Maandelijks archief: februari 2009

Leipziger Schule in Assen

Realisme uit Leipzig – Drie generaties Leipziger Schule
Drents Museum Assen, nog t/m 10 mei 2009

Neo RauchAfgelopen najaar bezocht ik met René de tentoonstelling van de Neue Leipiger Schule in het CobraMuseum in Amstelveen. Deze groep schilders vertegenwoordigt geen duidelijke stroming en heeft geen groepsideaal. De naam is een containerbegrip geworden voor alle schilders die gevormd zijn aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig. Inmiddels zijn dat drie generaties. In tegenstelling tot de tenstoonstelling in Amstelveen, is in het Drents Museum niet alleen werk van de Neue Leipiger Schule maar ook van de eerste twee generaties te zien. Deze werden in de DDR-tijd nog geschoold in het sociaal realisme. Anders dan in het vrije Westen met zijn vrije expressie werd in de DDR in de jaren vijftig en zestig nog traditioneel teken- en schilderonderwijs gegeven. De kunststudenten uit Leipzig hebben het tekenen daarom goed in de vingers zitten. Ook zijn ze sterk beïnvloed, beter gezegd geïndoctrineerd, door de beeldtaal van het sociaal realisme. De derde generatie die zich de Neue Leipziger Schule is gaan noemen, bestaat grotendeels uit dertigers (alleen het boegbeeld Neo Rauch is inmiddels 48) die gingen studeren toen de muur net gevallen was. Deze generatie kon zich voor het eerst op het Westen gaan richten, maar bleef tegelijkertijd putten uit de beeldtaal van het sociaal realisme. De schilderijen van Neo Rauch zijn een delirium van figuratieve samples met een quasi-cryptische betekenis. Eenentwintigste eeuws surrealisme of juist engagement? l’art pour l’art misschien? Zijn schilderijen roepen bij mij teveel vragen op terwijl mijn fascinatie voor zijn beeldraadsels uitblijft. Dan resteert er slechts een vermoeid gevoel.

Matthias Weischer
Matthias Weischer 2003
Living Room, olie op doek, 170 x 190 cm
de retro interieurs van Weischer’s zijn leuk om naar te kijken
De Leipziger Schule is officieel geen kunststroming, maar verbindt door zijn naam een grote groep kunstenaars die allen zijn opgeleid aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig, van oudsher een praktijkgerichte opleiding. In tegenstelling tot het kunstonderwijs in West-Duitsland, waar de nadruk lag op het leren ontwikkelen van het concept van een werk, werd op de Hochschule voornamelijk aandacht besteed aan de traditionele en technische aspecten van het maken van kunst.
 
Bron: drentsmuseum.nl

Drie generaties Leipziger Schule

eerste generatie
De kunstenaars Bernard Heisig (1925), Werner Tübke (1929-2004) en Wolfgang Mattheuer (1927-2004) waren allen, eerst als student en later als docent, verbonden aan de Hochschule. Deze kunstenaars werden beroemd in de jaren zestig van de vorige eeuw en worden ook wel aangeduid als de eerste generatie van de Leipziger Schule. Heisig, Tübke en Mattheuer vestigden de reputatie van Leipzig in de DDR als kunstcentrum.

tweede generatie
Onder de studenten van Heisig, Tübke en Mattheuer bevonden zich de schilders Ulrich Hachulla (1943) en Arno Rink (1940) die tot de tweede generatie Leipziger Schule worden gerekend. Ook zij gaven les aan de Hochschule en leidden de derde generatie Leipzigers op.

derde generatie
De schilders van de derde generatie worden de „Neue Leipziger Schule„ genoemd. De meeste kunstenaars ( waaronder Christian Brandl, Jan Dörre, Isabelle Dutoit, Falk Gernegroß, Matthias Ludwig, Ulf Puder, Johannes Rochhausen, Michael Triegel, Miriam Vlaming en Matthias Weischer) zijn rond de dertig jaar oud en maakten de laatste jaren van het socialistische regime mee, maar ook haar ineenstorting met de val van de muur in 1989. De samenvoeging van traditie en moderniteit speelt een grote rol in hun schilderijen en de beeldpoëzie is bij velen nog onmiskenbaar Oost-Duits: de onwerkelijke taferelen, de dromerige complexiteit, de verborgen betekenissen.De bekendste kunstenaar van deze generatie en inmiddels wereldberoemd, is Neo Rauch, waarvan op de tentoonstelling ook werk te zien is.

Leipziger Schule [ drentsmuseum.nl ]

‘Max Ernst ‘ uit 1805

ik ontdekte op het web een bizarre kopergravure van William Hogarth

In het onderschrift staat vermeld dat deze bewoners van de maan met een telescoop ontdekt zijn en vervolgens door een graveur zijn vastgelegd. Maar deze surrealistisch ogende prent blijkt in werkelijkheid een satire. Het is Hogarth‘s kijk op de middle-class van bijvoorbeeld bisschoppen en advocaten die enkel door hun symbolen macht hebben, maar zelf weinig meer voorstellen dan holle mechanismen.

Some of the Principal Inhabitants of ye Moon
William Hogarth, 1805
Some of the Principal Inhabitants of ye Moon

antiqueprintroom.com

the center cannot hold…

gezien met Michaela: Agnes und seine Brüder (2004)
en Elementarteilchen (2006) van Oskar Roehler

Vrijdagnacht zond de VPRO de Duitse verfilming uit van Les particules élémentaires (1998) van Michel Houellebecq. Elementarteilchen werd bewerkt en verfilmd door Oskar Roehler met Moritz Bleibtreu, Martina Gedeck, Franka Potente en Nina Hoss en werd geproduceerd door Bernd Eichinger. De top van de hedendaagse Duitse cinema was dus bij deze film betrokken. Maar Michel Houellebecq was helemaal niet over Elementarteilchen te spreken. Eerder op de avond zagen we het Franse enfant terrible in de documentaire laatste woorden aan het werk tijdens de de verfilming van La possibilité d’une île die hij stevig in eigen hand houdt.

Elementarteilchen is volgens velen een feel good versie van Houllebecq‘s roman. Bij Oskar Roehler balanceert de film op het randje van satire of zwarte komedie. Ook al viel er soms goed te lachen, Elementarteilchen gaf me zeker geen aangenaam gevoel. Het boek dat ik niet gelezen heb, zal ongetwijfeld zwaarder zijn dan de film. Er wordt vaak gezegd dat in les particules élémentaires het failliet beschreven wordt van de libertijnse maatschappij die bij de generatie van ’68 was ingezet. Het boek zou als een soort pamflet gericht zijn tegen deze generatie. Houllebecq toont daarbij geen uitzicht op een betere wereld, we zijn op een dieptepunt beland om daar te blijven. De titel Les particules élémentaires is goed gekozen. In Engeland verscheen het boek onder de titel atomised en dat drukt nog preciezer uit waar het verhaal over gaat: over de ziekte van het isolement waaraan de laat-twintigste eeuwse mens lijdt. Dat isolement zou een gevolg zijn van doorgeslagen liberalisering en individualisering.

Elementarteilchen

De film begint met de afscheidsbrief van de wetenschapper Michel (Christian Ulmen), een van de hoofdpersonen. Hij neemt ontslag bij het genetisch laboratorium omdat hij zijn queeste wil volgen. Hij wil weten wat deze wereld werkelijk bij elkaar houdt. Dit begin is essentieel voor het verhaal: we volgen iemand die naar de cohesie zoekt, omdat ‘de zaak’ anders uit elkaar dreigt te vallen. Ik moest onmiddellijk denken aan het beroemde citaat van Yeats: ‘Things fall apart; the centre cannot hold…’ Individualisering heeft een tegenwerkende en bindende kracht nodig, anders valt de samenleving in losse atomen uit elkaar. Individuele zelfontplooiing is in de afgelopen veertig jaar onze heilige graal geworden en we zijn de samenleving steeds meer gaan opvatten als een optelsom van ‘ikken’ die hun eigen individuele projecten nastreven.

Things fall apart
the centre cannot hold…

William Butler Yeats

Juist in het liefdesleven wordt het drama van radicale individualisering in al zijn aspecten pijnlijk zichtbaar. Want liefde is alleen mogelijk binnen een relatie en als relaties verdwijnen, verdwijnt ook de liefde. Of als de liefde verdwijnt, verdwijnen duurzame relaties. Wat overblijft, is vluchtig contact en (inwisselbare) seks. Voor ‘het atomische ik’ kan dat een valkuil worden. In Michel‘s halfbroer Bruno (Moritz Bleibtrue) die aan seks verslaafd is, komen we zo’n ‘atomisch ik’ tegen. Bij Roehler krijgt Bruno soms een hoog Mister Bean-gehalte; met name zijn bezoek aan de ‘spirituele’ camping levert hilarische scenes op. Bruno‘s seksuele uitspattingen die in het boek gedetailleerd beschreven zijn en in de film tamelijk expliciet getoond worden, zorgden destijds voor het nodige tumult. Houellebecq toont een soort ‘laatste mens’ , iemand die uitgehold is door zijn eigen begeerten. In Frankrijk reageerde vooral de linkse 68′ers verontwaardigd. Alsof hun idealen hadden geleid tot deze morele uitholling.

Houellebecq toont een soort „laatste mens„, iemand die uitgehold is door
zijn eigen begeerten

Agnes und seine Brüder maakte Oskar Roehler twee jaar eerder. Net als in Elementarteilchen speelt Moritz Bleibtrue hier al de rol van seksverslaafde sukkel. Er zijn nogal wat parallellen tussen beide films en dat komt vooral door de hand van Roehler , die het scenario van beide films voor zijn rekening nam. In beide films gaat het over ongewone familie(relatie)s. Een realistische zedenschets is Agnes und seine Brüder niet geworden, wel een tamelijk bizarre, zwarte komedie.

DVD Agnes und seine Brüder 2004Agnes en haar broers hebben weinig gemeen, behalve een excentrieke oude vader, relatieproblemen waardoor hun leven een puinhoop is geworden en de voor de hand liggende mogelijkheid dat de problemen met elkaar verbonden zijn. Hans-Jorg verbergt zijn sexuele frustratie door zijn libertijnse voorkomen. Hij is enorm sexverslaafd, maar zijn leven dreigt te veranderen als hij een kanalisatie voor zijn libido heeft gevonden. Werner is succesvoller in het politieke debat dan in gezinsdiplomatie. Zijn wisselende relatie met zijn saaie vrouw Signe zit hem huizenhoog en ook zijn wiet-telende zoon is een bron van ergernis. Agnes wordt achtervolgd door de moeder die ze nooit kende en is misschien ook nostalgisch over haar verleden als man. Ondanks haar pogingen om een volledige vrouw te zijn, voelt ze zich gechanteerd door haar bazige vriendje. De relatie staat behoorlijk onder druk.
 
Bron: moviemeter.nl

agnes-derfilm.de | elementarteilchen.film.de | houellebecq.info | Agnes und seine Brüder [ recensie Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung ]