Maandelijks archief: december 2019

It was a very good year

Je kunt terugkijken op 2019, maar ook op 1979

Wanneer je bewust wilt leven hoort daar aan het einde van het jaar een terugblik bij. En als de klok op oudejaarsavond twaalf uur heeft geslagen, is het vervolgens tijd voor een vooruitblik. Tijdens Oud en Nieuw staan we even bewust stil op de drempel van verleden naar toekomst. Een tijd voor bezinning en een tijd voor goede voornemens. Meestal doen we dat op verschillende niveaus: persoonlijk, met onze dierbaren en op collectief niveau in de media. Ik deed het de afgelopen weken op een heel persoonlijk niveau: ik keek niet terug op het afgelopen jaar, maar op veertig jaar geleden, het jaar 1979.

Daar kan ik allerlei redenen voor bedenken. Het afgelopen jaar ligt nog te dichtbij om goed te kunnen overzien. Maar tussen nu en 1979 is er al zoveel afstand gekomen, dat we van “een andere tijd” kunnen spreken. Beelden uit 1979 doen gedateerd aan. Je ziet “het beeld van de (late) jaren zeventig” maar je ziet ook al iets van “het beeld van de (vroege)jaren tachtig”. Wat is dat precies voor een beeld? Eigenlijk is het een verzameling van beelden die je “typisch 1979″ kunt noemen. Iconische beelden. En je hoort er vaak ook geluiden bij “geluiden van de (late) jaren zeventig”.

BASF cassette 1979
Ook in 1979 keek ik al terug. Van 18 t/m 29 december 1979 werd het radioprogramma Poplijnen door de jaren zeventig uitgezonden. Op verschillende audiocassettes nam ik een paar afleveringen integraal op.

In 1979 werd ik zestien. Een belangrijke leeftijd. Sweet sixteen betekent voor mij dat je geen kind meer bent en al mag gaan deelnemen aan het volwassen leven. Terugkijken op 1979 betekent voor mij vooral ook: contact maken met de 16-jarige in mijzelf. Zou ik weer zestien willen zijn? Alsjeblieft niet! Maar het terugkijken stemt mij weemoedig en weemoed is een vorm van geluk die je na je veertigste komt opzoeken. Bovenop de onwetendheid en eigenwijsheid van de 16-jarige is veertig jaar levenservaring gekomen. Toen Frank Sinatra in 1965 tegen de vijftig liep, zong hij Seventeen, een van zijn meest persoonlijke liedjes. Het eindigt met: “But now the days are short, I’m in the autumn of my years, And I think of my life as vintage wine, From fine old kegs, From the brim to the dregs, It poured sweet and clear, It was a very good year.”

But now the days are short,
I’m in the autumn of my years,
And I think of my life as vintage wine

Tischbein

gezien op 17 december: Tischbein en de ontdekking van het gevoel
in het Rijksmuseum Twenthe – nog tot 19 januari 2020

catalogusHet Rijksmuseum Twenthe is in enkele jaren een van mijn favoriete musea voor schilderkunst geworden. Het museum verdient lof vanwege uitstekend verzorgde tentoonstellingen van schilders voor 1800. Precies drie jaar geleden zag ik Eindelijk, Lairesse! met een groots overzicht van deze schilder uit de late zeventiende eeuw. Door zijn classicistische glamour wordt er soms een beetje op hem neergekeken. Rembrandt ervaren we, als erfgenamen van Rousseau, als authentiek, maar de gepolijste schilderkunst in het laatste kwart van de zeventiende eeuw zijn we toch geneigd te beschouwen als kunstmatig en dus niet authentiek.

