Maandelijks archief: januari 2018

stofjassen

gekocht in Düsseldorf: The Illustrated Dust Jacket 1920-1970
van Martin Salisbury

The Illustrated Dust JacketEen van de mooiste boekhandels die gespecialiseerd zijn in kunstboeken, zit aan de Neustraße in het gebouw van de Kunsthalle Düsseldorf. Gisteren kocht ik daar o.a. The Illustrated Dust Jacket 1920-1970 van Martin Salisbury over Engelse en Amerikaanse boekomslagen uit de periode 1920-1970. Voordat de paperback definitief doorbrak, waren boeken nog boeken: gebonden in een linnen band. Om deze te beschermen zat daar een papieren stofomslag omheen gewikkeld. De zogenaamde dust jacket biedt illustrators en boekontwerpers een langwerpig liggend formaat, doorsneden door de rug van het boek. Vierkleurendruk werd aanvankelijk niet toegepast, zodat de illustratie zich meestal moest beperken tot een of meerdere steunkleuren. Dat zorgde voor een heel eigen sfeer, die met de komst van de offsetdruk en fotografie na 1960 verloren ging. De gouden tijd van de dust jacket valt ongeveer samen met het midcentury design.

dust jackets
de ruggen vormen een onderdeel van het ontwerp
In the modern era, the “beautiful book,” an art object in its own right, has become the key to the ongoing attraction of print publishing as physical books continue to distinguish themselves from the screen. Author Martin Salisbury traces the evolution of the book jacket from its functional origins as a plain dust protector for expensively bound books to its elaboration as an artistic device to catch the eye of browsing book buyers. The increasing awareness of the jacket’s potential to serve as a marketing tool across various areas of the publishing world—from literary fiction to academic titles, and children’s books—meant a proliferation of illustrative treatments. The book jackets reproduced here reflect the changing visual styles and motifs of the passing century, beginning with the Art Deco period and continuing through Modernism, the playful Thirties, the pre- and postwar Neo-Romantics, the new consumerism and realist subject matter of the Fifties, and the Pop Art of the Sixties.
 
Bron: thamesandhudsonusa.com
dust jackets
Twee illustraties van Hans Tidall (1910-1997)
en Eric Fraser (1902-1983)

nieuwe boeken najaar 2017 [ grainedit.com ]
The persuasive art of the dust jacket [theguardian.com]

gewone jongen

maandag gezien: Holiday (1938)

HolidayHoliday is de derde film met Cary Grant en Katherine Hepburn die ik tot nog toe gezien heb. Alleen Sylvia Scarlett (1935) moet ik nog zien. Holiday is een kostelijke komedie, wat mij betreft veel leuker dan Bringing up baby. En gemaakt met hetzelfde vakmanschap als Philadelphia Story, die ook door “woman’s director” George Cukor geregisseerd werd. Holiday is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk uit 1928 van Philip Barry. In 1930 werd het al eens verfilmd.

Holiday gaat luchtig over de klassenverschillen in de Amerikaanse samenleving. Film was oorspronkelijk iets voor Jan met de Pet, de high society ging immers naar het theater. Dus richt Holiday zich op de gewone Amerikanen die in 1938 gebukt gingen onder de Grote Depressie. Met Johnny Case (Grant) kan Jack the Plumber zich direct identificeren: hij werkt hard, heeft een hart van goud en zegt wat hij denkt. Vertolkt door Cary Grant krijgt deze gewone Amerikaan ook nog eens een heel fraaie buitenkant. Zijn tegenspeelsters zijn de zusjes Julia Seton (Nolan) en Linda Seton (Hepburn). Tijdens een vakantie in Lake Placid zijn Johnny en Julia zo verliefd op elkaar geworden dat ze besluiten direct te gaan trouwen. Maar daarvoor heeft Johnny eerst de toestemming van Julia’s vader nodig. Julia‘s vader blijkt de puissant rijke New Yorkse bankier Edward Seton te zijn.

Holiday 1938
de zichtbare chemie tussen Katherine Hepburn en Cary Grant is een lust voor het oog.

Julia woont samen met haar zus Linda en broer Ned bij haar vader aan Park Avenue. De life style van de Amerikaanse elite wordt heerlijk over de top getild. Het huis is van binnen een paleis met marmeren zuilen, vloeren en trappen en doet eerder aan een museum denken dan aan een plek waar mensen wonen. “My God!”, roept Johnny uit bij het zien van deze luxe. Hij verontschuldigt zich tegenover de butler. “Ik bedoel het niet kwaad.” Daarna ontmoet hij Julia en wordt het hem duidelijk dat ze geen bediende in dit paleis is, maar de dochter van Edward Seton. Eenvoudige Johnny is verliefd geworden op een miljardairsdochter.

Een lot uit de loterij, zou de gemiddelde Amerikaanse man denken. Maar Johnny is een man met karakter en heeft geen ontzag voor rijkdom. Wel geeft hij toe dat hij ervan droomt eerst veel geld te verdienen zodat hij daarna niet meer hoeft te werken. Je moet toch weten waar je voor werkt? Werken is toch niet zaligmakend? Het gaat erom dat je van het leven geniet. Deze mentaliteit valt niet in goede aarde bij de vader van Julia. Hij wenst zich een schoonzoon die is zoals hij: iemand die leeft voor het geld.

Met deze verhouding is de toon van de komedie gezet. De New Yorkse jetset is weliswaar stinkend rijk, maar ook vreselijk conservatief en oersaai. De gewone jongen daarentegen houdt van het leven en brengt ook leven in de brouwerij. Julia’s zusje Linda (Hepburn) zit te verpieteren in haar gouden kooi en ook broer Ned voelt zich diep ongelukkig in het paleis van zijn vader. Hij heeft de hoop opgegeven en is aan de drank geraakt. Julia voelt het leven in haar terugstromen als Johnny in de buurt is en wordt onvermijdelijk verliefd op hem…

Holliday [ imdb.com ]

pleasure lovers

opnieuw gezien: The Trip (1967)

the tripDe film The Trip waarschuwt weliswaar tegen LSD, maar maakt er tegelijkertijd ook nieuwsgierig naar. Het frame van “de wonderpil die jou de waarheid openbaart”, is duidelijk aanwezig. Het is interessant om the Trip te analyseren omdat deze film de ziel van de hippiegeneratie blootlegt. The Trip nodigt uit om onze schuldgevoelens los te laten en je over te geven aan de “vrije liefde”. Nu heb ik “vrije liefde” altijd een pleonasme gevonden én een misleidende term. Omdat “vrije liefde” suggereert vrijer te zijn dan gewone liefde. Als het goed is, maakt de liefde (oude of nieuwe) vrij. Maar ook verantwoordelijk. Dat laatste werd door de hippies graag ontweken. Als de jaloezie door vrije liefde werd aangewakkerd, dan had je een probleem met je ego.

Als je The Trip ziet als een propagandafilm voor de vrije liefde, dan is het interessant om te onderzoeken hoe deze propaganda precies werkt. Het intelligente script van Jack Nicholson zit zo in elkaar, dat het stapsgewijs uitnodigt om ons oordeel los te laten. Daarin volgt het enigszins de idee van advaita (non-dualiteit) waarin niet oordelen gelijk staat aan de hoogste vorm van bewustzijn en liefde. We hoeven alleen de tegenstellingen achter ons te laten. Vriend en vijand, goed en kwaad, schuld en onschuld. De LSD-trip confronteert de hoofdpersoon met zijn schuld en angst voor het oordeel. Deze concretiseren zich in de politie waarvoor hij op de vlucht is. Tenslotte leert hij dat de politie niet bestaat. Hij hoeft helemaal niet te vluchten of zich te verdedigen.

What police? There are no police.
I don’t believe in police.
The Trip
The Trip kun je zien als een pleidooi voor vrije liefde en dus rechtvaardiging van overspel.

Het zinnebeeld van de vijand wordt in The Trip gepresenteerd door de politie. In zijn paranoia wordt de hoofdpersoon Paul Groves (Peter Fonda) opgejaagd door de politie. De politie staat voor zijn schuldgevoel en slechte geweten. Hij denkt dat hij door de politie gezocht wordt omdat hij in zijn waan meent dat hij zijn gids John (Bruce Dern) vermoord heeft. In zijn vlucht door de stad maakt hij zich tenslotte verdacht. De politie gaat inderdaad achter hem aan.

The TripIn de afdaling in zijn onderbewuste doorkruist hij de topografie van zijn onderbewuste: de plekken van verlangen (seks met zijn vrouw én met zijn verleidster), de plekken van angst (de onderwereld waarin hij zichzelf ziet opgebaard), de rafelranden van zijn bewustzijn (klauterend op een rotspartij in de branding), nogmaals de plek van zijn angst (verdwaald in een vreemde omgeving) en nogmaals zijn verlangen (een vredige wandeling door een groen bos). Een bijzonder moment is zijn ontmoeting met een persoon (gespeeld door Dennis Hopper) die hem beter kent dan hij zichzelf kent. Ze treffen elkaar in een carrousel op een soort kermis. Er staat een grote ovale spiegel. Hier begint zijn angst voor het oordeel. “Paul Groves, is dat je menselijke naam?” vraagt de man bij de spiegel vriendelijk. “Heb ik dan iets gedaan?” vraagt hij geschrokken.

Hier begint het zelfonderzoek met zijn tegenover. Voelt hij zich ergens schuldig over? Nee, hij pleit voor zijn onschuld. Zijn tegenover toont hem beelden in de spiegel. Hij wil hem iets laten zien, over zijn werk. Hij werkt in de reclame. Reclame zijn leugens, dat weet hij. Maar ze werken. Dat weet hij ook. Hij verontschuldigt zich: “Ik moet toch ook mijn geld verdienen?” Hij pleit nog steeds voor zijn onschuld. Is er dan niets waar hij zich schuldig over voelt? Dan wordt hij geconfronteerd met zijn echtscheiding en zijn tegenover vraagt hoe hij zich daarover voelt: schuldig of onschuldig? “Ik weet het niet.”, zegt hij. Nu spreekt zijn tegenover zich duidelijk uit. “Is dat liefde? Je bent alleen met jezelf bezig!” Onmiddellijk volgt zijn verweer “ja, en zij dan?!” Is zij ook niet vreemd gegaan?! Waarom zou hij het dan niet mogen?!

The Trip
het Laatste Oordeel volgens het hippiegeloof: een kermis met een carrousel (rad van wedergeboorte)
What’s the matter with you guys? Isn’t the real world good enough for you, love freak?

Maar er zit ook zelfkritiek in de film. Deze wordt geuit door een cynische serveerster in een hippe tent. Terwijl het dansende publiek high is, is zij een van de weinigen die gewoon haar werk doet. Wanneer ze ontdekt dat Paul Groves knetterstoned is, kijkt ze hem meewarig aan en stelt hem de retorische vraag: “What’s the matter with you guys? Isn’t the real world good enough for you, love freak?”

Fine Jung Thing van The Electric Flag
(Jung verwijst naar de psycholoog C.G.Jung)

De soundtrack voor The Trip is van de psychedelische bluesband Electric Flag uit Chicago. In 1967 werden ze ook bekend door hun optreden op Monterey. De langste track is het nummer Fine Jung Thing het hoogtepunt van de film. Het volledige filmscript is op internet te lezen. Freak out!

bungeejumpen in the head

opnieuw gezien: The Trip (1967)

the tripAfgelopen week keek ik ‘s avonds weer eens naar de psychedelische film The Trip uit 1967. De film is lang niet zo bekend dan Easy Rider (ook met Peter Fonda en Dennis Hopper) maar wat mij betreft wel beter. De score uit Easy Rider van Steppenwolf kan nauwelijks overtroffen worden, maar qua verhaal is The Trip eigenlijk veel interessanter.

Easy Rider is een tamelijk nihilistische roadmovie. Wyatt (Fonda) en Billie (Hopper) hebben het idealisme achter zich gelaten en willen gewoon een hoop fun gaan maken op Mardi Grass in New Orleans. Maar Paul Groves uit The Trip is een heel ander personage. Hij werkt als regisseur voor commercials en zit in een echtscheiding plus midlife crisis. Om zichzelf beter te leren kennen, besluit hij een LSD trip te maken. Het verschil tussen the Trip en Easyrider is ook het verschil tussen zelfkennis en just fun.

Voordat de film begint komt er eerst een waarschuwing van de Amerikaanse overheid die gewichtig wordt uitgesproken. Zonder deze waarschuwing voor LSD had de producent de film nooit kunnen uitbrengen. In 1966 en 1967 was LSD een hype waar veel geld mee te verdienen was en The Trip lift uiteraard mee op deze hype. Het werd gemaakt met een piepklein budget van honderdduizend dollar (iets meer dan voor And now for something comlpetely different van Monty Python vier jaar later) maar de film bracht wel honderd keer zoveel op bij de box offices. Tegenwoordig is de film zo goed als vergeten en wordt deze compleet overschaduwd door Easy Rider. Maar dat is onterecht. The Trip is nog altijd actueel voor iedereen die aan zelfonderzoek doet en daarbij het onderbewuste niet schuwt.

