Maandelijks archief: juli 2006

het verhaal ging … [5]

Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Jupiter en Europa
Mercurius werd na zijn lange vliegreis bij Jupiter ontboden die hem opdroeg: “Beste zoon, jij die me altijd trouw bijstaat in alles, ga naar de aarde langs de vertrouwde weg en zoek het land dat tegenover je moeders sterrenbeeld ligt, Sidon genoemd. Je zult er al van ver de koninklijke stieren in een wei niet ver van de zee zien grazen; jij moet die stieren naar het strand drijven.”
Jupiter en Europa
Johann Ulrich Krauss, Edition 1690
Jupiters woorden waren nauwelijks uitgesproken of de kudde liep al gedwee richting strand waar Europa, de prinses, vaak het gezelschap van haar Tyrische vriendinnen opzocht. Om haar niet af te schrikken veranderde Jupiter zich in een stier: een prachtig dier, dat met de andere stieren statig door de grasvlakte liep. Hij had een huid als ongeschonden sneeuw, een gespierde nek, kleine maar mooie horens en als sterkste wapen: een vredige kop die vertrouwen inboezemde.
Ze omklemde met een hand een hoorn terwijl haar andere hand zich afzette tegen zijn rug.

Agenors dochter keek op van zijn schoonheid en vreedzaamheid. Eerst durfde ze hem, ondanks zijn charme, niet strelen, maar na verloop van tijd hield ze hem toch bloemen voor. Zo zag hij wat hij verlangde dichterbij komen en speels likte hij haar handen, dartelde om haar heen en rolde zich in het gouden zand. Langzaam verdween alle angst bij Europa en in een speelse bui klom ze op de rug van de stier.
 
Nu zag de god zijn kans schoon en haastig stapte hij op de branding af, de zee in. De prinses zag angstig haar land achter zich verdwijnen terwijl Jupiter dwars door zee zijn buit meevoerde. Ze omklemde met een hand een hoorn terwijl haar andere hand zich afzette tegen zijn rug. De wind speelde met haar losse kleren…
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

grieks-romeins

DionysosDe Griekse goden in de Metamorphosen hebben Romeinse namen gekregen. De bekendste kennen we wel: De oppergod Zeus werd Jupiter, zijn vrouw Hera werd Juno, Hermes werd Mercurius, Poseidon werd Neptunes, Aphrodite werd Venus, Pallas Athene werd Minerva en Dionysos werd Bacchus. Maar hoe zit het met de andere goden en godinnen? Hoe heette de godin van de jacht bijvoorbeeld in het Grieks en in het Latijn? En hoe heette de oorlogsgod Mars bij de Grieken? Op de encyclopedia mythica, een van de grootste mythologiewebsites die op het internet te vinden zijn, staat een lijst met goden- en godinnennamen bij de grieken en de romeinen. Van Amphitrite tot Zephyrus, compleet met een bio. Er is ook een lijst romeins-grieks en een stamboom ontbreekt ook niet.

het verhaal ging … [4]

Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Argus, Io en Mercurius
Argus was een zonderling wezen met honderd ogen waarvan er om beurt twee rustten terwijl de anderen de waakten. Waar Io zich ook bevond, nooit was het haar gegund om buiten het bereik van Argus’ blik te blijven. Het lot van de arme Io was wreed want bij daglicht mocht ze grazen, maar zodra de zonnewagen achter de horizon verdween en Somnus zich over de mensen ontfermde, werd haar eens zo lieflijke hals aan zware kettingen vastgelegd. Haar voedsel bestond uit bladeren en met modderig water moest zij haar dorst lessen. Als bed moest ze de grond gebruiken, zelfs wanneer die niet bedekt was met een dun laagje gras. Toen ze haar klachten probeerde te uiten, weerklonk alleen een akelig geloei dat zelfs haar schrik aanjoeg.
Mercurius
Peter Paul Rubens, Mercurius doodt Argus
Ovid, Met. I, 711-712
Bliksemsnel greep Mercurius zijn zwaard en trof Argus daarmee op de plaats waar zijn hoofd aan de nek vastzat. Daarna duwde hij hem van de rots zodat zijn bloed een blijvend spoor op de helling achterliet. Argus was stervende. Zijn eens zo waakzame ogen hadden zich nu voorgoed gesloten. Maar toch zou hij nooit vergeten worden want Juno zou de lichtjes van zijn eens zo fonkelende ogen opnemen in haar pauwenstaart.
Toen ze op zekere dag een blik wierp in het heldere water van de Inachus, deinsde ze verschrikt terug. Het deed haar immens veel pijn dat zelfs haar eigen vader haar niet lieflijk streelde maar haar slechts afgeplukt gras aanreikte. Ze likte haar vaders handen en liet haar hete tranen stromen. Als ze nu had kunnen spreken, had ze tenminste hulp kunnen vragen…
Ik droomde van een huwelijksfeest en hoopte op een schoonzoon en ja, zelfs op kleinzoons, maar nu behoor je tot het vee

Met haar poot maakte ze een teken in de zandgrond en bracht zo haar vader op de hoogte van haar vreselijke lot. Hangend aan de hals en horens van de sneeuwwitte koe riep Inachus ontzet: “Ben jij het kind naar wie ik overal heb gezocht? Je kunt niet antwoorden en niet praten, alleen mijn vragen met loeien beantwoorden? Ik droomde van een huwelijksfeest en hoopte op een schoonzoon en ja, zelfs op kleinzoons, maar nu behoor je tot het vee en doet elke aanblik mijn mooie dromen vervagen. O, mocht een spoedige dood mij van deze kwelling bevrijden! Maar ik ben een god en voor mij zullen de poorten van de onderwereld nooit opengaan; ik zal wegkwijnen van verdriet.” Maar Argus duwde hem weg en sleurde Io mee naar afgelegen weiden. Hij nam plaats op een hoge bergtop vanwaar hij een goed zicht had.
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek