gisterenavond gekeken naar het eerste deel van Der Turm (2012)
Vanavond om 20.15 zendt de ARD deel 2 uit
De roman Der Turm (2008) van Uwe Telkamp was in 2009 al als Hörbuch verschenen en een verfilming kon niet uitblijven. Gisteren ging op de ARD het eerste deel van de televisiefilm Der Turm in première en vanavond volgt het tweede deel.
Het verhaal speelt zich af in Dresden tijdens de laatste zeven jaar van de DDR (1982-1989). Het is dus perfect geprogrammeerd op 3 en 4 oktober wanneer de Duitse hereniging wordt gevierd en de herinneringen aan de DDR-tijd weer naar boven komen.
Der Turm roept direct associaties op met Das Leben der Anderen maar ook met de Duitse familiekroniek Heimat. Zo doet een van de hoofdfiguren, de zeventienjarige Christian Hoffmann (Sebastian Urzendowsky) mij erg denken aan Hermännchen (Jörg Richter) uit Heimat. Qua karakter lijkt hij ook wel op Nino Giordano (Lorenzo Balducci) uit de familiekroniek Le Cose che restano.
Der Turm is een fijne familiekroniek die net als Heimat meerwaarde krijgt door de historische achtergrond. Het is een vorm van kleine geschiedschrijving waarbij historische gebeurtenissen van binnenuit worden bekeken, vanuit het perspectief van een groepje mensen, meestal een familie. Daarbij is de film gemaakt met een perfecte reconstructie van het tijdsbeeld, in dit geval de jaren tachtig van de DDR. Het straatbeeld is oostblok-grauw, de interieurs pastelkleurig, de brilmonturen zwaar. Alsof de tijd in 1960 stil is blijven staan. De couleur locale maakt deze televisiefilm al een genot om naar te kijken.
Die Handlung des Romans spielt zwischen dem 4. Dezember 1982 und dem 9. November 1989 in der DDR, vor allem in Dresden. Im Zentrum stehen die bildungsbürgerlichen Bewohner des Villenviertels oberhalb der Elbe in Loschwitz-Weißer Hirsch rund um die Plattleite, im Buch die Turmstraße. Die Handlung, die sich auf fast 1000 Seiten erstreckt und kaleidoskopartig verschiedene Episoden mit Hunderten Figuren aneinanderreiht, wird aus der Sicht von drei Protagonisten dargestellt: des EOS-Schülers und späteren NVA-Unteroffiziers Christian Hoffmann, seines Vaters Richard Hoffmann (er ist Oberarzt in der chirurgischen Klinik der Medizinischen Akademie Dresden) und seines Onkels Meno Rohde, eines studierten Biologen, der als Lektor eines renommierten Verlages tätig ist. Der Roman besteht aus den zwei Buchteilen Die pädagogische Provinz und Die Schwerkraft.
gelezen in Die Gedichte van Friedrich Hölderlin (1770-1843)
Toen we vorig jaar het idyllische universiteitsstadje Tübingen bezochten, maakten we op een mooie zondagmorgen in juni een tochtje met een vlet over de Neckar. Onze gids vertelde natuurlijk het bekende verhaal van de Blutbruderschaft (in het Duits klinkt het mooier) tussen Hegel, Hölderlin en Schelling, die hier rond 1790 studeerden. Drie kamergenoten die het alle drie tot “grote geest” schoppen, dat is zeldzaam, zelfs in Duitsland. Terwijl Hegel en Schelling uiteindelijk in Berlijn terecht kwamen om daar in het pantheon van Grote Duitsers te worden bijgezet, belandde Friedrich Hölderlin in 1806 in de waanzin, in geistiger Umnächtung.
Een timmerman uit Tübingen die hem bewonderde, bood de geesteszieke dichter in 1806 een woning aan in een toren aan de Neckar. Hölderlin bleef er tot aan zijn dood in 1843 wonen. De Hölderlinturm is tegenwoordig het Wahrzeichen van Tübingen. Een waanzinnige dichter die 37 jaar in een toren leeft, hééft natuurlijk iets. Een ideaal onderwerp voor een gothic novel.