The Trip
Paul Groves (Fonda) en zijn gids John (Dern)
Een LSD-trip is een onderdompeling in het onderbewustzijn. Of beter gezegd: een vrije val. Het is een soort bungeejumpen in je eigen hoofd.

In alles wat met psychologie of psychedelica te maken heeft, draait het om de psyche, de ziel. Voor reductionisten als Dick Swaab is de ziel een misvatting omdat het brein voor hem in de eerste én laatste plaats iets fysieks en chemisch is. Deze materialistische opvatting is wijdverbreid. Het brein zou een chemische fabriek zijn met “bewustzijn” als output. De “fabrieksinstellingen” zouden met psychedelica zoals LSD zo gewijzigd kunnen worden, dat er een andere output ontstaat die je “bewustzijnsverruiming” kunt noemen. Maar voor reductionisten is het allemaal chemie. We hoeven daar geen God, ziel, hemel en hel bij te halen. It’s all in the mind and it’s all chemistry.

Als je dergelijk reductionisme aanhangt en daarbij consequent wilt zijn, zul je ook de liefde als misvatting durven zien. Als de ziel slechts een gedachte is en iedere menselijke gedachte “neuronengeknetter” is, dan is ook de liefde “neuronengeknetter”. Al kunnen we ons er zo heerlijk door laten bedwelmen. Maar er zijn zullen slechts weinig mensen die afstand willen doen van de liefde. Het bestaan van de ziel kan zonder veel moeite worden afgewezen, maar aan de liefde blijken we gehecht. Liefde is een eerste levensbehoefte. Zonder liefde zou ons leven uiteenvallen in onsamenhangende momenten en zouden we zelf uiteen dwarrelen. Zonder liefde zouden we tot wanhoop gedreven worden.

The TripDe meeste psychologische systemen gaan uit van de ziel en de liefde. Het verlangen naar de liefde van de menselijke ziel is daarbij de primaire kracht. In dit verlangen komen we tegelijkertijd onze diepste angst tegen: de angst dat er niet van ons gehouden wordt en dat we uitgesloten worden. De angst dat we vervloekt zijn. De angst voor de hel. Ook al geloven we niet meer in de hel, we kunnen wel degelijk bang zijn voor de hel op aarde: oorlog, ziekte, pijn. We bevinden ons altijd tussen deze twee polen van verlangen naar liefde en angst voor pijn. Als we in onszelf proberen te kijken, kunnen we inzicht krijgen in de geschiedenis van onze verlangens en angsten. Daar is moed voor nodig.

Een LSD-trip is een onderdompeling in het onderbewustzijn. Of beter gezegd: een vrije val. Het is een soort bungeejumpen in je eigen hoofd. Vandaar ook de waarschuwing aan het begin van de film. Een LSD-trip is niet zonder risico. Als “leeflijn” toont Frank’s begleider thorazine. Als je een bad trip krijgt, moet je onmiddellijk de thorazine inslikken. Daarmee kan een psychose voorkomen worden. De thorazine geeft een gevoel van veiligheid, maar biedt geen garantie. Net zoals met bungeejumpen het elastiek iets te rekbaar kan blijken, kan de LSD-gebruiker zijn hoofd beschadigen. Velen maakten in de jaren zestig een enkele reis en keerden nooit meer terug naar de realiteit.

Jack Nicholson schreef het scenario. Twee jaar later zou hij in Easy Rider als de maffe George Hanson met rugbyhelm achterop de motorfiets definitief doorbreken. Nicholoson is duidelijk ervaringsdeskundige. Wie nog nooit een LSD-trip heeft gemaakt, zal door de trip die Jack Nicholson heeft uitgeschreven toch een beetje kunnen delen in die ervaring.

Jack Nicholson en LSD
“Nadat hij voor het eerst LSD had geslikt, was hij ervan overtuigd dat hij het gezicht van God had gezien”, schrijft Eliot. “Hij had ook castratie-angst en koesterde homo-erotische fantasieën en meende tijdens een LSD-trip te hebben ontdekt dat hij een ongewenst kind was”. Nicholson zou ook drugs gebruikt hebben bij het schrijven van scenario’s. Volgens het boek gebruikte Nicholson LSD toen hij in 1967 het toneelstuk The Trip schreef. Ook toen hij een jaar later aan het script voor de Monkees-film Head schreef, “was hij regelmatig stoned en slikte hij LSD”. Nicholson zou volgens zijn biograaf drugs hebben gebruikt om zijn creativiteit te stimuleren bij het acteren en schrijven.
 
Bron: hln.be

The trip [ imdb.com ]

kleine luyden

gezien op ZDF: Tannbach (Folge 4 & 5)
Vanavond het laatste deel: Traum von Frühling

TannbachMaandagavond en woensdagavond zond het Duitse ZDF deel 4 en 5 uit van de miniserie Tannbach – Schicksal eines Dorfes. De eerste drie delen werden begin 2015 uitgezonden en op 5 januari j.l. herhaald. Vanavond zend de ZDF om 20.15 het laatste deel uit. Het Zweites Deutsches Fernsehen doet veel aan het toegankelijk maken van de Duitse geschiedenis en het verzorgen van het (gewonde!) nationale bewustzijn. In het najaar is er meestal een (gedramatiseerde) documentaireserie over Duitse geschiedenis bij de ZDF en in januari zendt ZDF of ARD een Duits drama uit dat zich afspeelt in een naoorlogse episode van Duitsland.

Schrijver en filmmaker Edgar Reitz heeft met zijn levenswerk Heimat de afgelopen decennia veel invloed gehad op de Duitse verwerking van het beladen nationale verleden. Het ontwapenende van Heimat is dat het een verhaal van “kleine luyden” is. Door “kleine geschiedenis” wordt de grote geschiedenis toegankelijk. Geschiedenis is in eerste instantie niet iets voor boeken maar hoort in het volle leven thuis. Daar dringt ze zich aan ons op en nestelt ze zich in ons eigen levensverhaal.

Naar drama hoef je in de Duitse geschiedenis van de twintigste eeuw niet te zoeken. Ook na 1945 gaat het drama door. Zeker bij de Berlijners of de Duitsers die vlak langs het ijzeren gordijn woonden. Over dit drama gaat Tannbach. Net als Schabach in Heimat is Tannbach een fictief dorp. Het ligt op de grens van Thüringen en Beieren . Kort na de oorlog wordt het dorp verdeeld in Tannbach-Ost en Tannbach-West. We zien wat er met een kleine gemeenschap gebeurt als deze in twee stukken verscheurd wordt. Tannbach is zowel een casestudie als het verhaal van het gedeelde Duitsland tussen 1945 en 1990.

Tannbach
Tannbach Folgen 4, 5 & 6
Geschiedenis is in eerste instantie niet iets voor boeken maar hoort in het volle leven thuis. Daar dringt ze zich aan ons op en nestelt ze zich in ons eigen levensverhaal.

Die HimmelsleiterVorig jaar werd bij de ARD de miniserie Die Himmelsleiter – Sehnsucht nach Morgen uitgezonden. Vorige maand werd deze nog eens uitgezonden. Het verhaal speelt zich af in 1947 in de puinhopen van Keulen In een Duits familiedrama gaat het vaak over het wel en wee van twee families en over wie er goed of fout was in de oorlog. In dit geval zijn het de families Roth en Zettler. Hoe bouw je met elkaar een toekomst op als er nog zoveel puin geruimd moet worden, vooral in geestelijke zin, want de wonden zijn diep.
 

Tannbach – Schicksal eines Dorfes [ nl.wikipedia.org ]

Tante Adèle

gisterenavond gezien op NPO2: Woman in gold (2015)
Lady in GoldMaria Altmann is een Joodse vluchteling die in Oostenrijk net voor de Tweede Wereldoorlog het land uit moet vluchten naar de Verenigde Staten voor het Nazi-regime in haar land. Tijdens deze gebeurtenis werden vijf schilderijen uit haar ouderlijk huis gestolen die in bezit waren van haar familie. Later zijn de kunstwerken in handen gekomen van de Oostenrijkse overheid en waren de werken onder andere te zien in de Österreichische Galerie Belvedere in Wenen. Altmann begon een juridische strijd om de kunstwerken weer in familiebezit te krijgen. Hierbij werd ze bijgestaan door de jonge advocaat Randy Schoenberg. Dit slepende proces duurde bijna een decennium. Tussendoor zijn flashbacks te zien die Altmann terug doen denken aan haar tijd in Wenen. Eén van de vijf kunstwerken was het schilderij Portret van Adèle Bloch-Bauer I van de Weense schilder Gustav Klimt.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Klimt
Gustav Klimt 1904-1907
Portret van Adèle Bloch-Bauer I
Klimt
Gustav Klimt 1904-1907
Portret van Adèle Bloch-Bauer I (detail)

Woman in gold [ imdb.com ]