Maandelijks archief: maart 2009

jaren zestig stijl

Bob Peak (1927-1992) was een invloedrijk illustrator en reclametekenaar

Sommige tekenaars hebben zo’n herkenbare stijl dat ze een icoon van een tijdperk zijn geworden. Bob Peak en Peter Max hebben in Nederland niet echt een bekende naam. Maar deze beide illustratoren hebben wel hun stempel gedrukt op de stylistische overgang van de sixties naar de seventies, die in de late jaren zestig internationaal duidelijk zichtbaar werd en breed is nagevolgd. Sla een willekeurig magazine open, dat tussen 1966 en 1973 verschenen is, en je vindt wel een advertentie of illustratie in de stijl van Peak of Max. De simplistische cosmic sixties style van Peter Max is gemakkelijk te herkennen aan de harde kleuren en vereenvoudigde en vaak verdubbele contouren terwijl Peak‘s stijl herkenbaar is aan een woeste maar beheerste ‘krijtstreep’.

advertentie voor TWA
advertentie voor TWA

Beide stijlen hebben een psychedelische uitstraling, vooral in het knallende ‘fauvistische’ kleurgebruik. Op flickr.com heeft Leif Peng (todaysinspiration.com) een schitterende verzameling advertenties van Bob Peak bijeengebracht, die duidelijk laat zien dat we hier niet alleen met een knap tekenaar maar ook met een groot stylistisch talent te maken hebben.

In the late 60′s, Bob Peak began a new way of working. Where his early illustrations had a tremendous degree of texture and a sort of wildly gestural quality of movement, now Peak applied his always brilliant sense of design and colour and tempered them in a style that gave a nod to the ‘psychedelic’ counter culture pop art movement of the day. During this period, Peak was producing exciting new work with tremendous confidence that propelled him to the front of the pack. He received a Gold Medal from the Society of Illustrators in 1967 for his movie poster art for the film Camelot.
 
Bron: todaysinspiration.com
affiche voor Camelot
filmposter voor Camelot 1967
Voor dit affiche heeft Peak zich door Alphonse Mucha laten inspireren en hij won er in 1967 een gouden medaille voor.
No illustrator has done more to integrate the techniques of such modernist schools as Fauvism, Art Nouveau, Cubism, and Futurism into the visual vocabulary of the broader culture. A characteristic piece is the one above at right from his series for the film Camelot. Peak layers multiple images into one, utilizes modernist rendering techniques for the various visual elements, and brings it all together with a flamboyant, decorative use of color.
 
Bron: polculture.blogspot.com

Bob PeakBorn in Denver, Colorado, Bob Peak grew up in Kansas. He knew from an early age that he wanted to be a commercial illustrator. At age seven, he received a gift of brushes and paints, and by age nine he was drawing recognizable likenesses. He attended Wichita State University where he majored in geology with a minor in art and got a part time job in the art department of McCormick-Armstrong. That is where he gained the confidence to choose an art career and learned the skill of versatility-doing layout, illustration and lettering. After a stint in the military during the Korean War, Peak transferred to the Art Center College of Design in Los Angeles, and graduated in 1951.

In 1953 Peak moved to New York, landed an Old Hickory Whiskey ad campaign, and from that point on his career skyrocketed. His work appeared in major advertising and national magazines. Sports Illustrated sent him on assignments throughout the world, including a safari to hunt ibex with the Shah of Iran. He received the largest commission of an individual artist from the U.S. Postal Service to design 30 stamps for the 1984 Summer Olympics in Los Angeles, California and 1984 Winter Olympics in Sarajevo, Yugoslavia. In 1961 Peak was named Artist of the Year by the Artists Guild of New York, and in 1977 the Society of Illustrators elected him to its Hall of Fame. For his 30 years of outstanding contribution to the film industry, the Hollywood Reporter presented him the 1992 Key Art Lifetime Achievement Award.Peak’s work is included in many permanent collections, and three of these paintings-of Anwar Sadat, Mother Teresa and Marion Brando-hang in the Smithsonian Institution.

