installatie van Anton Henning : Blumenstilleben No. 193
Gemeentemuseum Den Haag, 4 oktober t/m 25 januari 2009
Gemeentemuseum Den Haag, 4 oktober t/m 25 januari 2009
Het Gemeentemuseum Den Haag presenteert dit najaar een indrukwekkend interieur van de Duitse schilder Anton Henning (Berlijn, 1964), die internationaal bekend is door zijn ruimtelijke installaties. Speciaal voor de Projectenzaal van het museum heeft Henning de installatie Blumenstilleben No. 193 ontworpen, die onder andere bestaat uit een 10 meter breed schilderij en zijn zogenaamde Mintrex, meubels die licht geven.In zijn installaties combineert Henning abstracte en figuratieve schilderijen met beelden, meubels, muurschilderingen en speciale verlichtingen tot architecturale constructies. Het op deze manier doorbreken van de grenzen van de traditionele genres is kenmerkend voor deze kunstenaar. In combinatie met Hennings lichte palet van gebroken kleuren ontstaat hierdoor een totaal kunstwerk waar binnen men zich thuis zou kunnen voelen maar wat ook bevreemdend werkt. Het herinnert aan een niet zo ver verleden maar is toch onmiskenbaar hedendaags. Of het bij al die gebruikte elementen om vrije of om toegepaste kunst gaat wordt in het midden gelaten.
Met veel gevoel voor ironie refereert hij aan grote voorbeelden uit de kunstgeschiedenis zoals Courbet, Van Gogh, Matisse, Picasso en vooral aan Jean Arp. De titel van zijn meest recente overzichtstentoonstelling bij zijn Berlijnse galerie, 20 Jahre Dilettantismus, geeft blijk van een gezonde dosis van zelfspot. Zijn werken hebben een bepaalde verbondenheid. Motieven en onderwerpen kunnen terugkomen – soms in andere gedaanten. Een voorbeeld hiervan is de zogenaamde „Hennling„, een biomorfe, propellerachtige vorm die gezien kan worden als een signatuur van de kunstenaar. Zoals ook in het schilderij Blumenstilleben No. 193, dat een stadsgezicht van Berlijn toont met in de hoofdrol de Neue Nationalgalerie – het door Ludwig Mies van der Rohe ontworpen modernistische gebouw bij uitstek. Het imposante werk doet denken aan een cinemascope.
Bron: cultuurnet.nl


Andrea Mantegna (1431-1506 )
Jozef Israëls is reeds een gevierd en populair schilder van de Haagse School wanneer zijn zoon Isaac wordt geboren. Al snel blijkt het tekentalent van de jonge Israëls en het is dan ook niet verrassend dat hij in de voetsporen van vader treedt. Maar het traditionele schildersmilieu is hem te benauwend. Isaac ruilt Den Haag in voor Amsterdam, waar hij in zijn schilderijen een compleet andere weg inslaat dan zijn vader – niet voor niets wordt Isaac de Hollandse impressionist genoemd. Dat vader en zoon zo gelijk, maar ook zo verschillend kunnen zijn, is te zien in de tentoonstelling Jozef en Isaac Israëls, Vader en Zoon in het Haagse Gemeentemuseum.
Zijn zoektocht leidt Isaac naar Amsterdam, waar hij zich ontwikkelt tot een kunstenaar van het moderne leven, met een losse toets die hem de bijnaam „de Hollandse Impressionist„ oplevert. Het verschil met zijn vader blijkt niet alleen uit de schilderstijl maar ook uit de onderwerpskeuze; geen sentimentele verbeeldingen van zware emoties, maar een realistische weergave, snel geschilderd. Misschien verwoordt Jozef het verschil zelf nog het beste, toen hij schreef dat zijn zoon de militairen schildert die naar het slagveld gaan, terwijl hijzelf de wenende weduwen verbeeldt. Maar ook in minder zware onderwerpen zijn vader en zoon nauwelijks met elkaar te verwarren. Voor Jozef Israëls zijn het strand en de duinen het decor voor Scheveningse vissersvrouwen en hun kinderen, voor Isaac zijn het elegant geklede dames in zomerse toiletten in de stad en later badgasten aan het Lido van Venetiëof op het mondaine strand van Viareggio.












