Maandelijks archief: december 2012

poezelige plaatjes

de meesterlijke kitsch van François Boucher (1703-1770)
en Jean-Honoré Fragonard (1732–1806)

Boucher, Cupido'sSinds de negentiende eeuw zien we de schilderkunst van de achttiende eeuw in het algemeen als een verval van de schilderkunst van de zeventiende eeuw. In de tweede helft van de zeventiende eeuw gaat de onnatuurlijke gepolijste Franse stijl het realisme al verdringen. De schilderkunst tussen 1675 en 1775 is vooral een hofkunst, met name in Frankrijk onder het absolutisme. Tussen de smaak van de aristocratie en de smaak van de burgerij zit een wereld van verschil. Hier ligt ook een belangrijk deel van het antwoord waarom de Franse kunst van de achttiende eeuw meestal verder van ons afstaat dan de Hollandse kunst van de zeventiende eeuw. Het is de smaak van de burgerij tegenover de smaak van de aristocratie. Sinds de Franse Revolutie voelen we ons veel meer verwant met de burgers uit de Hollandse Republiek dan met de adel uit het ancien régime.

De aristocraten wilden in hun privéparadijzen mythologische pastorales en heidense lusthoven en werden op hun wenken bediend door getalenteerde kunstenaars die zich in de rol van lakei konden en wilden schikken. Sinds we de originaliteit en de vrijheid van de kunstenaar de hoogste plaats zijn gaan geven, lijkt een dergelijke dienstbaarheid dodelijk voor de kunst. Want onze opvatting over kunst is dat deze in vrijheid ontstaat en tegendraads moet zijn. Maar met zo’n houding had je als schilder in de achttiende eeuw geen bestaansrecht. Als je een opdrachtgever niet wilde behagen, dan verdiende je ook geen geld.

BoucherEen van deze getalenteerde lakeien was de rococoschilder François Boucher. Hij is bekend van zijn poezelige en zoete plaatjes van badende nimfen, naakte godinnen en spelende cupido’s. Voorstellingen die tegenwoordig zijn voorbehouden aan het poesiealbum of Daphne’s Diary. Het is met een grote souplesse geschilderd. Maar zijn talent blijft op de achtergrond wanneer we ons teveel storen aan zijn gekunsteldheid of zijn collaboratie met de rijken. Zo schreef de Griekse schilder en kunstcriticus Vassily Photiades (1900-1975) in 1963 over Boucher:

François Boucher (…) is een en al koele berekening en zijn voornaamste doel lijkt op dat van een kwakzalver of een bereider van liefdestoverdranken, van wie de handigheid vol berekening niet lang voor de waarnemer verborgen kan blijven. Natuurlijk is hij het slachtoffer van zijn tijd; hij onderwerpt zich slechts aan de mode en deze wordt gekenmerkt door wulpsheid. Maar het lijdt geen twijfel of hij gaat te ver, en zijn gaven, want die heeft hij, hopen zich door elkaar op aan de voet van een altaar dat ondanks alle schijn niet dat van het Plezier is.
 
Bron: Vassily Photiades, de schilderkunst van de 18e eeuw, 1963
Venus
François Boucher
het toilet van Venus, 1751 (detail)
François Boucher is een en al koele berekening en zijn voornaamste doel lijkt op dat van een kwakzalver of een bereider van liefdestoverdranken…

Vassily Photiades

Gisteren lukte het mij om door het behaagzieke tafereel van Het toilet van Venus heen te kijken en zag ik het grote vakmanschap van Boucher. Het tafereel is een en al bevalligheid in een honingachtig licht. Deze elegantie kennen we. Venus houdt haar hoofd iets scheef, net zoals op het schilderij van Botticelli. Haar hand zit in een maniëristische draai. De lokken krullen zich koket langs haar hals. Dat kennen we allemaal uit de Italiaanse Renaissance. Maar in de rococo gaat alles en iedereen over de top. Ook Venus. En de billetjes van Cupido zijn net iets rozer dan Raphael ze schilderde.

