Maandelijks archief: oktober 2008

David Stone Martin

Album Cover Art van David Stone Martin

todaysinspiration.blogspot.com van Leif Peng is waarschijnlijk de beste blog over historische illustratie die er op dit moment is. Bovendien wordt deze nog eens ondersteund door een imposante verzameling illustraties op flickr.com. Deze week wordt aandacht besteed aan de Amerikaanse illustrator David Stone Martin uit de jaren vijftig. Zoals we van Leif Peng gewend zijn met een relevante link.

Charlie Parker
In the world of jazz there is one artist collected the world over who has never played an instrument not even a note of music but has left his mark on the jazz culture. Illustrator David Stone Martin was one of the most prolific and influential graphic designers of the postwar era, with his signature hand sketched graphics with two or three primary colors, perfectly capturing the energy and spontaneity of the jazz idiom.
 
David Stone Martin was born in Chicago and studied at the Chicago Art Institute there. During the 1930′s and 1940′s he worked for Government agencies, as supervisor of mural projects of the Federal Artists Project, art director for the Tennessee Valley Authority, graphic arts director for the Office of Strategic Services and art director for the Office of War Information, where he was a colleague and friend of Ben Shahn, the artist.
 
Martin’s work is included in the collections of the Museum of Modern Art and the Metropolitan Museum of Art in New York City, the Art Institute of Chicago and the Smithsonian Institution. He won numerous awards from the Society of Illustrators and the Art Directors Clubs of New York City, Boston and Detroit.
 
Bron: flickr.com

David Stone Martin [ todaysinspiration.blogspot.com ]
The Album Cover Art of David Stone Martin

land van de vallende meren

gezien op WDR: Abenteuer Erde – Lander der fallender Seen
documentaire over Nationaalpark Plitvice in Kroatië
Sechzehn kristallklare Seen, in spektakulären Terrassen angeordnet, durch unzählige Wasserfälle und Stromschnellen verbunden, das sind die fallenden Seen von Plitvice in Kroatiens gleichnamigen Nationalpark. Dieses einzigartige Naturjuwel erinnert an ein Märchenland: Dichter Buchenwald umschließt die Wasserflächen, Bäume wachsen auf schmalen Überhängen, thronen über Wasserfällen, strecken ihre Äste in den Sprühnebel der Katarakte. Hier scheinen die Grenzen zwischen den Elementen aufgehoben. Denn die fallenden Seen verdanken ihre Existenz einem faszinierenden biologischen Phänomen: Das stark mit Kalk angereicherte Karstwasser aus dem Dinarischen Gebirge lagert sich an Moosen an, Pflanzen und Kalk bilden gemeinsam ein spezielles Gestein, das Travertin. In Plitvice verwandelt sich Wasser zu Stein, man nennt es nicht umsonst das „Land, wo die Steine wachsen“.
 
Bron: wdr.de/tv/abenteuererde
deel 1 uit Abenteuer Erde
Lander der fallender Seen
deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5

Abenteuer Erde bietet Einblicke, veranschaulicht Zusammenhänge, macht Lust auf Expeditionen. In weite Fernen. Und vor die eigene Haustür. Jeden Dienstag, von 20:15 – 21:00 Uhr, Wiederholung jeweils am Donnerstag, 14:15 – 15:00 Uhr. Von den jährlich etwa 52 Sendungen werden rund 26 neu produziert, zum Teil in nationaler oder internationaler Kooperation bzw. auf dem internationalen Markt angekauft. Die andere Hälfte besteht aus Übernahmen aus den anderen Dritten Programmen der ARD und aus Wiederholungen.

Abentuer Erde Archief

100 jaar geleden [ 5 ]

deze maand is het 100 jaar geleden dat de eerste T-Ford op de markt kwam
vanavond in andere tijden op Nederland 2 om 21.25: een auto voor iedereen
Henry Ford met T FordOmstreeks 1908 brak er een nieuw tijdperk aan. Tot dat moment was een auto alleen iets voor de rijkelui. Auto’s werden luxer en de fabrikanten van toen waren er al achter gekomen dat ze meer winst konden maken op duurdere auto’s dan op goedkopere. Daarom eisten de aandeelhouders van Ford dat Henry ook een zescilinder zou bieden. Maar Henry had een beter plan: In 1908 kwam de T-Ford op de markt, een praktisch ingesteld vervoermiddel met ruimte achterin zodanig “dat men er een paar melkbussen kan neerzetten”, zo zei Ford.
 
Technisch was het model goed bij de tijd met een 2.9 liter viercilindermotor waarvan de cilinderkop uit één geheel bestond, met één centraal oliecarter voor de smering en met een dynamo. Een startmotor had de wagen nog niet, daarvoor zat een slinger. De eerste modellen hadden zelfs geen voorruiten. Pas later kwamen er auto’s met voorruiten maar zonder ruitenwissers. Pas tegen het einde van de productietijd (rond 1923) kwam er een T-Ford met een gesloten carrosserie. In het begin (1908) kostte de T-Ford $ 850,-, maar die prijs ging naar $ 950,- in 1910. Maar eind 1910 kwam een geweldige prijsverlaging. De T-Ford werd leverbaar vanaf $ 680,-. Dit kwam doordat Ford de fabriek verhuisde naar een nieuw terrein op Highland Park. Hier introduceerde Ford ‘De lopende band’. In plaats van dat 1 werknemer een motor in elkaar zette, werd dit werk nu verdeeld. In zijn boek “Mijn leven en werk” legde Henry Ford uit: Het in elkaar zetten van de motor, vroeger door 1 man gedaan, is nu verdeeld in 84 afzonderlijke bewerkingen. Deze 84 man doen het werk dat vroeger 250 mannen deden.”
 
Ook introduceerde Henry de 5 dollar dag. Deze verving de werkdag van 9 uur (met een dagloon van $ 2,34, dat algemeen was) door een acht-urige werkdag met een loon van vijf dollar. Hierdoor liep het storm van sollicitanten op Highland Park, maar ouderen zagen het niet zo zitten omdat jongeren nu evenveel verdienden als ouderen. Ford gaf hierop heel simpel antwoord door te zeggen dat goede betaling goede werknemers oplevert en dat goed betaalde werknemers kunnen kopen wat zij willen, uiteindelijk ook een eigen Ford. En die Ford werd steeds goedkoper. Tegen het einde van zijn productie (1924) kon je al een T-Ford kopen voor $ 290,-. Toen de T-Ford in juni 1927 uit productie ging, waren er in totaal 15.458.781 stuks gebouwd. Een record dat tot 1972 zou blijven staan, tot het gebroken werd door de Volkswagen Kever. De T-Ford was 19 jaar in productie geweest.
 
Bron: nl.wikipedia.org

geschiedenis.vpro.nl