Maandelijks archief: december 2009

fake it till you make it

het pragmatisme van Slavoj Žižek

Slavoj ŽižekHet eerste stuk dat ik uit de nieuwste Filosofie Magazine gelezen heb, was het interview met de Sloveense filosoof Slavoj Žižek. ‘Het denkbeest uit Ljubljana‘ zoals hij door zijn aanhangers ‘liefkozend’ genoemd wordt, staat niet bepaald bekend als een optimist. Hij noemt zichzelf ‘een gematigd apocalyptisch denker‘. De Titanic is al op de ijsberg gevaren, maar in de balzaal speelt het orkestje door en wordt er volop gedanst. Apocalypse now dus? Maar dan stelt Slavoj Žižek zich gematigd op en ziet hij toch nog een reddingsboei: de hypocrisie. Schijnheiligheid als laatste redmiddel?!

Ik zou (… ) mijn hoop vestigen op hypocrisie. Want soms kunnen we alleen voor de vorm iets doen, waarbij we ons laten meevoeren door onze handelingen, en zo de hypocresie overstijgen. (…)
 
(…) hypocrisie dient soms een goed doel, om erger te voorkomen. Als ik hypocriet ben en aardig doe tegen iemand die ik eigenlijk een klootzak vind, voorkomt dat dat we elkaar de hersens inslaan. Pure winst. Bovendien (…) kun je worden meegevoerd. Ik vind dit een interessant model voor veranderingen. Meestal hebben we het alleen over bewegingen die zuiver en authentiek beginnen, en later gecorrumpeerd raken. Maar het omgekeerde proces is belangrijker: iets begint als een leugen en overstijgt zichzelf. Fake it till you make it.
 
Bron: Slavoj Žižek in het decembernummer van Filosofie Magazine
Meestal hebben we het alleen
over bewegingen die zuiver en authentiek beginnen, en later gecorrumpeerd raken. Maar het omgekeerde proces is belangrijker: iets begint als een leugen
en overstijgt zichzelf.
Fake it till you make it.

Slavoj Žižek

Žižek kiest dus voor pragmatisme. Hij gelooft dat een leugen zichzelf kan overstijgen en tenslotte het algemeen belang kan dienen. Neem de postcodeloterij. Je speelt mee voor die kanjer maar intussen steun je het goede doel. Natuurlijk kun je ook rechtstreeks het goede doel dienen, maar dat levert veel minder op. Dus maken goede doelen gebruik van hebzucht en de neiging deze te compenseren met goedgeefsheid. De menselijke motieven zijn nooit enkelvoudig, dus schuilt er bijna in al onze keuzen wel een vuil compromis.

Ode
Ode beschrijft zichzelf als a community for intelligent optimists en schurkt zich met het Groene Evangelie tegen het internationale bedrijfsleven aan.

Iets persoonlijks. Vroeger was ik geabonneerd op Ode, het blad voor intelligente optimisten. Ik vond het een sympathiek initiatief. Maar toen er steeds meer advertenties in het blad kwamen van multinationals die zichzelf in een groen jasje hadden gestoken om goede sier te maken, begon mij dat vreselijk te irriteren. Was dit wel een blad waar ik echt van hield, of was het net als de huis-aan-huis-bladen vooral een advertentiefuik? En moest het zo dus wel het Groene Evangelie van multinationals uitdragen, doorspekt met groene spiritualiteit en groene managmentsfilosofie. Ben je automatisch een cynicus wanneer je dan afhaakt? Als ik Žižek mag geloven, had ik beter abonnee van Ode kunnen blijven. Beter een vuil compromis sluiten en je aansluiten bij de ‘intelligente optimisten’ dan cynisch voor je uit blijven somberen. Zou kunnen. Maar ik ben er niet pragmatisch genoeg voor. Uit een vuil compromis of een leugentje kan volgens mij op lange termijn nooit iets goeds voortkomen. Op middellange termijn mag dat misschien zo lijken, maar juist wanneer we over duurzaamheid spreken dan heb ik juist die lange termijnvisie nodig.

Filosofie Magazine | Ode

it’s a man’s world

gezien: cross of iron (1977) van Sam Peckinpah

Cross of Iron begint met het onschuldige kinderliedje Hänschen Klein gezongen door een lief kinderstemmetje. Deze onschuld aan het begin wordt vermorzeld door de film die volgt. Cross of Iron (1977) is een krachtige aanklacht tegen oorlog in de traditie van All Quiet on the Western Front (1930). Maar dan harder. En dat is regisseur Sam “it’s a man’s world” Peckinpah wel toevertrouwd.

Cross of Iron trailer

Aan het oostfront is de strijd in 1943 hopeloos geworden. Verse en ambitieuze officieren worden op de gedemoraliseerde manschappen gezet om in de wanhopige gevechten toch nog overwinningen te forceren. De eerzucht van deze officieren wordt aangewakkerd door een plaatje ijzer. De Oostenrijkse acteur Maximillian Schell die met zijn Duitse accent en aristocratische uiterlijk geknipt is om een Duitse officier te spelen in een Amerikaanse oorlogsfilm, speelt de rol van Hauptmann Stransky, een van deze eerzuchtige officieren aan het oostfront. Overigens speelde hij in datzelfde jaar (1977) ook al de rol van SS-Obergruppenführer Wilhelm Bittrich in a bridge too far (a star too much).

Cross of Iron
Cross of Iron affiche

Het bijzondere van Cross of Iron is dat net als in All Quiet on the Western Front Amerikaanse acteurs de Duitse soldaten spelen. Mede hierdoor is deze film een aanklacht geworden tegen oorlog in het algemeen en niet tegen de gruweldaden van de nazi’s aan het oostfront.

het ijzeren kruis [ nl.wikipedia.org ]

opkikker

Désanne van Brederode in Filosofie Magazine over pessimisme

FM 2009De postbode had de Filosofie Magazine juist op de mat laten vallen, met de zwarte zijde en het gesloten slot boven. “Bent u een pessimist? anders zoz” stond erop. Op de andere zijde bevond zich de ingang voor optimisten, helderwit mét sleutel.

Ik ben begonnen met de Filosofie Magazine voor pessimisten. Dat komt omdat ik optimisme vaak niet echt vertrouw. Voor je het weet, zit je gevangen in maakbaarheidsfantasieën met allerlei oppeppende affirmaties. Zeg elke morgen “Hello tiger, I love you” tegen je spiegelbeeld en alles komt goed. Nee, zo kinderlijk simpel zit het leven voor mij niet in elkaar. Bovendien kan ik veel beter ademhalen bij een pessimisme in vrijheid dan bij een opgelegd optimisme. Het lijden moet geminimaliseerd en het genot gemaximaliseerd en het optimisme gelooft dat het mogelijk is. Dit optimisme is van alle tijden en heeft zich in de geschiedenis voortgeplant van het Carpe Diem in de Renaissance via het vooruitgangsdenken in de Verlichting naar de maakbaarheidsidee in onze tijd. Door aan onszelf te sleutelen en allerhande therapieën zouden we onze targets kunnen realiseren. Deze halve waarheid deprimeert mij. Een flinke dronk Memento Mori kikkert mij daarentegen weer op. In de woorden van Désanne van Brederode herken ik de opluchting die het pessimisme te bieden heeft.

death to the world
foto uit death to the world
en portret van Arthur Schopenhauer
Ik denk dat je pas echt
menselijk kunt worden als je ziet
hoe godverlaten deze wereld is,
en als je het drama van
de sterfelijkheid op geen
enkele manier bagatelliseert

Désanne van Brederode

Schopenhauer was gefascineerd door muziek, omdat hij er de ‘levenswil’ in herkende. Dat is een wil die zichzelf alleen maar wil manifesteren en realiseren, maar niet met het idee: dit is goed en dit is kwaad. Muziek kan nooit moreel zijn, net zo min als de levenswil. Volgens Schopenhauer kun je die levenswil in al zijn schakeringen, spanningen en gemoedstoestanden goed ervaren in Beethovens symfonieën. En in muziek die in mineur staat, zoals Russische kerkmuziek, waarin een mineur bereikt wordt van een soort diepe, niet-sentimentele triestheid. Een geladen gelatenheid, waarin de levenswil op zichzelf reflecteert. Alsof die muziek begrijpt dat het allemaal umsonst is.
 
Daarbij verwijlen is volgens mij een enorme kunst. Je houdt toch altijd dat kinderlijke verlangen om de dood uit te wissen uit het systeem. Ik denk dat je pas echt menselijk kunt worden als je ziet hoe godverlaten deze wereld is, en als je het drama van de sterfelijkheid op geen enkele manier bagatelliseert.”
 
De schrijfster Désanne van Brederode in Filosofie Magazine (decembernummer)

Filosofie Magazine | Death to the World – The Last True Rebellion