Maandelijks archief: februari 2017

nieuwe rook [ 1 ]

vrijdag gekocht: monografie t.g.v. 50e verjaardag Neo Rauch (2010)
onder redactie van Bernhart Schwenk en Hans-Werner Schmidt. Hatje Cantz Verlag

Neo Rauch BegleiterNeo Rauch (1960), het boegbeeld van de Neue Leipiziger Schule is een van de weinige hedendaagse schilders die mij onmiddellijk aantrekt. Maar ik vertrouw hem niet helemaal. Zijn voorstellingen zijn voor mij een soort sirenengezang. De raadselachtige wereld die hij zichtbaar maakt, nodigt mij uit maar stoot mij tegelijkertijd af. In de hoop beter zicht te krijgen op mijn verhouding tot zijn werk, kocht ik de catalogus bij de tentoonstellingen in Leipzig en München in 2010 ter gelegenheid van de 50e verjaardag van de kunstenaar.

Generatiegenoot Neo Rauch zat net als ik in de jaren tachtig op de kunstacademie. Eerst deed hij de Leipziger Hochschule für Grafik und Buchkunst (1981-1986) waar hij schilderkunst studeerde bij Arno Rink (1940). Van 1986 tot 1990 deed hij een Meisterschülerstudium bij Bernhard Heisig (1925-2011). Rink en Heisig waren overigens collega’s van Werner Tübke (1929-2004) van wie nu in Zwolle een grote overzichtstentoonstelling te zien is. Neo Rauch kreeg in de DDR klassiek kunstonderwijs waarin visie en ambacht in balans zijn. Aan de andere kant van het ijzeren gordijn was het kunstonderwijs sinds de jaren zestig ingrijpend veranderd waarbij het concept het ambacht steeds meer verdrongen had.

Neo Rauch
Bergfest 2010
olieverf op doek, 300 x 250 cm

Toen de muur viel was Neo Rauch 29 jaar en inmiddels helemaal gevormd door het socialistische kunstonderwijs. De partij bepaalde uiteindelijk wat en hoe ideale kunst eruit moest zien. Werner Tübke was begin jaren zestig op de Leipziger Hochschule für Grafik und Buchkunst in conflict gekomen omdat hij sterk afweek van het socialistisch realisme. Voor straf werd hij toen op “studiereis” naar de Sovjet-unie gestuurd. Toen Neo Rauch in de jaren tachtig aan de kunstacademie studeerde, zorgde de glasnost voor ontspanning, maar in de DDR werd strak vastgehouden aan het socialisme, ook in het kunstonderwijs.

Neo Rauch
Warten auf die Barbaren 2007
olieverf op doek, 150 x 400 cm

West- en Oost-Europa waren in de jaren tachtig dus nog heel andere werelden. Terwijl ik op de kunstacademie gevoed werd door de geest van het relativisme, pluralisme en postmodernisme, kreeg Neo Rauch het Grote Verhaal van het Socialisme voorgeschoteld met alle heroïsche iconografie die daar bij hoort. Er was natuurlijk wel een verschil tussen de kunstenaar die in opdracht zijn zoveelste beeld van Marx vervaardigde en de kunstenaar die binnen de marges van het socialisme persoonlijk werk maakte. Maar beiden moeten kunst maken die het Grote Verhaal van het Socialisme overeind hield. In de jaren negentig kon het keurslijf van de socialistische kunst eindelijk worden afgeworpen en dat moet voor de meeste kunstenaars een enorme bevrijding zijn geweest.

Terwijl ikzelf in de jaren tachtig op de kunstacademie gevoed werd door de geest van het relativisme, pluralisme en postmodernisme, kreeg Neo Rauch in Leipzig het Grote Verhaal van het Socialisme voorgeschoteld.

Het Westen werd in de jaren negentig geconfronteerd met migranten uit het voormalige Oostblok en op de kunstacademies stroomden er uit deze landen vaak studenten binnen die razend knap bleken te kunnen tekenen en schilderen. Begin jaren tachtig was in de moderne westerse schilderkunst de figuratie weer teruggekeerd en abstractie was niet langer de heilige graal. De input van het socialistisch realisme uit Oost-Europa zou in de jaren negentig invloed hebben op de ontwikkeling van de hedendaagse westerse schilderkunst.

Neo Rauch
Revo 2010
olieverf op doek, 300 x 500 cm
Neo Rauch hat innerhalb der Riege der jüngeren deutschen Gegenwartsmaler eine Alleinstellung erreicht: Sein Œuvre findet international größte Anerkennung, die wichtigsten Museen und Sammler weltweit bemühen sich um seine Gemälde. Anlässlich von Neo Rauchs 50. Geburtstag stellt eine umfassende Retrospektive zeitgleich in Leipzig und München Werke von 1982 bis zur aktuellsten Produktion aus dem Frühjahr 2010 vor.
 