In het voorjaar van 2015 zag ik in het Rijksmuseum Twenthe Alexander Roslin. Portrettist van de aristocratie. Ook hier werd een schilder gepresenteerd die zich helemaal de gladde, Franse manier van schilderen had aangemeten. Alweer een schilder dus uit een periode in de schilderkunst die we vaak ten onrechte overslaan. Als een museum een tentoonstelling maakt over een schilder uit de achttiende eeuw, weet het al bij voorbaat dat het voor een select publiek is. Het is moedig dat het Rijksmuseum Twenthe telkens zijn neus durft uit te steken voor schilders uit de achttiende eeuw en vanwege mijn voorliefde voor de periode 1750-1850 heb ik veel waardering voor dit museum gekregen.

Op 17 december zag ik Tischbein en de ontdekking van het gevoel over de Hessische portretschilder Johann Friedrich August Tischbein (1750-1812). Tischbein liep vooruit op de romantiek. Je zou ook kunnen zeggen dat hij een van de eerste portretschilders was die onder invloed kwam van Jean-Jacques Rousseau. Zijn portretten tonen een groot verschil met die van de eerder genoemde Alexander Roslin (1718-1793). Roslin was van de generatie voor Tischbein en hoewel deze een tijdgenoot van Rousseau (1712-1778) was, zijn de opvattingen van Rousseau nooit bij Roslin doorgedrongen. Hij heeft ze in ieder geval nooit in de praktijk gebracht. Roslin was een schilder van het ancien regime, een van de schilderende lakeien van Versailles.

Tischbein brak met het formele portret zoals dat in de periode van het rococo gebruikelijk was. Rond 1780 begon hij grote opdrachten aan te nemen. In de jaren zeventig had hij veel gereisd, o.a. naar Parijs en Rome. In Rome ontmoette hij bijvoorbeeld de virtuoze schilder en zijn landgenoot Anton Raphael Mengs (1728-1779). Maar ook kwam hij in aanraking met Engelse portretschilders die in Rome waren neergestreken om er rijke Engelsen te portretteren op hun grand tour. Deze schilders werkten met een veel vrijere en lossere penseelstreek dan hofschilders als Alexander Roslin. Tischbein zal tijdens zijn verblijf in Rome zeker onder invloed zijn gekomen van de manier van schilderen van de Engelse portretschilders.

Deze grotere vrijheid hing samen met de nieuwe wind die er vanaf 1770 was gaan waaien. Europa was namelijk in de ban gekomen van Jean-Jacques Rousseau, de meest invloedrijke schrijver van de achttiende eeuw. Aan het begin van de jaren zestig had hij drie boeken geschreven, die bovenin de top tien staan van meest gelezen boeken van de achttiende eeuw: Julie, ou la nouvelle Héloïse (1761), Émile, ou De l’éducation (1762) en Du contrat social (1762). Rousseau stelde dat de mens van nature goed was maar dat de cultuur hem verdorven had gemaakt. Daarom zou de mens weer terug moeten keren naar de natuur. Natuur was het sleutelbegrip van Rousseau en werd dat ook van de Sturm und Drang en de Romantiek die daaruit voortkwam. Deze bewegingen waren, net als het sentimentalisme in de literatuur, een reactie op het rationalisme van de Verlichting.

Tischbein plaatste de geportretteerde graag buiten in de natuur, in gemakkelijke kleding en een ongedwongen houding. Dit informele portret was iets nieuws. Opdrachtgevers waren meestal mensen van aanzien die graag ook zo gezien wilden worden. Hun portretten zagen er altijd formeel en nogal plechtig uit. Maar op de portretten van Tischbein vanaf 1780 zien we ontspannen en vooral natuurlijke mensen. Rousseau bekritiseerde de cultuur en idealiseerde de natuur en zijn boodschap was ook bij de rijke burgerij aangekomen. Deze moest weinig hebben van de stijve etiquette van het ancien regime en wilde juist graag gezien worden als gewone, natuurlijke mensen. De ongedwongen portretten van Tischbein waren een groot succes, vooral onder de rijke burgers van Amsterdam waar hij aan het einde van de jaren tachtig was neergestreken.

echtpaarBoode1791
Johann Friedrich August Tischbein (1750-1812)
Jacob Hendrik Boode en zijn vrouw Catharina Antoinette Martin, 1791

Een van de mooiste portretten op de tentoonstelling is het dubbelportret van Jacob Hendrik Boode (1763-1826) en Catharina Antoinette Martin (1767-1848) uit 1791. Tischbein laat het jonge echtpaar zien alsof je ze met elkaar betrapt. Ze poseren niet, maar beleven eerder een intiem moment met elkaar. Dit dubbelportret demonstreert ook een ideaal uit de Verlichting, namelijk de gelijkheid tussen man en vrouw. Het echtpaar Boode is een modern echtpaar, ook al beleeft de Republiek in 1791 zijn laatste jaren onder Stadhouder Willem V (1751-1795) en de daarmee verbonden ouderwetse standenmaatschappij van de achttiende eeuw.

Dit dubbelportret deed mij onmiddellijk denken aan het beroemde dubbelportret van Monsieur et Madame Lavoisier in 1788 geschilderd door Jacques Louis David. Ook hier de ongedwongen, natuurlijke houding en het ideaal van gelijkheid tussen man en vrouw.

Echtpaar Lavoisier 1788
Jacques Louis David (1748-1825)
Monsieur et Madame Lavoisier, 1788
Echtpaar Boode 1791
Boode en zijn vrouw (detail)
Echtpaar 
 Lavoisier 1788
Monsieur et Madame Lavoisier (detail)

rijksmuseumtwenthe.nl

Klare lijn event [ 2 ]

gelezen: Blake en Mortimer – De vallei der onsterfelijken
Dreiging op Hong Kong (2018) en De duizendste arm van de Mekong (2019)

De Vallei der OnsterfelijkenIn januari schreef ik over het eerste deel (dreiging op Hong Kong) van De vallei der onsterfelijken. Op 22 november verscheen het tweede deel (de duizendste arm van de Mekong) en ik las het hele verhaal (108 platen) nu achter elkaar op Eerste Kerstdag.

Sinds 1996 verschijnen er weer met enige regelmaat avonturen van Blake en Mortimer, geschreven en getekend in de geest van Edgar P.Jacobs en uitdrukkelijk met de vermelding “naar de personages van Edgar P.Jacobs” op de omslag, nadat de rechter zich ermee bemoeid had. Steeds als er een nieuw album verschijnt, wordt er in de stripwereld wekenlang over gesproken. Alsof er een nieuwe LP van de Beatles verschijnt “naar de geest van John, Paul, George en Ringo”.

Het dubbelalbum De Vallei der onsterfelijken is chronologisch het derde avontuur van Blake en Mortimer en speelt zich af direct na het einde van Het geheim van de Zwaardvis, het eerste verhaal dat Edgar P. Jacobs begin jaren vijftig voor het weekblad Kuifje tekende. In 2012 verscheen de prequel De staf van Plutarchus, naar een scenario van Yves Sente, die nu dus ook De Vallei der Onsterfelijken schreef.

Verhaalchronologie
1944: 23. De Staf van Plutarchus
1946: 01. Het Geheim van de Zwaardvis: 1 – De meedogenloze achtervolging
1946: 02. Het Geheim van de Zwaardvis: 2 – De ontsnapping van Mortimer
1946: 03. Het Geheim van de Zwaardvis: 3 – SX1 in de tegenaanval
1947: 25. De Vallei der Onsterfelijken: 1 – Dreiging op Hong Kong
1947: 26. De Vallei der Onsterfelijken: 2 – De duizendste arm van de Mekong

Sente heeft Het geheim van de Zwaardvis goed bestudeerd. De laatste twee pagina’s laat hij letterlijk terugkeren in De Vallei der Onsterfelijken en tekenaars Peter van Dongen En Teun Berserik hebben deze, voor de liefhebbers iconische, plaatjes in een ander perspectief “nagetekend”. De lezer die vertrouwd is met Het Geheim van de Zwaardvis (ik las het zelf in december 1977 voor het eerst) zal ze onmiddellijk herkennen. Dat maakt de 2.0 serie van Blake Mortimer, ofwel de “naar de personages van Edgar P. Jacobs” reeks ook zo aardig, de verwijzingen naar de klassiekers van Jakobs. Inmiddels zijn er meer albums in de 2.0 reeks verschenen (14) dan in de klassieke reeks (12) Bovendien verscheen dit jaar nog het zeer bijzondere album De laatste farao van François Schuiten.