Bron: bobpeak.com

bobpeak.com

vastentijd [ 12 ]

vandaag is het de twaalfde dag van de Grote Vasten
20 Mijn zoon, bewaar het gebod uws vaders, en verlaat de wet uwer moeder niet.
21 Bind ze steeds aan uw hart, hecht ze aan uw hals.
22 Als gij wandelt, zal dat u geleiden; als gij nederligt, zal het over u de wacht houden; als gij wakker wordt, zal hetzelve met u spreken.
23 Want het gebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens;
24 Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong.
25 Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden.
26 Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.
27 Zal iemand vuur in zijn boezem nemen, dat zijn klederen niet verbrand worden?
28 Zal iemand op kolen gaan, dat zijn voeten niet branden?
29 Alzo die tot zijns naasten huisvrouw ingaat; al wie haar aanroert, zal niet onschuldig gehouden worden.
30 Men doet een dief geen verachting aan, als hij steelt om zijn ziel te vullen, dewijl hij honger heeft;
31 En gevonden zijnde, vergeldt hij het zevenvoudig; hij geeft al het goed van zijn huis.
32 Maar die met een vrouw overspel doet, is verstandeloos; hij verderft zijn ziel, die dat doet;
33 Plage en schande zal hij vinden, en zijn smaad zal niet uitgewist worden.
34 Want jaloersheid is een grimmigheid des mans; en in den dag der wraak zal hij niet verschonen.
35 Hij zal geen verzoening aannemen; en hij zal niet bewilligen, ofschoon gij het geschenk vergroot.
1 Mijn zoon, bewaar mijn redenen, en leg mijn geboden bij u weg.
 
Bron: Spreuken 6:20-7:1
Want het gebod is een lamp,
en de wet is een licht,
en de bestraffingen der tucht
zijn de weg des levens

Spreuken 6:23

Andere lezingen vandaag: Genesis 5:32 – 6:8 en Jesaja 7:1-14

Blueberry [ 2 ]

herlezen: de avonturen van Luitenant Blueberry
eerste vijf verhalen van Fort Navajo 1965 – 1969

Toen Blueberry in 1965 voor het eerst in het legendarische Franse stripblad Pilote verscheen en twee jaar later in het eveneens legendarische Nederlandse stripblad Pep had de 27-jarige Giraud al heel veel getekend. Maar de ontmoeting die hij op zijn twintigste had met de Belgische striptekenaar Jijé (Joseph Gillain) zou een beslissende betekenis hebben voor zijn loopbaan en zou indirect ook naar het ontstaan van Blueberry leiden. Overigens is hij niet de enige striptekenaar die veel aan Jijé te danken heeft, daarover meer in het kader helemaal onderaan.

De Weg naar CoronadoVlak voordat Giraud in 1958 voor een reis naar Mexico vertrok, ontdekte hij dat de Belgische meester Jijé bij hem in de buurt van Parijs woonde. Toen hij in 1960 zijn trip naar Mexico en zijn militaire dienst (die hij min of meer kon ontlopen door voor de militaire krant Cinq sus cinq te gaan tekenen) achter de rug had, werd het contact met Jijé omgezet in een samenwerking. Giraud kon voor de 24 jaar oudere nestor van Spirou (Robbedoes) meewerken aan de westernstrip Jerry Spring, die Jijé in 1955 begonnen was. Voor het verhaal De Weg naar Coronado mocht Giraud de platen gaan inkten die door Jijé in potlood getekend waren. Zo groeide hij in de stijl van zijn leermeester, die hij pas in 1969 zou loslaten.

In de eerste verhalen van Ford Navajo is er zo weinig verschil tussen de tekeningen van leerling en leermeester, dat het in De Lange Weg naar Cochise (1968) niet eens opvalt dat de platen 18 tot en met 32 niet door Giraud maar door Jijé zijn getekend. Het is een robuuste stijl met stevige gesloten contouren en zwaar penseelwerk. Het eerste verhaal van Blueberry verscheen in 1975 als zwart-wit bijlage in Pep (Peptoe) zodat je Ford Navajo in kleur én zwart-wit met elkaar kan vergelijken. De kleur heeft eigenlijk weinig toegevoegde waarde en Jijé‘s robuuste stijl is echt toegesneden op de krantenstrip die in zwart-wit gedrukt werden.

Fort Navajo
beginscene uit Fort Navajo

Een tweede ontmoeting die belangrijk was voor Giraud’s leven was met de scenarist Charlier, eveneens een Belg. Hij ontmoette hem op de redactie van Pilote toen hij naar werk zocht. Gelukkig had hij goede referenties want hij had met Jijé samen aan Jerry Spring gewerkt. Daarbij had hij op zijn reis door Mexico zelf Navajo’s ontmoet en zijn ‘indianenverhalen’ vielen goed op de redactie. Zo ontstond het idee om een cowboystrip te gaan maken. Charlier schreef voor hem de eerste pagina’s van Fort Navajo maar wachtte vervolgens af, want hij wilde zien wat Giraud ervan zou gaan maken. Het was het allereerste begin van Blueberry, het jaar 1963.

Jean-Michel Charlier (1924 – 1989) was een scenarist die zich uitstekend documenteerde. Voor de eerste verhalen van Fort Navajo baseerde hij zich op de zogenaamde Apache Wars (zie hieronder) die na de Amerikaanse Burgeroorlog in de pas toegevoegde staten Arizona en New Mexico werden uitgevochten. Het legendarische opperhoofd Cochise speelt eveneens een grote rol in deze eerste cyclus van vijf verhalen (Fort Navajo – Storm over ‘t westen – De Eenzame Adelaar – De lange weg naar Cochise – Oorlog of vrede) Aanvankelijk kreeg Blueberry niet de enige hoofdrol, maar speelden Craig en Crow, zijn wapenbroeders uit het fort, ook belangrijke rollen. Daarom heette de serie in het begin nog Fort Navajo.

kaart Arizona
de eerste vijf verhalen van Fort Navajo spelen zich af een paar jaar na de Amerikaanse Burgeroorlog in de staten Arizona en New Mexico, het grondgebied van de Apaches en hebben de Apache Wars (zie hieronder) als historische achtergrond
the Apache Wars
When the United States went to war against Mexico, many Apache bands promised U.S. soldiers safe passage through their lands. When the U.S. claimed former territories of Mexico in 1846, Mangas Coloradas signed a peace treaty, respecting them as conquerors of the Mexicans’ land. An uneasy peace (a centuries old tradition) between the Apache and the now citizens of the United States held until the 1850s, when an influx of gold miners into the Santa Rita Mountains led to conflict. In 1851, near Pinos Altos mining camp, Mangas was personally attacked by a group of miners who tied him to a tree and severely beat him. Similar incidents continued in violation of the treaty, leading to Apache reprisals. In December 1860, thirty miners launched a surprise attack on an encampment of Bedonkohes Apaches on the west bank of the Mimbres River. According to historian Edwin R. Sweeney, the miners “…killed four Indians, wounded others, and captured thirteen women and children.” Retaliation by the Apache again followed, with raids against U.S. citizens and property. This period is sometimes called the Apache Wars.
 
Bron: en.wikipedia.org

Joseph GillainJoseph Gillain – Jijé (1914-1980)
de leermeester van Giraud

Samen met Georges Remi (Hergé) is
Joseph Gillain (Jijé) een van de vaders van het Belgische beeldverhaal. Terwijl Hergé aan het begin stond van wat we later de Brusselse School zijn gaan noemen, geldt Jijé als de grondlegger van de School van Marcinelle. Tot de eerste School rekenen we o.a. Edgar P. Jakobs en Jacques Martin die Hergé volgden met de zgn. ‘klare lijn’. Tot de School van Marcinelle rekenen we bijvoorbeeld Franquin, Peyo, Will en Roba maar ook Giraud begon als leerling van Jijé te tekenen binnen deze School. Toen Joseph Gillain (Jijé) op 19 juni 1980 overleed, verscheen een paar weken later de Robbedoes met een rouwomslag in zwart-wit. Jijé was ook een beetje de vader van Robbedoes/Spirou. Ook al was hij niet de schepper van deze figuur (die eer komt de Franse tekenaar Rob Vel toe), tijdens de oorlog was Jijé de stuwende kracht achter het legendarische Belgische stripblad Robbedoes/Spirou. De Nederlandstalige Robbedoes verdween vier jaar geleden na 67 jaar van de markt, de Franstalige Spirou leeft gelukkig nog voort. Jijé‘s leerlingen [André] Franquin (Robbedoes en Kwabbernoot, Ton en Tineke, Guust), Peyo [Pierre Culliford] (Johan en Pierewiet, de Smurfen), Will [Maltaite] (Baard en Kale, Isabel) en [Jean] Roba (Bollie en Billie) (Morris [Maurice de Bevere] (Lucky Luke) ontbrak) kwamen na de dood van hun leermeester op de redactie van Robbedoes/Spirou in Brussel bijeen om herinneringen op te halen aan hun leermeester. Inmiddels zijn ook deze legendarische striptekenaars niet meer onder ons. Naast Jean Giraud, is Eddy Paape (Jan Kordaat, Luc Orient) Jijé‘s oudste en nog in leven zijnde leerling. Hij hoopt in juli 89 te worden. Tegenwoordig heeft Jijé een eigen museum en op deze prachtige webpagina is een selectie van Jijé’s strips te bekijken.

voorgaande aflevering | Blueberry [ official website ] | Blueberry [ moorsmagazine.nl ] | Blueberry [ zozolala.com ]