Die begleitende Monografie ist von ebenso einzigartigem Rang. Langjährige Weggefährten beschreiben darin höchst individuell, wie sie Neo Rauchs Bilder erleben, darunter auch Künstlerkollegen wie Luc Tuymans, Jonathan Meese oder Michaël Borremans. Kunstkritiker wie Rudij Bergmann, Kunsthistoriker wie Werner Hofmann und Museumsleiter wie Markus Brüderlin und viele andere interpretieren in kurzen Essays ausgesuchte Arbeiten ihrer Wahl. Ein Text von Bernhart Schwenk und ein exklusiv für den Band erstellter Essay von Uwe Tellkamp führen den Tafelteil ein.
 
Bron: hatjecantz.de

volgende keer: postmodern spiegelpaleis of rookgordijn?
over betekenis in het werk van Neo Rauch.

volg de meester [ 121 ]

olieverfschetsen naar de heilige Sebastiaan Peter Paul Rubens (ca. 1614)

Peter Paul Rubens noem ik wel eens “de keurslager onder de schilders”. Voor mij is hij onbetwist de meester van de vleestinten. Dat het naakt van Rubens zo van vlees en bloed is, heeft alles te maken met zijn harsolieverftechniek. In Schilderkunst – materiaal en techniek schrijft Max Doerner (1870-1939) hoe Rubens te werk ging.

Rubens
Heilige Sebastiaan van Rubens ca. 1614

Ik volg de meester(s) nooit letterlijk maar altijd op mijn eigen manier. Dat is voor mij mimesis, de nabootsing op je eigen persoonlijke wijze. Je kunt iemand volgen, maar nooit letterlijk, want je bent nu eenmaal wie je bent met je eigen handschrift. Ik probeer Rubens te volgen in zijn vloeiende transparante manier van schilderen. Met rauwe omber en gebrande Sienna kun je prachtige parelmoerachtige tonen bereiken, die je ook in de huid kunt waarnemen. Dergelijke delicate tonen krijg je alleen door heel dun te schilderen met veel medium. Rubens liet de imprimatura bewust borstelig. Een streperige imprimatura geeft een levendig effect aan de schildering die nooit overal dekkend is.

Rubens
olieverfschets van de benen van Sebastiaan

Voor de hogingen gebruik ik zinkwit, een pigment dat 400 jaar geleden nog niet bestond. Rubens hoogde met loodwit. Hij mengde loodwit vaak met zwart. Dit bracht hij heel dun op voor delicate sluierende tonen. Zinkwit is daar ook erg geschikt voor. Het geeft een blauwige waas die met rauwe sienna warmer gemaakt kan worden.

volg de meester [ 1-121 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan

DDR maniërisme [ 2 ]

vrijdag gezien: Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West
Museum de Fundatie in Zwolle, nog tot 14 mei 2017

Werner TübkeGisteren bezocht ik de tentoonstelling Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West die vorig weekend opende in Museum de Fundatie. Ik arriveerde rond het middaguur en het was al behoorlijk druk. Naast deze tentoonstelling loopt de tentoonstelling Leap of Faith van de hippe kunstenaar Joseph Klibansky. De curatoren lijken bewust te hebben aangestuurd op een frontale botsing tussen twee wereldbeelden: het christelijke wereldbeeld van de zestiende eeuw en het postmoderne wereldbeeld van de eenentwintigste eeuw.

Het is ook een botsing tussen totaal verschillende kunstopvattingen. Bij Werner Tübke gaat het om een balans tussen visie en ambacht, bij Joseph Klibansky gaat het om het concept. Zijn beelden zijn industrieel vervaardigd waarbij de geliktheid en de blingbling een bewuste keuze is. Het handschrift is uitgebannen. Welkom in de steriele brave new world die onze oude menselijke wereld vervangen heeft.

Maar ik liet het postmoderne spiegelpaleis van Klibansky links liggen en concentreerde mij op de ambachtelijke en historiserende wereld van Werner Tübke. Dat hij teruggrijpt op het verleden en voor de hedendaagse kunst niet vernieuwend is, is voor mij geen reden om hem af te wijzen. Als het straks weer voorjaar wordt, dan denk ik ook niet “hé, dat kennen we toch al?”. Liever iets dat oud en diep is dan iets dat nieuw is maar oppervlakkig.

Liever iets dat “oud” en diep is
dan iets dat “nieuw” is
maar oppervlakkig.
Werner Tübke
op de tentoonstelling Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West vrijdag 3 februari 2017
Werner Tübke
In de jaren vijftig schildert Tübke nog in vrij donkere en dekkende kleuren. In het tweeluik “Europa” (detail) dat hij circa 1957 schilderde, bespeur ik invloed van Diego Riviera.
Werner Tübke
Begin jaren zestig gaat Tübke lichter en transparanter schilderen en ontwikkelt hij een eigen stijl die vaak zwaar aanleunt tegen het maniërisme van de zestiende eeuw.
Werner Tübke
Tübke schilderde graag aan het strand omdat hij zich daarbij kon uitleven in het maniëristische naakt.

Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West [ museumdefundatie.nl ]
DDR maniërisme [ 1 ]