Emily Brontë schreef Jane Eyre, met het thema van “de waanzinnige in de toren”, kort na Hölderlin‘s dood. Toch lijkt het mij niet dat ze ooit van hem gehoord heeft, want aan het eind van zijn leven was de dichter totaal vergeten.
Hölderlinturm in Tübingen, 26 juni 2011
Lang zou Hölderlin vergeten blijven. Toen Hegel en Goethe in 1832 gestorven waren, was het voorbij met het gouden tijdperk van Duits classicisme en Duitse romantiek. De Biedermeier bepaalde tijdens de Vormärz het klimaat in Duitsland en de cultuur was burgerlijk en oerconservatief geworden. Na 1850 was al het idealisme uit de romantiek drooggelegd en had de wereld een nuchtere en realistische aanblik gekregen, niet in de laatste plaats door een revolutie in wetenschap en techniek. De kunst en de filosofie waren aan de leiband van realisme en positivisme gelegd. Er was geen reden tot cultuurpessimisme. De Götternacht van Hölderlin was een weinig realistische gedachte in het optimistische licht van de vooruitgang.
Er was geen reden tot cultuurpessimisme.
De Götternacht van Hölderlin was een weinig realistische gedachte
in het optimistische licht
van de vooruitgang.
Toch was er kritiek op het “wir haben es so herrlich weit gebracht” van de burgerlijke cultuur. De jonge Friedrich Nietzsche bijvoorbeeld ontdekte in 1861 het werk van Hölderlin. Bijna niemand kende deze dichter toen nog, zelfs de leraar Duits was hem vergeten. Maar de 17-jarige Nietzsche zag in Hölderlin onmiddellijk een geestverwant. Hij deelde zijn grote liefde voor de oude Grieken en hun cultuur. Nietzsche verlangde ook naar een terugkeer van de mythos in de kunst, die in zijn beleving door de logos van de wetenschap verdrongen was. Rond 1860 domineerde positivistische wetenschap alle domeinen van het leven. Voor Nietzsche was dat verstikkend voor het leven zélf.
Filisters noemde Nietzsche iedereen die zich door het verleidelijke optimisme en de maakbaarheid van de positivistische wetenschap had laten bedwelmen. We moeten niet vergeten dat de schaduwzijde van de wetenschap en techniek zich in die tijd nog niet aan ons had opgedrongen. De “Materialschlacht” van de Eerste Wereldoorlog lag nog ver in de toekomst. Cultuurpessimisme bestond eigenlijk niet. Nietzsche ontdekte in Hölderlin niet alleen een gelijkgestemde geest door zijn diepe liefde voor het Oude Griekenland. Hij vond bij Hölderlin ook een gitzwart cultuurpessimisme. Dat was toch dragelijk omdat Hölderlin in die duisternis een toekomstvisioen had. Hij meende dat zijn eigen tijd een Götternacht was, een verduistering van het mythische. Maar achter de horizon zag hij een stralende Morgen.
Hölderlin leefde in een tijd waarin de industriële revolutie nog helemaal op gang moest komen, zeker in Duitsland. Maar de voedingsbodem voor een technologische revolutie was er al, omdat de Verlichting definitief was doorgebroken. Sapere aude!, durf te weten, de imperatief waarmee de grote Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant de mens uit zijn dogmatische sluimer wilde opwekken, kon Hölderlin in zijn jeugd overal horen klinken. De mens moest op eigen benen leren te staan, dat was de enige juiste richting die de Verlichting aangaf. Mythos en geloof werden teruggedrongen, de logos en de ratio ging heersen. Met het verstand zou de mens de natuur volledig aan zich kunnen onderwerpen, dat was de droom en het optimisme van de Verlichting.
Maar Hölderlin‘s droom ging over iets heel anders. Hij zag het Oude Griekenland herleven, de goden bovenop de Olympus en saters en nimfen bij een koele bron in een imaginair Grieks landschap. Het bestond alleen in zijn verbeelding, want Hölderlin was nog nooit in Griekenland geweest. Het mythische landschap moet hij alleen gekend hebben van geïdealiseerde pastorales. Deze taferelen waren om te behagen. Niet voor niets vulden ze de paleizen en buitenplaatsen van de vorsten en de adel in de achttiende eeuw.