Zoals in Frankrijk Jacques-Louis David (1748-1825) en het classicisme bijna synoniemen zijn, zo is François Boucher (1703-1770) in één adem te noemen met het rococo. Overigens was Jean-Jacques Louis een van de laatste leerlingen van Boucher. In de jaren twintig won hij de Prix de Rome en verbleef hij jaren in Italiëom de technieken van de Italiaanse meesters te bestuderen. Toen hij in 1731 naar Frankrijk was teruggekeerd, werd hij als historieschilder toegelaten tot de Académie de Peinture et de Sculpture. Hier maakte hij zijn carrière, eerst als rector van de Académie, in 1755 als hoofd van de Manufacture Nationale de Gobelins en tenslotte als Premier Peintre du Roi (onder Lodewijk XV) in 1765. Onder zijn vele leerlingen bevond zich ook Jean-Honoré Fragonard (1732–1806). Boucher stierf in 1770 en maakte het niet meer mee dat het rococo na 1774 snel uit de mode raakte.

Boucher gebruikt olieverf alsof het pastelkrijt is. Zijn naakten zien er zo poezelig uit dat ze met watten gevuld lijken. En niet alleen de naakten, de hele wereld lijkt met watten gevuld alsof er nauwelijks zwaartekracht is. Zo moet de adel zich gevoeld hebben, van de wieg tot het graf in de watten gelegd.

Fragonard
Jean-Honoré Fragonard (detail)
Ook Fragonard kent de maniëristische draaiingen van de hand en houdt van roze en turquoise, de “huiskleuren” van het rococo

De Franse Revolutie maakte een einde aan de standenmaatschappij waarin de adel en de kerk geen belasting hoefden te betalen. In de negentiende eeuw kwam de meritocratie in de plaats van de aristocratie. Een meritocratie vraagt om heel andere voorstellingen dan een aristocratie. Dat werd heel duidelijk toen rond 1850 het realisme opkwam. Wanneer je zelf je geld verdienen moet, bind je de strijd aan met de harde werkelijkheid. Geen geïdealiseerde flauwekul meer, maar kunst die de rauwe werkelijkheid omarmt. Sinds 1850 bepaalt het realisme de moderne smaak. In de canon van de achttiende eeuw schatten we Chardin daarom veel hoger in dan Boucher of Fragonard. Liever een eenvoudig maar eerlijk stilleven dan een dure droomwereld voor de happy few.

francoisboucher.org

the look of love

een rage uit de late achttiende en vroege negentiende eeuw in Engeland

Er zijn gelukkig nog steeds liefhebbers die hun blog helemaal wijden aan de achttiende eeuw. Ook in Nederland. Een daarvan is weyerman.nl met een dagelijks (!) stukje gerelateerd aan Jacob Campo Weyerman (1677-1747) en de achttiende eeuw. In februari las ik in een oogje op iemand hebben iets over een rage uit de achttiende eeuw. De Prince of Wales en latere koning George IV was in 1884 tot over zijn oren verliefd geworden op Maria Fitzherbert. In het geheim stuurde hij haar in 1885 een miniatuur van zijn oog op een broche.

ca 1830
Lover’s Eye ca. 1830

De symboliek was duidelijk: hij had zijn koninklijke oog op haar laten vallen. Blijkbaar had er toch iemand “gelekt”, want kort daarop begonnen in Engeland verliefde mannen in navolging van de koning hun Lover’s Eye weg te schenken in de vorm van een medaillon, broche, ring of snuifdoosje. Het paste helemaal in het sentimentalisme van die tijd. Dit voorjaar organiseerde het Birmingham Museum of Art de tentoonstelling The Look of Love over deze achttiende eeuwse rage uit Engeland.

ca 1790
Lover’s Eye ca. 1790
The genesis of lover’s eyes is a story of forbidden love. In 1784, the 21-year-old Prince of Wales became smitten with Mrs. Maria Fitzherbert, a Catholic widow. Under the Royal Marriage Act, the Prince could not marry without his father’s consent until the age of 25, and it was highly unlikely that King George III would agree to the heir to the throne marrying a Catholic widow. Mrs. Fitzherbert initially rebuffed the Prince’s advances, but after he staged a suicide attempt to demonstrate his despair, she gave in and accepted his proposal. The following day, she came to her senses and fled to the Continent, remaining there for more than a year. She hoped that her absence would quell the Prince’s feelings, but true to the old adage, it only made his heart grow fonder.
 
