Maandelijks archief: maart 2013

Aardse Machten [ 2 ]

gelezen in: Aardse Machten van Michael Burleigh (2005)
hoofdstuk vijf: uitverkoren volkeren: politiek messianisme

Aardse MachtenAardse Machten beschrijft een deel van het geestelijke landschap van Europa in “de lange negentiende eeuw” (1789-1914). Historici die mammoetprojecten op zich nemen, begeven zich in de kolkende stroom van het worden en moeten daarin hun eigen koers bepalen. Michael Burleigh navigeert op twee stromen in de uitwaaierende ideeëngeschiedenis sinds de Franse Revolutie. De symbiose tussen politiek en seculiere religie heeft zijn eigen dynamiek, waarbij de koele en de warme stroom zich telkens met elkaar vermengen.

Het vijfde hoofdstuk gaat over nationalisme en nationale bewegingen. Dat is bij uitstek een symbiose tussen politiek en religie, want hier wordt een mystieke band gesmeed tussen individu, gemeenschap, volk en territorium, die zowel door en door religieus als door en door politiek is. Een voorloper van het fascistische Blut und Boden. Het negentiende eeuwse nationalisme is geboren uit de idealen van de Franse Revolutie, die de monarchie en het christelijke geloof tot vijand hadden verklaard. Maar terwijl de kop van de koning van het schavot rolde, lukte het de republiek maar niet om het christelijk geloof te vernietigen. Er was van alles geprobeerd, van iconoclasme, afschaffing van de zondag tot het vestigen van een nieuw tijdperk op basis van een revolutionaire kalender. De heilige mis was vervangen vervangen door een deïstische eredienst aan het Opperwezen. Maar het christelijk geloof bleek onuitroeibaar.

Regnault 1795
La Liberté ou la Mort J-B. Regnault, 1795
Tijdens de eerste fase van de Franse Revolutie moesten dergelijke koele deïstische fantasieën het christelijk geloof overbodig maken…

Toen Napoleon met kerst 1799 alle macht naar zich had toegetrokken, begreep hij dat hij het over een andere boeg moest gooien. De katholieke kerk en de paus gebruikte hij als pionnen in zijn strategische spel om over Europa te heersen. Religie werd onder Napoleon koele berekening en politiek een vurige, publieke aangelegenheid. Individu, gemeenschap, volk en natie kregen een sacrale betekenis binnen een surrogaat-religie, het nationalisme. Vanuit Frankrijk werd het naar andere delen van Europa geëxporteerd, zodat het ook daar wortel kon schieten en de monarchie kon verwerpen. Het koningschap was een christelijk concept waarbij de koning bij gratie Gods over het volk heerste. En dat het volk bestond uit horige onderdanen, niet uit vrije burgers. De Franse Revolutie zette dit concept op de kop. Niet God en de koning waren de baas, maar de mens die de moed had om zélf na te denken en te heersen over zijn wereld. De bevrijding van het volk onder één natie werd tot heilig doel verklaard.

Het negentiende eeuwse nationalistische “geloof”, zoals veel van zijn aanhangers en voorvechters het zonder een spoortje van ironie noemden, verrees niet simpelweg als een nieuw bouwwerk op het terrein van het traditionele geloof dat als gevolg van de secularisatie braak was komen te liggen, want de geschiedenis van het nationalisme gaat in dit tijdperk gelijk op met periodes van ontkerstening en herkerstening.
 
Bron: Michael Burleigh in hoofdstuk 5, blz. 173. Naties in opkomst

Aardse Machten [ debezigebij.nl ]

Aardse Machten [ 1 ]

gisteren gelezen in: Aardse Machten van Michael Burleigh (2005)
over de Opstand in de Vendée (1793-1796)

De Britse historicus Michael Burleigh schreef in 2005 een vuistdikke studie over “politieke religie” in “de lange negentiende eeuw” (1789-1914). Het oprekken van de negentiende eeuw tot een periode van 125 jaar, heeft hij overgenomen van zijn collega Eric Hobsbawm. Die schreef de trilogie The Age of Revolution (1789-1848), The Age of Capital (1848-1875) en The Age of Empire (1875-1914) over een tijdvak dat begon met de Franse Revolutie en werd afgesloten met de Eerste Wereldoorlog. Burleigh begint zijn studie over de sacralisering van Verlichtingsidealen logischerwijs in Frankrijk tijdens het Ancien Régime. Als belijdend katholiek schenkt hij veel aandacht aan de rol van de Kerk en onderscheidt zich daarin van de marxistische Hobsbwam. In het eerste hoofdstuk “Tijdperk van de rede, tijdperk van het geloof” herinnert hij ons eraan dat Frankrijk niet alleen het land van de Revolutie en politieke en atheïstische ideologieën is, maar ook “de oudste dochter van de Kerk.”

De Opstand in de Vendée (1793-1796)
Na het bloedbad van Machecoul in maart 1793 veranderde de opstand in de Vendée in een burgeroorlog. Tegenwoordig zijn historici het er over eens dat er in de Vendée een genocide heeft plaatsgevonden. Daarmee wierpen de gruwelen van de totalitaire regimes van de twintigste eeuw hun schaduwen al vooruit in jaren van de grote omwenteling in Frankrijk. Burleigh beschrijft de gruwelen van de Terreur, die zich niet beperkten tot “het scheermes van de Revolutie”, de guillotine. In de Vendée vonden barbaarsheden plaats, die van alle tijden zijn, maar die we bij voorkeur in een ver verleden projecteren, in de Middeleeuwen.

Machecoul
De schilder François Flameng belicht in 1884 de historische gebeurtenissen eenzijdig: royalisten begeven zich als ramptoeristen naar een plek in Machecoul waar revolutionairen zijn afgeslacht.

Victor Hugo beschreef in zijn laatste roman Quatrevingt-treize (1874) de opstand in de Vendée. En historieschilders lieten tot in de late negentiende eeuw hun visie op de gebeurtenissen zien. Deze was bijna altijd wit (monarchistisch) of blauw (revolutionair) gekleurd. Hugo probeerde in zijn roman in de personage Cimourdain een neutraal standpunt in te nemen. Beide partijen hadden zich schuldig gemaakt aan excessief geweld. Een derde van de bevolking werd afgeslacht. De revolutionairen maakten geen onderscheid tussen mannen, vrouwen en kinderen. Burleigh vergelijkt deze genocide met de Killing Fields in Cambodja.

Aardse MachtenAardse Machten gaat ( … ) over de 19de-eeuwse wortels van de totalitaire „politieke religies„ van de 20ste eeuw – de term is ontleend aan een aantal 20ste-eeuwse denkers, voor Burleigh is met name Eric Voegelin van belang. Verder handelt het boek over de grillige patronen van secularisatie en herkerstening, het lot van de kerken, de verhouding van kerk en staat en civil religion (opnieuw zo„n typisch 20ste-eeuwse term waarvan Burleigh de wortels al diep in de 19de eeuw weet bloot te leggen). Maar het gaat ook over utopisten en nieuw-spirituelen, de manier waarop positivisten en materialisten omgaan met religie, een cultus als die rond de muziek van Wagner, de spirituele of religieuze kanten van vroege socialisten, marxisten en andere ideologen en nog veel meer. Het boek gaat, kortom, over van alles.
 
Ook valt er wel een onderliggend thema aan te wijzen. In Aardse Machten gaat het over de vele invullingen die de lange 19de eeuw bedenkt voor het grote geestelijke gat dat de Franse Revolutie, en dat verhaal eindigt in de apocalyps van de Eerste Wereldoorlog, dat aan veel illusies een einde maakt. Juist ook de 19de eeuw kent tal van onverwachte pogingen nieuwe ideeën te sacraliseren. Hoe aardser de machten, hoe heftiger ze hunkeren naar de hemel lijkt het wel. Een onafzienbare rij van nieuwe devoties en cultussen moet het gat dichten – en Burleigh is op z„n best in de beschrijving van al die nieuwe vormen van „religie„.
 
De tien hoofdstukken waaruit beide boeken zijn opgebouwd zijn veelal fascinerende leesstof. Aardse Machten vertelt niet alleen het verhaal van de pogingen tijdens de Franse Revolutie een nieuwe hemel en een nieuwe aarde te scheppen, maar ook tientallen andere, minder bekende. Neem de pogingen van de oervaders van de sociologie, Saint-Simon en Comte, om het christendom te vervangen door een „Religion de l„Humanité„, compleet met alle eigen rituelen en symbolen. Toen iemand Talleyrand vroeg wat ze toch moesten doen om het volk te winnen voor de nieuwbakken religie, antwoordde deze droogjes: „Als ik u was, zou ik me laten kruisigen en op de derde dag weer uit de dood herrijzen„.
 
Bron: Johan Snel op wapenveldonline.nl

Aardse Machten [ debezigebij.nl ] | inthevendee.com

hip

Lay down van Melanie bij Willem Duijs (1970)

In 1970 stonden we even dicht bij 1927 als bij 2013. Kijk aan het eind (5:16) naar het publiek bij Voor de vuist weg uit 1970. Dit was óók de hippietijd.

Melanie Lay Down (1970)