Karl Friedrich Schinkel 1836
Schinkel was schilder én bouwmeester. Hij idealiseerde het Oude Griekenland omdat classicisme goed in de markt lag en koning Friedrich Wilhelm III bestelde zo af en toe een “Griekse tempel” bij hem. Hölderlin’s droom over het Oude Griekenland ging veel dieper dan het uiterlijke vertoon van Schinkel en de koning.
Hölderlin zag door de oppervlakte van het behaagzieke plaatje heen. Voor hem waren de Griekse goden geen mythologische figuren in een zinnenstrelend decor, maar levende wezens die in de bestaansdiepte met ons verbonden zijn. In 1799 ontstond het onderstaande gedicht Götter wandelten einst bei Menschen, een liefdesgedicht voor Diotima (Susette Gontard).
An Diotima
Götter wandelten einst bei Menschen, die herrlichen Musen
Und der Jüngling, Apoll, heilend, begeisternd wie du.
Und du bist mir wie sie, als hätte der Seligen Einer
Mich ins Leben gesandt, geh ich, es wandelt das Bild
Meiner Heldin mit mir, wo ich duld und bilde, mit Liebe
Bis in den Tod, denn dies lernt’ ich und hab ich von ihr.
Laß uns leben, o du, mit der ich leide, mit der ich
Innig und gläubig und treu ringe nach schönerer Zeit.
Sind doch wirs! und wüßten sie noch in kommenden Jahren
Von uns beiden, wenn einst wieder der Genius gilt,
Sprächen sie: Es schufen sich einst die Einsamen liebend
Nur von Göttern gekannt ihre geheimere Welt.
Denn die Sterbliches nur besorgt, es empfängt sie die Erde
Aber näher zum Licht wandern, zum Äther hinauf
Sie, die inniger Liebe treu und göttlichem Geiste
Hoffend und duldend und still über das Schicksal gesiegt.
De traditie van het Amerikaanse presidentenportret bestaat al ruim 200 jaar. Het begon in 1795 toen Gilbert Stuart het zgn. „Athenaeum„ portret van George Washington schilderde. Dit portret staat nog altijd op het ééndollarbiljet en is waarschijnlijk het meest gereproduceerde portret uit de geschiedenis. Het is een mooi verstild en psychologisch portret. George Washington kijkt met een minzame blik langs ons heen, ontoegankelijk als een sfinx.
Gilbert Stuart’s „Athenaeum„ portret
van George Washington
Gilbert Stuart schilderde George Washington in 1795 en 1796 in totaal driemaal en maakte op basis van die drie „lifeportraits„ in zijn verdere loopbaan meer dan honderd portretten waar hij zeer goed voor betaald kreeg. Wanneer het waar is dat het portret de spiegel van de ziel is, heeft Stuart dus driemaal de gelegenheid gehad om in Washington’s ziel door te dringen.
De relatie tussen de eerste president van de Verenigde Staten en Stuart moet niet bijzonder hartelijk zijn geweest. In ieder geval vond de portretschilder Washington tijdens de sessies geen geduldig model. Voor de oud-generaal moet zijn officiële portret een verplicht nummer zijn geweest. Op Stuart’s portretten zie je steeds dezelfde afstandelijke man. Washington stierf in 1799, drie jaar nadat hij geportretteerd was.
portret van Obama
Ruim tweehonderd jaar en 43 presidenten later heeft Amerika zijn eerste zwarte president. Barack Obama‘s portret oogt fris, helder, krachtig en vernieuwend en dat is precies de boodschap. Amerika’s Hoop in Bange Dagen. Yes we can!
Nee, dan het portret van zijn voorganger George W.Bush. In 2004 koos TIME magazine hem als Person of the Year en Daniel Adel maakte een vlot geschilderd portret voor de cover. Bush jr. is hier afgebeeld als de Grote Roerganger, een visionair die zijn blik over het volk heen in de verte richt. Alsof hij het licht ziet en de stem van God hoort.
Dat hij in werkelijkheid een grote zwarte olievlek zag en steeds meer protest hoorde, daar weet dit portret niets van. Zo werden in het verleden keizers en koningen geportretteerd, als visionaire geesten die boven hun volk staan. En dictators laten zich nog steeds zo afbeelden. Als ze tenminste geen peuter op hun arm houden.