On November 3, 1785, the Prince wrote to Mrs. Fitzherbert with a second proposal of marriage. Instead of sending an engagement ring, he sent her a picture of his own eye, painted by the miniaturist Richard Cosway, writing, P.S. I send you a Parcel and I send you at the same time an Eye, if you have not totally forgotten the whole countenance. I think the likeness will strike you.“ Shortly thereafter, Mrs. Fitzherbert returned to England and married the Prince in a secret ceremony on December 15, 1785. Not long after their clandestine nuptials, Mrs. Fitzherbert (as she preferred to remain) commissioned Cosway to paint a miniature of her own eye for the Prince. The Prince of Wales„ token of affection inspired an aristocratic trend for exchanging eye portraits mounted in a wide variety of settings lasting the next few decades.
 
Bron: artsbma.org

Eye Miniatures [ imageevent.com ] | The Look of Love

het schuim van de droom

rococo, rocaille en de prenten van Jean Mondon le Fils uit 1736

De achttiende eeuw staat bekend als de Eeuw van de Rede. Het is de tijd waarin het absolutisme het uiteindelijk moet afleggen tegen de ideeën van de Verlichting die tenslotte in de Franse Revolutie hun politieke uitwerking krijgen. Tijdens het koningschap van Lodewijk XV raakt het (1715-1774) ancien régime vermolmd en wanneer in 1774 Lodewijk XVI aantreedt, is de Verlichting al tot in de donkerste hoeken van het absolutisme doorgedrongen.

rocaille
de 18e eeuw is niet alleen de Eeuw van de Rede maar ook de Eeuw van de Droom

In de achttiende eeuw ontwikkelt zich uit de zeventiende eeuwse barok een nieuwe stijl. Het is een soort lichte variant, een baroque light. Onder de naam rococo heeft deze stijl in de kunstgeschiedenis een plekje gekregen tussen de barok en het classicisme in het tweede en derde kwart van de achttiende eeuw. Rococo dankt zijn naam aan het rocaille, een schelpmotief. In de ornamentiek van de 16e en 17e eeuw zien we al voorlopers van het rocaille met name in cartouches in de heraldiek.

Prof. dr. J.H. van den Berg heeft er in Metabletica van God op gewezen dat het kwabmotief verwijst naar de vulva. In het rocaille is het in allerlei variaties aanwezig. Rococo was voor de rijken, die zich in een droomwereld uit de grauwe werkelijkheid hadden teruggetrokken. In de paleizen leefde de aristocratie zich uit in een fantasiewereld, die vaak erotisch getint was. De kleuren waren meestal zacht en vrij licht, met een voorkeur voor roze en zacht turquoise.

fresco in St. Nikolaus, GrossaitingenHet is verleidelijk om het kwabornament van het rocaille Freudiaans te interpreteren. Zelf zie ik het rocaille als “het schuim van de droom.” Iedereen die wel eens een kerkje met rococo-interieur in Oostenrijk of het zuiden van Duitsland heeft bezocht, herinnert zich de plafondschilderingen met “medaillons” waarin voorstellingen van heiligen geschilderd zijn. Deze Bild-inslen zijn omzoomd door wit rocaille. Omdat rocaille meestal asymmetrisch is en net als een fractaal breed uitgesponnen is, doet het denken aan opspattend schuim. Een van de mooiste stucwerken uit het rococo vind ik de weißer Saal van Antonio Bossi in de Würzburger Residenz.

Mondon le Fils 1736
weißer Saal van Antonio Bossi, 1744/45

Rocaille komt niet alleen voor in de plastische kunsten maar ook in de schilder- en tekenkunst. Vorige week ontdekte ik een serie gravures uit het boek Quatrieme Livre De Formes Ornées de Rocailles Cartels Figures Oyseaux et Dragons chinois ontworpen door Jean Mondon le Fils in 1736. Tot nu toe heb ik op internet nog weinig over hem kunnen vinden, behalve een aantal fascinerende prenten. Deze laten zien dat de achttiende eeuw niet alleen de Eeuw van het Verstand was, maar ook de Eeuw van de Droom.

Mondon le Fils 1736
Jean Mondon le Fils 1736
(gravure van Antoine Aveline)
Mondon le Fils 1736
Jean Mondon le Fils 1736
(gravure van Antoine Aveline)
Mondon le Fils 1736
Jean Mondon le Fils 1736
(gravure van Antoine Aveline)

Barok en Rococo in Beieren [ W&V ]