De Vallei der onsterfelijken heeft alles wat een klassiek verhaal van Blake en Mortimer hoort te hebben: wetenschap, archeologie, techniek, misdaad en avontuur. Het is een beetje James Bond, vanwege de expliciete anglofilie van Jacobs, maar daar is een flinke scheut Indiana Jones aan toegevoegd, door de combinatie van archeologie en avontuur. En de 2.0 reeks heeft ook iets, dat de klassieke reeks niet had: vrouwelijke personages. De vrouwelijke stripheldin (bijvoorbeeld Franka en Yoko Tsuno) is iets van na 1970. En toen had Edgar P. Jacobs zijn oeuvre praktisch al voltooid. In de jaren dat hij zijn klassiekers maakte, speelde de vrouw nauwelijks of geen rol. Hooguit als hospita van professor Mortimer of als voorbijgangster. De scenaristen van de 2.0 hebben het vrouwelijke personage meer naar voren gehaald, maar nog steeds blijven de mannen de dienst uitmaken, want in De Vallei der Onsterfelijken gaan we terug naar de wereld en de maatschappij van 1947…

Yves Sente heeft enorm veel uit de kast getrokken. Net zoals in zijn scenario voor Het Testament van William S. duikt hij weer met veel historische details het verleden in en zet hij Blake en Mortimer op een spoor. Het is een beproefd concept: eeuwen geleden heeft iemand een geheim verborgen in meerdere voorwerpen en als deze weer samen gevoegd zijn, wordt dit geheim weer geopenbaard. Hergé paste dit concept bijvoorbeeld toe in Het geheim van de Eenhoorn. De hoofdpersonages zijn nooit de enigen die op jacht zijn naar het (andere) verdwenen object dat nodig is om het geheim te ontrafelen. Altijd zijn er ook boeven in het spel. Bij Blake en Mortimer is het overigens nooit een raadsel wie de boef is. Dat moet namelijk (bijna) altijd Olrik zijn. Zoals Mortimer een pijpje moet roken en Blake “old chap” moet zeggen. Dat is wat obligaat, maar je kunt je beter niet storen aan deze sjablonen.

De Vallei der Onsterfelijken is een heerlijk avontuur geworden. Toch heb ik één bezwaar. Het had allemaal iets minder gemogen. Het scenario van Yves Sente is topzwaar doordat hij er teveel in heeft willen stoppen. Dat Nasr een rol moet spelen, komt mij nogal geforceerd over. Ook van de tekeningen zou je kunnen zeggen dat ze te vol zijn, maar dat is gemakkelijk te vergeven! Ik had dezelfde ervaring als in november 1974 toen ik voor het eerst kennismaakte met Het Misdaadmuseum (de voorloper van Franka) van Henk Kuijpers in het legendarische stripblad PEP. Wat een details! Van Dongen en Berserik delen duidelijk Kuijpers liefde voor de klare lijn én het detail. Je leest een stripboek eigenlijk tweemaal, de tekst en de plaatjes vormen samen het verhaal. En de beelden voegen enorm veel verhalend element toe.

Peter van Dongen en Teun Berserik mogen worden toegevoegd bij Henk Kuijpers en Joost Swarte als Hollandse meesters van de klare lijn.

Er worden vaak filmische invalshoeken gekozen, iets waar Edgar P. Jacobs zelf nooit zo sterk in was. Het beeldverhaal is na 1970 sterk beïnvloed door cinematografie en de tweede en derde generatie striptekenaars passen veel meer filmtaal toe dan de Brusselse meesters van het beeldverhaal, waarvan Jacobs één van de grootsten was. De klare lijn is ten Noorden van Brussel in vruchtbare aarde gevallen. Van Dongen en Berserik mogen worden toegevoegd bij Henk Kuijpers en Joost Swarte als Hollandse meesters van de klare lijn.

Joris JasperYves Sente heeft zich mogelijk laten inspireren door het dubbelverhaal L’Œil de Kali en La Déesse noire van Jacques Le Gall dat in 1962 en 1963 verscheen in het Franse stripblad Pilote. Ik las het veertig jaar geleden in het stripblad Robbedoes in een Nederlandse vertaling onder de titel Het oog van Kali en De zwarte godin. De stripheld Jacques Le Gall heet in het Nederlandse editie overigens Joris Jasper en is getekend door Michel Tacq. (1927-1994) Doordat ik dit dubbelverhaal in het afgelopen jaar herlas, vielen me een aantal opvallende overeenkomsten op met het scenario dat Yves Sente schreef voor De vallei der onsterfelijken. Yves Sente is een jaar jonger dan ik en het oorspronkelijke verhaal van Joris Jasper werd vlak voor onze geboorte gepubliceerd. Maar het is mogelijk dat hij Het oog van Kali/De zwarte godin, net als ik, in 1979/1980 in Robbedoes/Spirou gelezen heeft. In ieder geval lijkt het mij aannemelijk dat hij dit verhaal kent, want het werd geschreven door de grote Belgische scenarist Jean-Michel Charlier (1924-1989), ongetwijfeld een van de voorbeelden van Sente.

De vallei der onsterfelijken II [ detekentafel.com ]

Beeld van het Wilde Westen [ 5 ]

opnieuw gezien: She wore a yellow ribbon (1949)

Samen met Sergio Leone was John Ford (1894-1973) de bekendste regisseur van westerns. Ford was de eerste die het iconische Monument Valley op de grens van Utah en Arizona als filmdecor koos. Hij schiep daarmee een van de iconen van het Wilde Westen. She wore a yellow ribbon (1949) is de middelste film uit de zogenaamde cavalry trilogy die begint met Fort Apache (1948) en wordt afgesloten met Rio Grande (1950). Zeven jaar geleden schreef ik al iets over deze film. Ik keek eergisteren terug, vooral vanwege de kleurenfotografie van Winton C. Hoch (1905-1979), een pionier op het gebied van de kleurenfilm. Voor het filmwerk voor She wore a yellow ribbon won Hoch in 1949 de academy award voor de beste cinematografie. Het jaar daarvoor had hij deze prijs ook al gekregen en in 1952 won hij zijn derde oscar samen met Archie Stout.

winton hoch 1949
De scene van de cavalerie in een onweersbui in Monument Valley is bekend geworden om een controverse tussen regisseur John Ford en zijn cinematograaf Winton Hoch. De laatste zag het niet zitten, maar Ford stond erop dat er gefilmd werd. Hoch meende dat het te donker was geworden om te filmen, maar daardoor zijn de opnamen sfeervol geworden.
Although the film’s cinematographer, Winton Hoch, won an Academy Award for his work, filming was not a smooth creative process because of conflicts with Ford. Ironically one of the most iconic scenes from the film was created during a dispute. As a line of cavalry rode through the desert, a real thunderstorm grew on the horizon. Hoch began to pack up the cameras as the weather worsened only for Ford to order him to keep shooting. Hoch argued that there was not enough natural light for the scene and, more importantly, the cameras could become potential lightning rods if the storm swept over them. Ford ignored Hoch’s complaints; completing the scene as the thunderstorm rolled in, soaking the cast and crew. Hoch later had filed a letter of complaint against Ford with the American Society of Cinematographers over the filming of this scene.
 
en.wikipedia.org