Maandelijks archief: maart 2011

geknipt voor de film

gezien op BBC 2: Anatomy of a murder (1959)
met openingsanimatie van Saul Bass en Duke Ellington

Twee weken geleden zond de BBC 2 The man with the golden arm (1955) uit van Otto Preminger. Grafisch vormgever Saul Bass had met de openingsanimatie met uitgeknipte vormen de aandacht getrokken en in de jaren daarop werd hij veel gevraagd voor andere films. In 1959 maakte hij weer de openingsanimatie voor een film van Otto Preminger. In Anatomy of a murder (1959) krijgen de uitgeknipte vormen extra kracht door een ‘autopsie met een schaar’ op het silhouet van een vermoorde man. Gestyleerde silhouetten waren in de tweede helft van de jaren vijftig erg populair. Denk maar eens aan het silhouet van de Schaduw ontworpen door Dick Bruna voor de pockets van Havank.

openingsgeneriek van Saul Bass
met muziek van Duke Ellington

Via de bovenstaande video op Youtube kwam ik de onderstaande openingsanimatie tegen uit Catch me if you can (2002). Het is een prachtige herinterpretatie van de eenvoudige stijl waarmee Saul Bass eind jaren vijftig beroemd werd. Een goed voorbeeld van postmodern hergebruik. Op de website artofthetitle.com zijn stills te bekijken.

Catch me if you can (2002)
openingsanimatie door Kuntzel en Deygas

Een van de aardige bijkomstigheden van Anatomy of a murder is dat we James Stewart weer zien, nadat hij voor North by Northwest door Alfred Hitchcock was afgedankt. Na Rear Window, The man who knew tot much en Vertigo zien we hem in zwart-wit. Het wagenpark is sinds Vertigo nauwelijks veranderd en op de Internet Movie Car Data Base hebben liefhebbers 28 modellen gespot.

James Stewart
Anatomy of a murder (1959)
James Stewart en op de achtergrond o.a. een Buick Special (1955) Bron: imcdb.org

Forget the film, watch the titles! [ watchthetitles.com ]

ontluikend

De symfonische gedichten van Claude Debussy

Claude DebussyIn de eerste voorjaarsweek heb ik weer eens buiten in de zon gezeten. Wanneer ik dan even mijn ogen sluit en in de verte de roep van de houtduif hoor, glij ik weg in een eeuwigheidservaring. Alle geluiden in de buitenwereld dringen dan intens naar binnen en begeleiden als vrije en ongebonden muziek mijn onderdompeling in het nunc stans van de ontluikende natuur. Voor mij was deze ervaring een aanleiding om weer eens de muziek van Claude Debussy op te gaan zetten.

Vrijdagavond luisterde ik naar La Mer (1905) en Iberia (1909). In Debussy‘s symfonische gedichten hoor ik telkens het ontluikende van het voorjaar. In de eerste maten van Prélude à l’après-midi d’un faune (1894) met de kletterende harp op de voorgrond en hoorns in de verte, breekt de betovering door. Het valt mij overigens steeds vaker op dat Debussy sterk beïnvloed is door Russische volksmuziek en componisten. Soms hoor ik duidelijk Tsjaikovsky doorschemeren (bijv. de Zesde Symfonie) maar vooral ook elementen uit de rijke klankwereld van Rimsky-Korsakov en Moessorgsky.

katjes
Debussy’s music is a synthesis of primarily Russian folk influences, the desire to integrate impressions of the natural world including dreamlike images and the naiveté of childhood.

Anthony Tobin

Russian nationalist composers of the late nineteenth century, such as Mussorgsky and Rimsky-Korsakov, influenced composers in the early part of the twentieth-century including Stravinsky, Debussy, and Bartók.
 
Bron: debussypiano.com

nieuwe klanken [ Woest & Vredig ]

art power

Boris Groys : Art Power (2008)
Art PowerArt has its own power in the world, and is as much a force in the power play of global politics today as it once was in the arena of cold war politics. Art, argues distinguished theoretician Boris Groys, is hardly a powerless commodity subject to the art market’s fiats of inclusion and exclusion. In Art Power, Groys examines modern and contemporary art according to its ideological function. Art, Groys writes, is produced and brought before the public in two ways a commodity and as a tool of political propaganda. In the contemporary art scene, very little attention is paid to the latter function; the official and unofficial art of the former Soviet Union and other former Socialist states, for example, is largely excluded from the field of institutionally recognized art, usually on moral grounds (although, Groys points out, criticism of the morality of the market never leads to calls for a similar exclusion of art produced under market conditions).
 
Bron: mitpress.mit.edu
Waardeoordelen en selectiecriteria binnen de kunstwereld zeggen meer over de heersende sociale opvattingen en machtsstructuren dan over de kunst an sich.

Bert Herps (Filosofie Scheurkalender)

The notion of art,“ Boris Groys writes near the start of Art Power, “is today almost synonymous with the notion of the art market.“ In less dexterous hands, this argument could swiftly slip into hollow polemic. But Groys continues with something surprising: “to perceive the critique of commodification as the main or even unique goal of contemporary art is just to reaffirm the total power of the art market – even if this reaffirmation takes a form of critique.
 
Bron: artmargins.com

borisgroys.com