
Sant’ Apollinare in Classe
Bron: users.telenet.be/websthetica



Drie weken geleden bezochten we in Ravenna verschillende vroeg-christelijke kerken uit de vijfde en zesde eeuw. Achteraf zie je op de foto’s soms meer dan tijdens het bezoek. Zo vielen mij pas later bepaalde verschillen en overeenkomsten op bij het mozaïek in het baptisterium van de arianen en van de orthodoxen. In de vierde eeuw had Arius de orthodox christelijke leerstelling verworpen dat Christus volledig God en volledig mens is. In het zogenaamde arianisme worden Christus en de Heilige Geest gezien als scheppingen van God en daarmee wordt afstand gedaan van de leer van de Heilige Drie-eenheid die leert dat Vader, Zoon en heilige Geest een volmaakt Eenheid vormen, éénwezenlijk en ondeelbaar.

In Ravenna hadden de arianen een eigen doopkapel, het zogenaamde baptisterium. In het interieur is een plafondmozaïek bewaard gebleven. Ook de orthodoxen hadden een eigen baptisterium en ook daar is een plafondmozaïek. Beide mozaïeken hebben dezelfde centrale voorstelling van de doop van Christus door Johannes de Doper in de Jordaan. Op de foto’s zag ik een paar verschillen (zie boven). De Christusfiguur bij de arianen is baardloos. Dat is in overeenstemming met de toenmalige iconografie. Christus werd in de vijfde en zesde eeuw meestal zonder baard afgebeeld.

De Christusfiguur in het baptisterium van de orthodoxen heeft wel een baard, maar dat is een toevoeging uit de negentiende eeuw. Een deel van het mozaïek was verloren gegaan en in de negentiende eeuw heeft men het gelaat van Johannes de Doper en Christus en de duif toegevoegd.
En opmerkelijke overeenkomst is de figuur naast Christus in het water. In het ariaanse mozaïek heeft deze twee kreeftenscharen op zijn hoofd. Het blijkt een riviergod te zijn, een overblijfsel uit de Romeinse mythologie. In het andere mozaïek is er ook zo’n figuur, die de personificatie van de Jordaan voorstelt. Deze reikt een groen badlaken (?!) aan.
Rond 1900 leek Wenen nog slechts de residentie te zijn van een vermolmd keizerrijk dat zijn toekomst zocht in het verleden. Maar juist in die tijd groeide de stad uit tot het kosmopolitisch centrum van de Europese cultuur, waarin een nieuwe elite van vooral Midden-Europese joden haar eigen ideaal van de verlichting nastreefde. Tegen de achtergrond van die wonderlijke paradox deed er zich in het eerste decennium van de twintigste eeuw een ware explosie van creativiteit voor, in de kunst, de filosofie en de wetenschap. Sinds het Athene van de Griekse oudheid was dat in de westerse wereld niet meer vertoond. Het geheim daarvan kan alleen worden ontraadseld door die ongekende scheppingsdrang op zoveel terreinen tegelijk in hun onderlinge samenhang te doorgronden. Ook Gustav Klimt speelde een centrale rol in het Weense fin de siècle. Het mysterie van Wenen werpt nieuw licht op deze tijd: op de muziek van Mahler en Schönberg, de filosofie van Wittgenstein, de schilderkunst van Klimt en de psychologie van Freud –één van de opwindendste perioden van de westerse geschiedenis. En voor het beter kunnen begrijpen van de geschiedenis van toen en nu is dit dan ook een belangrijk boek.
In de voetsporen van Heidegger
Voetnoten bij de 19e eeuw
Amerikaanse Burgeroorlog
Napoleon en zijn schilders
Landschapsschilders uit de Goethezeit
Schilders in Italië
De schilder en zijn broodheer
De waakzaamheid van het hart
Ovidius’ Metamorphosen
Dantes Divina Commedia
Wolkenkrabbers
Op zoek naar de atoomstijl
Een avontuur van luitenant Blueberry
My favourite things