Mijn overgrootmoeder moet in 1863 in een dergelijk boerderijtje aan het Benedeneind geboren zijn…

In het kader van de Week van de Geschiedenis is er nu in het Museum Het Kleine Veenloo een expositie Wonen in Veenendaal. Ik moet deze nog gaan zien, liefst met mijn vader die in 1930 aan de Parallelweg geboren werd uit een echte Veenendaalse familie. Toch ben ik nooit een echte Veenendaler geworden, want mijn vader heeft tegenover ons nooit Veens gesproken. Alleen de ‘ui’ van duizend spreekt hij altijd als “uu” uit, dat is alles wat er aan Veens door hem is overgeleverd. Een vriend van mij uit Spanje die al veertig jaar in Nederland woont heeft het bevestigd: We blijven altijd in de vertrouwde moedertaal tellen, zeker wanneer het om (duuzend = veel) centen gaat…

Larixlaan
De Larixlaan in de jaren vijftig
Zo zien de straten van mijn jeugd eruit:
zo onbedoeld expressionistisch in hun burgerlijke stijfheid dat ze in mijn dromen een archetype van beklemming zijn geworden.
WC Beeremansstraat
De meest claustrofobe straat uit mijn jeugd was ongetwijfeld de WC Beeremansstraat in Veenendaal-Zuid, vlakbij mijn lagere school, de toenmalige CNS II

Toen ik in 1984 in Arnhem kwam te wonen, voelde ik me als de adelaar die meewarig de haan op het erf in Veenendaal bezag. Inmiddels heb ik ook hier mijn erf weer gevonden, zweef af en toe hoog boven alles, maar hou van de plek waar ik geboren ben: een ondernemend boerendorp ergens in een klein landje.

Het Gemeentearchief, het Historisch Museum Het Kleine Veenloo de Kunstuitleen Veenendaal, de Historische Vereniging Oud Veenendaal en de Openbare Bibliotheek werken samen aan het project ‘Wonen in Veenendaal’.
 
Van 12 oktober tot en met 8 december een tentoonstelling in Het Kleine Veenloo over de verschillende manieren van wonen in het begin van de twintigste eeuw. Een directeur woonde anders dan een middenstander en die was op zijn beurt weer anders behuisd dan een arbeider.
 
Een beeldpresentatie, verzorgd door het Gemeentearchief en de Historische Vereniging Oud Veenendaal, in het gemeentehuis, het museum en de bibliotheek over de vele veranderingen in bebouwing en wonen.
 
De Openbare Bibliotheek richt in oktober twee kleine kamertjes in; één met een oud en één met een nieuw interieur, gevuld met boeken en muziek uit de desbetreffende tijd. Beeldend kunstenaar Henk van de Vis toont in de vitrine zijn ‘huisjes’.
 
Twee artikelen in het verenigingstijdschrift van de Historische Vereniging Oud Veenendaal: Henk van ‘t Veld over namen van het interieur in het Veense dialect; André van Dijk, bewerkt door Henk van ‘t Veld, over de namen van huizen aan de Kerkewijk.
 
Leerlingen uit 4 HAVO/VWO van het Rembrandt College gaan de wijken in en fotograferen markante punten, waar de geschiedenis zichtbaar is. Deze foto’s worden als uitgangspunt gebruikt om tot beeldend werk te komen. Dit eindproduct en de foto’s worden tentoongesteld in de Kunstuitleen Veenendaal.
 
Bron: Wonen in Veenendaal [ PDF ]

Week van de Geschiedenis | Museum Het Kleine Veenloo | Gemeentearchief Veenendaal