Maandelijks archief: juli 2006

het verhaal ging … [3]

Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Daedelus en Icarus
Terwijl hij deze vermanende woorden uitsprak, bond hij zijn zoon de hem onbekende vleugels aan de schouders. Tijdens het werk en de vermaningen biggelden bij Daedalus de tranen over zijn wangen en beefden zijn handen. Hij omhelsde zijn zoon – voor de laatste keer… Hij verhief zich op zijn vleugels en vloog voor zijn zoon uit, bezorgd of hij wel volgde, zoals een vogel die vanuit een hoog nest zijn tengere kroost voorgaat in de lucht. Hij spoorde Icarus aan hem goed te volgen, leerde hem de fatale techniek van het vliegen en keek of de vleugels van zijn zoon wel goed vastzaten.
Armen zonder pluimen wiekten door de lucht maar vonden geen steun

Een hengelaar, een herder en een boer zagen hen voorbijkomen – ze schrokken omdat ze dachten dat het goden waren: wie kon er anders door de lucht vliegen? Aan de linkerkant was Samos al in zicht, Delus en Paros waren al achter hen en Lebinthus en het honingrijke Calymne lagen aan hun rechterkant toen de knaap vliegen leuk begon te vinden.

Daedelus
Virgis Solis, editie 1581
Hij liet zijn gids waar die was en ging, aangelokt door de wijde hemel, hoger vliegen. De nabijheid van de verzengende zon maakte de vleugellijm – de geurige bijenwas – zacht, en opeens was de was gesmolten. Armen zonder pluimen wiekten door de lucht maar vonden geen steun; tenslotte werd zijn mond, die nog de naam van zijn vader schreeuwde, omsloten door het blauwe zeewater dat aan hem zijn naam zou ontlenen.
 
De vader – die nu geen vader meer was – riep “Icarus!”, en nogmaals “Icarus, waar ben je? Waar kan ik je vinden?” Hij schreeuwde opnieuw de naam van Icarus toen hij plots de vleugels op de golven zag drijven en zijn techniek vervloekte. Hij begroef het lichaam op de kust en het eiland kreeg de naam van hem die daar begraven ligt.
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

het verhaal ging … [2]

Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Perseus en Andromeda
De winden die door Aeolus voor de nacht waren opgesloten in kerkers, werden door Lucifer tot werken aangemaand. Perseus nam zijn vleugels, bond ze weer aan zijn voeten, gordde zijn zwaard om en vloog snel door het luchtruim. Hij had alweer heel wat landen doorkruist toen Ethiopië, het koninkrijk van Cepheus, in zicht kwam. Op bevel van Ammon werd zijn dochter Andromeda gestraft voor wat haar moeder had misdaan.
Ketens die verliefde harten binden, zouden beter bij jou passen dan de ketens waarmee je aan deze rots gekluisterd bent.

Perseus zag haar vastgeketend aan een harde rotswand. Hij had haar waarschijnlijk voor een marmeren beeld gehouden als haar haren niet zachtjes hadden mee gewiegd met de wind en als ze niet bitter had geweend om haar lot. Perseus was diep onder de indruk van haar schoonheid en voor hij het besefte brandde hij van liefde – hij vergat zelfs bijna dat hij zijn vleugels moest blijven bewegen! Hij daalde en zei tot het meisje: “Ketens die verliefde harten binden, zouden beter bij jou passen dan de ketens waarmee je aan deze rots gekluisterd bent. Vertel me hoe je heet, waar ik ben en waarom je vastgeketend bent.”

Apollo
Joachim Wtewael, 1611
Ovid, Met. I, 583-746
Eerst zei het meisje niets, want een meisje mag nu eenmaal niet met vreemde mannen spreken; jammer genoeg kon ze haar gezicht niet achter haar handen verbergen. Dan begon ze te wenen en toen Perseus bleef aandringen, antwoordde ze tenslotte op zijn vragen; ze wou hem laten weten dat zijzelf onschuldig was en vertelde over haar moeders ijdelheid: die had de schoonheid van haar dochter te veel geroemd (ze had beweerd dat Andromeda mooier was dan de Nereïden) en daardoor had ze Neptunus beledigd. Die had een zeemonster op Ethiopiëafgestuurd om het land te verwoesten. Een orakel had aan Cepheus gezegd dat alleen het offer van zijn dochter de vloek van Neptunus kon afwenden…
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius
Andromeda
Gustave Doré
Andromeda en het zeemonster

Kroon’s mythologisch woordenboek

het verhaal ging … [1]

Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Apollo en Daphne
Daphne, de dochter van Peneus, was de eerste liefde van Apollo. Dat was geen toeval maar een gevolg van de wraak van Cupido. Apollo, apetrots op zijn overwinning op de Python, bemerkte Cupido die bezig was zijn boog te spannen. Geringschattend zei hij: “Zeg eens, snotneus, wat doe jij daar met een wapen dat alleen maar aan mijn schouders past? Ik heb met dat wapen tenminste al een gevaarlijke vijand gedood; het enige wat jij met die boog uitvreet, is mensen in liefde doen ontvlammen! Wil je daarvoor in het vervolg een fakkel gebruiken in plaats van het wapen van mijn triomf?”
 
De zoon van Venus was spinnijdig geworden en had teruggeroepen: “Het kan best zijn, Apollo, dat jouw boog alles kan treffen; maar ik zal jou met mijn boog treffen!” En na die woorden had hij postgevat op een van de toppen van de Parnasus. Twee pijlen haalde hij uit zijn koker: een pijl met een loden punt, die alle liefde verdrijft, had hij afgeschoten op een nimf, Daphne, de dochter van Peneus; een pijl met een gouden punt, die in liefde doet ontvlammen, had hij afgevuurd op Apollo.
 
Onmiddellijk stond Apollo in lichterlaaie voor Daphne, die van zijn liefde natuurlijk niet wou weten. Ze wou alleen maar jagen, gekleed in dierenhuiden, als een nieuwe Diana. Haar vader mocht aandringen op een huwelijk, vragen dat ze hem kleinkinderen zou geven, niets baatte. Ze smeekte Peneus dat hij haar zou toelaten haar hele leven maagd te zijn, en tenslotte stond haar vader dat, zeer tegen zijn zin, toe.
Apollo
Johann Ulrich Krauss, Edition 1690 Ovid, Met. I, 452-567
in frondem crines, in ramos bracchia crescunt / pes modo tam velox pigris radicibus haeret /ora cacumen habet: remanet nitor unus in illa.
Maar juist haar schoonheid belette dat haar wens in vervulling kon gaan. Apollo was immers smoorverliefd op haar geworden! Hij droomde van haar, verlangde naar haar en werd misleid door zijn eigen zienerskunst. Hij zag hoe haar onverzorgde lokken op haar schouders vielen en probeerde zich voor te stellen hoe mooi ze zou zijn als die haren opgebonden waren; hij zag haar ogen fonkelen, bewonderde haar veelbelovende lippen, liet zijn blik gaan van haar vingers naar haar handen, haar armen, haar…
 
Maar Daphne sloeg op de vlucht en wat Apollo ook riep om haar op hem te laten wachten, ze bleef niet staan. Hoe hij haar ook smeekte en probeerde te overtuigen, ze bleef maar lopen. Het leek wel of de snelheid van haar vlucht haar schoonheid nog deed toenemen… Apollo verdubbelde zijn snelheid en gedragen door de vleugels van de liefde begon hij de nimf in te halen: ze voelde al zijn adem in haar nek.
Haar borst werd ingesloten door een dunne bast, haar armen groeiden uit tot takken, haar vingers tot twijgen en haar haren tot loof.

Uitgeput bad ze tot haar vader: “Vader, jij die stroomgod bent, jij hebt de macht om mijn schoonheid te veranderen. Help me toch!” En terwijl ze die woorden uitsprak, werd ze bevangen door stijfheid. Haar borst werd ingesloten door een dunne bast, haar armen groeiden uit tot takken, haar vingers tot twijgen en haar haren tot loof. Haar voeten die zonet nog zo snel waren, werden nu tegengehouden door wortels; haar hoofd was een kruin geworden. Alleen haar schoonheid was in haar blijven bestaan.Apollo hield nog steeds van haar, ook al was ze dan een boom geworden. Hij legde zijn hand op de stam en voelde haar hart nog kloppen onder de nieuwe schors, hij omhelsde haar stam als was het nog een lichaam, hij kuste het hout – maar het hout boog van zijn kussen weg. Toen zei Apollo: “Je kunt mijn vrouw niet worden, maar je zult voor altijd mijn boom blijven. Kransen van jouw twijgen zullen mijn lier, mijn boog en mijn lier sieren. Jij zult Romeinse triomfators begeleiden op hun tocht naar het Capitool. Zoals ik altijd mijn haar lang draag, zo zul jij altijd je bladeren behouden.” En het scheen Apollo toe dat de laurierboom instemmend knikte met de kruin, alsof het nog een hoofd was…
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek