Saudade [ 3 ]

opnieuw gezien: Os misterios de Lisboa (2010) van Raul Ruiz

Camilo Castelo BrancoVan Simon Vestdijk wordt wel eens gezegd dat hij niet geleefd maar geschreven heeft. Zijn literaire productie was zo buitengewoon groot dat er voor het echte leven maar weinig tijd overbleef. Bij de Portugese schrijver Camilo Castelo Branco (1825-1890) kun je dat moeilijk zeggen. Ook hij produceerde enorm veel (honderden romans, toneelstukken en essays) maar had daarnaast een veelbewogen leven. Os misterios de Lisboa, een van zijn bekendste romans, die oorspronkelijk in 1853 als feuilleton verscheen in een dagblad in Porto, liet al zien dat Branco ‘kleinmenselijk’ drama van binnenuit kende.

Met deze roman vestigde hij op 29-jarige leven zijn reputatie als romancier en had toen al een dramatisch verleden achter de rug. Op zijn vierentwintigste werd hij gearresteerd omdat hij zijn overleden jonge vrouw had opgegraven. Het zou niet de laatste keer zijn dat hij in de gevangenis belandde. Later werd hij opnieuw, en nu voor langere tijd, opgesloten omdat hij een affaire had met een getrouwde vrouw. Tijdens zijn tweede verblijf in de gevangenis schreef hij in 1861 Amor de perdição (Noodlottige Liefde), een van zijn bekendste romans. Samen met Eça de Queiroz (1845-1900) is hij de grootste Portugese auteur uit de 19e eeuw. Nog altijd is literatuur minnend Portugal verdeeld in twee kampen. Je bent Camiliaan of Eça-fanaat. Als je van de een houdt, hou je meestal niet van het werk van de ander. Branco is dan ook een verplicht nummer, vergelijkbaar met Multatuli in Nederland.

In 2010 werd Mistérios de Lisboa (1854) verfilmd door Raul Ruiz. Het is een weergaloze film geworden met adembenemende fotografie, met een heel eigen visie en superieur aan het gemiddelde kostuumdrama dat je op televisie ziet dat weliswaar degelijk gemaakt is, maar toch productiewerk is. Ruiz vertelt zijn verhaal rustig en is zeer spaarzaam met takes en camerabewegingen. Zo ontstaat een contemplatieve sfeer die bijzonder goed past in de laat-romantische traditie waarin Branco schreef en de vroege negentiende eeuw waarin de verhalen van Os misterios de Lisboa zich afspelen.

Os misterios de Lisboa
Angela en Pedro, de ouders van de jonge edelman die in Os Misterios de Lisboa op zoek gaat naar zijn identiteit en in een web van vervlochten levens verstrikt blijkt te zijn.
Raul Ruiz plaatst in navolging van Kubrick zijn acteurs vaak in bevroren poses in lange statische takes en vermijdt in dialogen close ups. Zo worden zijn beelden tableau vivants.

Toen ik deze film vier jaar geleden voor de eerste keer zag, moest ik al vaak denken aan Barry Lyndon (1975) het meesterlijke ‘kostuumdrama’ van Stanley Kubrick. Raul Ruiz plaatst in navolging van Kubrick zijn acteurs vaak in bevroren poses in lange statische takes en vermijdt in dialogen close ups. Zo worden zijn beelden tableau vivants. Maar omdat het film is, wrikken de acteurs zich langzaam los uit het “schilderij” waarin ze zich bevinden. Film op het randje van de schilderkunst. Wie van dynamiek houdt, zal deze statische beelden oervervelend vinden. Maar in onze tijd van hyper bewegelijke (virtuele) camera’s vind ik deze contemplatieve benadering een verademing. Laten we onze ogen weer eens echt gaan gebruiken en ons oefenen in ‘langzaam kijken‘.

Veel werk publiceerde Camilo Castelo Branco alleen om de rekeningen te betalen, maar hij bleef altijd origineel. Hij maakte sterke personages en Portugese types, waaronder de “brasileiro” (een teruggekeerde Portugese emigrant die rijk was geworden in Brazilië), de oude Fidalgo (een edelman uit het noorden van Portugal) en de priester uit Minho. Als gevolg van syphilis werd Branco blind en leed hij aan een chronische zenuwziekte. Op 1 juni 1890 pleegde hij zelfmoord met een revolver, terwijl hij in zijn beroemde houten schommelstoel zat. (Bron: nl.wikipedia.org)

Saudade [1] | Saudade [2]

de moord op Kotzebue

zaterdag was het 200 jaar geleden dat August von Kotzebue
door de patriot Karl Ludwig Sand in Mannheim vermoord werd

de fantoomterreurDe moord op de toneelschrijver August von Kotzebue (1761-1819) op 23 maart 1819 is een sleutelmoment in de eerste helft van de negentiende eeuw. Het gaat dan eigenlijk niet om de gebeurtenis zelf of de persoon van Kotzebue (hij schreef overigens 211 toneelwerken, was bij het gewone volk veel populairder dan Goethe en Schiller en in zijn tijd was zijn werk al over de hele wereld verspreid, o.a. in Russische bibliotheken op de Aleoeten.) maar om de gevolgen van deze moord.

De moord was immers een politieke moord en om de impact te begrijpen, moeten we iets weten van de politieke situatie na 1815.

Nu is er weer volop belangstelling voor de Restauratie zoals de periode tussen 1815 en 1848 genoemd wordt. Historicus Adam Zamoyski schreef in 2014 Phantom Terror (in 2015 verschenen in een Nederlandse vertaling onder de titel De fantoomterreur). En Beatrice de Graaf schreef Tegen de terreur waarmee ze net als Zamoyski inzoomt op de bestrijding van politieke vijanden en de organisatie van veiligheidsdiensten tijdens de Restauratie.

Karl Ludwig Sand, de martelaar
In Arthur Schopenhauer – de woelige jaren van de filosofie beschrijft Rudiger Safranski in hoofdstuk 18 dat er na de moord op August von Kotzebue een cultus rond zijn moordenaar Karl Ludwig Sand ontstond: “De verering die men met name in Heidelberg voor Sand had, was hier jaren later nog te bespeuren. Van de planken en balken van het schavot waarop Sand was terechtgesteld, bouwde scherprechter Braun (…) een huisje in zijn wijngaard bij Heidelberg. Daar plachten corpsleden in het geheim samen te komen. In Heidelberg tierde ook de handel in relikwieën. Men vocht om de met bloed van de martelaar bespatte houtkrullen, en men kon hier pijpen en koffiekopjes met het portret van Sand kopen”.

Bij de moord op August von Kotzebue gaat het niet om de schrijver en ook niet om zijn moordenaar Karl Ludwig Sand, maar om de zogenaamde Besluiten van Karlsbad die het gevolg waren van deze moord. De impact van deze besluiten kunnen moeilijk onderschat worden. Ten eerste kwam er een algemene censuur van de pers en een verbod op Burschenschaften (Duitse studentenverenigingen). Revolutionair gezinde docenten werden ontslagen. Er kwam staatstoezicht op universiteiten. Tenslotte werd er onderzoek ingesteld naar revolutionaire activiteiten door een centrale commissie in Mainz. Met andere woorden: Er ontstond een politiestaat.

Nadat in juni 1815 het Congres van Wenen was afgesloten en Napoleon defintief verslagen was, ontstond er een “nieuw” Europa dat bij elkaar gehouden werd door een politiek systeem waarvan Metternich de architect was. Om dit systeem in stand te houden, was repressie nodig van liberale bewegingen. Doordat Napoleon praktisch heel Europa had aangestoken met de idealen van de Franse Revolutie, was de vonk overgeslagen. Vooral naar Duitsland. De Duitsers bleken zeer ontvankelijk voor liberale hervormingen. Duitsland werd het hartland van nationalisme, identiteit en volkswil. En zo begon het Duitse volk zich bewust te worden van zijn eigen identiteit en te verlangen naar een Duitse eenheidsstaat. Dit verlangen botste met de politieke werkelijkheid, want na 1815 werd de traditionele Kleinstaaterei in Duitsland gewoon hervat. De liberale beweging leefde vooral onder studenten. Om de verspreiding van het liberalisme te voorkomen stelde Metternich de zogenaamde demagogenvervolging in.

Doordat Napoleon praktisch heel Europa had aangestoken met de idealen van de Franse Revolutie, was de vonk van het liberalisme overgeslagen. Vooral naar Duitsland.

Demagogen waren voor Metternich populisten, invloedrijke personen die op de onderbuik van het volk inspeelden. Tweehonderd jaar geleden waren de populisten echter niet rechts- maar linksgeoriënteerd. Ze waren liberaal en in de eerste helft van de negentiende eeuw stond liberaal voor links terwijl monarchistisch en conservatief voor rechts stond. Het liberalisme leefde vooral in de Burschenschaften, de studentenverenigingen, onder jonge mensen. Zij zagen de idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap die de Fransen naar Duitsland hadden geëxporteerd, gesmoord in het monarchistische systeem van Metternich.

Karl Ludwig SandDe theologiestudent Karl Ludwig Sand (1795-1820) was een van de studenten die zich niet thuis voelden in het “nieuwe” Europa van Metternich. In 1817 nam hij deel aan het Wartburgfest bij de Wartburg in Eisenach. Dit was een patriottisch feest. Het Duitse nationalisme had nog niet zoveel te maken met het nationaalsocialisme ruim een eeuw later. Toch was er ook een duidelijke overeenkomst, de boekverbranding. Een van de boeken die in 1817 in Eisenach verbrand werden, was de Geschichte des deutschen Reichs van August von Kotzebue. De schrijver was immers een conservatief die op grond van de geschiedenis de monarchie verdedigde en het liberalisme afwees. Heinrich Heine zou in 1820 schrijven: “wo man Bücher verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen”.

Wartburgfest 1817
DDR herdenkingspostzegel

Het Wartburgfest was een opmaat naar de moord op Kotzebue op 23 maart 1819. Er ontstond polarisatie en de Burschenschaften en de verdedigers van de Restauratie kwamen steeds meer tegen over elkaar te liggen. Kotzebue, die in 1817 meemaakte dat zijn boek verbrand werd, werd nog monarchistischer dan hij al was. Hij ging pleiten voor een verbod op de populistische Burschenschaften. Voor Karl Ludwig Sand was dat de aanleiding voor de moord. Met deze politieke moord bereikte hij het tegendeel. Vijf maanden later werden de Besluiten van Karlsbad van kracht.

Mister Blueberry [ 3 ]

gelezen: Mister Blueberry (1995), Schaduw over Tombstone (1997),
Geronimo de Apache (1999), OK Corral (2003) en Dust (2005)

Mister Blueberry is een verhalencyclus van 252 pagina’s, verdeeld over vijf albums. Giraud werkte er met tussenpozen tien jaar aan. Het is een tamelijk complex verhaal, vooral ook omdat er minstens twee verhalen door elkaar lopen: 1.het actuele verhaal dat zich afspeelt in Tombstone en waarbij het legendarische duel bij de OK Corral het hoogtepunt is. 2. Het verhaal dat Blueberry vertelt aan de journalist Campbell over zijn diensttijd in Fort Mescalero in Arizona niet ver van de Mexicaanse grens. Giraud weeft dat laatste verhaal in de vorm van flash backs door het eerste verhaal. Dan zit er eigenlijk nog een derde verhaal in rond Johnny Ringo, een huurmoordenaar en psychopaat die zich uitleeft in Tombstone.

Mister Blueberry
OK Corral (2003) en Dust (2005)

Mogelijk hebben twee films uit de jaren negentig Giraud beïnvloed tijdens het schrijven van het scenario. Ten eerste de western Tombstone uit 1993. Hierin spelen zeker zes historische figuren die Giraud ook opvoert in Mister Blueberry. En ik vermoed dat ook Silence of the Lambs een inspiratiebron is geweest. Johnny Ringo is een soort Hannibal Lecter van het Wilde Westen, een psychopaat die op scalpen jaagt en zijn slachtoffers ritueel vermoordt.

Giraud voert in Mister Bluebbery heel veel personages op. Om het de lezer wat makkelijker te maken, was het geen overbodige luxe geweest wanneer de uitgever achterin de albums een Dramatis Personae had opgenomen. Daarom heb ik er zelf maar een gemaakt. (Het eerste deel is te vinden onder het vorige stukje.)

Mister Bluebbery – Dramatis Personae II

Dolly (Gertrud) … prostituee in de Dunhill
Anne-Belle … prostituee in de Dunhill
Handsome Harry … outlaw en stalker van Doree Malone
Johnny Ringo … Strawfield’s huurmoordenaar en gevaarlijke psychopaat (lid van de sekte van de Rode Draak, scalpjager)
Stomme H … Strawfield’s huurmoordenaar uit Dodge City in de hinderlaag bij O.K. Corral
Don Clark … Strawfield’s huurmoordenaar uit Dodge City in de hinderlaag bij O.K. Corral
Marshal Kelly Straub … Strawfield’s huurmoordenaar in de hinderlaag bij O.K. Corral
Norris … burgemeester van Tombstone
Stanley Earl Barretts … bankier uit Tombstone
Julius Skinney … voorzitter van “Law en Order”
Kapitein Noonan … hoofdofficier in Fort Mescalero
Sgt. Potter … cavaleriesergeant in Fort Mescalero
dominee Younger … dominee uit het Oosten die de Apachen wil bekeren
Caroline … dochter van dominee Younger en onderwijzeres in weeshuis
Dust (Natcheh) … zoon van Geronimo Apache