Maandelijks archief: april 2017

William Birdwood 1916

portret van William Birdwood door John Singer Sargent
in de National Portrait Gallery in Londen

De Amerikaanse schilder John Singer Sargent (1856-1925) was een van de grootste societyschilders aan het einde van de negentiende eeuw. In een soepele stijl schilderde hij virtuoze portretten van beroemdheden. Aan het begin van de twintigste eeuw ontvluchtte hij de high society om te reizen en aquarellen te maken. Tijdens de Eerste Wereldoorlog schilderde hij het onderstaande portret van veldmaarschalk William Birdwood (1865-1951) die de leiding had over de Dardanellenveldtocht in 1915. Daarbij vielen aan Britse en Turkse kant een kwart miljoen slachtoffers.

William Birdwood
portret van William Birdwood 1916
website National Portrait Gallery
website van de National Portrait Gallery
John Singer Sargent gefotografeerd door Alvin Langdon Coburn op 12 januari 1907

National Portrait Gallery | John Singer Sargent [ en.wikipedia.org ]

objectiviteitskoorts

Description de l’Egypte (1809-1829)

EgypteVorig jaar schreef ik hier al iets over de Description de l’Égypte, ou Recueil des observations et des recherches qui ont été faites en Égypte pendant l’expédition de l’armée française. Dit werk verscheen tussen 1809 en 1829 in tien delen en geldt als een mijlpaal in de wetenschap van de vroege negentiende eeuw. Het volledige werk bestaat uit honderden platen onderverdeeld in de volgende categorieën: antiquiteiten, topografische atlas, Egypte rond 1800 en natuurlijke historie (dieren, planten en mineralen). De oudheidkundige opgravingen nemen het grootste deel in beslag (vijf delen) maar de Description de l’Égypte geeft ook een prachtig beeld van Egypte zoals de Fransen het in 1798 aantroffen. Caïro telde in die tijd 600.000 inwoners en was daarmee even groot als Parijs.

Telkens als ik weer eens blader door dit wetenschappelijk (én artistieke) monument valt me weer op hoe sterk de drang naar objectiviteit 200 jaar geleden was. De fotografie schreeuwde om uitgevonden te worden, maar pas tien jaar nadat het laatste deel van de Description de l’Egypte verschenen was, lukte het Daguerre om fotografische beelden te fixeren. Een objectievere schrijver dan het licht is er niet. Maar de graveurs van de Decription kwamen de werkelijkheid die Egypte heet, bijzonder nader. De gravures zijn wetenschappelijk verantwoord en hebben geen artistieke pretentie.

De fotografie schreeuwde aan het begin van de negentiende eeuw om uitgevonden te worden, want een objectievere schrijver dan het licht is er niet.

Toch ademt dit wetenschappelijke werk uit de vroege negentiende eeuw onmiskenbaar iets romantisch. Dat heeft verschillende oorzaken. Tussen 1809 en 1829, toen de tien delen verschenen, draaide de (historische) romantiek op volle toeren. Het was begonnen in Duitsland en breidde zich al snel uit naar Frankrijk en Engeland. Er stonden romantische helden op als Lord Byron en zelfs in het classicistische Frankrijk spatte het romantische pathos bij schilders als Géricault en Delacroix van het doek.

Daarnaast was de expeditie naar Egypte die Napoleon in 1798 en 1799 ondernam één van de meest dwaze militaire ondernemingen uit de geschiedenis. Het was eerder een romantische gril. Maar we hebben aan dit onbezonnen avontuur wél de egyptologie aan te danken. Tenslotte is de achterkant van de wetenschappelijke belangstelling voor Egypte een romantisch verlangen naar een andere wereld. Terwijl de Duitse romantiek vooral de middeleeuwen zocht, ontwikkelde zich in Frankrijk het oriëntalisme. Met de Franse verovering van Algerije in 1830 kwam dit pas goed op gang, maar in de Decription kun je al heel goed een aanzet zien.

Memphis
Sommige gravures zijn zo eenvoudig en droog dat ze iets surrealistisch hebben, zoals deze reusachtige hand opgegraven in de woestijn bij Memphis.

De Description de l’Egypte was geen nieuw fenomeen. In de tweede helft van de achttiende eeuw was de wetenschappelijke gravure sterk in opkomst. Vooral door de verspreiding van de laatste (illustratieve) delen van de Encyclopédie in de jaren 1770 was men vertrouwd geraakt met de wetenschappelijk verantwoorde illustratie. Dat zien we zelfs bij de Italiaanse meestergraveur Piranesi. In het begin van zijn carrière aan het einde van de 1740′s werkt hij nog in een rococostijl, maar aan het einde van zijn leven in de 1770′s is zijn werk strakker en strenger geworden. Met andere woorden: wetenschappelijk verantwoord.

De Entzauberung der Welt, die Max Weber honderd jaar geleden meende te zien, had zijn oorsprong dus al in de achttiende eeuw. De romantiek zou de objectiviteitskoorts aan het begin van de negentiende eeuw met irrationaliteit bestrijden. Dat zou in veel gevallen tot de “romantische ziekte” lijden. Maar in de Description de l’Egypte zijn wetenschap en romantiek voor mijn gevoel in evenwicht al is het omdat ik mijn eigen gevoel eraan toevoeg.

Description de l’Egypte [ fr.wikipedia.org ]

The Olatunji Concert, 1967

vandaag precies 50 jaar geleden:The Olatunji Concert
De laatste live registratie van John Coltrane

The Olatunji ConcertOp 7 mei gaf John Coltrane, die vanwege zijn ziekte vanaf 1966 min of meer al op non-actief stond, zijn allerlaatste concert. Op 17 juli 1967 overleed hij op 40-jarige leeftijd aan de gevolgen van leverkanker. Zijn laatste studioalbum was Expression dat twee maanden na zijn dood verscheen in het magische jaar 1967. Het was opgenomen in februari en maart van dat jaar.

Maar zijn laatste geregistreerde concert was op 23 april 1967 in het Olatunji Center of African Culture in New York. Het verscheen als het live album The Olatunji Concert: The Last Live Recording.

Ogunde gespeeld tijdens het Olatunji Concert
op 23 april 1967 in New York

Espression (1967)
Ogunde – 3:38
To Be – 16:22
Offering – 8:27
Expression – 10:53
Number One – 11:55

Henri Zuber [ 2 ]

De Franse schilder Henri Zuber (1844-1909)

Henri Zuber heeft een enorm oeuvre achtergelaten. Zijn twitteraccount heeft ruim 21.000 volgers en dagelijks verschijnt er in mijn Twitter timeline “nieuw werk” van deze in 1909 overleden Franse schilder. Meestal zijn dat aquarellen, want Zuber werkte veel en plein air en registreerde zijn leven lang met de verfdoos in de hand. Toen hij twintig was, verbleef hij in Rome waar hij onderstaande aquarel van het Colosseum maakte.

Zuber
het Colosseum in Rome, 1864

Zuber maakte als jongeman een reis om de wereld. In 1865 had hij zich aangemeld als vrijwilliger om in Korea te vechten. Op de heenreis maakte hij onderstaande tekening op het Franse eiland Réunion, ten oosten van Madagaskar. In 1867 keerde hij naar zijn vaderland terug via Nieuw-Caledonië en Brazilië. Terug Parijs werd hij leerling van Charles Gleyre.

Zuber
Saint Dénis hoofdstad van het eiland Réunion, 1865

Henri Zuber was een leerling van Charles Gleyre (1806-1874) en werd toegelaten tot de Salon des artistes français in 1869. In 1866 had hij deelgenomen aan de Franse campagne in Korea waarover hij in 1873 Le Tour du Monde een artikel publiceerde met zijn eigen illustraties daarbij. Vanaf 1884 is hij lid van de Société d’aquarellistes français. In 1886 trad hij toen tot het Légion d’honneur. Hij stierf in 1909 in Parijs.

Henri Zuber [ 1] | henri-zuber.com | Henri Zuber op Twitter

tijdcapsule

200 jaar terug in de tijd met 1817 now

@pastnow_ is een twitteraccount van een romanticus uit Engeland die via Twitter dagelijks bericht over het nieuws van precies 200 jaar geleden. De focus ligt op Engelse dichters en schrijvers en passeren Mary Shelley, Lord Byron, John Keats en William Blake en William Wordsworth bijna dagelijks. (Jane Austen stierf in 1816 dus over haar geen berichten meer op 1817 now). De berichten zijn meestal voorzien van een schilderij, tekening of gravure uit 1817. Een aardige tijdcapsule voor wie niet vies is van de Engelse romantiek.

Blake en Goethe
William Blake in 1807 (door Thomas Phillips) en Goethe in 1828 (door Karl Joseph Stieler). Het romantische genie werd bij voorkeur afgebeeld als een mysticus die een privéverbinding heeft met het Allerhoogste. Blake werd 60 in 1817. Goethe 68.

twitter.com/universalpast

politiek messianisme

gelezen: Hoofdstuk 5 van Aardse Machten (2005) van Michael Burleigh

Aardse MachtenIn het hoofdstuk Uitverkoren volkeren: politiek messianisme van Aardse Machten (2005) beschrijft Michael Burleigh de vrijheidsstrijd in de negentiende eeuw van achtereenvolgens de Grieken, de Polen, de Ieren en de Italianen. Hij begint het hoofdstuk met een uiteenzetting van het nationalisme dat begint tijdens de Verlichting bij Rousseau en Herder en dat in de Reden an die Deutsche Nation (1807) van Fichte een hoogtepunt vindt. Het nationalisme zal naast de wetenschap dé stuwende kracht van de negentiende eeuw zijn.

De negentiende eeuw werd geboren uit de Franse Revolutie, die je als de politieke consequentie van de Verlichting zou kunnen zien. De idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap werden maatschappelijk uitgewerkt. Met de Restauratie werd de revolutie weer teruggedraaid maar de geest was uit de fles. Uit de drie idealen van de Franse Revolutie zouden zich in de negentiende eeuw ideologieën ontwikkelen. Het ideaal van vrijheid werd uitgewerkt door het liberalisme, het ideaal van gelijkheid door het socialisme en tenslotte het ideaal van broederschap door het nationalisme. Het mag duidelijk zijn dat deze idealen altijd met elkaar verbonden zijn en in elkaar overlopen.

Michael Burleigh spreekt over “politieke religies” en ik vind dat een goed gekozen begrip. Tijdens de Verlichting werd duidelijk dat zich een paradigma omwenteling aan het voltrekken was: van een christelijk mens- en wereldbeeld naar een humanistisch en wetenschappelijk mens- en wereldbeeld. God en de kerk waren niet langer het middelpunt van de samenleving maar de mens en de staat. Door deze verschuiving werd de mens zich bewust van zijn ik en ontwaakte hij als een politiek wezen. In de maatschappij ging politiek steeds meer de plaats van religie innemen. Nu is dat net zo vanzelfsprekend als onze hartslag, maar ooit was dit een aardverschuiving in het menselijk Dasein.

Van alle politieke ideologieën (of politieke religies) die Burleigh in zijn omvangrijke studie behandelt, vind ik het nationalisme de meest fascinerende. Dat is niet alleen omdat we in onze tijd van globalisering weer een opleving van het nationalisme beleven, maar vooral omdat nationalisme zich direct verbindt met onze identiteit.

In het postmoderne denken gaan we ervan uit dat identiteit per definitie een constructie is. Nationale identiteit zou een product uit de negentiende eeuw zijn. Voor een deel is dat ook zo. Toch worden we ook met een identiteit geboren. Het woord nationalisme is trouwens van “geboorte” afgeleid. Identiteit komt dus vóór de eigen keuze. Je kunt voor een imago kiezen, maar nooit voor identiteit. Dat wordt de postmoderne visie op identiteit nogal eens vergeten: nationale mythen uit de negentiende eeuw zijn weliswaar imagebuilding, maar daaronder ligt wel degelijk de diepere werkelijkheid van de identiteit.

Omdat nationalisme de identiteit raakt, raakt het ons wezen. Anders dan de idealen vrijheid en gelijkheid die bij uitstek voor het individu gelden, gaat het derde ideaal over de gemeenschap, over de mystieke verbinding ik-wij. En dat is in wezen religieus. In het vijfde hoofdstuk Uitverkoren volkeren: politiek messianisme laat Burleigh zien hoe diep deze gemeenschap kan gaan. Na de val van Napoleon ontstonden, met name in Italië, geheime genootschappen waarin het nationalisme beleden werd. De bekendste daarvan waren de Carbonari. Tijdens de Restauratie werden deze genootschappen streng vervolgd, want nationale en liberale bewegingen waren meestal één en dezelfde.

In de vierde paragraaf van dit hoofdstuk staat Giuseppe Mazzini (1805-1872) centraal, die in 1831 de oprichter was van La Giovine Italia (Jong Italië). Drie jaar later volgde Giovine Europa. Het nationalisme in Europa had een naam gekregen. Mazzini vermengde politiek en religie. In een van zijn geschriften lezen we: “Als bij de geboorte van Jong Europa alle altaren van de oude wereld zijn gevallen, zullen er twee altaren worden opgericht op de grond die het goddelijk woord vruchtbaar heeft gemaakt; in een van die altaren zal de vinger van het boodschappervolk griffen: Vaderland, in het andere: Mensheid.”

Dio e popolo
Italiaanse vlag uit de 1831 met het motto van Mazzini: Dio e popolo (God en volk) Mazzini vermengde politiek en religie en fundeerde zijn gemeenschap op de relatie tussen God en zijn (uitverkoren!) volk
Als bij de geboorte van Jong Europa alle altaren van de oude wereld zijn gevallen, zullen er twee altaren worden opgericht op de grond die het goddelijk woord vruchtbaar heeft gemaakt; in een van die altaren zal de vinger van het boodschappervolk griffen: Vaderland, in het andere: Mensheid.”

Uit deze typisch Italiaanse mix van katholicisme en politiek zal in de twintigste eeuw het fascisme voortkomen. De retoriek van Hitler (Ein Volk, Ein Reich, Ein Führer) vinden we al bij Giusseppe Mazzini (1805-1872). Omdat er een ononderbroken lijn loopt van het nationalisme van de negentiende eeuw naar het fascisme zijn we sinds 1945 huiverig geworden voor nationalisme. Door de besmetting van het fascisme en het nationaalsocialisme is het bijna onmogelijk om nog te geloven in de zuiverheid van het ideaal van broederschap.

Toch volgen de tegenstanders van de huidige populisten en patriotten ook hun ideaal van broederschap. Herder, samen met Rousseau, de vader van het nationalisme, was uitgesproken kosmopolitisch. Een Verenigd Europa dat als tegengif zou moeten dienen tegen populisme is uiteindelijk ook weer een broederschap van Europeanen, die enerzijds het nationalisme wil overstijgen, maar anderzijds weer een nieuwe identiteit construeert: “de Europeaan.” Het bewijst voor mij dat identiteit altijd dieper ligt dan een constructie. Europeaan is nog een bloedeloze identiteit. Blijkbaar is de band met de lokale gemeenschap warmbloediger dan kosmopolitisme.

Liberalisme en nationalisme [ W&V ]

Miklós Rózsa 110

vandaag is het de 110e geboortedag van Miklós Rózsa

Vandaag is het 110 jaar geleden dat in Boedapest een van de grootste filmcomponisten van de 20e eeuw geboren werd. Miklós Rózsa schreef tussen 1937 en 1994 scores voor bijna honderd films, eerst in Europa, daarna in de Verenigde Staten. Jungle Book (1942) was de eerste Amerikaanse film waarvoor hij de muziek schreef. Hij werd de huiscomponist voor MGM. In 1946 won hij zijn eerste oscar voor de score van Spellbound en vier jaar later zijn tweede voor A double Life. Zijn derde oscar kreeg hij voor de soundtrack bij Ben Hur (1959). Mijn favoriete scores: Double Indemnity (een oscar nominatie in 1945) en vooral El Cid (een oscar nominatie in 1962). Het gevoelige love theme (the falcon and the dove) uit El Cid contrasteert met het doorgaans bombastische werk van Rózsa.

Double Indemnity
Double Indemnity (1944)
Ben Hur
Ben Hur (1959)

Rózsa schreef tussen 1951 en 1961 epische filmmuziek voor spektakelfilms als Quo Vadis (1951), Ivanhoe (1952), Julius Caesar (1953), Ben Hur (1959), King of Kings (1961) en El Cid (1961). Het monumentale karakter van de laatste drie films werd gevisualiseerd in monumentale typografie.

El Cid
El Cid (1961)

Miklós RózsaMiklós Rózsa (1907-1995)
Hij kreeg op 5-jarige leeftijd viool- en altvioollessen van zijn oom Lajos Berkovits in zijn geboortestad. Berkovits was lid van het orkest van de Koninklijke Hongaarse opera. Van zijn moeder, die een collega van Béla Bartók aan het conservatorium in Boedapest geweest was, leerde hij pianospelen. Op het gymnasium werd hij voorzitter van het “Ferenc Liszt-gezelschap” en zette zich voor de uitvoering van eigentijdse Hongaarse muziek in. De familie had een eigen huis in Nagylóc, noordelijk van Boedapest. Daar kwam hij met muziek van de plattelandsbevolking (boeren en zigeuners) in contact. Aldaar musiceerde hij met muzikanten en verzamelde melodieën. Op 7-jarige leeftijd schreef hij zijn eerste kleine stukken. Van 1925 tot 1929 bezocht hij de Felix Mendelssohnschool voor muziek en theater te Leipzig en studeerde compositie bij Hermann Grabner, alsook aan de Universiteit Leipzig musicologie bij Theodor Kroyer. In 1929 gingen zijn Noord-Hongaarse Boerenliederen en -dansen, voor viool en orkest, op.5a in première.
 
Bron: nl.wikipedia.org

The Miklós Rózsa Treasury (1949–1968) [ filmscoremonthly.com ]