Volgens Hannah Arendt trok er door het denken van haar leermeester Martin Heidegger een storm. “Hij komt uit het oeroude en wat hij achterlaat, is iets volmaakts, dat zoals al het volmaakte terugvalt aan het oeroude.” Wij gingen bij de beroemde blokhut in Todtnauberg kijken of Arendt gelijk had.
In het Rijk van de Geest is alles tegenwoordige tijd en daar alleen ben je onsterfelijk. Zolang je maar niet vergeten wordt, leef je voort. Maar als je bent weggezonken in het collectieve geheugen, kun je met een lemma op wikipedia.org weer boven water komen.
Deze serie begon op 9 april 2010, precies 145 jaar na het einde van de Civil War, misschien wel het grootste trauma uit de Amerikaanse geschiedenis. Het laatste artikel verscheen op 3 juli 2013. Dat was precies 150 jaar na de Slag bij Gettysburg, het keerpunt in de oorlog.
Weinig historische figuren zijn zo vaak geschilderd als Napoleon Bonaparte. Niet alleen tijdens zijn bewind maar ook daarna bleven schilders historische gebeurtenissen vastleggen met Napoleon in het centrum van de aandacht. Geschiedvervalsing. Omdat het moest.
Met de Goethezeit wordt in Duitsland de periode 1770-1830 aangeduid. Niet alleen de filosofie, literatuur, beeldhouwkunst, architectuur en muziek kwamen in het Duitse taalgebied tot bloei maar ook de romantische landschapsschilderkunst.
Tot in de 19e eeuw was de reis naar Italië voor veel kunstenaars een verplicht nummer. Tijdens de Grand Tour werden Venetië, Florence en Rome bezocht waar de meesters bestudeerd werden. Maar het Italiaanse landschap bleek voor veel kunstenaars aantrekkelijker.
Nu de overheid zich als mecenas heeft teruggetrokken worden veel kunstenaars weer afhankelijk van rijke opdrachtgevers en verzamelaars. Net als vroeger dus, toen veel kunstenaars vaak tegen wil en dank de lakeien van de heersende klasse waren.
De Philokalia is een verzameling geestelijke geschriften die tussen de vierde en veertiende eeuw (in het Grieks) geschreven zijn en in de achttiende eeuw door de heilige Nikodimos van de berg Athos gebundeld zijn. Zijn tijdgenoot Paisius Velichkovsky maakte een vertaling in het Kerkslavisch.
In de Middeleeuwen was er eigenlijk maar één boek. Na de revolutie van de boekdrukkunst kreeg de Bijbel concurrentie van eigentijdse maar vooral ook van klassieke geschriften. De compilatie van mythen die Ovidius aan het begin van onze jaartelling in klassiek Latijn had samengesteld, werd een inspiratiebron voor ontelbare schilders.
Dante stelt zich het Inferno voor als een trechter die breed begint onder het aardoppervlak en dan toeloopt naar het ijskoude middelpunt van de aarde. Daar zetelt Lucifer. Er zijn negen kringen. Dante en Vergilius ontmoetten er steeds grotere zonden en grotere zondaars.
Chicago en New York werden eind 19e eeuw proeftuinen waar de skyscraper dankzij een stalen constructie steeds hoger kon worden. Er lagen ook twee Amerikaanse gedachten aan ten grondslag:
"Form follows function" en "The sky is the limit."
In de zomer van 2009 was in het Atomium in Brussel de tentoonstelling A la recherche du “Style Atome” te zien. Het is een swingende stijl uit de jaren vijftig die nog steeds beoefend wordt. Noem het geen retro. De atoomstijl is iets speciaals.
In 1963 begon de Franse striptekenaar Jean Giraud (1938-2012) samen met scenarist Jean-Michel Charlier (1924-1989) aan zijn levenswerk: Blueberry. Ze lieten zich daarbij inspireren door de spaghettiwestern. Het 50-jarige jubileum van zijn antiheld maakte Giraud net niet meer mee. Hij overleed in 2012.
Belgian woodcuts & Russian Luboks. Underground comics & Midcentury Modern. Genesis, Pink Floyd & Film Noir ...
These are a few of my favorite things ...